De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit de pers

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit de pers

9 minuten leestijd

Hij zal zijn engelen gebiên
Het eerste nummer van de nieuwe (11e) jaargang van het tijdschrift van de Vereniging van Christen-Historici Transparant heeft als thema: Het wonder in de geschiedenis. In het Redactioneel wordt de vraag opgeworpen: kan een christen-historicus uit de voeten met wonderen en wonderverhalen, met die gebeurtenissen die boven het natuurlijke lijken uit te stijgen? Ik citeer verder: 'De gangbare geschiedwetenschap is wel geïnteresseerd in verhalen over wonderen, maar acht wonderen zelf een irrelevante categorie. Het wonder als bewijs voor de waarheid van de goddelijke openbaring (...) is door de opkomst van de seculiere geschiedwetenschap onbruikbaar geworden'.
Een van de bijdragen is geschreven door dr. Fred van Lieburg onder de titel Beschermengelen in het protestantisme. 'Hij inventariseert en analyseert wonderverhalen in protestantse kring en plaatst die in een lange traditie. Zijn resultaten doen hem twijfelen aan de echtheid van de wonderen die in verhaalvorm worden doorgegeven', aldus de samenvatting van de redactie.
Van Lieburg gebruikt als voorbeeld het bekende verhaal dat over ds. Smijtegelt verteld werd en nog altijd wordt:

'Dominee Bernardus Smijtegelt was gereformeerd predikant in Middelburg van 1695 tot 1739. Hij was ongehuwd en bewoonde met een dienstbode een pand aan de Singel. Op een stormachtige herfstavond werd hij uit zijn bed geklopt. Hem werd gevraagd of hij direct bij een stervend gemeentelid wilde komen. Haastig kleedde hij zich aan om zich door de donkere straten van de stad te begeven. Bij de Sint-Jorisbrug passeerde hij twee mannen, die hij aanzag voor varensgasten op weg naar hun schip. Aangekomen bij het opgegeven adres, moest hij langdurig kloppen voor de deur openging. Er bleek helemaal geen. zieke bewoner om pastorale hulp te hebben gevraagd. Onverrichterzake keerde Smijtegelt terug naar zijn huis.
Twee jaar later werd hij opnieuw in het holst van de nacht gewekt. Ditmaal bleef de bode wachten om met de predikant mee te gaan naar een herenhuis, waar een raadsheer op zijn uiterste lag. Hij durfde echter niet te sterven alvorens aan Smijtegelt te hebben opgebiecht dat hij hem destijds met de hulp van een vriend had willen vermoorden. Na hem met de valse boodschap naar buiten te hebben gelokt, hadden zij hem over de brugleuning in de gracht willen gooien. Op dat moment werden zij echter door een grote schrik weerhouden. Naast Smijtegelt zagen zij namelijk een wacht van engelen met vlammende zwaarden, die hem op zijn weg begeleidden. Zonder dat de pastor het zelf had geweten, had deze gebeurtenis tot de bekering van de twee mannen geleid.

Dit is het verhaal van de zogenaamde "engelenwacht van dominee Smijtegelt". Het doet sinds mensenheugenis de ronde in de provincie Zeeland en daarbuiten. In Middelburg wist men van generatie op generatie ook de plaats aan te wijzen waar het wonder zich had voorgedaan. De Sint-Jorisbrug, die vlak bij het woonhuis van de predikant aan de Herengracht lag, werd het "Smijtegelt-bruggetje" genoemd. Het verhaal is vooral .populair in het bevindelijk-gereformeerde volksdeel van Nederland. Smijtegelt is hier, als erflater van de Nadere Reformatie, nog altijd een begrip. Het  verhaal over zijn beschermengelen duikt telkens weer op in preken, vertellingen en stichtelijke lectuur.' 

Van Lieburg meldt dat het verhaal van de 'engelenwacht' niet alleen in de biografie van ds. Smijtegelt voorkomt, maar bijvoorbeeld ook in het levensverhaal van ds. Hendrik de Cock' (de 'vader' van de Afscheiding van 1834) genoemd wordt. Voorbeelden van wonderlijke bescherming door engelen komen veelvuldig voor in Friese volksverhalen. Van Lieburg: 'Inmiddels ken ik meer dan twintig Nederlanders die bij een gewelddadige aanslag op hun persoon door een engelenwacht zouden zijn beschermd'. Ook internationaal is het verhaal van de 'engelenwacht' bekend. Als één van de. voorbeelden wordt uit de levensgeschiedenis van de gebroeders Charles en John Wesley geciteerd.

'De "engelenwacht van dominee Smijtegelt" blijkt een variant te' zijn van een overlevering die sinds de vorige eeuw tamelijk wijdverbreid is geraakt. Het is nauwelijks mogelijk te achterhalen waar zo'n verhaal vandaan komt en hoe zij zich van mond tot mond, van land tot land of van cultuur tot cultuur verspreidt. De elementen ervan kunnen echter zeer oude papieren hebben en onder zich wijzigende omstandigheden gelijk blijven.
Uiteraard kan ook het hier behandelde engelenverhaal in een oude en rijke traditie worden geplaatst. Nog afgezien van de verschijningen van engelen zijn de bijbel en de kerkgeschiedenis vol van zowel gewelddadige aanslagen op, als wonderlijke uitreddingen van heiligen. Aartsvaders, profeten en apostelen tot en met martelaren, ketters en vromen ondergingen een wreed lot of werden daar juist van hogerhand voor behoed. Het verhaal van de engelenwacht weerspiegelt precies die twee kanten van de medaille. Enerzijds roepen zuivere of voorbeeldige vromen haat en afkeer op, anderzijds horen bij exemplarische gelovigen exclusieve wonderen. In de "complete" versie van het verhaal komt daar nog het klassieke motief van de bekering van een misdadiger bij. (...)
Mijn conclusie is dat het verhaal van de engelenwacht zoniet ontstaan is, dan wel gebloeid heeft in de internationale vroomheidstraditie van de negentiende en vroege twintigste eeuw. Het meest interessante van dit verhaal lijkt mij, dat het niet alleen is toegepast op indrukwekkende tijdgenoten in de genoemde periode, maar ook is geprojecteerd op figuren uit vroegere eeuwen. Dat geldt voor dominee Smijtegelt in de achttiende eeuw, maar er bestaat ook een verhaal dat zich afspeelt rond 1650, ook al werd het pas in 1947 opgeschreven. Het betreft de predikant en dichter Jodocus van Lodenstein, net als Smijtegelt een coryfee uit het Nederlandse gereformeerde piëtisme. Hij begon zijn loopbaan in het Hollandse dorp Zoetermeer en beijverde zich daar voor de ontroomsing en calvinisering van de volkscultuur. Toen twee mannen hem een keer wilden aanvallen, deinsden zij terug omdat zij niet één man, maar drie mannen zagen lopen. Het verhaal van de engelenwacht heeft zich in de algemene bekendheid uiteindelijk gehecht aan dominee Smijtegelt. Volkskundig gezien is hij de "kristallisatie-figuur" van de legende. In piëtistische kringen werden en.worden de preken van Smijtegelt gretig gelezen. De overlevering dat deze "oudvader" ooit persoonlijk door God tegen zijn vijanden was beschermd, bevestigt de geloofwaardigheid van de bevindelijk gereformeerde religie. Het wonderverhaal in het algemeen weerspiegelt de in het piëtisme levende eerbied voor bijzondere vromen, alsmede het besef als religieuze groep een sociaal-cultureel bedreigde minderheid te zijn.'

Van Lieburg komt tot een toepassing van zijn onderzoek en schrijft dan onder andere dit:

'Beschermengelen worden gewoonlijk in verband gebracht met het rooms-katholicisme, hoewel hun betekenis voor christenen op z'n minst tot de achttiende eeuw ook in het protestantisme officieel werd erkend. We hebben gezien dat met name in de tradities van het piëtisme en de opwekkingsbewegingen tot op heden verhalen circuleren over beschermengelen rond bijzondere vromen. Hierbij kwam een merkwaardige paradox naar voren. Katholieken maken onderscheid tussen heiligen en andere gelovigen, maar hebben altijd een eigen beschermengel. Protestanten stellen daarentegen dat alle christenen heilig zijn, maar slechts in speciale gevallen door engelen worden beschermd. De voorbeelden van zulke gevallen geven aan dat sommige protestanten heiliger zijn dan andere protestanten.
Dat protestanten ook aan verkapte heiligenverering doen, weet iedereen die geen vreemdeling is in het Jeruzalem van gevierde dominees en "oude schrijvers". Het verhaal van de engelenwacht van Smijtegelt blijkt op zichzelf al een heilig huisje te zijn, dat niet straffeloos mag worden omgegooid. Een verslag van bovenstaande lezing in het Reformatorisch Dagblad riep in november 1998 dan ook de nodige reacties op. Afgezien van ingezonden stukken waarin te pas en te onpas uit de bijbel en uit belijdenisgeschriften werd geciteerd, verscheen er een uitvoerig redactioneel commentaar. Ik had, als rationele wetenschapper, het waar gebeurde wonderverhaal naar het rijk der fabelen verwezen. Het feit dat ik zo'n mooie geschiedenis van het rijtje zekerheden had afgetrokken, wekte teleurstelling en "heimwee naar vroeger".
Zo'n publiek getuigenis roept bij een piëtistische worstelaar met het verleden natuurlijk hevige aanvechtingen in de binnenkamer op. Christenen geloven op grond van de bijbelse openbaring dat er een hogere wereld is waar natuurwetten wel deel aan hebben, maar geen macht over uitoefenen. Zij weten van de strijd tussen God en Satan; van de bijdrage die engelen en duivelen daaraan ook op de aarde leveren; en van de bescherming die de gelovigen in het alledaagse leven genieten. Ben ik nu hooghartig "verlicht" wanneer ik vrees dat mijn zware geloofsgenoten nogal naïef omgaan met de culturele afstand tussen het joods-christelijke denken en het westers-wetenschappelijke wereldbeeld? Of ben ik juist akelig "postmodern" wanneer ik ieders wonderlijke ervaringen en bijzondere visioenen graag serieus neem, zolang ik andersmans duiding van de werkelijkheid niet behoef over te nemen?'

Dit jaar zal, zo meldt Van Lieburg aan het eind van zijn bijdrage, er een historische studie van zijn hand verschijnen over het verhaal van de engelenwacht met uitvoerige verwijzing naar bronnen en literatuur. Tenslotte: voor een historicus is niet zozeer de historiciteit van wonderen interessant, aldus de schrijver, maar meer het feit dat ze worden verteld.

'Wel kan een historisch onderzoeksresultaat als in het geval van de hier behandelde overlevering gelovigen voorzichtig stemmen. We moeten niet alles als wonder beschouwen wat zich als wonder aandient. Achteraf geeft het dan ook te denken dat meerdere hervormde predikanten, evenals schrijvers uit evangelische kringen, het verhaal over Smijtegelt zo gemakkelijk hebben genoemd om te bewijzen dat engelenverschijningen zich nog steeds kunnen voordoen. Zelfs een bevindelijk predikant als Willem de Wit van de Gereformeerde Gemeente in Middelburg schreef in 1949 onomwonden: "Laat u nooit iets wijs maken dat de een of ander een engel heeft gezien".
Op z'n minst kan worden geconcludeerd dat in de orthodox-protestantse theologische beschouwingen en gelovige getuigenissen over engelen, de volkskundige of historisch-antropologische benadering nog onvoldoende is verwerkt. En dit geldt niet alleen voor dit ene, hier behandelde wonderverhaal, maar voor tal van "geschiedenissen" die in reformatorisch of evangelisch Nederland de ronde doen. Rond de Golfoorlog in 1991 dook bijvoorbeeld het verhaal op van de liftende engelen, die langs de snelweg aan verschrikte automobilisten het einde ter tijden aankondigen. Men leze de boeken van Peter Burger over moderne sagen, om te ontdekken dat er ook hier niets nieuws onder de zon is.
Niet in de laatste plaats worden ook in preken, kerkelijke bijeenkomsten en godsdienstige (jeugd)lectuur nogal eens voorbeelden en verhaaltjes aangehaald, zonder dat de sprekers, luisteraars of lezers beseffen dat die ontleend zijn aan een eeuwenoude vertelcultuur. Juist bijbelvaste gelovigen koesteren soms zekerheden die uit protestantse of middeleeuwse verhaaltradities stammen. Voer voor historici, juist omdat de reformatie de kerk wilde bevrijden van legendenvorming en heiligenverering. Want christenen leven niet van "heimwee naar vroeger", maar van hoop voor de toekomst.'

En zo is het. Voor wie geïnteresseerd is geraakt in het hele artikel waaruit we citeerden inclusief de andere bijdragen in deze lezenswaardige aflevering van Transparant, - meld ik hieronder de gegevens.

J. Maasland

Adres Transparant: Boekencentrum Uitgevers, Postbus 29, 2700 AA Zoetermeer, tel. 079-3628628.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 maart 2000

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Uit de pers

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 maart 2000

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's