De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Globaal bekeken

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Globaal bekeken

6 minuten leestijd

In De Reformatorische School geeft C. Bregman aandacht aan het gedicht 'De Kinderkruistocht' van Martinus Nijhoff:

'Zij hadden een stem in het licht vernomen:
"Laat de kinderen tot mij komen."

Daar gingen ze, zingende, hand in hand,
ernstig op weg naar het Heilige Land,

Dwalende zonder gids, zonder held.
Als een zwerm witte bijen over het veld.

In de armen van een der kinderen lag
Een wolke-wit lam en een kruis met een vlag

De mensen gaven hun warme pap
En brood en vruchten en melk in een nap.

En kusten hen, wenend om het woord
Dat de kinderen lachend hadden gehoord.

Want iedereen blijven Gods woorden vreemd.
Behalve hem die ze van God zelf verneemt.

Zij zijn bij de haven op schepen gegaan
en sliepen op 't dek tegen elkander aan.

De grootste der sterren schoof met hen mee
En wees de stuurman de weg over zee.

Soms schreide er één in zijn droom en riep
Over het water totdat hij weer sliep.

Met een dunne hand vóór haar gezicht
Dempte de maan de helft van haar licht.

Zij voeren voorbij de horizon
Waar de dag in een hoek van de hemel begon.

Toen stonden ze zingend voor-op het schip
En zagen ze een wit huis op een klip.

Wie alles verlaat vindt in vaders huis
Dat vele woningen heeft, zijn thuis.

Het anker rinkelde en viel in zee. 
- Domine infantium libera me -

Het hart van een kind is zo warm en los,
- Pater infantium liberet vos -

Zo buiten de wereld en roekeloos,
- Domine infantium libera nos -

Dat ze gingen en zelfs geen afscheid namen.
Libera nos a malo. Amen. -
'

'We kennen de kinderkruistocht als één van de meest dwaze en onverantwoordelijke acties door volwassenen jegens kinderen ondernomen Het is voor onze begrippen te gek voor woorden om weerloze kinderen te laten doen wat de volwassenen niet lukt en hen op deze manier aan een zekere ondergang prijs te geven. Maar vele religieuze middeleeuwers dachten anders dan wij. Zij redeneerden kennelijk zo "fundamentalistisch" dat ze op grond van enkele teksten uit de bijbel aannamen, dat aan kinderen gegeven zal worden wat volwassenen in hun waanwijsheid wordt onthouden. En daardoor trokken duizenden kinderen uit West-Europa argeloos richting Jeruzalem, zonder daar overigens ooit te komen. (...)
Maar als we dan toch gebruik maken van niet-historische bronnen, vergeet dan ook "De kinderkruistocht" van Nijhoff niet! De dichter pakt het heel anders aan dan wat de genoemde boeken over deze kruistocht te zeggen hebben. Het lijkt me toe, dat Nijhoff zich voor een moment onvoorwaardelijk aan het middeleeuwse denke heeft overgegeven. Hij verplaatst zich daarbij niet zozeer in de ouderen, die al of niet met goede bedoelingen tot deze kinderkruistocht hebben opgeroepen, maar vooral in de kinderen. Hij stelt zich voor hoe zij het appèl dat op hen gericht werd, hebben gehoord en verwerkt. Als Nijhoff over kinderen schrijft, komt vrijwel automatisch de sfeer terug waarin hijzelf als kind van zijn moeder de aloude verhalen over God uit de bijbel hoorde. Zijn moeder wist hem zo kinderlijk-eenvoudig te vertellen van God Die alles maakte. Als kind geloofde Nijhoff wat moeder hem vertelde. Hij is het ook nooit vergeten.
Maar dat kinderlijke geloof is de dichter nu kwijt. In zijn beste momenten verlangt hij echter wel terug naar dat kinderlijke geloofsleven, gevuld was met een onbeperkt vertrouwen in God Die altijd zou helpen. Ik stel me voor dat op zo'n moment dit gedicht "De kinderkruistocht" schreef als een uiting, van verlangen naar dat onbevangen en diep-gelovig kind-zijn. De kinderen horen een stem, en ze gaan zingend op weg. Een gids hebben ze niet nodig, want God Zelf is hun Leidsman. Zij maken hun reis over land en over zee. Als zij ten slotte weer land bereiken, menen zij dat het einddoel bereikt is. De volwassenen wenen om hen, wellicht niet of niet alleen omdat zij beseffen dat deze kinderen hun ondergang tegemoet reizen, maar vooral omdat zij dat sterke kinderlijke geloof missen. Misschien herkent Nijhoff zich in hen en weent hij mét hen omdat voor volwassen mensen Gods woorden zo vaak vreemd blijven. Maar de kinderen hebben die woorden van God wel vernomen. Zij hebben er ook radicaal gehoor aan gegeven. En daarom vinden zij in Vaders huis met zijn vele woningen hun thuis.
De dichter schreeuwt zijn volwassen vertwijfeling uit: Heer' van de kinderen, bevrijd me! Maak me als één van deze kleinen, die zo groot zijn in geloof. Maar hij weet als volwassene ook van de gevaren die dreigen: Vader van de kinderen, bevrijd hen! Bevrijd ons allen, bevrijd ons, verlos ons van de boze, het boze. Want er zijn machten die het kinderlijk geloof willen dooddrukken of dat al hebben gedaan. 
Zo loopt dit gedicht, dat - mede ondersteund door de eenvoudige versvorm - zo naïef en kinderlijk inzette, uit op een roepen tot God uit de diepte van het menselijk bestaan! Nijhoff lezen betekent altijd méér lezen dan er staat. Een gedicht om niet snel te vergeten!
'

In het (vrijzinnige) blad Vrij Zicht troffen we enkele stukken uit kranten in het jaar 1900. Eén daarvan is uit het Nieuwsblad van het Noorden (17 maart 1900), onder de titel Ledeboerianen:

'Tot slot een verhaal over de zogeheten Ledeboerianen, ontleend aan de Stichtse Courant.
"Sinds vele jaren reeds hielden eenige stille, eenvoudige inwoners van Polsbroek godsdienstige samenkomsten en zonderden zich af van kerkelijke gemeenschap, in den geest van wijlen ds. Ledeboer (1808-1863). In den aanvang van weinig beteekenis, werd hun aantal steeds grooter, klonk hun psalmgezang op hunne bijeenkomsten sterker, maar werden zij tevens verder afgeleid door Gods heilig Woord door hunne steeds sterker wordende zucht naar geestelijk licht, geestelijk leven en geestelijke kracht; eindelijk geheel opgaande in inspiratie en verwerpende alle van God geordende middelen. Eén uit hun midden ging voor op die bijeenkomsten, met woorden niet uit Godswoord, een preekenboek of oude Schrijvers, maar met wat hem van den Hemel werd geschonken, wat langzamerhand overging tot een uitgalmen van een vloed van woorden. Opmerkelijk is daarbij dat deze menschen voor dit plaatsje tot de goed ontwikkelden konden gerekend worden. Zoover waren zij dan gekomen toen zij in aanraking kwamen met Jannetje uit Veenendaal, wat nu 16 of 17 jaar geleden zal zijn. Dit meisje kwam daarna dikwijls in Polsbroek en ging dan op de bijeenkomsten voor en werd door enkelen al spoedig beschouwd als met een Goddelijken geest bezield te zijn. Dit was de oorzaak dat er velen afvielen die met deze vereering niet instemden en bleven er slechts een zevental gezinnen over die zich om Jannetje bleven scharen."'

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 maart 2000

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Globaal bekeken

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 maart 2000

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's