Globaal bekeken
Een lezer zond ons een gedeelte uit één van de '53 predikaties over de Heidelbergse Catechismus' van Johannes van der Kemp, in leven dienaar des Woords te Dirksland:
'Hoe verdorven de Kerk ook is, ja dat zelfs goddelozen in Gods huis en aan het Avondmaal worden toegelaten, scheidt u er echter niet van af, want ge hebt ze helpen bederven. Ergert ge u omdat de opzieners toelaten die gij voor goddelozen houdt, men mag zich ook aan u ergeren, dat gij die mensen niet eerst aanspreekt en aanbrengt, gelijk uw plicht is. En zo zal immers Gods toorn over u, uw plicht doende, niet ontsteken. Wint gij niet door uw plicht te doen, treurt dan, doch loopt niet weg, wat nog minder voordeel doet. Het scheuren van een kerk, waar nog waarheid en godzaligheid is, is ook kwaad en verwekt Gods toorn. De Gemeente van de Korinthiërs was zeer verdorven. Paulus gaat echter de scheuring tegen. Hoe verdorven Neerlands kerk is, zij is nochtans zo verdorven niet of Christus wandelt nog onder de zeven gouden kandelaren. Er zijn er nog die de Heere kent, en als de Zijnen verzegelt. Hij Zelf zal eens door engelen de goddelozen als het onkruid wegnemen en de rechtvaardigen doen blinken als de zon in Zijn Koninkrijk. Amen.'
Een predikant-lezer zond ons onderstaande aanvulling op wat in deze rubriek stond over 'Psalm 151' in de berijming van Jozua van Iperen. Het toegezonden stuk werd in 1983 geschreven in het R.D. door drs. R. van den Berg:
"Van leperens berijming is echter niet de eerste In Nederland: ook Datheen had Psalm 151 opgenomen in zijn bundel. Zijn berijming is als volgt:
1. Als Ik nog jongeling
Geachtet zeer gering.
Bij mijne broeders was.
En dagelijks nam waar
De schapen hier en daar
Gaan weidend in het gras.
Terwijl het vee nu at
Ik in de schaduw zat.
En loofde God den Heere;
Een instrument ik wracht.
Waarop ik dan voortbracht
Des allerhoogsten ere.
2. Maar God Almachtig ziet,
Mij, die was min dan niet,
Verkoos in Zijnen zin.
Die niet op 't groot en past.
Gaf Zijnen bode last
Tot mij te komen in;
Dewelke mij terstond
Verklaard' uit Godes mond
Den raad bij Hem besloten;
En heeft mij daarop ras
Met 't heilig olieglas
Gezalfd en overgoten.
3. Van mijne broeders sterk
En maakte God geen werk.
Maar liet hen allen staan;
En slaande niet eens acht
Op haren trots en pracht
Noch opgeblazen waan.
Ook heeft de Heere goed
Den reus vol van hoogmoed
Door mij gebracht ter schande;
Ja mij heeft Hij gesteld.
Die herder was in 't veld.
Tot koning in den lande.
In het opschrift bij deze psalm vermeldt Datheen ook de bron: ene D. Abr. van der Meer heeft het lied in 1624 uit de Griekse Bijbel in het "Nederduitsch" vertaald. Deze wellicht onberijmde versie heb ik niet kunnen achterhalen. Er heeft, voor zover ik kan nagaan, ook nooit een onberijmde Psalm 151 in de Statenbijbel gestaan, ook niet aan het eind van de apocriefe boeken.
Zoals Datheen vermeldt vinden we de oorspronkelijke psalm inderdaad in de Septuaginta, de voor-christelijke Griekse vertaling van het Testament aan het eind van het psalmenboek als nummer 151. Hier zijn we dus bij de directe bron van het "eigen geschrift". Ik geef hier een vertaling van de Griekse tekst:
Dit is de psalm door David zelf geschreven en buiten het getal (van de 150), toen hij alleen met Goliath gestreden had.
1. Klein was ik onder mijn broeders,
en de de jongste in het huis van mijn vader;
ik weidde de schapen van mijn vader.
2. Mijn handen maakten een instrument,
mijn vingers vervaardigden een harp.
3. En wie vertelt mijn God?
De Heere Zelf, Hij Zelf luistert.
4. Hij zond Zijn bode
en haalde mij van achter vaders schapen
en zalfde mij met Zijn zalfolie.
5. Mijn broeders schoon en groot -
in hen had Hij geen welgevallen.
6. Ik ging de heiden tegemoet,
en hij vervloekte mij bij zijn goden.
7. Maar ik, het zwaard trekkend dat van hem was,
onthoofdde hem en deed de schande van de kinderen Israëls weg.
De Septuaginta is echter niet de enige plaats waar we Psalm 151 tegenkomen: de kerkvader Athanasius citeert het in zijn werk, en er is behalve een Oudlatijnse ook een Syrische vertaling aanwezig. Deze dateren uit de 3e en 4e eeuw na Christus. Blijkbaar genoot deze Psalm in het jodendom en in de vroege kerk redelijke bekendheid. Des te merkwaardiger is het feit dat van een mogelijke Hebreeuwse oerpsalm geen spoor te vinden was; immers, als dit lied werkelijk een eigen geschrift van David is, dan moet ook een Hebreeuwse oervorm zijn geweest.
Wie schetst de verbazing van geleerden en andere geïnteresseerden toen de vondsten bij de Dode Zee (de zgn. Quamran-rollen) ook een psalmrol bevatten, waar een Hebreeuwse versie van Psalm 151 instond, naast nog enkele andere apocriefe psalmen? Hier was dus de tekst van de psalm waarover men nog steeds geen duidelijkheid had. Ik laat hier de vertaling volgen:
1. De minste was ik van mijn broeders
en de jongste van mijn vaders zonen;
en hij maakte mij tot herder van zijn kudde,
en opzichter over zijn lammeren.
2. Mijn handen maakten een instrument,
en mijn vingers een harp.
3. Ik zeide bij mijzelf:
De bergen getuigen niet van Hem
en de heuvels verkondigen Hem niet.
De bomen geven geen blijk van mijn woorden,
en de schapen niet van mijn daden.
Want wie kan verkondigen, en wie kan vertellen
en wie kan nagaan de werken des Heeren?
Alles heeft God gezien,
alles heeft Hij gehoord - en er acht op geslagen.
4. Hij zond Zijn profeet om mij te zalven,
Samuël om mij te verhogen.
5. Mijn broeders gingen uit hem tegemoet
schoon van aanzien, schoon van gelaat
6. Hoewel zij groot van postuur waren,
met een fraaie haardos,
koos de Heere God hen niet.
7. Maar Hij zond en nam mij van achter de schapen
en zalfde mij met heilige olie.
Hij maakte mij tot leider van Zijn volk,
en tot heerser over de zonen van Zijn verbond.'
(R.D.)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 maart 2000
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 maart 2000
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's