De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De geleerde dominee (1)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De geleerde dominee (1)

13 minuten leestijd

Onderstaand artikel is een bewerking van een inleiding die Dr. W. Verboom hield bij de afsluiting van een studieweek van theologische studenten in augustus 1999 in Mennorode in Elspeet.

Inleiding
Een dominee moet geleerd zijn. Niet in de zin van knap, maar door God geleerd. Daarover willen we in dit artikel nadenken. We willen doen wat we in de tekstwoorden lezen die we samen overdenken. Ik citeer: 'De Heere HEERE heeft Mij een tong der geleerden gegeven, opdat ik weet met de moede een woord ter rechter tijd te spreken. Hij wekt elke morgen, Hij wekt Mij het oor, dat ik hoor, gelijk die geleerd worden'. Als ik deze woorden goed begrijp en ze betrek op het werk van een profeet, ook in afgeleide zin het werk van een predikant, dan wordt hier die predikant getekend ais een geleerde. Vandaar de titel van deze inleiding.

De Knecht des Heeren
Het gedeelte waarin deze woorden staan is het derde lied over de Knecht des Heeren. In vers 10 wordt ook met zoveel woorden gezegd, dat het over Hem gaat. Er zijn verschillende liederen over de Knecht des Heeren. Dit is het derde lied. De schrijver ervan is Jesaja, door de meeste exegeten als Deutero-Jesaja, de tweede Jesaja gezien, die leefde in de ballingschap en in die situatie het Woord van God tot het volk Israël spreekt. Het is altijd weer een spannende vraag wie Jesaja bedoelt met de Knecht des Heeren. Soms is het duidelijk dat hij het volk Israël ermee bedoelt, zoals in 49: 3: Gij zijt mijn Knecht, Israël. Daarnaast zijn er ook allerlei andere opvattingen, maar daar ga ik nu maar aan voorbij. Ik houd het erop, dat het in het bijzonder om Iemand gaat die binnen het volk Israël dat volk vertegenwoordigt. En dan is de lijn naar de Messias, zo lang door Israël verwacht, spoedig getrokken. Als christelijke gemeente geloven we dat deze Messias onze Heere Jezus Christus is. Daarmee zeggen we dat onder de Knecht in Jesaja, ook in dit gedeelte, onze Heiland wordt bedoeld. Hij is het, die in de gestalte van een Knecht zijn werk van verzoening en verlossing heeft verricht. Hij is de gekruisigde en opgestane, die nu aan Gods rechterhand is, Gods eigen Zoon. Deze Knecht was de Zoon van Israël en Hij is er voor Israël. Maar Hij was er ook voor de volkeren. Hij is tot een Licht der volken gesteld (Jes. 60).
In vers 4 van Jesaja 50 wordt deze Knecht zelf sprekend ingevoerd. We horen Hem zeggen dat de Heere HEERE Hem een tong der geleerden heeft gegeven, opdat Hij met de moede een woord ter rechter tijd kan spreken. De Knecht zegt: 'Hij wekt elke morgen, Hij wekt Mij het oor, dat Ik hoor, gelijk die geleerd worden'.
 Christus, die zelf de volmaakte Leraar is noemt zich hier een Geleerde. Wat betekent dat woord? Niet iemand die alles weet, maar iemand die wil leren. Dat is toch wel heel frappant. De positie van een leerling is een nederige positie. Hij weet niet alles, maar moet de dingen leren. Toch zegt Hij hier zelf dat Hij een tong van een geleerde, dat is een tong van een leerling heeft gekregen. We zien hierin iets van het mysterie dat Gods Zoon mens was. Zo heeft Jezus zichzelf ook verstaan toen Hij eens zei: 'Want Ik heb uit Mijzelf niet gesproken, maar de Vader, die Mij gezonden heeft, Die heeft Mij een gebod gegeven, wat Ik zeggen zal en wat Ik spreken zal' (Joh. 12: 49). Over het leren van Jezus als leerling spreekt ook Hebr. 5, als de schrijver zegt: 'Hoewel Hij de Zoon was, nochtans heeft Hij gehoorzaamheid geleerd, uit hetgeen Hij geleden heeft' ( vers 8). Het tekent de volstrekte afhankelijkheid van de Zoon aan de Vader, juist ook als Messias. Door dit leren heeft Zijn tong gesproken, woorden van eeuwige Wijsheid, in de Bergrede, in de gelijkenissen, in zijn toespraken tot het volk en in het bijzonder tot zijn discipelen. Zoals Psalm 40 profetisch vertolkt: 'Uw waarheid doe Ik horen, Uw heil de mens beschoren, vloeit daag'lijks uit mijn mond; uw gunst, uw trouw, uw Woord, en Gods geheimen hoort, uw talrijk volk in 't rond' (vers 5). En zoals hier staat dat de Knecht ter rechter tijd een woord spreekt speciaal tot de moede, zo is het ook geweest bij Christus. "Hij heeft de vermoeide en de belaste in het bijzonder opgezocht en gezegd: 'Komt tot Mij, allen die vermoeid en belast zijt en Ik zal u rust geven'.

Predikanten
Zo profeteerde Jesaja in onze tekst, zo was Jezus Christus en zo is Hij nog. Ook nu Hij als de Verhoogde zit aan de rechterhand van zijn hemelse Vader. Sinds Pinksteren, toen Hij zijn Geest uitstortte, vervult Hij mensen daarmee en door de dienst van mensen bedient Hij zijn Woord, speciaal tot de vermoeide.
En dan zijn we bij de predikant. In afgeleide zin, via de omweg van Christus, geldt het ook van ons wat hier staat en is het richtinggevend voor het predikantswerk in het perspectief van Gods koninkrijk. Christus wil ons gebruiken - hoe is het mogelijk - om zijn werk als dienaren in deze wereld van vandaag te laten verkondigen. Hij wil ons zalven met zijn Geest, zoals ieder christen volgens zondag 12 van de Heidelbergse Catechismus met de Heilige Geest gezalfd is, om zijn Naam profetisch te belijden. Maar speciaal geldt dat dan toch wel voor predikanten. Zo gaat dit woord heel persoonlijk spreken: De Heere HEERE heeft mij een tong der geleerden ( leerlingen) gegeven, opdat ik weet met de moede een woord ter rechter tijd te spreken. Hij wekt elke morgen, Hij wekt Mij het oor, dat Ik hoor, gelijk die geleerd worden. Hier gaat het over de predikant als een 'geleerde'. Het woord 'geleerd' in de uitdrukking 'tong der geleerden', betekent dus ook voor ons niet: ik heb een tong die zoveel weet, ik ben zo geleerd, maar ik heb een tong die het niet weet, die het daarom geleerd moet worden. Niet: ik ben zo geleerd, maar ik moet het leren. Dat is een hemelsbreed verschil. Als we een tong hebben die het weet, zijn we niet geschikt voor Gods koninkrijk. Als we een tong hebben die het zelf niet weet en die het moet geleerd worden, dan zijn we geschikt voor het werk in zijn koninkrijk.

Horen-Kennen-Spreken
Wie predikant wil zijn moet voor alles leerling zijn. Daarover gaat het in de woorden van Jesaja 50. Wanneer we in dit licht bezien nu dieper op deze woorden uitgaan, dan ontdek ik de volgende reeks, die - als een geestelijk vormingsproces - voor het predikant-zijn onmisbaar is. Het is de reeks: horen-kennen-spreken. Het gaat eerst over horen: Het oor wordt gewekt door God en naar God. Daardoor ontstaat het weten, het kennen van God en zijn wil en daar komt als derde het spreken uit voort, als een geleerde, d.w.z. als een leerling. Het is de reeks die we in het leven van de discipelen van Jezus terugvinden. Eerst is er het horen als discipel, dan het kennen en verstaan, dan het spreken als apostel. Deze volgorde is onomkeerbaar. Bij dé Knecht en bij allen die deze Knecht volgen.

Horen
We beginnen bij het begin: het horen. De Knecht des Heeren zegt van zichzelf: Hij wekt mij het oor, dat Ik hoor. Daar begint het leerling zijn mee. Zo alleen word je een geleerde dominee. Horen doen we met onze oren. Ook al gaat het om een horen met ons innerlijk oor, met ons hart, toch gaat dat via de middellijke weg, de weg van het oor. Horen is luisteren naar wat God zegt. Niet naar wat je in je zelf hoort opkomen. Niet naar wat je allemaal om je heen hoort. Maar naar wat God zegt. Vanuit jezelf weet je niets van God. Wie Hij is, wat Hij doet, wat Hij wil. Hoe Hij is in zijn Zoon, wat de Heilige Geest is en zijn werk. Je weet het niet. Het moet je gezegd worden, geopenbaard worden. Daar heb je nu oren voor gekregen. Dat wonderlijke lichaamsdeel, waardoor klanken woorden worden en een zin krijgen. Waardoor Gods Woord de zin van je leven Wordt. Maar hoe zullen wij horen? Alleen als God ons doet horen. Hier staat: als God ons het oor wekt. Zoals een moeder een kind opwekt uit de slaap, wakker maakt, zo moeten onze oren wakker gemaakt worden door God, want zij slapen. God is de grote Initiatiefnemer in ons horen. Hij wekt het oor. Dieper nog: Hij verwekt het horen. Het horen is er niet, het moet geschapen worden, verwekt worden. Doven moeten horen, door de wekkende en verwekkende kracht van de Heilige Geest. Het moet reveil worden in je leven. Dan ontstaat er aandacht voor God, opmerkzaamheid voor zijn Woord.
Het Woord van God zweeft niet zomaar eigens, maar heeft zijn plaats verkozen in de Schriften, is Schrift geworden. Horen is daarom het oor te luisteren leggen bij de Schriften. Zoals wanneer we een schelp aan ons oor houden en we horen het ruisen van de zee, zo horen we met een gewekt oor de stem van God in de Schriften, in al die geschiedenissen, Profetieën, Psalmen, Evangeliën, Brieven, enzovoort. We horen wie God is als de God van de Schepping. We horen hoe de Schepping een gebroken werkelijkheid geworden is door de zonde en hoe dat Gods toorn oproept. We horen wie God is als Verlosser in zijn Zoon Jezus Christus, de Knecht voor Israël en de volkeren. We horen hoe Hij de getrouwe God van het verbond is, die niet laat varen de werken zijner handen. We horen van de heelwording van de gebroken Schepping, nu al in beginsel, maar eenmaal volmaakt, als Christus Jezus wederkomt en zijn Koninkrijk komt. Dat alles laat God horen in zijn Woord. En Hij bindt ons oor aan dat Woord. Zodat we één en al oor worden. En hoe meer gebonden aan het Woord, hoe meer geboeid door het Woord. Het horen van het Woord wordt onuitputtelijk en onophoudelijk, omdat de bron onuitputtelijk en onophoudelijk is. Omdat God onuitputtelijk en onophoudelijk is.
Dominee zijn is dus allereerst horen. Niet spreken, maar horen. Het oor op het Woord leggen. Dat horen moeten wij leren. Ook ons oor moet gewekt worden, telkens weer voor dit Woord. Om de stem van God te horen. Om te leren onderscheiden tussen deze stem van het Woord en allerlei andere stemmen, tussen de stem van het Woord en de tegenstemmen. Om te verstaan wat God wil, hier en nu, in de concrete situatie waarin we leven. Voor jezelf, je persoonlijk leven, maar ook voor de gemeente, de kerk en de maatschappij, de bredere verbanden van de samenleving. Predikant worden is leren horen. Zo begint het. Zo begon het met de Knecht en zo met allen die in zijn voetspoor gaan. Eerst horen. En het spreken? Dat komt pas veel later. Dat is echt wezenlijk. Ook vandaag. Vergis ik me als ik meen waar te nemen dat sommigen die de arbeid in Gods koninkrijk ter hand nemen, menen het horen te kunnen overslaan of het snel genoeg gedaan te hebben en meteen maar tot spreken overgaan. Vergis ik me als ik zie dat er zijn die wel leraar willen zijn, maar geen leerling? Dat wreekt zich vroeg of laat. Wie niet bij horen begint, is spoedig uitgesproken. En heeft eigenlijk niets meer te zeggen, al vindt hij zelf van wel. Het spreekgestoelte in de kerk, de pastorale stoel thuis, de catechesestoel te midden van jongeren, wordt een holle en lege vertoning als er niet eerst gehoord wordt. Geen goede tong zonder horend oor. Dan word je binnen de kortste keren een klinkend metaal en een luidende schel (1 Kor. 13: 1).

's Morgens én 's morgens
Het treft mij dat de Knecht des Heeren zegt dat de Heere HEERE hem elke morgen het oor wekt. Elke morgen... in het Hebreeuws staat heel beeldend: in de morgen én in de morgen. Het oor wordt in de morgenstond, als de dag begint, gewekt. Om te horen wat de Heere HEERE zegt. Dat komt in de Schriften veel voor. De profeten zeggen nogal eens dat ze vroeg op zijn en in de stilte van de morgen het Woord van God horen. Ja van God zelf lezen we dat Hij vroeg op is en zijn dienaren zendt. Van de Heere Jezus lezen we dat Hij in de stilte van de nacht en van de morgenstond hoorde wat Zijn Vader tot Hem zei.
Zo heeft de morgenstond het goud van het horen van het Woord in de mond. En dat is nog vaak zo. De stilte van de morgen heeft iets kostbaars. De dag is nog ongerept. Er is nog geen lawaai. En in die stilte is het zo goed horen.
Ik zeg: het is nog vaak zo. Laten we er geen wet van maken of het kenmerk van het ware. Onder predikanten bevinden zich nu eenmaal zowel morgenmensen als avondmensen. Soms ook nachtvolk. Het heeft geen zin voor een avondmens om zich ertoe te persen 's morgens om zes uur op te staan om vervolgens bij de stille tijd boven de Bijbel in slaap te vallen. Men kan ook 's avonds horen. En toch... de morgen is zo'n bijzondere tijd om te horen.
Voor zover ik het zie heeft dat een dubbele betekenis. Allereerst betekent de morgenstond dat het het eerste moment van de dag is. Voordat er iets gezegd wordt, voordat er iets gedaan wordt, is er die stille morgenstond. En als dan God ons oor wekt en als God ons gaat leren en wij gaan horen, dan tekent dat de absolute prioriteit van het Woord. De morgenstond is de tijd van de goede aarde, waarin het zaad valt. De akker is nog niet platgetreden door de vele voetstappen van de dag, zodat de vogels het zaad wegpikken, maar het zaad valt in de akker en kan wortelschieten en groeien en vrucht voortbrengen.
Maar dat God het oor wekt, in de morgen én in de morgen, betekent dunkt me ook dat God elke dag weer opnieuw begint. In de morgen en weer in de morgen. Je vergeet zo gauw wat je gisteren hoorde en leerde, het oor moet opnieuw gewekt worden en er moet opnieuw gehoord worden. We zijn zo hardhorend. Sommige mensen menen dat het voldoende is dat we alleen zondagsmorgens het Woord horen. Nee, we hebben het elke dag heel hard nodig. Iedere dag heeft zijn eigen programma. Zijn eigen concrete situaties en gebeurtenissen. Ook zijn eigen kwaad. Er is de dag van het tentamen, de dag van het werk, de dag van de vriendschap, de dag van het alleenzijn. De dag van het eten en drinken, de dag van het grote wereldgebeuren. En al die dagen hebben een eigen morgen. God spreekt in al die situaties. Daarom wekt Hij deze morgen én deze morgen het oor, om te horen wat God in deze concrete situatie zegt. Dat is leren, een vroege leerling zijn. Daarin schittert Gods trouw; die is elke morgen nieuw.

Waddinxveen               W. Verboom

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 maart 2000

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

De geleerde dominee (1)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 maart 2000

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's