De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De Heilige Schrift een menselijk getuigenis?

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De Heilige Schrift een menselijk getuigenis?

10 minuten leestijd

Van tijd tot tijd, en de laatste tijd weer in toenemende mate, kan men in lectuur die binnen de gereformeerde gezindte verschijnt de uitdrukking tegenkomen dat de Bijbel 'het getuigenis van Gods openbaring' is, en wel 'het menselijk getuigenis aangaande de openbaring'. Kort geleden las ik het nog weer in een boekbespreking van de hand van drs. W. Dekker uit Oosterwolde in Wapenveld (jaargang 50, nummer 1; februari 2000). Hij schrijft naar aanleiding van het boek van dr. B. Loonstra, De Bijbel recht doen - bezinning op gereformeerde hermeneutiek (Zoetermeer 1999): 'Ik vind hem (Loonstra dus, J.H.) hier en daar ook nog te massief spreken over de Bijbel als Gods Woord. De Bijbel is Gods Woord, zou ik zeggen, maar op de wijze van een menselijke getuigenis aangaande de openbaring'. Nu betreft het hier slechts een enkele losse zin in een boekbespreking. Zo'n zin maakt nieuwsgierig naar de precieze bedoeling van degene die hem aan het papier heeft toevertrouwd. Temeer omdat het zicht op de Bijbel als 'een menselijk getuigenis aangaande de openbaring' kennelijk kan helpen om af te komen van een 'te massief spreken over de bijbel als Gods Woord'. Het is echter niet mijn bedoeling dit artikel te focussen op de geciteerde woorden. Graag plaats ik mijn opmerkingen in een breder context.

De Bijbel = Woord Gods
Het is voor het actuele gereformeerde belijden van eminent belang een zuiver zicht te hebben op de aard van het Schriftgezag. Hoe zien we de Bijbel? Ik ben van overtuiging dat het gereformeerde belijden staat of valt met het al dan niet - wat mij betreft massief, in elk geval ondubbelzinnig - erkennen van de Bijbel als het Woord Gods. Dat betekent dat we in de Bijbel in directe zin te maken hebben met Gods openbaring. Gode zij dank is er openbaring! Denk aan dat machtige woord uit Hebreeën 1: 1 God, voortijds veelmaal en op velerlei wijze tot de vaderen gesproken hebbende door de profeten, heeft in deze laatste dagen tot ons gesproken door de Zoon. Onze God is de sprekende God. Hij maakt zichzelf aan ons bekend. In het geloof, door het inwendig getuigenis van de Heilige Geest, zijn wij ervan overtuigd dat we in de Bijbel de neerslag van dit spreken Gods vóór ons hebben. Daarmee hebben we Gods openbaring niet in onze greep. Neen, het tegendeel is het geval: wij worden in het geloof gegrepen door Gods openbaring in de Bijbel en komen zo zelf in de greep van het Woord.

Openbaring van God méér dan de Bijbel
Toch betekent dat niet dat Gods (bijzondere) openbaring samenvalt met de Bijbel. Ik zet hier even tussen haakjes het woordje 'bijzondere' bij. Zoals bekend wordt er in de geloofsleer ook van 'algemene openbaring' gesproken, waarmee dan gezegd wil zijn dat tot alle mensen bepaalde signalen van Godswege komen vanuit de schepping en in het geweten. Ik ga daar nu niet op in, maar beperk mij tot wat dogmatisch 'de bijzondere openbaring' heet. De sprekende God richt zich tot mensen als Mozes en de profeten en de apostelen. God spreekt nog yeel rijker en intenser door Christus, het vleesgeworden Woord. Door de werking van de Heilige Geest gaan de menselijke ontvangers van de openbaring ook op schrift stellen wat ze van Godswege vernomen hebben. De openbaring wordt dus geboekstaafd en dit schriftelijk vastleggen (inscripturatie) is een apart werk van de Geest met volle inschakeling van mensen. Onze Nederlandse Geloofs Belijdenis zegt daarvan zo mooi dat dit gebeurd is 'vanuit een bijzondere zorg voor ons en voor onze zaligheid'. Dat wil echter niet zeggen dat alle woorden die door God gesproken zijn tot mensen ook in de Bijbel zijn vastgelegd. Zelfs van de woorden en werken van de Heere Jezus geldt dat ze lang niet allemaal zijn opgeschreven. Vergelijk maar de bijzonder sterke uitdrukking die gebezigd wordt in Johannes 21: 25 En er zijn nog vele andere dingen die Jezus gedaan heeft, welke, zo zij elk bijzonder geschreven werden, ik acht, dat ook de wereld zelve de geschreven boeken niet zou bevatten.
God heeft woorden gesproken tot bijvoorbeeld Henoch, Noach, Abraham die niet zijn vastgelegd in de Bijbel. De Heilige Geest kan ook vandaag nog rechtstreeks mensen aanspreken. Op zo'n moment geschiedt er bijzondere openbaring. Dat begrip is dus breder dan het begrip 'Heilige Schrift'. Woord Gods omvat veel meer dan de Bijbel. Intussen is de Bijbel wel voluit Woord Gods.

Te massief spreken?
Wanneer zouden we te massief spreken over de Bijbel als Gods Woord? Naar mijn overtuiging mogen we een =, een is-gelijk-teken, zetten tussen de Bijbel en Gods Woord. Dat is geheel in overeenstemming met het zelfgetuigenis van de Heilige Schrift. En zo ervaren we het ook in het geloof. Het geloof buigt van harte en over de hele linie voor de Bijbel als het Woord van God en heeft geen enkele behoefte daarop iets af te dingen. Maar dat betekent natuurlijk niet dat de Bijbel kant en klaar uit de hemel is komen vallen. Dat zou een misverstand zijn dat gevoed wordt door een scheidingsdenken, een concurrentiedenken, dat ervan uitgaat dat menselijke bemiddeling in mindering komt op goddelijke origine. Neen, het is nu juist kenmerkend voor het werken van de Heilige Geest dat de mens voor 100% wordt ingeschakeld. Daarom mogen, we zeggen dat de Bijbel tegelijkertijd voor 100% Gods Woord en voor 100% mensenwoord is. Dat daarmee heel wat gezegd is en dat we over de implicaties daarvan zomaar niet uitgedacht zijn, heeft de gereformeerde dogmaticus Herman Bavinck aan het begin van de 20e eeuw al heel goed beseft toen hij zijn gedachten over 'organische inspiratie' ontwikkelde. De Heilige Geest heeft niets menselijks versmaad bij de openbaring van het goddelijke. Menselijke getuigen zijn in dienst genomen inclusief hun individualiteit en hun culturele horizon. De Bijbel legt er dus op elke bladzijde getuigenis van af hoezeer het Woord Gods is ingegaan in de tijd. Er zijn niet bepaalde woorden in de Schrift 'tijdgebonden', neen, heel de Schrift is 'tijd-bediend'. Ik vind het een geweldige boeiende en spannende uitdaging om steeds weer opnieuw in de tijd-bepaalde gestalte van het Woord het blijvende gehalte ervan te zoeken en te vinden. Gelukkig zijn er ook vandaag de dag wereldwijd heel wat bijbelgetrouwe onderzoekers die hiermee bezig zijn. Wie deze hermeneutische problematiek (uitdaging) niet onderkent, met andere woorden wie de menselijkheid van de Schrift miskent, zou aan de uitdrukking 'de Bijbel is Gods Woord' een te massieve, of liever gezegd te eenzijdige invulling geven. De Bijbel is niet minder Gods Woord naar mate de Bijbel een menselijk woord is. Immers, ook als menselijk woord is het bijbelwoord geen woord 'van beneden over boven', maar een woord van boven over boven via beneden! Het menselijke is in dienst genomen door de Geest en wel op zodanige wijze dat het menselijke nergens een belemmering is om de bedoeling des Geestes over te dragen, maar juist een instrument om dit optimaal te laten gebeuren. In dit verband noemde Bavinck het bijbelwoord 'sine labe concepta', onbevlekt ontvangen!

Het gevaar van 'getuigenis'
Jaren geleden heeft dr. C. Trimp al gewezen op het gevaar van het woordgebruik 'getuigenis' inzake de Heilige Schrift. Men leze het opstel 'Het getuigenis der Schriften', opgenomen in de bundel Betwist Schriftgezag, Groningen 1970, blz. 7-35.
In feite vindt door dit spraakgebruik aansluiting plaats bij de visie van Karl Barth op de Heilige Schrift. Trimp geeft de volgende korte omschrijving van de benadering van Barth en diens geestverwanten: 'Wij moeten de relatie tussen Gods gezaghebbende openbaring en de Heilige Schrift leren zien als een relatie, die vol is van de dynamiek van Gods soevereine genade, dat wil zeggen: het getuigenis van de Heilige Schrift wordt Gods Woord, wanneer God door een apart en exclusief wonder deze identificatie genadig wil voltrekken. Kortom: het begrip 'getuigenis' is een graag benutte voorkeursterm in de beschouwingen van hen, die een derde weg begeren te gaan, teneinde niet gedwongen te worden tot de keus tussen het oude inspiratiegeloof en een vrijzinnige Schriftbeschouwing' (blz. 11).
Populair gezegd: bij Barth is de Bijbel niet Woord Gods - dat zou een te massief spraakgebruik zijn -, maar moet de Bijbel telkens weer Gods Woord worden, hetgeen zich voltrekt op die momenten dat de Geest dit in Zijn vrijmacht laat gebeuren. Barth stelt met grote nadruk dat de schrift slechts getuigenis is van de herinnering aan de geschiede openbaring en van de verwachting van de komende openbaring. Mensen geven - nog altijd volgens Barth - in hun eigen taal en op hun eigen wijze getuigenis hoe zij God in Zijn openbaring hebben ontmoet. Dat is niet meer en niet minder dan een benaderingspoging op feilbaar menselijke wijze! Zo kan de Bijbel als product van menselijke activiteit gezien worden als - zoals Trimp terecht samenvat - 'een feilbaar geschrift met opvallende vergissingen en achterhaalde beschouwingen. Want het is een boek, dat werd geschreven door mensen die binnen een eigen beperkte horizon leefden en dachten. Kortom: de Bijbel is een puur menselijk, ja: 'werelds' geschrift. En we moeten de historische kritiek dankbaar zijn, dat zij dat ons allen zo overtuigend heeft weten duidelijk te maken.' (blz. 17). Zo wordt een 'directe identiteit' van de Bijbel en Gods openbaring in de barthiaanse theologie nadrukkelijk afgewezen. Het woord 'getuigenis' fungeert als sleutelbegrip om de Bijbel te schetsen als een per definitie gebrekkige poging om de niet-voorhanden openbaring van God te benaderen. Daarbij wordt volledig voorbijgegaan aan het gegeven dat 'getuigenis' in het Nieuwe Testament juist de zekerheid en betrouwbaarheid aanwijst van de boodschap aangaande Jezus Christus. 'Getuigenis' in nieuwtestamentische zin is daarom juist het omgekeerde van een feilbare, subjectieve interpretatie. Dit is indertijd al aangetoond in het proefschrift van R. Schippers, Getuigen van Jezus Christus in het Nieuwe Testament, Franeker 1938.

Getuigenis als openbaring van Gods wege
Trimp stelt met H. Ridderbos en K. Runia dat 'het getuigenis der apostelen niet een verwijzing is naar, doch opgenomen is in het openbaringshandelen van God' (blz. 26). Ik denk dat ook anno 2000 de conclusie van Trimp nog voluit geldt: 'Verzet tegen de barthiaanse Schriftbeschouwing zal dan ook mede gekenmerkt moeten zijn door zuinigheid en zindelijkheid in het gebruik van het woord 'getuigenis' (blz. 28)'.
Uiteraard kan er ook op juiste wijze gesproken worden van 'menselijk getuigenis', wanneer we hiermee doelen op het wonder dat mensen in dienst genomen zijn door de Geest als voluit betrouwbare handlangers van Gods openbaring. De Schrift is zelf openbaring van God en dus Gods Woord doordat het menselijk getuigenis geheel in dienst genomen is om voertuig van de openbaring Gods te zijn. Er mag op geen enkele wijze distantie worden geschapen tussen de Bijbel en Gods bijzondere openbaring. Wie dat wel doet, denkt onjuist over het werk van de Heilige Geest in en via de menselijke openbaringsgetuigen. Wie op barthiaanse wijze gaat spreken over de Bijbel als een menselijk getuigenis aangaande het Woord Gods raakt het spoor bijster inzake het gezag van de Bijbel. Ik denk dat op dit punt grote waakzaamheid geboden is. Daarmee beschuldig ik niemand op voorhand van het loslaten van het reformatorisch schriftgeloof, maar signaleer ik wel een gevaarlijk spraakgebruik dat we naar mijn overtuiging zouden moeten vermijden, al was het maar om ernstige misverstanden te voorkomen.

Veenendaal                 J. Hoek

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 maart 2000

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

De Heilige Schrift een menselijk getuigenis?

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 maart 2000

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's