De Heilige Geest en de leer (1)
Negatieve gevoelens
Mij is gevraagd om in deze kring iets te zeggen over het thema 'de Heilige Geest en de leer'.
Het is met de nodige schroom dat ik de vraag om hierover te spreken heb aanvaard. Want als het hierover gaat, dan moet het wel staan in de context van de prediking, want daarvoor zijn we hier immers bij elkaar, daarvoor is deze conferentie belegd. En dan komt er bij mij de nodige aarzeling op. Om meer dan een reden. Want het spreken over de 'leer' roept allerlei negatieve gevoelens op. De interesse voor de leer, de geloofsleer is tanende.
Een Amerikaans rapport meldde nog niet zo lang geleden (en nu citeer ik) 'dat de meeste geestelijken, laat staan de meeste leken, ermee opgehouden zijn theologische lectuur te lezen'.
Nu ben ik zelf nooit zo weg van het onderscheid tussen geestelijken en leken, maar het verschijnsel dat hier gesignaleerd wordt zal u niet onbekend zijn.
Een kerkdienst waarin het God-zijn en het mens-zijn, de Goddelijke en de menselijke natuur van Christus aan de orde is, wordt door de gemeente vaak niet als de meest inspirerende ervaren. Een catechisatie-uur over dit onderwerp kan glazige blikken geven.
Aan woorden als 'leer', 'dogmatiek', kleeft vaak een negatieve gevoelswaarde. Deze ontwikkeling, deze teneur is niet geheel onbegrijpelijk. Veel theologische lectuur is immers gesteld in een jargon dat, zacht uitgedrukt, niet altijd optimaal toegankelijk is. Bovendien wordt er soms te weinig gedaan om de indruk weg te nemen dat bezinning op de christelijke leer eigenlijk maar een dorre, theoretische aangelegenheid is, die niets te maken heeft met waar het in de praktijk van het leven werkelijk op aankomt.
Die aarzeling is er bij mij ook om een andere reden. We komen in onze gemeenten (door allerlei oorzaken) steeds meer verscheidenheid in de leer tegen. Die varianten variëren van oud-gereformeerd tot vol evangelisch toe, met alles wat daartussen ligt. Bevindelijk gereformeerde, neo-calvinistische en evangelische christenen ontmoeten elkaar binnen vele christelijke organisaties, met name binnen de EO en allerlei dagen die vandaaruit worden belegd. Evangelische christenen lezen tegenwoordig ook Koers (Christen Vandaag) en reformatorische christenen lezen ook het Zoeklicht. Wanneer je over Openbaring 13 spreekt, kan een ouderling na de dienst heel onbevangen de vraag stellen: 'waar plaatst u nu in dit verband de opname van de gemeente?'
Er is nog iets wat mij doet aarzelen. Dat is, dat vandaag vooral van belang is, de vraag of het je iets doet. Je kunt als voorganger de mooiste dingen zeggen, die mensen echt pakken, dingen die de mensen aanspreken, wat ze fijn vinden, terwijl het intussen geen enkel verband houdt met dat schriftgedeelte, of zelfs op gespannen voet staat met de Schrift. Maar het was toch 'fijn'. En dat is bepalend. Een beetje zwart-wit gezegd: het maakt niet uit wat je precies gelooft, als het je maar iets 'doet'. Dat laatste kan wel eens wat haaks staan op de aandacht voor de leer. En dan: de Geest en de leer, wat zouden die twee nou met elkaar te maken hebben. Die twee staan voor het besef van velen nogal ver van elkaar!
Toch heb ik mijn aarzelingen overwonnen, en het verzoek om over dit facet van de prediking te spreken aanvaard!
Deze vraag kreeg ik begin juni. Dat was, kort na Pinksteren. Toen ik over deze datum nadacht begreep ik dat dit thema ingegeven was door Handelingen 2. Want daar worden ze duidelijk op elkaar betrokken: de leer en de Heilige Geest. De Heilige Geest en de leer. Ik wil dan de volgende verdeling aanbrengen in ons onderwerp. Eerst wil ik kort enkele bijbelse lijnen trekken. Hoe wordt er in het Nieuwe Testament over ons onderwerp gesproken, wat valt daaruit te leren? Dan wilde ik kort nagaan hoe men daar in de Reformatie mee is omgegaan. Daarna wil ik met u kijken naar de Nadere Reformatie (een tijd waarin toch aan de prediking grote waarde werd toegekend). Hoe ging men in die tijd om met de leer? Dan wil ik een schets geven van het geestelijk klimaat van onze tijd, van de gemeente waar wij met onze prediking middenin staan, die we voor ons hebben, in de week en vooral zondags. Ik wil dan ten slotte iets aanreiken vanuit de praktijk. Hoe staan we naar deze kant van de prediking in de gemeente.
Enkele bijbelse lijnen
Handelingen 2: de Heilige Geest is gekomen in Jeruzalem. Petrus preekt, hij getuigt van Christus, van Zijn kruis, van Zijn opstanding. Mensen komen tot bekering, tot geloof. En dan wordt in Handelingen 2 de gemeente, die daar groeit, getypeerd. En zij waren volhardende in de leer der apostelen (vers 42). Het werkwoord voor volharden betekent zoveel als volhouden met geduld, voortdurend bereid zijn opnieuw te beginnen, doorzetten ook in weinig enthousiaste, ja uiterst ontmoedigende situaties.
De leer van de apostelen: het kruis en de opstanding van Christus, de persoon en het werk van de Geest. Deze leer is nauw verbonden met de inhoud van de verkondiging. Lukas verstaat onder 'didache', niet alleen het onderwijs aan gemeenteleden, maar hij vat onder dat begrip de hele verkondiging van de apostelen. Onderwijzen en verkondigen mogen we dus niet scheiden. We zouden het zo kunnen zeggen: het heil dat in de verkondiging geproclameerd wordt, wordt in de leer (didache) voorwerp van nadere en verdiepte uiteenzetting. Dit onderwijs (dat zal duidelijk zijn) dient er toe de gemeente op te bouwen op het eenmaal gelegde fundament, opdat zij innerlijk versterkt wordt en groeit in de kennis van het geloof. Door zich voortdurend te laten onderwijzen, blijven de gemeenteleden bij hetgeen de apostelen leren over Jezus Christus en Zijn heilswerk. Wat we kunnen concluderen uit dit bijbelse gegeven is dit: als het in Handelingen 2 gaat over de gemeente, over de kerk, dan staat het volharden in de leer voorop. Wie dus spreekt over de zorg voor de leer als iets secundairs, die heeft de Geest tegen zich. En dan ook dit: deze gelovigen hier waren niet eigenzinnig. Ze zeiden niet: eens bekeerd, blijft bekeerd, of: we weten het nu wel! Nee, de pinkstergeest leidde hen, en de Geest maakt allesbehalve eigenzinnig. Deze bindt aan het Woord, en legt het Woord meer en meer open voor de harten, zoals Hij onze harten steeds weer opent voor het Woord.
Het is opmerkelijk hoeveel het werkwoord leren in het boek Handelingen voorkomt. U vindt het in het eerste vers (Mijn eerste boek heb ik gemaakt o Theofilus, van al hetgeen Jezus begonnen heeft beide te doen en te leren), en in het laatste vers komt u het tegen (lerende van de Heere Jezus Christus Hand. 28: 31). En daartussen in bijna elk hoofdstuk. We kunnen rustig stellen dat het een kernwoord is. In het boek van de Handelingen van de Heilige Geest is het 'leren' een centraal gegeven.
Brieven aan Timotheüs
Het zal u bekend zijn hoe vaak we in de brieven aan Timotheüs Paulus horen spreken over de leer. Ik noem 1 Tim. 1: 3, opdat gij sommigen beveelt geen andere leer te leren: 1 Tim. 1 : 10, de gezonde leer: 1 Tim. 4: 6, de woorden van het geloof en van de goede leer: 1 Tim. 4: 16 heb acht op uzelf en op de leer, 1 Tim. 6: 1, opdat de Naam van God en de leer niet gelasterd worde: 1 Tim. 6: 3, Indien iemand een andere leer leert, en niet overeenkomt met de gezonde woorden van onze Heere Jezus Christus, en met de leer die naar de godzaligheid is, die is opgeblazen en weet niets: 2 Tim. 4: 3, want er zal een tijd zijn dat zij de gezonde leer niet zullen verdragen.
De leer (didaskalia), het is een van de grondwoorden van de brieven aan Timotheüs. Wij noteren: de indringende oproep om het geloof, de leer, de gezonde woorden van de Heere Jezus als een pand te bewaren. Sommigen hebben vanwege deze nadruk op de zuiverheid van de leer gezegd dat daarom deze brief niet van Paulus kon zijn. Alsof deze apostel niet gewend was om zijn gemeente op te roepen zuiver te blijven in de leer? De gemeenten, Timotheüs' arbeidsveld, bestaan al wat langer. De eerste gloed is er af. Bezinning, verdieping, consolidatie zijn nodig. Ook weerbaarheid, opdat men niet voor de eerste de beste verleider opzij gaat. Er is namelijk ook dwaalleer. Vandaar deze herhaalde oproep. Dat spreken over de goede leer, de gezonde leer.
Wat is de gezonde leer? De leer, voor zover ze in overeenstemming is met het Evangelie van de heerlijkheid van de zalige God (1 Tim. 1: 11). Ook al bestaat die leer uit levensleiding, uit concrete vermaning voor het leven als christen van elke dag. Die leer is gezond, als ze maar haar nadere bepaling en grondslag vindt in het Evangelie zelf. Paulus geeft er hoog van op, van dat Evangelie. Het mag niet worden vervormd.
Dat is zeker voor de gemeente vandaag van belang, voor ons als voorgangers: het Evangelie van Jezus Christus, waarin God zich heeft bekend gemaakt, moet slechts worden bewaard en doorgegeven aan de volgende geslachten. Dat ziet dus niet op de wijze van prediking, maar op de inhoud van het Evangelie. De manier waarop het Evangelie wordt gebracht kan zeer verscheiden zijn. Als het Evangelie maar het Evangelie blijft.
Daarom doorgaan met de prediking van dat Evangelie! Zo lezen we dat in 2 Tim. 4 (en dat noteren we ook!). Er zal een tijd komen dat zij de gezonde leer niet zullen verdragen. Ik las in dit verband ergens: ze zullen het woord van God ontkrachten tot een genotmiddel, tot een dosis valium of librium, slik een godsdienstpil en de wereld en je eigen leven zien er weer roze uit. Je zult eens zien hoe tevreden je dan met jezelf wordt.
Houdt aan in het lezen, vermanen, leren, totdat (1 Tim. 4: 13).
Leren, weer dat woord 'didaskalein'. Elke preek is een klop op de deur van het hart. Geen schouderklopje. Maar tegelijk moet ook de volle raad van God verkondigd worden. We moeten als predikers rein zijn van het bloed van onze hoorders, niets achterhouden, ook niet wat niet erg in het gehoor ligt. Leren betekent dat we de mensen nauwgezet, stuk voor stuk de dingen van de bijbel uitleggen. En dan niet denken, als het gaat over de verzegeling met de Geest: dat begrijpen mijn gemeenteleden toch niet. Geen predikant zijn die de actualiteit van de krant en het dagelijks gebeuren in het centrum van de preken stelt, en de bijbel daarvoor als kapstok gebruikt, terwijl je dat wat de Heere God als de hoogste actualiteit aan de orde stelt, onder tafel werkt!
Houdt aan in het leren. Predik het Woord.
Voorthuizen G. van den End
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 maart 2000
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 maart 2000
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's