Open Brief aan de synode van de SoW-kerken (2)
Ingezonden
Utrecht, 14 februari 2000
Geachte zusters en broeders,
De kerk is 'anders' dan de wereld. De kerk behoort niet wereldgelijkvormig te zijn, de kerk dient zich te onderscheiden van de wereld in haar gedrag en in haar visie. Nu, de huidige synode, die toch de gemeenten vertegenwoordigt, maakt dit duidelijk waar. Op 21 december 1999 heb ik mijn Open Brief (1) persoonlijk op het Landelijk Dienstencentrum afgegeven. In 'de wereld' stuurt men in een dergelijk geval een kort bericht aan de afzender dat de brief is ontvangen met opgave van het tijdstip waarop een uitvoerig antwoord daarop verwacht kan worden. Tot op heden heb ik van de synode taal noch teken gehoord. Gezien het feit dat mijn Open Brief o.a. in Trouw is opgenomen en in enkele kerkelijke tijdschriften is verschenen, mag de inhoud bij alle leden van de synode bekend worden verondersteld. Maar onze synode zwijgt! Daarom wend ik mij nu opnieuw tot u om de boetedoening van onze kerken tegenover het joodse volk met klem onder uw aandacht te brengen. Via de pers verneem ik van de vele zaken en problemen waarin u als synode moet beslissen. Zou niet de zaak van de boetedoening deze andere kwesties alle overstijgen? Dan zoudt u zich werkelijk met de basis van ons geloven in de God van Israël bezighouden. Het zou de gemeenschap binnen de kerken en binnen de synode ongetwijfeld verdiepen wanneer u de moed zoudt opbrengen om u op dit hart van ons christelijk leven te richten.
Zelf heb ik van diverse zijden instemming en steun ontvangen in deze zaak van de boetedoening tegenover het joodse volk. Ook zijn er bezwaren geuit. Deze zijn weer te geven als: boetedoening is een gepasseerd station, én: hoe kunnen wij boete doen voor de vloek die over Israël door vorige generaties is uitgesproken? Uiteraard onderstrepen de Schriften dat ieder mens verantwoordelijk is voor zijn eigen daden. Maar daarnaast is er een verbondenheid met zegen en vloek uit de dagen van het voorgeslacht. De zegen zullen we ons graag laten welgevallen. Over de vloek blijkt men nauwelijks te willen praten. We zullen die echter wel moeten noemen als we de vloek die in de vorige eeuwen door de christenheid over zichzelf is uitgeroepen, willen kwijtraken. Het is een verkeerde instelling tegenover God en medemens als we ons daarvan afmaken door over een gepasseerd station te spreken of door te zeggen dat dit ons niet meer zou aangaan. Wat zeggen we dan tegen de kinderen en de kleinkinderen van hen die de Sjoa (= ondergang, vernietiging) overleefden en die - ook al hebben zij zelf de hel van de concentratie- en vernietigingskampen niet meegemaakt - toch door hun ouders en grootouders die deze verschrikkingen niet kunnen kwijtraken, tot de dag van vandaag daaronder lijden? Is het niet 'goedkoop' om maar 'gewoon' door te leven alsof er niets is gebeurd? Bovendien blijkt uit de houding van de kerken tot nu toe dat men slechts aarzelend het anti-Judaïsme loslaat. Want anders zouden de. kerken voor 100% solidariteit betonen met alle joden waar ook ter wereld. Dat betekent natuurlijk niet dat we dan met alles wat Israël onderneemt, moeten instemmen. Het is eigenlijk triest dat dit nog gezegd moet worden, want dit is toch vanzelfsprekend.
De Nederlandse regering tracht schoorvoetend de schuld tegenover de joodse Nederlanders bespreekbaar te maken en probeert hun genoegdoening te schenken. Ook de effectenhandel spreekt over schuld en is bereid om te pogen iets van het door de joden geleden onrecht op financieel gebied enigszins te herstellen. Onze huidige regering en de effectenhandelaren van nu hebben tijdens en na de oorlog tegenover de joden geen fouten gemaakt .omdat ze toen nog kinderen waren of nog niet geboren waren. Maar ze hebben allen begrepen dat we ons niet 'zo maar' van de fouten in het verleden gemaakt, kunnen afmaken. Het dringt in de kerken kennelijk niet door dat de christenheid een vloek over zichzelf heeft uitgeroepen door Israël eeuwenlang te vervloeken. Waarom smeken we de Eeuwige niet om ons daarvan te verlossen? Maar dat kan alleen oprecht zijn als dit gepaard gaat met eerlijke boetedoening en een voluit positieve instelling tegenover het joodse volk. De boeteviering waarvoor ik pleit, zou - naar mijn idee - door de synode aan de gemeenten dringend gevraagd moeten worden nadat eerst in de vergadering van de synode deze boetedoening voor Gods aangezicht eerlijk is uitgesproken. Op een speciale zondag zou in alle SoW-gemeenten een korte boodschap over deze boete dienen te worden voorgelezen. Aan de voorgangers behoort verzocht te worden om in de prediking uit te gaan van Genesis 12: Ik ben gaarne bereid om een preekschets over dit gedeelte voor dit doel te schrijven. Als de meest geschikte zondag zou die genoemd kunnen worden, die volgt op de Jom Hasjoa, de dag waarop de joden overal ter wereld, de vernietiging van hun zes miljoen mede-joden gedenken. In 2000 valt de Jom Hasjoa op 2 mei. Op zondag 7 mei zou dan deze boeteviering in alle SoW-gemeenten tegenover God en de joden uitgesproken mogen worden. Waarschijnlijk is deze datum niet haalbaar, tenzij u als synode spoedig hierover een besluit wilt nemen. Mocht 7 mei toch niet haalbaar zijn, dan zou aan de zondag na de Grote Verzoendag in het najaar gedacht kunnen worden als een geschikte datum voor deze boeteviering.
Het is uiteraard mede de taak van u als synode om aan de joodse gemeenten in Nederland en aan de ambassade van Israël de tekst van de boetedoening te doen toekomen. Land en volk van Israël zijn diep verbonden, ze kunnen niet van elkaar los gemaakt worden. Jezus heeft er zelf in Matth. 5: 23 vv. bijzonder duidelijk op gewezen dat we pas eerlijk tegenover de Allerhoogste kunnen staan als we ons eerst met onze medemens hebben verzoend. Mag ik een ernstig beroep doen op u allen om spoedig een besluit te nemen zodat de christenheid vergeving van de Eeuwige, de Vader van Jezus Christus mag ontvangen en verlost mag worden van de vloek die zij over zichzelf heeft uitgeroepen? Zoals reeds in mijn eerste brief vermeld, ben ik gaarne bereid deze boeteviering mondeling ter synode toe te lichten.
In broederlijke verbondenheid,
Dr. Willem Samuel Duvekot
De Muinck Keizerlaan 13
3555 JT Utrecht
P.S. Men zie verder de gedachtewisseling hierover tussen dr. Duvekot en ondergetekende in de Waarheidsvriend van 20 januari (Globaal bekeken) en 17 februari (Ingezonden).
J. v. d. Graaf
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 februari 2000
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 februari 2000
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's