De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Groeien in geloof door dienstbetoon

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Groeien in geloof door dienstbetoon

14 minuten leestijd

'Als we de kerk als gondel beleven, zitten we allemaal rustig als passagiers terwijl er één gondelier is en dat is dan de kerkenraad of de predikant. Maar wanneer de kerk is als een roeiboot, dan roeien we allemaal met de riemen die we hebben.' Dit zei dr. J. Hoek, directeur van de Theologische Hogeschool vanwege de Gereformeerde Bond te Ede tijdens een werkconferentie op 30 oktober 1999. De werkconferentie werd gehouden in Ede naar aanleiding van de scriptie die Aart Peters, diaconaal consulent, schreef als afsluiting van zijn hbo-opleiding theologie aan de Hogeschool Windesheim in Zwolle. Het thema van de scriptie was Groeien in geloof door dienstbetoon.

Voor deze werkconferentie met een diaconale tint waren zo'n 55 predikanten, diakenen en andere belangstellenden naar Ede gekomen om samen in een ontspannen sfeer te luisteren naar de lezingen van de drie gastsprekers: dr. J. Hoek, ds. M. Noorloos en ds. J. Maasland. Na de lezingen ontmoetten de bezoekers elkaar tijdens de lunch. Het middagprogramma bestond uit een drietal workshops naar aanleiding van de lezingen. Tijdens de lunch en de workshops werden veel ervaringen uitgewisseld. Uit een evaluatie na afloop van de conferentie kwamen veel positieve reacties van de deelnemers.

Diaconaat: integraal en specifiek
Onder de titel 'Diaconaat: integraal en specifiek' hield dr. J. Hoek de eerste lezing. Hierin noemde hij het een goede inzet dat Aart Peters Efeze 4 neemt als uitgangspunt voor zijn scriptie. Hoek noemde het een bijzonder inhoudsrijk hoofdstuk waarin de grondtrekken zijn te lezen van wat de christelijke gemeente inhoudt en voorstelt. 'Op indrukwekkende wijze schrijft Paulus daar over de gegeven eenheid van Christus' gemeente, een eenheid die rust op een zevenvoudig fundament.' Deze gave brengt volgens Hoek een opgave met zich mee: elke gelovige is geroepen de eenheid te beleven en daaraan gestalte te geven door met zijn of haar geschonken gaven het geheel van de gemeente te dienen en op te bouwen. In zijn scriptie vult Peters bij het 'werk der bediening' onmiddellijk in; 'tot diaconaal werk dus'. Dat is Hoek te kort door de bocht. 'Je kunt wel zo vertalen, maar dan moet duidelijk zijn dat het Nederlandse begrip "diaconaal" veel breder ingevuld wordt dan gebruikelijk is', aldus Hoek.
Peters reageerde hierop met uit te leggen dat hij als diaconaalconsulent het 'werk der bediening' direct heeft ingevuld met diaconaal werk. Een legitimatie voor de stelling: Groeien in geloof door dienstbetoon was hiermee snel gegeven. 'Hoek vindt het te kort door de bocht. Zoals het er nu staat is dat terecht. Mijn intentie is echter een andere. Diaconie is breder dan alleen armenzorg. Er is sprake van de diaconie van het Woord, de diaconie van het apostelschap, de diaconie van de verzoening en heel breed, diaconie als dienstbetoon door de gemeente, zoals in Openb. 2: 19 staat. Welnu, daar is het mij nu precies om te doen', aldus Peters.

Om aan te tonen dat de gemeente integraal diaconaal is gaf Hoek als voorbeeld het beeld van de kerk als gondel en de kerk als roeiboot. 'Wanneer we de kerk als gondel beleven, zitten we allemaal rustig als passagiers terwijl er maar één gondelier (dat is dan de kerkenraad of de predikant) actief is. Maar wanneer de kerk is als een roeiboot, dan roeien we allemaal mee met de riemen die we hebben. Het gaat om de inzet van de geschonken gaven.' Vanuit deze inzet stemde Hoek geheel in met de grondthese van Peters' scriptie dat geloofsgroei en gemeentegroei alleen mogelijk zijn door dienstbetoon.
'Ik onderschrijf deze invulling als het woord "armen" breed wordt opgevat, zodat het niet alleen materieel armen maar ook "relatie-armen" betreft. Kerkzijn vindt hij, is wezenlijk kerkzijn voor de armen", zegt Hoek. Peters reageert hierop: 'Wanneer je diaconaat breed trekt is het gevaar aanwezig dat kerkvoogden voor bepaalde pastorale taken diaconaal geld willen aanwenden. Diaconaat is niet los verkrijgbaar, maar onderdeel van het totale beleid van de gemeente. Dominees en kerkenraden weten vaak veel te weinig af van diaconaat. Het diaconaat van de gemeente heeft een zeer specifieke functie, namelijk: opkomen voor de armen'.
In haar diaconaat volgt de gemeente volgens Hoek de grote Diaken Jezus Christus na. 'Levend vanuit Zijn dienende liefde, leeft zij zeif in dienende liefde. Voor de dienst van de barmhartigheid wordt vaak gebruik gemaakt van de gelijkenis van de barmhartige Samaritaan. In deze gelijkenis leren we meekijken door de ogen van het slachtoffer. In het voetspoor van de barmhartige Samaritaan, in het voetspoor van de barmhartige Nazerener wordt de gemeente een leesbare brief van Christus, tot eer van God en tot heil van de naaste.'

De taak van de diaken
Als taak van de diakenen ziet Hoek het stimuleren van heel de gemeente tot dienstbetoon. 'Zij nemen dat dus niet van de gemeente over! Zo bepalen zij de gemeente van Christus er steeds opnieuw bij dat zij niet alleen maar op eigen zieleheil uit mag zijn en dat zij ook niet alleen maar naar de hemel onderweg is. Zij draagt immers verantwoordelijkheid voor heel de schepping, voor de politiek en de maatschappij. Deze verantwoordelijkheid komt tot uiting in voorbede, getuigenis en actie. Het is van groot belang dat het via projecten tot echte ontmoetingen komt met de lijdende en hulpbehoevende naaste, om zo inzicht te verwerven in de situaties van "de arme kant van Nederland", bijstandmoeders, kansarmen, mensen die arbeidsongeschikt zijn of langdurig baanloos zijn, verslaafden, gehandicapten, enz. Dan blijven we niet steken in theoretisch denken over de problemen van de wereld, maar gebeurt er opnieuw iets zoals in de gelijkenis van de barmhartige Samaritaan.'
Hoek concludeerde dat Peters terecht een pleidooi voert voor integratie van het diaconaat in het geheel van gemeenteopbouw. 'Het gaat om diaconale doordeseming van het gehele beleid in de gemeente. Diaconaat in de specifieke zin van het woord mag geen geïsoleerd aandachtsgebied zijn voor de gemeente en dus ook geen geïsoleerde paragraaf in het beleidsplan van de gemeente', aldus Hoek.

'Gemeenteopbouw in meervoud'
Ds. Marius Noorloos, adviseur missionair gemeenteopbouw in Gelderland, vindt ook dat barmhartigheid een onderdeel is van gemeenteopbouw^ Hij begon zijn lezing met te memoreren hoezeer gemeenteopbouw sinds enkele tientallen jaren in de belangstelling staat. Toen hij in l959 theologie ging studeren, bestond het vak gemeenteopbouw niet eens. 'De groeiende belangstelling voor gemeenteopbouw heeft wellicht te maken met de pijnlijke, ontdekking dat voor steeds meer mensen de kerk niet langer de moeite waard is.'

Noorloos ging vervolgens kort in op de gemeenteopbouwvisies van dr. Hendriks, dr. Noordegraaf, prof. Christiaan Schwarz en van prof. Te Velde. 'Volgens Hendriks draait het bij opbouw van de gemeente om vijf met elkaar samenhangende factoren: klimaat, leiding, structuur, doelen en bijbehorende taken en identiteit. De identiteit als centrale factor heeft Hendriks vervolgens nader uitgewerkt in zijn boek "Terug naar de kerk". Daarin beschrijft hij als de drievoudige kern of het hart van de kerk: de omgang met God, de gemeenschap met elkaar en de dienst aan de wereld. Deze visie heeft Hendriks nader geconcretiseerd in het boek "De gemeente als herberg". In dit boek draait het gemeenteopbouwproces volgens hem om drie cirkels: de drievoudige kern van de kerk, de maatschappelijke situatie en de mogelijkheden van de plaatselijke gemeenschap. Hij pleit voor een gezamenlijk leerproces. Met elkaar ideeën verzamelen en deze gaandeweg ontwikkelen.'
'In 1988 verscheen van de hand van dr. Noordegraaf een omvangrijk boek over missionair gemeentezijn in een (post)moderne samenleving met als titel "Vijf broden en twee vissen". Kenmerkend voor de visie van dr. Noordegraaf is de nauwe samenhang tussen de opbouw van de gemeente en haar missie. Volgens hem is de omgang en de gemeenschap met Jezus onlosmakelijk verbonden aan de missionaire taak. Leven in de geest van Jezus om van daaruit de mensen buiten de kerk van het nodige te voorzien. Weliswaar hebben christenen niet veel meer te bieden dan "vijf broden en twee vissen", maar dit weinige is volgens Noordegraaf onder Gods zegen voldoende om veel mensen te voeden.'
'Schwarz stelt in zijn boek "Natuurlijke gemeenteontwikkeling volgens de principes die God in de schepping heeft gelegd", dat er in de schepping een groeimechanisme zit dat ook geldt voor de ontwikkeling van de christelijke gemeente. Daarom is het nodig voor de groeizame factoren of de biotische principes van de schepping zoveel mogelijk ruimte te maken. Kenmerkend voor alle levensvormen in Gods schepping is volgens Schwarz dat ze op een of andere manier vrucht dragen.'
'Volgens prof. Te Velde is op basis van de Bijbel en de gereformeerde belijdenis het doel van gemeenteopbouw 'de volmaking in Christus'. Dit doel heeft zes aspecten: kennis van Christus, eenheid in Hem, gemeenschap der heiligen, dienst aan de wereld, eer van God en woonstede van God. Voor deelname aan deze onderdelen van de opbouw van de gemeente worden de gemeenteleden geroepen en toegerust via prediking, catechese, doop en avondmaal, gebed en bijbellezing, opzicht, tucht en barmhartigheid.'
Noorloos vindt de visies van Hendriks en Noordegraaf meest bruikbaar vanwege hun overzichtelijkheid en concreetheid. 'Het zijn goede voorbeelden van praktische theologie. Vanwege hun omvangrijke en ingewikkelde beschouwingen en schema's zijn de visies van Schwarz en Te Velde minder bruikbaar.' Toch vindt Noorloos de visie van Hendriks en Noordegraaf voor het gemiddelde kader en zeker voor de gewone gemeenteleden te moeilijk en dus niet goed toe te passen. Ze moeten verder worden vertaald naar de kerkelijke praktijk op het grondvlak. Zo komt Noorloos terecht bij zijn eigen aanpak, zoals die is ontwikkeld in het project 'Leven uit de Bron'.
Peters noemde Noorloos met hart en ziel een missionair gemeenteopbouwmens. 'Zijn visie en werkwijze heeft hij neergelegd in een nieuw boekje "Leven uit de Bron". Een boekje waar we veel van mogen verwachten, juist vanwege het feit dat Noorloos "de Bron" zo belangrijk vindt.'

Leven uit de Bron
Uitgangspunt voor de visie en werkwijze van Noorloos is de definitie van de gemeente als christelijke geloofsgemeenschap, die wordt gekenmerkt door een drievoudige betrokkenheid: betrokkenheid bij de Heer, betrokkenheid bij elkaar als Zijn leerlingen, betrokkenheid bij Zijn werk in en voor de wereld. Kenmerkend voor deze definitie is dat in alle drie de onderdelen Jezus Christus als Heer van de kerk en de relatie met Hem, centraal staan. Het gaat in het Evangelie en dus in de kerk om: zelf uit de Bron leven; samen uit de Bron leven, anderen uit de Bron laten leven. Noorloos werkt in zijn cursus met zogenaamde bouwstenen die door de deelnemers worden verzameld. In deze verzameling van bouwstenen wordt vervolgens via stemming een volgorde aangebracht. Zo kan er een overzichtelijk en haalbaar beleids- en daarop gebaseerd werkplan worden gemaakt.

Peters permitteerde zich een paar kanttekeningen bij de visie van Noorloos. 'Noorloos vindt de visies van Hendriks en Noordegraaf het meest bruikbaar vanwege hun overzichtelijkheid en hun concreetheid, maar ik ben juist van mening dat Te Velde heel duidelijk vanuit de Bijbel principiële lijnen uitrolt, die het proces van gemeenteopbouw in al haar facetten ondersteunen. Dit is van groot belang voor motivatie en visieontwikkeling. Bij Hendriks krijg ik niet goed duidelijk wat deze bedoelt met zijn slogan: betrokkenheid bij de Heer, elkaar en de wereld. Veronderstelt hij niet te veel kennis en motivatie bij de mensen. Gaat Hendriks ook niet te veel uit van de mens zelf, het menselijke. Het gaat om de zaak, maar welke zaak dan? Gaat het om het heil in Christus, of alleen maar heil zien in een ontmoetingsplek, een herberg waar mensen zich aan elkaar kunnen warmen.' Peters zei ook dat hij Noorloos' uitwerking van de definitie persoonlijke betrokkenheid met Hem, samen bij Hem betrokken zijn en samen betrokken zijn bij de voortzetting van Zijn werk in en voor de wereld, onderschrijft.

Ervaringen uit de praktijk
Hoe het werken aan gemeenteopbouw in de praktijk van het gemeentezijn wordt ervaren vertelde ds. J. Maasland, predikant van de Nederlandse Hervormde Kerk te Barneveld. Maasland begon zijn inleiding met het schetsen van de gemeente als Bruid van Christus. 'De gemeente is uitvalsbasis naar Gods afvallige schepping. Hij wil via haar laten zien wie Hij is. Om gemeente te kunnen zijn, moet er veel werk worden gedaan. Paulus schrijft aan de gemeente in Korinthe dat hij altijd aan haar opbouw heeft gewerkt, als kundig bouwmeester. Sinds de 80-er jaren gebruiken we hiervoor het woord "gemeenteopbouw" en is het onderdeel van de praktische theologie geworden.'
Maasland is predikant van een grote wijk in een omvangrijke bondsgemeente. Volgens hem wordt binnen de bondsgemeenten wel gewerkt aan opbouw van de gemeente, maar niet systematisch langs de lijnen van een opbouwtraject. Hij vermoedt dat dit te maken heeft met de vrees voor activisme. 'De opmerking: "God moet het doen" is helaas vaak een dooddoener geworden.' Maasland denkt dat dit ook te maken heeft met het besef dat als je maar bijbelgetrouw blijft preken, de gemeente wel komt. 'De Heilige Geest zal er dan wel voor zorgen dat de gemeente als Bruid van Christus geconstitueerd wordt en blijft. Uiterlijk lijkt alles goed te gaan, maar nauwkeurige analyse van de kwantiteit van de gemeente leert anders. Het proces van afhaken gaat ook hier sluipenderwijs voort', aldus Maasland.
'Als predikant van een grote wijkgemeente kun je je week goed vullen met: preken, catecheseren, pastoraat op afroep en bijbelkringen. Je laat ouderlingen zoveel mogelijk huisbezoeken brengen en verder kunnen de gemeenteleden elke week naar de kerk komen. Zo kan het eigenlijk niet meer. Je raakt het contact kwijt. Ik ben ervan overtuigd dat "groeien in geloof' begint bij de bron. Die bron stroomt primair in de wekelijkse samenkomst van de gemeente. Daar moet de vlam van het Evangelie door de Geest het vuur aansteken. Je kunt groei in geloof niet compenseren door dienstbetoon. Gemeenteopbouw is niet iets wat je als predikant en kerkenraad alleen kunt doen. Daar heb je mensen voor nodig als Aart Peters. Het vraagt veel tijd en inspanning van ambtsdragers. Toch, waar de eerste aarzeling overwonnen is en er voorzichtig stappen worden gezet, groeit het enthousiasme. Veel mensen blijken graag iets te willen doen. Dienstbaarheid aan elkaar leidt tot ontmoeting. We kijken vaak aan tegen elkaars levensfacade en vormen op grond daarvan een mening. Mensen worden afgerekend op wat ze niet hebben: een geslaagd huwelijksleven, goed oppassende kinderen, een schone burgerlijke nette lei, enz. Diaconaal omgaan met elkaar is sociaal: ieder mag er zijn', zo stelde Maasland.
Groeien in geloof wil volgens de Barneveldse predikant zeggen dat we meer en meer geworteld raken in de liefde Gods. 'We hebben elkaar nodig. Elkaar en dan niemand uitgezonderd. 'De kern ziet breed' zei Miskotte. Omdat de God van de kern Zijn hart breed laat uitgaan tot ieder mensenkind. De vraag is: hoe en waar moet je het proces van gemeenteopbouw beginnen? Dit kan niet zonder bezinning. Dan komen er vragen op tafel als: Wat gebeurt er al en gebeurt dit effectief genoeg. Hoe staat de gemeente ervoor, kwalitatief en kwantitatief? Wat is de mentaliteit van dorp, stad en streek? Waar moet je rekening mee houden. Kortom: bouwen met verstand. Paulus noemde zichzelf een kundig bouwmeester, dat wil zeggen: wijs en verstandig. Inmiddels is er een aantal huiskringen opgestart. Via deze huiskringen kan het onderling dienstbetoon zijn weg vinden.' Maasland gelooft in de stelling van Peters en is ervan overtuigt dat het werkt. 'Ook in een afstandelijke cultuur en een formeel gemeentezijn werkt het muren en remmingen doorbrekend. Mensen blijken een duw nodig te hebben om werkelijk in elkaar geïnteresseerd te raken. 'De gemeente. Ze is van Hem en niet van ons. Ze is Zijn Bruid en niet die van ons. Er is werk aan haar opdat Hij nu en eeuwig aan Zijn verdiende eer mag komen', aldus Maasland.

'De analyse in het verhaal van Maasland, maakt je nuchter', aldus Peters. 'Maasland ziet groeien in geloof door dienstbetoon als een proces waar je geduld voor nodig hebt. Bezinning vooraf is een must. Groeien doe je het best op een plek waar je je thuis voelt, veilig en beschut. Groeien kun je als je de ruimte hebt, veel voedingsstoffen krijgt, goede grond onder de voeten hebt en regelmatig zegen ervaart. Dan kunnen je talenten aan bod komen, gaven tot ontplooiing komen, kan het leven uitbotten. Dienstbetoon verdiept en verrijkt je geloof. Reikt verder, zoekt volmaking.' Peters ziet drie geweldige doelstellingen: het bereiken van de volle kennis van de Zoon van God (Efeze 4: 13), de eer van God (1 Petr. 2: 9-10) en de dienst aan het Koninkrijk van God (Joh. 3: 16).

Provinciale Diaconale Commissie Gelderland.
Voor meer informatie:
A. Peters, diaconaal consulent Gelderland, Postbus 1238, 6801 BE Arnhem, tel. 026-3551745.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 maart 2000

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Groeien in geloof door dienstbetoon

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 maart 2000

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's