De Pinkstergeest en het leven van de prediker
De Pinkstergeest en het leven (2)
De eerste vraag die wij aan onszelf moeten stellen, moet zijn: wat bezielt mij eigenlijk?
Wat zijn mijn diepste motieven, wanneer ik de preekstoel beklim en al het andere werk in de gemeente verricht? Door welke 'geest' laat ik mij aansturen?
In zondag 38 van de Heidelbergse Catechismus staat, dat ik de Heere door Zijn Heilige Geest in mij moeten laten werken. Dat sluit naadloos aan bij al die woorden van het Nieuwe Testament die spreken over:
- vervuld worden met de Geest
- wandelen door de Geest
- bidden door de Geest
- geleid worden door de Geest
De Pinkstergeest en het leven aan de orde stellen in de prediking voor de gemeente veronderstelt radicaal discipelschap van de prediker. Dat wij geen trendvolgers maar navolgers van God en van Christus zullen zijn!
'Wie tennist moet de ogen op de bal gericht houden' (Packer).
Wie het Evangelie predikt moet voortdurend het oog op Christus gevestigd houden. De Geest wil Christus in ons leven present stellen. Zo kon Paulus, gedreven door de Pinkstergeest zeggen: 'Het heeft God behaagt Zijn Zoon in mij te openbaren'.
De vraag is hier niet: heb ik de Heilige Geest ontvangen?, want die ontvingen wij toen wij tot geloof kwamen. Maar heeft de Heilige Geest mij? Heeft Hij mijn hele hart of bedroef ik Hem misschien ergens mee.
Wij kunnen door een bepaalde zonde of verkeerde 'domineesattitude' een sta-in-de-weg zijn voor de Geest, Die door ons tot de gemeente wil spreken.'
De eigengereidheid en zelfzuchtigheid kan ons lelijk parten spelen. En de gemeente voelt dat haarscherp aan. Of we er staan voor onszelf of voor de Ander!
Zelfonderzoek door ons als verkondigers van het Evangelie is voorwaarde nr, 1 om het leven van de Geest te vertolken. Daarbij is de vraag essentieel: Wat heeft het Woord Van God mij zelf gedaan?Is er bij mijzelf ook sprake van geestelijke groei?
Hoe is op dit moment mijn omgang met God?
Hoe is het met mijn zelfzucht?
Wil ik mensen behagen of behaag ik God?
Scherpstellen
Deze vragen zouden we kunnen zien als het scherpstellen van een diaprojector... Om het plaatje van de heiliging van het leven, dat wij de gemeente voorhouden, helder te krijgen, moet ik het voor mezelf ook helder hebben: wat wil God van mij?
Dat brengt een persoonlijke geestelijke strijd met Zich mee. Maar dat is niet verkeerd. De gemeente merkt dat!
Zij voelt haarscherp aan of wij het met onszelf getroffen hebben, of dat we het ook zélf ervaren, dat het je reinste genade is dat je verbi Divini minister mag zijn.
Jezelf kwetsbaar opstellen heet dat. Zeg maar eens, dat je het zelf ook vaak moeilijk vindt om bij de les te blijven! Niet om onze eigen strijd en twijfels te etaleren. Maar wel om echt te zijn,
'Het is niet voldoende in de preek vaak "ik" te zéggen, maar om "ik" te zijn' (J. Thomas in: Homiletische hulplijnen, pag. 92).
Wij zullen het Evangelie dan ook niet verkondigen naar de zin en mening van de Geest, als wij niet geleerd hebben het Evangelie aan onszelf te verkondigen en dat telkens weer doen (J. Bridge, Inzet en genade).
De praktische geest van Voetius verloochende zich ook hier niet, dat hij de predikanten bovenal voorhield dagelijks de Heilige Schrift te lezen, eigen geweten en toestand van de gemeente te raadplegen (H. Jonker: En toch preken, p. 113)
Tijd verstaan
Daartoe is ook nodig, dat wij onze eigen tijd verstaan.
De Geest stelt Christus present in de cultuur en leefwereld waarin wij ons bevinden. De Geest van Pinksteren wil eenieder het Evangelie verkondigen in hun eigen taal. Daarom moeten wij de taal van onze eigen tijd kennen en, zo mogelijk, spreken.
Zo stonden ook de profeten van de oude dag in hun eigen tijd en gaven soms in zeer klare en krachtige taal, die voor iedereen verstaanbaar was, leiding aan de qahal JHWH.
Dat brengt ons bij het derde en laatste punt.
De Pinkstergeest en het leven van de gemeente
Je zou de gemeente de eerste vrucht kunnen noemen van de Pinkstergeest. De Handelingen van de Apostelen legt daar, getuigenis van af.
In zijn studie Creatura Verbi heeft Noordegraaf dat op wetenschappelijke wijze voor het voetlicht gebracht. 'Alzo wies het Woord...'
In een hoofdstuk 'de Heilige Geest en de gemeente' schrijft hij: 'Telkens laat Lukas zien hoe de Heilige Geest de kracht is achter het werk van verkondiging en gemeentevorming' (pag. 180).
In datzelfde bijbelboek de Handelingen komen ook verscheidene andere aspecten van de werking van de Pinkstergeest in de gemeente naar voren. Alle gelovigen delen in de gave van de Geest. De Geest neemt permanent het leven van de gelovigen in bezit en stuwt hen tot de activiteit om de oude mens te doden en de nieuwe mens aan te doen.
De Geest van Pinksteren is de bewerker van de blijdschap van het geloven, zodat het leven met Christus ons een lieve lust wordt (Hand. 8: 39; 13: 52; vgl. Gal. 5: 22).
Elders heet dit de vertroosting van de Heilige Geest (Hand 9: 31).
De Geest geeft leiding aan de opbouw van de gemeente en stelt onder kritiek wat het leven van de gelovigen kan schaden (zie bv. 1 Kor. 6: 12 e.v.).
De ambtsdragersvergadering in Jeruzalem is een sprekend voorbeeld van de concrete bemoeienis van de Heilige Geest met de gemeente (Hand 15).
Noordegraaf wijst er in zijn studie op, dat de aandacht voor het gemeenteleven, haar opbouw, haar gebed en levenswandel onder de aandrift van en als vrucht van de Geest een missionaire spits heeft.
De heiliging van het leven is geen doel op zichzelf, het gaat niet om de unio mystica cum Christo, maar de Geest stelt zich op de regel van de praxis piëtatis. Wat Paulus in de Timotheusbrief de 'godzaligheid' noemt, Godsvrucht vanuit de Godsvreze.
Ook - en met name in deze postmoderne tijd- zullen we deze oude term opnieuw moeten aanleren en daar concreet invulling aan geven.
De Geest wil Christus op de troon van ons hart hebben. Hij Zelf vertegenwoordigt Christus in ons. Zo werkt Hij niet alleen de geloofszekerheid en overtuiging dat we kinderen van God zijn. Maar Hij maakt ook van harte gewillig en bereid om voor Hem te leven; om te wandelen door de Geest en niet te volbrengen de begeerlijkheden van het vlees. Dat werkt ook door in ons koopgedrag en stelt ons streven naar macht en aanzien aan de kaak; ook in de kerk!
Maar die van Christus zijn, hebben het vlees gekruist met de bewegingen en. begeerlijkheden. Indien wij dan door de Geest leven, zo laat ons ook door de Geest wandelen....
Handvatten
Allerwege klinkt de roep om aan de prediking handen en voeten te geven. Dat is een legitieme vraag. Jongeren in de gemeente verlangen naar een stuk duidelijkheid. Een groepje jongeren stelde de vraag om eens uit de spreuken te preken. Zij zoeken handvatten om hun weerbaarheid te vergroten. Op school en op de sportclub.
Zulke vragen van jongeren moeten ons toch intens blij maken, omdat ze een uiting zijn van het verlangen om in deze tijd christen te zijn. Geloven, wat is dat? Hoe doe je dat? Wat is bidden en hoe krijg je dan omgang met God? Hoe kun je God in deze tijd en hoe kan ik Hem in mijn leven ervaren?
Preken waarin hiervoor handvatten aangereikt worden, spreken jongeren en ook ouderen dan ook vaak het meeste aan. Dat hoeft niet ten koste te gaan van de existentiële vraag: 'Hoe krijg ik een genadig God?'
Juist door het serieus nemen van de vragen van deze tijd - waartoe ook de 'zinvragen' behoren, kan de ruimte ontstaan voor de vraag 'van de andere kant': wie ben ik nu voor God? En hoe kom ik met Hem in het reine?
Actuele prediking is een prediking waarbij de gemeente het gevoel krijgt: het gaat inderdaad over ons leven. Het gaat over mijn leven. De hoorders mogen van de preek verwachten, dat zij (verder) op weg geholpen zullen worden in de beantwoording van de vragen waarmee zij dagelijks geconfronteerd worden.
Ik zeg niet dat dat de enige verwachting moet zijn. Maar het is wel een legitiem verlangen.
Concrete vreugden en moeilijkheden in het werk en in gezin houden mensen bezig, en gaan mee de kerk in. De gedachten aan een zieke of een stervende. Gevoelens van droefheid en eenzaamheid.
Het zijn even zovele concrete bevindingen waarin het Woord van God richting, vertroosting en/of vermaning kan geven.
Heiliging van het leven komt ook uit: hoe wij omgaan met pijn, teleurstellingen in het leven en verdriet.
Aanstoot
Maar door de dingen in de preek concreet te benoemen kan ook ergernis ontstaan. 'Preek heeft in de kern altijd iets van een vinger Gods die naar ons wijst' (Bijlsma, De preek, p. 56). Bijlsma noemt dat de 'existentiële ergernis'.
De uitkomst van zorgvuldige exegese kan wel eens haaks komen staan op het alledaagse leven zoals wij dat leven. Het Evangelie houdt ons immers voor, dat wij de gehoorzaamheid van de goden van de tijd opzeggen. Materialisme en individualisme worden aan de kaak gesteld en de Geest voelt ons met het ontdekkend Woord geducht aan de tand. God is een heilig God en Hij verdraagt niet, dat wij alleen voor onszelf zullen leven. De profeet Amos doet daar een boekje over open. Maar ook de Bergrede van Jezus en vele passages van de apostolische brieven.
De kwestie is dan ook niet of de preek mooi is of niet; of wij het er mee ééns zijn of niet, maar dat de gemeente ervaart dat het ergens op slaat.
De Pïnkstergeest wijst de blokkades aan in ons leven, die de goede verhouding met God in de weg staan. Hij werkt ook aan het wegwerken daarvan, maar geeft ons ook onze eigen verantwoordelijkheid in dezen te verstaan.
De Geest is ijverzuchtig (Jak. 4: 5). Hij is heilig jaloers om de eer van Zijn naam. De door de Geest doorgloeide preek zet ons zo in het proces van strijd tegen de machten en tegen de begeerte van ons eigen vlees.
'De preek verlangt niet minder dan dat wij ons gewonnen geven aan de hele Christus in zijn profetisch, priesterlijk en koninklijk ambt. Dat is de scopus van de Pinkstergeest. Zo groeit in de gemeente ook de vrucht van de Geest. Offerbereidheid, zachtmoedigheid, vergevingsgezindheid en matigheid komen aan het licht
Zo gaan we het gelijk van het Evangelie over ons leven erkennen en zal de Geest ons in alle waarheid leiden.
Apeldoorn A. Visser
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 maart 2000
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 maart 2000
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's