As als symbool van schuld
Het is begonnen met het laatste boek van ds. H. J. Hegger Een in de levende Christus. Jaren geleden kreeg ds. Hegger bekendheid met zijn boeken Mijn weg naar het licht en Moeder ik klaag u aan, waarin hij zijn overgang van Rome naar De Reformatie verwoordde en zijn positie tegenover Rome als protestant aangaf. Hij kreeg later verdere bekendheid door zijn werk voor de stichting In de rechte straat, waarin hij scherp stelling nam tegen het pauselijk instituut, waarvan hij afscheid had genomen. In zijn laatste boek is zijn oordeel over de Rooms Katholieke Kerk veel milder. Hij pleit zelfs voor wederzijdse schuldbelijdenis van 'Rome' en 'De reformatie'.
In het laatste nummer van 'In de rechte straat' legt Hegger in kort bestek uit waarom zijn houding tegenover Rome is veranderd. Nadat hij nog eens kort heeft geschetst waarom hij vroeger zo fel was, zoekt hij nu 'het goede bij Rome'. Hij schrijft over 'de geestelijke rijkdommen', die r.-k. schrijvers ons hebben nagelaten en merkt daarbij op, dat ook de schrijvers van de Nadere Reformatie *behoorlijk wat citeren uit de nalatenschap van r.-k. vromen'. Daarbij noemt hij met name Bernardus van Clairvaux, hoewel deze 'een vurige Mariavereerder' was, en Thomas à Kempis, hoewel het vierde deel van diens Navolging 'één groot loflied is op de r.-k. mis'.
De belangrijkste reden voor zijn veranderde houding is echter, dat hij bij het protestantisme ook, zij het in andere vormen, vond wat hij jarenlang in de R.-K. Kerk hekelde. Hij verwoordt dat in vijf punten.
Ook hier de Schrift èn de (eigen) traditie, bijvoorbeeld 'de bevinding van Gods volk'.
Ook hier, naast de genade, grond voor de zaligheid in eigen beleving, bijvoorbeeld berouw buiten Christus om.
Ook hier heilsonzekerheid of verkeerde gronden voor heilszekerheid.
Ook hier het gezag van synode, kerkenraad of 'een ouderling' in plaats van het gezag van Christus alleen.
Ook hier de weigering zich opnieuw te laten hervormen: 'eenmaal gereformeerd, altijd gereformeerd'.
Toen hij dat ontdekt had vond hij, dat hij niet meer eerlijk bezig was wanneer hij 'diezelfde dwalingen' wel bij Rome bestreed maar niet bij het protestantisme, waarvan hij overigens de geestelijke rijkdom die hij er vond voor geen geld had willen missen.
As
Andries Knevel vond in de oproep van ds. Hegger tot wederzijdse schuldbelijdenis aanleiding om in zijn televisieprogramma Het elfde uur kardinaal Simonis te vragen of deze bereid was met dr. B. Plaisier, als vertegenwoordiger van de Nederlandse Hervormde Kerk, op (de rooms katholieke) aswoensdag het ritueel te voltrekken om as op eikaars hoofd te strooien, als teken van schuldbelijdenis en verootmoediging. Nu is as, namelijk van verbrande dieren, zeker een teken van schuld en verootmoediging (Lev. 4: 12). Abraham sprak de bekende woorden, dat hij zich onderwond om tot God te naderen, hoewel hij stof en as was (Gen. 18: 27). Het zitten in zak en as kent de Schrift als houding van schuldbesef, rouw eri verootmoediging (Est. .4: 3, Job 2: 8, Jes. 53: 5). Slechts eenmaal lezen we echter van het strooien van as op het hoofd maar dan niet op dat van de ander. Thamar strooide as op haar eigen hoofd, nadat ze door haar broer Amnon was verkracht (2 Sam. 13: 19).
Knevel knoopte intussen aan bij de puur roomse aswoensdag om het element van schuldbelijdenis tot uitdrukking te brengen. Ik schrijf 'puur rooms'. Op de traditionele aswoensdag wordt in (alle? ) kerken en kapellen jaarlijks aan het begin van de vastentijd de bisschoppelijke vastenbrief voorgelezen. Dan is er ook het askruisje op het voorhoofd. Ik las daar letterlijk van (in de verleden tijd overigens): 'De koster had voor de mis oude palmtakjes, die op Palmzondag het jaar ervoor waren gewijd, verbrand en de gitzwarte as ervan op een schaal gelegd. Na de wijding van de as en de besprenkeling ervan met wijwater tekende de pastoor het askruisje met zijn vinger op het voorhoofd van zijn parochianen, de ander wilde zich de vingers niet vies maken zo vlak voor de mis. Die gebruikte een wijnkurk waarin een kruisje was gesneden. Hij stempelde'.
Context
Met dit alles wil slechts gezegd zijn, dat de context, waarin Knevel de schuldbelijdenis van (vertegenwoordigers van) Rome en de Reformatie plaatste, helemaal rooms was. Bovendien besprak hij deze zaak met uitsluitend een vertegenwoordiger van Rome. Het was ook al te kort door de bocht, dat die kerken en bewegingen, die nog voluit in de traditie van de Reformatie (willen) staan, buiten beeld bleven.
Hoe ging het verder? Kardinaal Simonis bleek best bereid om het roomse ritueel op aswoensdag te voltrekken. De volgende dag was het voorpaginanieuws. Vanuit 'de SoW-kerken' werd afwijzend gereageerd. Ook dat kwam in de krant. Het Reformatorisch Dagblad plaatste dat bericht echter on-begrijpelijkerwijs onder de vertekenende kop, dat de SoW-kerken open staan voor Rome. Zo'n opschrift blijft hangen en krijgt vervolgens weer een plek in de beoordeling van 'de SoW-kerken'. Het bericht zelf gaf daar geen aanleiding toe. We weten uiteraard best dat er sprake is van oecumenische gesprekken. En ook, dat tot heden Rome niet onduidelijk daarin ook eigen suprematie laat blijken. Te denken valt aan het huwelijk van prins Maurits. Het bericht zelf echter gaf geen aanleiding tot zo'n uitdagende kop.
Zo maakten de media in enkele dagen intussen wel kerkelijk nieuws. Een kwartiertje televisie maakte pennen en tongen los. Dat was allemaal best voorspelbaar. Via de media kan men ook kerkelijk 'scoren'. Zo worden de kerken van tijd tot tijd overgeleverd aan de grillen van de media.
Belangrijk
Schuld tussen Rome en de Reformatie laat zich niet in een praatprogramma afdoen en zeker ook niet met een goedkoop ritueel. In de loop van de geschiedenis is er best in de onderlinge bejegening van rooms-katholieken en protestanten één en ander aan te wijzen, dat verwerpelijk is: Laat mij van protestantse zijde noemen uitingen van antipapisme, die veel verder gingen en gaan dan wat het woord letterlijk betekent, namelijk het principiële, protestantse verzet tegen de paus (papa) en het pauselijk instituut, dat bovendien ook nog wereldlijke pretenties heeft (het Vaticaan).
Bovendien is het zo, dat ds. Hegger met de feiten, die hij noemt aangaande de ontwikkelingen in protestantse kring, niet helemaal ongelijk heeft. Inderdaad wint de traditie het hier ook vaak van het Woord. Inderdaad heeft zich allerlei kerkelijk gezag genesteld tussen het Woord en de gemeente. En inderdaad is de zekerheid van het geloof, gebaseerd op de vastheid van Gods beloften, door Woord en Geest uitgewerkt in het hart van mensen, niet altijd het kenmerkende geweest van het geestelijk leven in de reformatorische traditie. Maar nergens hebben zulke afwijkingen of vergroeiingen toch een kerkelijke status gekregen?
We zullen ook moeten erkennen, dat er in veel kerken, die van de Reformatie afstammen, afwijking van de reformatorische leer is gekomen. Waar staat de kerk nog op de hoogte van wat in de tijd van de Reformatie werd ontdekt: Sola Scriptura, Sola Gratia, Sola Fide, Solus Christus? Maar willen we de verhouding van Rome en de Reformatie op de rechte wijze in beeld krijgen, dan moeten we niet uitgaan van de praktijk, zeker niet van een vergroeide praktijk, maar van wat kerkelijk wordt beleden en als zodanig is vastgelegd in de kerkelijke documenten, die uit de tijd van de Reformatie stammen.
Reden?
Wij constateren vandaag, dat er rooms-katholieke theologen zijn, die op het punt van; de rechtvaardiging door het geloof dichter naar de Reformatie zijn geschoven. We .constateren ook, dat er theologen zijn voor wie het Schriftberoep wezenlijker is dan de roomse traditie. We constateren ook, dat er vandaag bij sommige roomskatholieke theologen meer waardering voor Luther is als voor nog slechts enkele tientallen jaren. Maar is in de officiële rooms-katholieke leer Trente achterhaald? Zijn de vervloekingen, die op het concilie van Trente over de Reformatie zijn uitgesproken, achterhaald? En is de leer van de genade alleen vandaag de officiële leer bij Rome?
Wanneer Knevel mij de vraag zou hebben gesteld of ik bereid zou zijn jegens Rome schuld te belijden, dan zou mijn antwoord onomwonden 'nee' zijn geweest. Het moet worden toegegeven, dat Knevel zelf, voorzover dat in zo'n kort bestek mogelijk was, kardinaal Simonis fundamenteel heeft bevraagd op het punt van de rechtvaardiging door het geloof, vanuit onvervalst protestantse visie. De verschillen bleven recht overeind. In het Nederlands Dagblad werd, in een commentaar op de uitzending, daarom terecht verwezen naar een uitspraak van de lutherse hoogleraar K. Zwanepol, die stelde, dat tijdens 'een historische gebeurtenis' in Augsburg vorig jaar, toen vertegenwoordigers van het Vaticaan en van de Lutherse Wereldfederatie een gemeenschappelijke verklaring over de rechtvaardiging ondertekenden, men het niet eens werd over de rechtvaardiging zelf maar over het feit, dat men elkaars interpretatie erkende. 'Genade alleen' is bepaald nog niet de leer van Rome.
Voor wát wilde kardinaal Simonis dan ook eigenlijk as op het hoofd van de hervormde secretaris-generaal strooien?
Conclusie
De moraal van dit verhaal wil zijn, dat het onzes inziens een misser van Knevel was om dit item zo op de buis te brengen. Dit is geen thema, dat in een praatprogramma tot z'n recht kan komen. Het roept ook meer misverstanden op dan het wegneemt. De grote vragen met betrekking tot het geding tussen Rome en de Reformatie zijn bovendien niet te behandelen in het kader van 'de.oecumene van het hart'. Rome en ook de Reformatie hebben kerkelijk beleden en doen dat tot vandaag. De verschillen vallen niet in een simpel televisieprogramma, weg te poetsen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 maart 2000
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 maart 2000
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's