Nijkerkse beroeringen
Ingezonden
Met belangstelling nam ik kennis van de bespreking van 'Nieuwkerk, een lichtbaken op de Veluwe' van drs. J. Fekkes in de Waarheidsvriend van donderdag 10 februari. Vooral de passage 'Beroerten of opwekking' waarin de recensent dominee H. Veldhuizen heldere lijnen trekt en indringende vragen stelt, trok mijn aandacht. Dat deed mij teruggrijpen naar de gedegen studie van drs. A. P. B. van Meeteren 'Het ruysschen als de Libanon' waarin hij de Bleskensgraafse variant van de Nijkerker beroeringen analyseerde. Van Meeteren draagt diverse mogelijkheden aan als verklaring voor de bijzondere gebeurtenissen.
De vragen die ds. Veldhuizen in zijn bespreking stelt wijzen ook op de door Van Meeteren genoemde sociale psychologie als mogelijke verklaring. Veldhuizen schrijft: 'De vraag kwam bij mij op of we, met onderstreping van wat God gaf in de krachtige werking van Zijn Geest in Nijkerk, als we de verschijnselen zien, toch niet moeten denken aan een psychologische verklaring. Waar is werkelijk sprake van het werk van de Heilige Geest en waar is sprake van menselijke geest en eventueel menselijk vlees? ' Ik wil dit illustreren met wat ik eens over ds. B. Moorrees las. Bernardus Moorrees was in de eerste helft van de negentiende eeuw predikant te Lage Vuursche, Bovenkarspel, Wijk bij Heusden, Nijkerk (!) en ten slotte voor de tweede maal te Wijk. Hij was een exponent van de gereformeerde theologie en prediking in de hervormde kerk van die tijd. Tot twee maal toe werd hij de opvolger van ds. D. A. Detmar, ook onverdacht gereformeerd, die door zijn meer emotionele en subjectieve prediking veel mensen tot beroering en tranen bracht. Moorrees zelf schrijft daar uitvoerig over m.b.t. zijn eerste verblijf in Wijk, 1815-1816:
'Ik vond hier verscheidene kundige en beproefde Christenen en vele heilbegerige zielen, die open ooren en harten hadden om onderwijs en besturing te ontvangen, maar tevens diep onkundig waren ten aanzien van het Evangelie en van den waren aard van het geloof. Deze laatsten spraken allen van gestalten en werkzaamheden, alsof die Christus zelf en daarin de gronden van geloof en hoop te vinden waren. Bovendien waren deze gestalten en werkzaamheden soms van zoo weinig betekenis, dat men er niets wezenlijks in ontdekken kon. Maar vooral trof ik hier hetzelfde verschijnsel aan, dat ik aan De Vuursche had opgemerkt en waarmede ik zoo jammerlijk teleurgesteld was, namelijk hartstochtelijke vervoering. Dominee Detmar had hier acht jaren gepredikt, en zijn hartstochtelijke predikwijze had hier veel beweging veroorzaakt, zodat er vele menschen waren, die opgewekt schenen te zijn en zich voor heel of half bekeerd hielden.'
Alhoewel Moorrees aan de tweede Wijkse periode in zijn levensbeschrijving zelf niet is toegekomen, neemt hij daar een paar bladzijden verder vast een voorschotje op als over zijn tweede ambtsbediening daar (1831-1851) herinnerd aan de eerste:
'Maar zult gij vragen, hoe ging het met dien hartstochtelijken godsdienst van die onder Detmar opgewekte menschen? Ik bleef te korten tijd in deze gemeente (de eerste keer H.M.) om er de uitkomsten volledig van te zien. De gezelschappen bleven gedurende mijn verblijf alhier in stand, maar het aanhoudend schreien in de kerk hield op, en ik vernam van de meesten hunner weinig van den godsdienst, ofschoon ik met hen in den besten verstandhouding bleef; doch bij mijnen terugkeer in deze gemeente was er een tijd van vijftien jaren verloopen, en toen vond ik niemand meer, die zich bij de vromen voegde; zij leefden toen geheel zorgeloos en ongevoelig, als zonder God in de wereld. Ziedaar eene herhaalde ondervinding, door mij als leeraar verkregen, hoe weinig rekening men op die hartstochtelijke vervoering maken kan, indien er niet iets anders, iets van God bij komt.' (Uit: Bekeering en eerste levensjaren van wijlen den weleerw. zeer geleerden heer B. Moorrees.)
Interessant detail is verder dat ds. Moorrees tussen de beide Wijkse bedieningen, predikant te Nijkerk. is geweest. Zijn verblijf daar viel zestig tot zeventig jaar na de daar plaatsgevonden beroeringen. In zijn levensbeschrijving is hij zelf niet toegekomen aan de Nijkerkse periode. Zijn neef, W. J. Geselschap, die zijn autobiografie afmaakt, refereert wel aan de beweging van 1752, met name in een verband met een geestelijke opwekking in 1821 onder de prediking van Moorrees en zijn Nijkerkse collega Schoonderbeek. Maar ook in deze bewogen dagen, als de Nijkerkse kerk de mensen niet kan bevatten en velen zich naar de pastorieën begaven om onderricht in de weg des heils, behoudt ds. Moorrees zijn nuchterheid. Hij schrijft in een in 1835 uitgegeven leerrede over de algenoegzaamheid van Christus:
'Ik heb ruim veertien jaren in de belangrijke en mij onvergetelijke gemeente van Nijkerk op de Veluwe gearbeid, eene godsdienstige opwekking bijgewoond, die de gehele gemeente bijna in beweging bragt; ik heb het onderscheid tusschen hartstochtelijke opwinding en godsdienstige geestdrift leren kennen, zoo als het van achteren kenbaar wordt en tusschen het ware werk der Heiligen Geestes.' (Uit: 'Zij die bleven', W. van Gorsel en H. Harkema.)
Daarom moeten wij ook bij het verschijnen van publicaties over deze gebeurtenissen voorzichtig blijven. Naar twee zijden: niet het werk van de Geest beoordelen als 'de anderen' (Hand. 2: 18) maar ook niet te snel iemand of iets 'de handen opleggen' (1 Tim. 5: 22). Want openbaart de Geest Zich meestentijds niet in het zachte suizen van de wind, en
'... daar in 't verborgen wordt geboren
waarvan wij het geluid slechts horen.'
Bleskensgraf Hans Mouthaan
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 februari 2000
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 februari 2000
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's