De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Enkele opmerkingen over de as

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Enkele opmerkingen over de as

Ingezonden

4 minuten leestijd

Het zij mij toegestaan enkele opmerkingen te plaatsen bij het artikel As als symbool van schuld.
1. Ik ben het helemaal met dr. Van der Graaf eens dat schuldbelijden allereerst iets is van het hart. Het moet voortkomen uit de diepten van onszelf. Anders heeft het geen enkele waarde.
2. Helaas meen ik te moeten vaststellen dat er in het Nederlandse protestantisme, ook in de 'zwaarste' bevindelijke kringen, soms weinig écht zondebesef is. Je zonde voor God (en eventueel voor de mensen) belijden betekent doodgewoon: erkennen dat je (vanwege je en bedorven natuur) altijd weer geneigd bent jezelf te zoeken, je eigen 'ik' op de troon te plaatsen en dat je alles, ook God Zelf, (via vrome woorden) aan dat afgodje van je eigen 'ik' ondergeschikt wilt maken. Hoe kan men anders verklaren dat er nog steeds zoveel verdeeldheid is onder de protestantse kerken, zoveel ruzies, zoveel vechten voor eigen gelijk, zoveel achterdocht, jaloersheid en leedvermaak, zoveel vertekening en verkettering van elkaar. Komt dat niet daaruit voort dat het hart van zulke ruziemakers altijd weer tikt: 'Ik, ík, IK!!!'?
Maar als men dat zoeken van het eigen 'ik' doodgewoon vindt en alleen maar gruwt van grote zonden zoals zonden tegen het zevende gebod, dan wordt dat dóód-gewoon en brengt de dood in de pot van je hart.
Ik heb de indruk dat sommigen het zondebesef zoeken in een, liefst zo diep mogelijk, gevoel van schuld. Maar je kunt wel een gevoel van schuld hebben, terwijl je toch je eigen zichzelf zoekende 'ik' niet radicaal hebt afgeschreven. Wanneer dalen we af van onze eigen gebouwde (kerkelijke) tronen en werpen al onze vermeende kronen aan de voeten van de Gekruisigde om onze zonden? Pas als dat gebeurt stopt de kerkverlating en krijgen onze kerken nieuwe aantrekkingskracht.
3. Ik ben het ook met dr. Van der Graaf eens dat we het niet moeten zoeken in het invoeren van een nieuw ritueel zoals van het roomse askruisje. Rituelen doven vaak vrij snel de oorspronkelijke bezieling en worden dan eerder een belemmering voor een waarachtige beleving.
Mijn bedoeling was deze. Als kardinaal Simonis en dr. Plaisier elkaar as op het hoofd strooien (dus niet: elkaar het askruisje geven op het voorhoofd zoals het roomse gebruik is) als een uiting van oprechte verootmoediging over wat christenen elkaar aan onrecht en krenking hebben aangedaan, dan komen ze tegemoet aan de mensen in onze tijd. Dan wordt zo'n schuldbelijden visueel gemaakt. Woorden alleen zeggen hen steeds minder, omdat ze gewend zijn aan de televisie van waaruit alles in flitsen en beelden op hen afkomt. De Goede Herder zocht immers de verloren schapen ook op. Hij redeneerde niet: 'Ze weten waar de schaapstal is, dus moeten ze die zelf maar gaan opzoeken.' En wij moeten Zijn voorbeeld navolgen. Dat betekent volgens mij dat we onze (bijbelse) bedoelingen zoveel mogelijk ook visueel moeten maken.
4. In Eén in de levende Christus schreef ik: 'Is zoiets (het laten strooien van as op elkaars hoofd) niet bijbels? Voordat Daniël zijn grote boetegebed uitsprak, richtte hij zijn aangezicht tot de Heere God om te bidden en te smeken, in vasten en in zak en as' (p. 190). Daniël was toch niet rooms, toen hij dat deed?
5. Ik ben het helemaal eens met dr. Van der Graaf, als hij zegt dat we de bestaande, helaas nog steeds diep ingrijpende, verschillen niet mogen verdoezelen. Dat doe ik in mijn boek dan ook beslist niet. Maar.., hoe werken we mee aan de vernieuwing binnen de R.-K. Kerk? Door ze steeds maar vast te pinnen op het concilie van Trente (1545-1563) of door gesprekken en gebedsgemeenschap te onderhouden met hen die in aansluiting aan het concilie van Orange (530-53? ) met ons belijden dat de mens gerechtvaardigd wordt enkel uit genade en door het geloof in Christus alleen. En hoe leiden we onzeker geworden rooms-katholieken eerder naar Christus als de enige Zaligmaker voor verloren zondaars? Door hen steeds maar weer te wijzen op de dwalingen van hun kerk of doordat we hen Christus 'als de Gekruisigde voor de ogen schilderen' (Gal. 3: 1)?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 maart 2000

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Enkele opmerkingen over de as

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 maart 2000

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's