De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De prediking in de context van de stad (3)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De prediking in de context van de stad (3)

9 minuten leestijd

Introductie
Dinsdagmiddag 12.00 uur. Vlak voordat ik deze inleiding op het scherm ga zetten, ga ik nog even eten in de kantine van het IISG: het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis in Amsterdam-Oost. Een plek waar ik me regelmatig terugtrek om rustig te kunnen studeren. Terwijl ik daar m'n brood opeet blader ik altijd een of ander blaadje door dat daar ligt. Dit keer de Uitkrant van Amsterdam. Het januarinummer. De volledige culturele maandagenda van Amsterdam: 80 pagina's dik: films, theater, concerten, dans, cabaret, lezingen, tentoonstellingen, galeries... Honderden gelegenheden waar mensen voor uitgenodigd worden: ouderen, jongeren, kinderen.
En terwijl ik voor het eten de ene poging na de andere zag mislukken om dit verhaal vanmiddag te openen wist ik het nu: hiermee begin ik. De prediking in de context van de stad. Zondagmorgen 10.00 uur: ik mag voorgaan in de Noorder. Maar het is één van de honderden plekken in de stad waar iets gebeurt. De meeste Amsterdammers weten niet eens dat daar iets gebeurt, laat staan wat er gebeurt. De meesten slapen nog.

De context
De prediking in de context van de stad. Ik vat het onderwerp vanmiddag als volgt op: maakt het uit waar je preekt? Speelt de locatie een rol bij de verkondiging? Doet de context mee, de setting waarin je je bevindt? Je zou die vraag natuurlijk rustig met nee kunnen beantwoorden. Overal is de mens immers een vijand van Gods genade en voor ieder mens, ongeacht waar hij of zij woont, geldt hetzelfde: hij moet wederom geboren worden. Punt uit. Nu ga ik er ook vanuit dat een mens 'wederom geboren moet worden' en ik ben er ook diep van overtuigd dat ieder mens een 'vijand van Gods genade' is. Maar ik ben er niet van overtuigd dat dat voortdurend gezegd moet worden los van de werkelijkheid waarin je staat. Gij moet wederom geboren worden; dat zegt Jezus in het gesprek met Nicodemus.
Jezus kent Nicodemus. In de ontmoeting komt de wedergeboorte ter sprake. De prediking en de context. Los van de context gaat de prediking een eigen leven leiden. De prediker ook trouwens. De prediking is dan alleen nog maar het middel om bijv. de boze, vijandelijke context te bestraffen en te beoordelen. (In Amsterdam niet zo moeilijk trouwens...) Maar het gebeurt zonder dat die context 'ontmoet' is. Zonder dat er een 'gesprek' heeft plaatsgevonden.

Voorbeelden
Ik moet toegeven dat ik dit zelf best een moeilijk punt vind. Je ziet de werkelijkheid van het kwaad. Een jonge vrouw die bij het pontje over het IJ tegen een man zegt: ik wil dit niet. Ze bedoelt waarschijnlijk: dit getippel. Je fietst richting huis na afloop van de catechisatie. De straat waar je altijd doorheen rijdt wordt afgesloten. Politieauto's rijden af en aan. Een busje van de ME rijdt langs je heen: schietpartij! Na afloop van een avondmaalsdienst: je staat voor het stoplicht te wachten bij het Centraal Museum. een toerist komt naar je toe: do you know the sex-museum? No! Je ruikt voortdurend de geur van weed als je door bepaalde straten fietst. Je ziet het kwaad, de ellende. Toeristen die het Red Light District gaan bezoeken. De prediking in de context. Het grote gevaar om moralistisch te worden: Tsjonge, wat een zooitje.

De wet
Ondertussen kom je er als prediker wel steeds meer achter hoe ontzettend wijs het gebod van God is. Hoe belangrijk het is dat juist in deze context de wet klinkt, de Tien Geboden! Ontzettend actueel. Alleen dan niet de wet in handen van de Farizeeër die zegt: ik dank u dat ik niet ben als .... maar de wet in handen van Christus zoals de catechismus dat zo schitterend doet in zondag 2. De wet in handen van Christus. Wet en Evangelie. De prediking en de context. Een confrontatie dus. Zeker. Maar het doet ook iets met jou zelf als prediker.

En toch
Ik probeer dat duidelijk te maken. Toen ik net een paar maanden in Amsterdam was ging ik op Goede Vrijdag 's avonds naar de Noorder. Met m'n togakoffer achterop fietste ik door de Damstraat richting de Dam. Het straatje was tjokvol. Ik kon amper fietsen. Toeristen, overal vandaan, de paasdagen in Amsterdam doorbrengend. Stappen. Uitgaan. En toen ik daar reed dacht ik: wat ga ik eigenlijk doen? Preken? Dat Jezus Christus gestorven is op Golgotha? Waar slaat dat op? Het slaat toch helemaal nergens op wat jij nu gaat doen. Absoluut niet relevant. In de kerk ontmoette ik de gemeente. We zongen Psalm 22. Het is waar, dacht ik. Het is echt waar. Om in deze context bijv. de twaalf artikelen te lezen, inderdaad, dat is met recht een geloofsbelijdenis.

Herkenbaar? !
Nu kan ik me zo voorstellen dat u dit verhaal aanhoort en denkt: ach, dat staat ver bij me vandaan. Laat die twee jongens hun verhaal maar even doen. Dat lucht ze zeker wel even op; kunnen ze erna er weer tegen aan. Dank u. Een ander denkt misschien: ik herken heel veel van wat jullie ter sprake brengen: is er nu werkelijk zoveel verschil tussen jullie en onze situatie? Op die laatste lijn wil ik doorgaan en daarom zijn we er ook vanmiddag mee bezig. Prediking in de context van de stad. De context van de stad wordt voor ons allen steeds herkenbaarder. Iemand noemde Nederland onlangs een dunbevolkte stad. Door de enorme bevolkingsgroei neemt wereldwijd de verstedelijking trouwens enorm toe.

Verstedelijking
De verstedelijking op dit moment wordt door deskundigen de 'grootste massamigratie uit de menselijke geschiedenis' genoemd. Citaat: in 1900 woonde over de hele wereld gerekend, naar schatting één op de 20 mensen in een stad. Tegenwoordig is dat één op de vijf en in het jaar 2020 zullen drie van elke vier mensen stedeling zijn. De verstedelijking neemt toe. Maar in de steden neemt tegelijkertijd de onkerkelijkheid het meest toe. Aangrijpend. Prof. Jonker schrijft: Nietzsches geest waart des zondagsmorgens door de lege straten van de grote steden. In een Amerikaans boek las ik: er is geen beter middel om 'city pastors' te ontmoedigen en het gevoel te geven van te falen dan met statistieken op de proppen te komen. Wat is de bedoeling van die getallen?

Getallen
Ik herinner mij een samenkomst jaren geleden op het seminarie: ik heb zoveel catechisanten zei de ene predikant. Ik heb er zoveel, zei de ander (meer uiteraard); een derde had nog een hoger getal. Toen vroeg een ander: hoeveel heb je er niet?! En toen werd het stil. Hoeveel heb je er niet?! Nu geven de getallen t.a.v. de stad aan dat de kerk inderdaad een krimpende minderheid aan het worden is. Jammer, maar ja, dan maar uitwijken naar beter viswater? Wacht, zojuist bracht ik naar voren dat de verstedelijking toeneemt. De steden vaarwel zeggen betekent dat we als christenen grote delen van de mensheid afschrijven. Aan hun lot overlaten. De steden. Juist daar is het christendom toch begonnen..

De stad
Het Latijnse woordje voor heiden (paganus) betekent oorspronkelijk: plattelander/niet-stedeling. Als we over het boek Handelingen preken brengen wij het toch zo ontroerend naar voren dat het Evangelie van Jeruzalem naar Rome is gegaan. Juist in enorme wereldsteden: Antiochië, Efeze, Corinthe... is het christendom begonnen. En de 16e-eeuwse Reformatie: was dat niet bij uitstek een stadsreformatie: Zwingli in Zürich, Oecolampadius in Bazel, Bucer in Straatsburg. Calvijn waarderen wij vanwege zijn theocratische allure. Maar zijn theocratische ideaal trachtte hij te verwezenlijken door de stad Genève te brengen onder de gehoorzaamheid van het Woord Gods. De stad en de kerk hebben elkaar nodig.

Persoonlijkheid
In het Oude Testament worden steden vaak als personen aangesproken. Een stad heeft een persoonlijkheid, is een levend organisme. Je merkt: in iedere stad hangt een bepaalde sfeer. Iedere stad heeft een eigen karakter. Iedere stad heeft ook een eigen verleden. Een eigen geschiedenis. En die geschiedenis doet mee in het heden. De prediking in de context van de stad. Juist om de prediking te laten landen is het nodig om de stad te kennen. Amsterdam bijv.: eeuwenlang de stad geweest van de tolerantie. Een toevluchtsoord voor velen. Dat tolerante zit er nog in. Als je soms iets naar voren brengt dan krijg je als antwoord: ja maar, dit is Amsterdam. In een van zijn boeken laat Mulisch de hoofdfiguur zeggen: ja hij woont in Nederland. Ik woon in Amsterdam...!
Eeuwenlang heeft Amsterdam de strijd gevoerd tegen het water. Het heeft de vechtersmentaliteit van de stad bepaald. Ze schelden elkaar uit voor van alles en nog wat en even later drinken ze samen een kopje koffie. De stad: een persoonlijkheid. Een karakter. In de prediking gaat het eromm dat karakter te kennen en erop in te spelen. Kennis van de context is enorm belangrijk.

Geestelijke strijd
I
k ga nog een stap verder: wordt er juist  t.a.v. de steden geen geestelijke strijd gestreden? De geestelijke boosheden die in de lucht zijn, manifesteren zij zich juist niet in de steden? Daar worden toch de trends opgestart en nieuwe ideeën gelanceerd. De steden zijn toch de grote culturele doorvoerhavens naar het achterland. De steden zijn toch de laboratoria van de mensheid. Hier wordt toch geëxperimenteerd. In Amsterdam bijv. moet toch alles kunnen, geen enkel taboe? Toevallig? Of zit daar iets achter? Is satan juist bezig om de stad kapot te maken? Je voelt het soms als je door bepaalde straten gaat: hier hangt iets, de blik in de ogen van de mensen: leeg, ziek! Te weinig buitenlucht? Te weinig groen? Te veel lawaai? Ik denk dat er machten in het spel zijn, machten die de etad térroriseren.

Gebed
De prediking in de context van de stad. Dat betekent onder andere: deze machten benoemen. Je in deze strijd mengen! Positie kiezen. Kleur bekennen! Bidden! Voor de stad! Om bevrijding! Om verlossing. Je bidt maar niet alleen of jouw gemeente nog kan blijven functioneren. Dat ook natuurlijk. Maar het gaat verder, dieper, breder! Heere God, genees de stad. Bevrijd de stad!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 februari 2000

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

De prediking in de context van de stad (3)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 februari 2000

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's