Strijd tegen hardnekkig doperdom
A. Terlouw (72) en de hervormde gemeente van Middelharnis
Van tijd tot tijd willen we in ons blad een vraaggesprek publiceren met iemand die gedurende een langere periode van betekenis mocht zijn voor een hervormd gereformeerde gemeente. Het motief hierbij is niet een mens centraal te stellen, maar het werk van God, zoals dat gestalte krijgt in het dagelijkse leven van de gemeente, te belichten. Vandaag deel 10: na Aartje Boon uit Molenaarsgraaf, D. Dekker uit Nunspeet, B, Marijs uit Arnemuiden, C. H. Sukkel uit Kesteren, H. Leonard uit Dordrecht, L. Vlietstra uit Hollandscheveld, J. P. Teeuw uit Lekkerkerk, mevr. Wiesenekker- Moll uit Huizen, J. Wesdorp uit Sint-Annaland, nu de heer A. Terlouw uit Middelharnis.
Hij woont bijna een halve eeuw op het voormalige eiland, maar herinnert zich de catechisatieles van ds. J. van Sliedregt in Bleskensgraaf als de dag van gisteren. 'Dogmatisch heeft hij me gevormd', zegt import-Flakkeeër A. Terlouw, die begin dit jaar voor de vierde keer tot de kerkenraad van Middelharnis toetrad. 'Het gaat om de Bijbel, dat is waar, maar de belijdenis verwoordt zo schoon waar de kerk vroeger mee geworsteld heeft. De Heidelberger en de Nederlandse Geloofsbelijdenis keerden zich niet alleen tegen Rome, maar ook tegen het doperdom, dat in onze tijd in een nieuwe vorm opkomt.'
In 1927 wordt Anne Terlouw geboren in een trouw kerkelijk meelevend gezin in Bleskensgraaf. Hij behoort tot de jongere van de twaalf kinderen die het boerengezin zal gaan tellen. Een eigen predikant kende de gemeente in die jaren niet. 'Vanwege het niet voldoen aan de verplichtingen van de Raad van Beheer duurde de vacature ruim twintig jaar. Wat dat betreft is er met de huidige discussie over aangepast beheer niets nieuws onder de zon. Van jongs af aan heb ik - God dank! - betrokkenheid gehad op het kerkelijk en met name het geestelijk leven. Vader is overleden, toen ik vijftien was. Moeder sprak nauwelijks over de geestelijke dingen. De naam des Heeren was haar te heilig om uit te spreken, maar ze heeft duidelijk een biddend leven en een groot invoelingsvermogen gehad.
In 1942 kwam ds. J. van Sliedregt naar onze gemeente, die erg traditioneel was. Ik zat bij hem op de kleine-jongens-catechisatie. Geestelijk heeft hij een stempel op me gezet en dogmatisch heeft hij me gevormd. In de gemeente woonde ook Fijgje Bons, bekend uit het gezelschapsleven. Deze lieve vrouw kreeg uit alle gereformeerde gezindten bezoek van mensen die maar niet konden begrijpen dat ze hervormd bleef. "Daar ben ik gedoopt, in die kerk heb ik Gods naam mogen belijden", zei ze dan. Ze lag jaren op bed, maar in de tijd van ds. Van Sliedregt is ze in betere welstand gekomen, nadat ze zo worstelde met de tekst: "Ik heb grotelijks begeerd dit Pascha met u te eten". En ze ís aan het avondmaal geweest, nadat ze jaren niet van bed gekomen was. Dat zijn indrukken die je als kind niet kwijtraakt. Ik heb haar later bezocht, zag er vreselijk tegen op, maar dat viel gauw weg.
Belijdenis doen was in Bleskensgraaf beslist niet vanzelfsprekend, maar in die jaren zijn er veel nieuwe lidmaten toegestroomd. Na ds. Van Sliedregt kwamen ds. W. L. Tukker en ds. H. A. Leenmans, maar de eerste vormde mij het meest. Hij behandelde het "Kort begrip" met de "Blinde vragen van Landwehr" en ging met ons in gesprek: Wáárom moesten er twee naturen in Christus zijn? En waarom dít en waarom dát? Vragenderwijs, zodat wij moesten nadenken. Anderen van ons gezin werden juist erg aangesproken door ds. Tukker.'
In de klem
'Die dogmatische vragen horen er helemaal bij. Ik vrees dat we in deze tijd in de kerk veel verliezen, als we de waarde ervan niet zien. Je hoort te hooi en te gras: "Tja, die belijdenisgeschriften, je moet de Bijbel hebben". Dat is waar, het gaat om de Bijbel, maar de belijdenis verwoordt zo schoon waar de kerk vroeger mee geworsteld heeft. De Heidelberger en de Nederlandse Geloofsbelijdenis keerden zich niet alleen tegen Rome, maar ook tegen het doperdom, dat in een nieuwe vorm weer opkomt. Met dat doperdom hebben we in Middelharnis te maken; vanaf dat ik hier woon, kom ik het tegen. "Ik zie het zo, ik beleef het zo." Men stelt zich boven de Schrift. Wat vanuit meer evangelische hoek tot ons komt, is vaak niet meer dan een broertje of zusje. Wie de belijdenis niet als richtsnoer ziet, verliest zijn ruggengraat. De kennis gaat verloren. Dat vind ik echt een zorg.
Ik ben de enige uit ons grote gezin die geen belijdenis in Bleskensgraaf deed. Ik kreeg voor mezelf geen helderheid. Toen verscheen het boekje "Licht over uw pad", dat middellijkerwijs klaarheid bracht. Inmiddels ontmoette ik mijn verloofde, gingen we trouwen en vertrok ik naar Flakkee. Mijn vrouw komt uit Sommelsdijk, waar ik belijdenis deed bij de consulent, dr. H. Goedhart uit Middelharnis. Nu wonen we al 43 jaar in deze gemeente.
Ds. Van Sliedregt bracht je in de klem. De roeping de Naam des Heeren te belijden en Gods verbondstrouw te beantwoorden, maar dat vanuit jezelf niet te kunnen. Waar brengt je dat, vroeg hij? Dan is je geloofsbelijdenis beslist geen automatisme. Dat leefde in mijn geboortestreek ook niet. Ik had niet de gave om eventueel verder te kunnen studeren, terwijl moeders boerderij riep om het werk te doen. Ik deed dat werk met vreugde, maar we konden niet allen op de boerderij blijven. Door wonderlijke leidingen Gods hebben mijn vrouw en ik elkaar leren kennen. Al op jonge leeftijd is vaak Psalm 143: 10 bij me opgekomen: Leer mij, o God van zaligheden, mijn leven in Uw dienst besteden.'
Kind en leerling
Toen ds. T. Poot in 1958 naar Middelharnis kwam, was een van de eerste dingen die hij deed de kerkenraad uitbreiden. Op dertigjarige leeftijd werd Terlouw daardoor ouderling in Middelharnis. 'Tegen die uitbreiding was veel verzet, het gezelschapsleven was nog maar net voorbij. Er waren mensen die precies wisten hoe het in de gemeente moest, maar onbewogen zeiden: "Ja, ik ken zelf niets, hoor". Dat doperdom stelde het eigen beleven centraal, het inwendig licht lag als een raster over de Schrift. Wat Gods volk beleefde, kreeg méér aandacht dan wat de Schrift van- ons vraagt. Dat heb je hier aldoor gehad en soms manifesteert het zich opnieuw sterk!
Uiteindelijk kom je in dit spoor terecht bij de autonome mens. Leerling blijven is niet ieders wens, de mijne wel. Kind en leerling blijven, dan heb ik genoeg. Het kind mag bij Vader komen, met zegen en zorg, met vreugde en verdriet. Maar wél leerling blijven. Over het ontbreken van die houding heb ik zorg, ook in onze dagen. Dan legt men het accent op bijkomende zaken, en als het escaleert, ben je nog niet klaar.' Terlouw wil hier wel wat tegenover zetten. 'Niet verzwegen mag blijven dat zolang ik hier ben, ik stillen in den lande ontmoette, mensen vol liefde voor God en Zijn dienst. Die gingen niet de straat op, die schoolden niet samen, die namen ook niet deel aan het gezelschap. Sinds de avondmaalsviering in het najaar zijn er twee ons ontvallen, mensen die ook in hun aanvechting en moeite altijd direct de Heere zochten. Wat een heerlijke bezoeken waarop je elkaar mocht opscherpen in de liefde, samen een weg zoekend om op te wassen in de kennis en de genade! Twee in korte tijd, dan mis je hen, maar Gods werk gaat door! Een deel van de gemeente vond toen ds. Poot kwam, dat alleen "doorgeleide mensen" voor het ambt bekwaam waren. Er was zowel een gebrek aan zicht op het ambt als op Gods verbond en Zijn trouw. De waarde van de kinderdoop werd niet gezien, maar daar heeft ds. Van Sliedregt ons in Bleskensgraaf ook op moeten wijzen. En ds. L. Blok heeft in Middelharnis de Dordtse Leerregels bepreekt om vanuit de Schrift en de belijdenis dit aan de orde te brengen, maar dat was voor mijn tijd. En naast ds. I. Kievit mag ook dr. Woelderink genoemd worden, als mensen die eraan hebben bijgedragen dat de schatten van het genadeverbond meer aan het licht kwamen.'
Terlouw ziet parallellen met evangelische invloeden in onze tijd. 'Je voelt een verzwakking van de kinderdoop, om over de herdoop maar niet te spreken. Dan verloochen je naar mijn mening Gods beloften, in Zijn naam verzegeld. Die kinderdoop werkt niet als een automatisme, want de beloften moeten geloofd worden. Maar daarvoor mogen we, ook voor onze kinderen en kleinkinderen, bij God komen. Iemand zei eens: Dat is grond die met de knieën betreden en met tranen bevochtigd moet worden.'
Cafébezoek
Tot 1964 was Goeree-Overflakkee een eiland. 'Er waren tot die tijd betrekkelijk weinig invloeden van buitenaf. Het was in het land wel bekend dat er onder de burgerbevolking al ontwikkelingen plaatshadden die geen schoonheidsprijs verdienden. Het cafébezoek was niet gering. Ook tegenwoordig zoekt de jeugd van Middelharnis elkaar op in cafés en disco's. Nu zijn hier geen gróte disco's, maar wel talloze eet- en drinkgelegenheden. Middelharnis is ook vissersdorp geweest. En vissers die kou lijden, lusten graag een borrel. Middelharnis was de centrumgemeente van het eiland. Vanwege de scholen en grotere kantoren kwam hier import en was er dus invloed van buiten. De vraag naar een buitengewone wijkgemeente dateert al van betrekkelijk kort na de watersnoodramp. In 1964, in de tijd van ds. K. Schipper, is die geïnstitueerd. In die gemeente verenigden zich mensen die zich niet thuis voelden onder de hervormd-gereformeerde prediking.
Sinds de komst van ds. A. F. P. Pop in 1916 was Middelharnis een rechtzinnige gemeente. De zogenaamde kiescolleges zorgden in die tijd voor de kandidering van kerkenraadsleden. Tijdens de tienjaarlijkse stemming werd bepaald of de kerkenraad zichzelf aanvulde of dat het via de kiescolleges ging. In de tijd dat de befaamde oefenaar Jan Vroegindeweij deel van het kiescollege uitmaakte, is in plaats van een ethische predikant ds. Pop uit Elden gekomen, de man die later ook in Kockengen stond. Hij heeft de stenen wel door de ruiten gehad. Na hem kwam ds. G. Alers, een gemoedelijker man, door wie ik later in de Alblasserwaard gedoopt ben.'
Een kwarteeuw werd de predikant van Middelharnis bijgestaan door een godsdienstonderwijzer. 'In de tijd van de oorlog was er de inundatie van Oost-Flakkee. De eerwaarde heer T. Vetter, die toen in de Langstraat werkte, kwam in huis bij ds. L. Blok. Later is hij aangesteld als pastoraal werker. Na hem kwamen de heer C. J. Kesting uit Dirksland en de heer A. Terlouw uit Hardinxveld. Toen de laatste in 1971 met pensioen ging, is de tweede predikantsplaats geopend, die als eerste bezet werd door ds. J. Maasland.
Na de oorlog en na 1953 is de gemeente wat uitgebreid, wat later stagneerde doordat er alleen in het aangrenzende Sommelsdijk gebouwd werd. Jonge.echtparen gingen daar wonen, wat maakt dat onze gemeente wat vergrijzend is. Er is geen nieuw bouwterrein. Op dit moment is de tweede predikantsplaats niet in gevaar, al is het wel eens moeilijk geweest. Het kerkbezoek is wel beduidend teruggelopen, maar de betrokkenheid van velen op de. kerk, ook financieel, is bemoedigend, ook van onkerkelijken, toen recent de kerk gerestaureerd is. Die kerk en de Ring eromheen ervaar ik echt als het hart van het dorp.'
Gave des onderscheids
'Het wat teruglopende kerkbezoek heeft te maken met de secularisatie én met de autonomie van de mensen: als het ons niet meer smaakt, gaan we weg. Als men de prediking als te scherp ervaart, stapt men in de auto en rijdt oostwaarts of westwaarts. Dat kerktoerisme kent Flakkee ook. De ligging van de diverse gemeenten is iets uit elkaar komen te liggen, als we het vergelijken met een paar decennia geleden.
Trouw aan de gemeente is zo belangrijk. "Een preek moet gebóren worden", zei een van onze oud-predikanten altijd. En worden de dienaars van het Woord daarom gedragen in het gebed? En dat niet alleen aan het einde van de week, maar van maandag tot zondag?
Ook zijn er leden die vertrekken naar een evangelische gemeente. Tijdens de visitatie hoor je dat dat niet alleen in Middelharnis speelt. Hoe gaan we hiermee om? Wel, wat ons in de prediking te doen staat, is om het Woord Gods tot Zijn recht te laten komen, de verbondstrouw van God. Laat die trouw doorklinken! Laat Christus oprijzen in de prediking. Men spreekt over de gaven des Geestes, maar dat de gave des onderscheids door Paulus ook genoemd wordt, hoor ik weinig. Juist die hebben we nodig.
Hoeveel krediet hebben we voor Gods beloften, op Naam verzegeld? Tegelijk moeten we goed weten dat God ons niets verplicht is, maar de beloften liggen er. Mensen zijn niet betrouwbaar - dat is kras, maar waar - maar God is dat wel! Het klassieke doperdom heeft een lange adem. Ds. Van Brummelen onderkende dat zo scherp. Daarin vonden we elkaar altijd direct. Maar ik maak me ook zorgen over de lauwheid in de gezinnen. De kennis vloeit weg! Flakkee heeft altijd berucht gestaan om het slechte catechisatiebezoek. Als je tegenwoordig positief wilt meeleven, wordt het haast een keuze. En voor jonge mensen is het al een keuze!'
Zorg voor de prediker
Wie de jaarlijkse Haamstede-conferentie bezoekt, ontmoet er meerderen uit Middelharnis, onder wie Terlouw. 'Drie predikanten die in Sommelsdijk en Middelharnis stonden - ds. Beens, ds. Ten Klooster en ds. Den Butter - zijn bij de start de voortrekkers geweest. Daardoor zijn diverse gemeenteleden bij de organisatie betrokken. Als eerste was ik bij twee lezingen over het kindschap Gods, eerst over de adoptie, toen over de opvoeding. Ik ben een vaste bezoeker geworden. Maar in dezelfde week ga ik ook naar de regionale ambtsdragersvergadering van de Gereformeerde Bond, waaraan ik grote waarde hecht. Met nadruk wil ik zeggen dat ik het laatste referaat van ds. Kamphuis over de prediking en de zorg voor de prediker hoog gewaardeerd heb. Dan zeg ik: Jammer dat niet alle broeders dat gehoord hebben.
Ook als ambtsdragers hebben we onderwijs nodig. Vorig jaar heb ik zo genoten van een prekenserie van onze predikant ds. Voets over Elia, onderwijs tot en met. Ik meet me niet met Elia, helemaal niet, maar de herkenning met Elia onder de jeneverboom, ja! Zulke preken zijn zo heilzaam. Voor gemeente én ambtsdragers.
De hoogmoed kleeft ons allen aan. Het is een heidens werk dat eronder te houden, en dan is het goed als je als ouderling weer terug moet treden. De kerk is niet van ons, ze is des Heeren en Hij zorgt ervoor. Wij dragen wel de verantwoordelijkheid ervoor. In die zin is dienen een zwaar voorrecht.'
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 maart 2000
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 maart 2000
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's