Uit de pers
Top en grondvlak
In het dagblad Trouw van 28 januari schreef prof. dr. G. Manenschijn een artikel onder de kop 'Waar klopt het hart van de kerk ook al weer? ' Hij uitte daarin zijn zorg over de topzware en peperdure kerkelijke bestuursstructuur die de Samen op Weg-kerken over zich heen hebben gekregen. In het Centraal Weekblad van 11 februari haakt hij nog weer in op dat artikel en op de reacties die hij wel (bijna allemaal instemmend) en die hij niet kreeg.
'Er is te veel personeel, gewoon omdat men niet wilde overgaan tot gedwongen ontslagen. Dat gold niet voor onbetaalde vrijwilligers. Zo'n zestig deputaten, mensen uit alle geledingen van de kerk met vaak een vracht aan deskundigheid en ervaring, werden met een bedankje voor bewezen diensten naar huis gestuurd. In het Landelijk Dienstencentrum (LDC) maken professionals de dienst uit, maar de weggestuurde vrijwilligers hadden vaak meer deskundigheid dan een deel van de overgebleven professionals. Ik meen dat de (plaatselijke) kerken recht hebben op opening van zaken: hoeveel arbeidsplaatsen worden er in alle delen van de landelijke organisatie in stand gehouden, hoeveel kost dit allemaal en tot hoelang blijven die kosten drukken op de begroting?
Hoewel ik niet verwacht had een zinnige reactie vanuit het LDC te ontvangen, stelt het mij toch teleur dat die uitbleef en dat er in plaats daarvan door enkele vertegenwoordigers van de door mij gelaakte bestuurscultuur op voorspelbare wijze werd gereageerd: die Manenschijn is zo weinig positief (lees: hij noemt de dingen bij hun naam). En: wij werken hier allemaal met dezelfde motivatie als hij. Natuurlijk, dat heb ik geen moment in twijfel getrokken, maar zo komen we nooit verder, want dat is het punt niet. Ik heb niet mensen gekritiseerd, maar een bepaalde bestuursstructuur ter discussie gesteld. Waarom reageren "professionals" daarop zo weinig professioneel?
Natuurlijk heb ik geen bezwaar tegen een zakelijk en goed functionerend LDC. Het is ook niet zo dat ik professionals lager waardeer dan vrijwilligers. In de tekst die ik aan Trouw aanbood, had ik zelfs een zinsnede opgenomen waarin staat dat we af moeten van deze termen en dat we weer over ambten moeten gaan spreken. Waarom doet men dat niet meer? Uit de manier waarop in Utrecht over professionals en vrijwilligers wordt gesproken, leid ik af dat met "professional" wordt bedoeld: een deskundige in loondienst, en met "vrijwilliger": een niet-betaalde ondeskundige. Want de kerk wordt als een organisatie van vrijwilligers gezien die door professionals wordt bestuurd.
Het misverstand kon niet groter zijn. De vrijwilligers die het bestuur van de classis Amsterdam uitmaken, zijn mensen met zeer veel kennis van zaken, die hun sporen in het bedrijfsleven, in de gezondheidszorg, in de kerk of aan de universiteit verdiend hebben, Het zijn "deskundige vrijwilligers" die met hun specifieke bekwaamheden de kerk. van harte dienen. Overal waar ik kom voor een spreekbeurt, zijn de avonden voor toerusting en bijbelstudie door gemeenteleden georganiseerd. In die zin wordt de kerk gedragen door vrijwilligers. Als ze vandaag allemaal het bijltje erbij neer zouden gooien, zouden we volgende week de kerken kunnen sluiten. Dat zal men toch ook in Utrecht wel beseffen? Of is men daar horende doof en ziende blind?'
Prof. Manenschijn schrijft in zijn artikel in Centraal Weekblad ook over wat hij noemt 'de andere helft van het verhaal: de situatie van de plaatselijke kerken'. Als voorzitter van de classis Amsterdam van de GKN, word je met de neus op de feiten gedrukt, aldus Manenschijn. In hoog tempo voltrekt zich de ontkerkelijking herkenbaar aan de vergrijzing van het ledenbestand. Nu wordt het leeuwendeel van de vrijwillige bijdrage opgebracht door 55plus en dat is over tien jaar 65-plus.
'De kerken houden financieel het hoofd boven water door kerkgebouwen te verkopen. De predikantsplaatsen probeert men zo lang mogelijk te sparen. Een van de redenen is dat de verkoop van kerkgebouwen veel opbrengt en dat uit de rente van die opbrengst tekorten worden opgevangen. Onze inmiddels verlaten wijkkerk bijvoorbeeld zal bij verkoop enkele miljoenen kunnen opbrengen. Na sloop is de grond zoveel waard dat een projectontwikkelaar er brood in ziet daar dure appartementen neer te zetten. De SoW-kerk van Amstelveen had geen andere keuze, maar wij moeten wel bedenken dat wij voor een deel het kerkelijk leven financieren door bezittingen af te stoten. Dat kan maar één keer: wat weg is, komt nooit meer terug.
Zo gaat het overal in het gebied van de classis Amsterdam. Vorig jaar hadden we een classisvergadering in de Pniëlkerk in de Amsterdamse Bos- en Lommerbuurt, midden tussen de allochtonen. Dan heb je een natuurlijke uitvalsbasis voor sociaal werk. Die avond waren leden van de Servisch-orthodoxe kerk onze gast. Zij vertelden over hun moeilijke positie in welvarend Nederland. Voor hun erediensten maken ze gebruik van de Pniëlkerk, maar de plaatselijke predikant moest ons mededelen dat dit niet lang meer kan duren, want het was financieel niet langer haalbaar het kerkgebouw te handhaven. Een sociaal verlies voor de wijk als geheel. Om maar te zwijgen van het verlies van een evangelisch steunpunt in een vrijwel onkerkelijk woongebied.'
Pröf. Manenschijn maakt zich zorgen over dit beleid: afstoten van gebouwen om menskracht te kunnen blijven bekostigen. Een gebouw kun je als kerk in het gebied waar je werkt niet missen.
'Maar hef instandhouden van gebouwen kost geld. Mijns inziens staan we voor de keuze: richten we ons allereerst op het instandhouden en goed functioneren van het grondvlak, of op de top van de organisatie? Staan we toe dat de kerk in haar apostolaire en diaconale functies uit de steden verdwijnt en zich terugtrekt in welvarende voorsteden en forensendorpen? Die ontwikkeling is nu al volop gaande. Dat houden we niet tegen met de oprichting van regionale dienstencentra.
Als ik goed ben ingelicht, zal straks voor de dienstverlening betaald moeten worden. Nu reeds kost het veel stadskerken grote moeite aan landelijke financiële verplichtingen te voldoen. Ik voorspel dat er dan door deze kerken bijzonder weinig adviezen zullen worden ingewonnen. Ze hebben er gewoon het geld niet voor. Het verbaast mij trouwens dat men niet heeft afgewacht wat de vraag is, maar zelf met een royaal aanbod komt. Van het bedrijfsleven had men kunnen leren hoe riskant dat is. Ik voorspel dat straks zal blijken dat we een aantal van die regionale diensten niet eens nodig hebben en dat de dienstverlening beter gebundeld kan worden.
Maar wat mij echt zorgen baart, is het oppervlakkige optimisme waarmee men in Utrecht aan de feitelijke ontwikkelingen voorbijziet. Het wordt hoog tijd eindelijk eens te luisteren naar de godsdienstsociologen. Waarom neemt men hun onderzoeksresultaten op het gebied van kerkverlating niet serieus? Alles wijst erop dat het proces van kerkverlating onomkeerbaar is. Naar verwachting zal het ledental van de SoWkerken binnen enkele decennia gedecimeerd zijn. Dat is minder erg dan het lijkt, als ze maar kerk zijn! Niet langer dat gesteggel over de naam en over de letters van de belijdenis, dat zijn de mensen dik zat. Is er dan helemaal geen geloof meer in het Koninkrijk dat komt?'
Dat zijn heldere en mijns inziens ook ware woorden, niet geschreven door iemand die tegen SoW is. In ons blad is deze aangelegen zaak meerdere keren al aan de orde gesteld. Een dure top en een armer wordend grondvlak. Dat moet een keer mis gaan. Ik neem aan dat mensen die onze kerk leiden, hiervan op de hoogte zijn en in verantwoordelijkheid zullen reageren.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 februari 2000
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 februari 2000
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's