De Heilige Geest en de leer (2)
De Reformatie
Hoe is de Reformatie daarmee omgegaan? Ons volgend aandachtspunt. Ik wilde me concentreren op Calvijn. De Heilige Geest en de leer. Kort een paar opmerkingen. Ook Calvijn spreekt herhaaldelijk over de leer, de gezonde leer. Alleen al 440 maal in zijn Institutie. Hetzelfde geldt van het werkwoord docere (leren) dat 617 maal voorkomt, alleen al in de Institutie, en het is niet bekend hoe vaak dit naar voren komt in brieven, commentaren, preken en in grote en kleine traktaten. Mij trof in boek VI van de Institutie (waar Calvijn schrijft over de leraren en dienaren van de kerk, hun verkiezing en ambt) als hij het over de ambten heeft, en de herders en leraars noemt, en dan zegt hij dat dit het onderscheid is dat de leraars niet de leiding hebben van de tucht, de bediening en de vermaningen en opwekkingen, maar alleen van de uitlegging der Schrift, opdat de zuivere en gezonde leer onder de gelovigen behouden worde. Naar het herderlijk ambt (voegt hij eraan toe) sluit dit alles in zich.
Ik onderstreep die woorden, 'opdat de zuivere en gezonde leer onder de gelovigen behouden worde.' Daar hecht de Reformator van Genève zeer aan! Behartenswaardig acht ik wat Calvijn opmerkt bij Handelingen 2: 42. Ik citeer: 'Vier kenmerken worden hier gegeven waaruit men de kerk kan kennen. Als wij de ware kerk van Christus willen zoeken, dan vinden wij haar hier door Lukas, naar het leven afgeschilderd. Hij begint met de leer, die de ware ziel van de kerk is. En hij spreekt niet van allerlei leer, maar noemt die van de apostelen, dus die de Zoon van God zelf door hun handen had meegedeeld. Waar dus de zuivere stem van het Evangelie weerklinkt, waar de mensen bij de belijdenis ervan volharden, waar zij door het dagelijks horen ervan zich oefenen tot opwassen in het geloof: daar is de ware kerk!'
En even verder merkt hij op: dat toch de Heilige Geest verkondigt dat de kerk speciaal naar dit kenmerk beoordeeld moet worden, of de eenvoudige leer, die van de apostelen overgeleverd is, in haar van kracht is.
Er is bij Calvijn sprake van de eenvoudige leer, de heldere leer, de rechte, de gezonde leer, de zaligmakende leer. De leer is bij hem niet alleen de afzonderlijke leerstelling, maar evenzeer, vooral het hele Evangelie, het hele Woord Gods. Doctrina is de prediking van het Woord Gods. Karl Reuter wijdt in zijn onderzoek naar 'Das Grundverständnis der Theologie Calvins', een belangrijke paragraaf aan het geestelijk nut van de leer. Hij zegt dan: Doctrina staat tegenover onkunde en dwaling, het vormt het bestaan van de kerk. Het is de pedagogische vorm van de Schrift, en van het Evangelie, waardoor het intellectualisme wordt voorkomen. De leer richt zich tot het hart van de mens. Christen-zijn is leerling zijn. Zo alleen werpt de leer vrucht af en is zij nuttig.
Betrouwbaar in leven en sterven
De doctrina is de leer der zaligheid, betrouwbaar in leven en sterven. Hoe existentieel dit voor Calvijn geweest is, is te lezen in een brief, die hij aan zijn vriend Farel schrijft over het sterven van zijn vrouw. 'Zij was', zo schrijft hij, 'niet meer in staat om te spreken, maar zij wist door tekenen haar gemoedsgesteldheid duidelijk te maken.' 'Ik heb woorden gesproken over de genade van Christus, over de hoop van het eeuwige leven, over de pelgrimstent van het leven, en over de thuisreis. Daarna begaf ik me in gebed. In klaar bewustzijn hoorde zij naar het gebed en gaf zij acht op de doctrina'. Getroost door de leer ontsliep Idelette in vrede. 'O glorierijke opstanding', had ze kort te voren uitgeroepen, zich toevertrouwend aan de God van Abraham en van al onze vaderen. 'Reeds zo vele eeuwen lang hebben de gelovigen op u gehoopt, en niemand is teleurgesteld: ik verwacht u ook'.
Zo functioneert bij Calvijn de doctrina, de leer: ze is betrouwbaar in leven en sterven. Prof. van 't Spijker schrijft hierover: Het is een hemelse leer die haar oorsprong niet heeft in het denken of het gevoel van de mens, maar in de Schrift. In de Schrift spreekt God zelf ons aan vanuit de hemel... Wij kunnen niet de minste smaak in de rechte en gezonde leer ontvangen dan alleen door het luisteren naar de Schrift. Dit geldt temeer omdat wij geneigd zijn tot het verzinnen van kunstmatige en nieuwe religies... Daarom is de hemelse leer een uniek en een goddelijk geschenk. Wanneer Calvijn de leer typeert als een hemelse, klinkt daarin door de totaal andere orde der dingen waarmee wij te maken krijgen, anders dan alles wat wij hier op aarde vinden. Dwaas zijn we, totdat wij deze leer ontvangen. In het duister tasten wij, totdat de Geest ons verlicht. Daarom is de hemelse leer, de leer van de Heilige Geest, die haar tevoorschijn brengt vanuit het binnenste van het hemelse heiligdom, en die ons zo een geestelijke maaltijd voor de ziel bereid. De leer (en het is goed dat op te merken) is Christi doctrina. Het gaat om de leer van Christus, die we niet alleen van Hem ontvangen hebben, maar die ook Hem als middelpunt heeft. Dit is immers de enige manier zowel om de zuivere leer te behouden als om haar te herstellen: Christus voor ogen stellen met al zijn goederen, opdat Zijn kracht waarlijk gevoeld zou worden. U voelt hoe nauw die beide, Christus en de leer, op elkaar betrokken zijn. De leer is niet een instantie naast Christus, of naar Hem heenleidend, maar het is de onderwijzende Christus Zelf onder ons in het gewaad van de Heilige Schrift. Daarom is er slechts zekerheid in de leer van Christus: Christus in de Schrift! Slechts de leer van Christus heeft gezag en zekerheid. Wat we intussen niet moeten vergeten is dat de effectiviteit van de leer, het werk van de Geest is. De leer is de moeder, waardoor de kerk geboren wordt, de leer van wet en evangelie. Maar niet alleen de leer is tweevoudig, ook het effect van de leer is tweevoudig. Ze is niet alleen vruchtbaar tot genezing. Ze is dat bij de verkorenen. In hen werkt de Geest. Voorzover het de verworpenen betreft, ook voor hen heeft de doctrina nut, namelijk dat hen de verontschuldiging ontnomen wordt.
De Geest is de inwendige Leraar die in de harten spreekt. Christus heeft een tweevoudige manier van leren: door de menselijke stem laat Hij het klinken in onze oren... en door zijn Geest drijft Hij ons innerlijk. En dit doet Hij nu eens op hetzelfde ogenblik, en dan weer op verschillende tijden, zoals het Hem behaagt. Met andere woorden de werkzaamheid van de leer is niet te danken aan de menselijke stem. Zij is er voorzover Christus in het hart werkt door Zijn Geest.
Wij noteren: wat ons opvalt is de nauwe verbinding van Schrift en leer, Christus en de leer. En ook de nauwe verbinding van de doctrina met het werk van de Geest. Wie de leer veracht (zegt de reformator van Genève) blust de Geest uit.
De uiterlijke prediking is niet zomaar wat. Geen uiteenzetting om vrijblijvend aan te horen! Deze betrokkenheid van doctrina en de Heilige Geest geeft aan de prediking dynamiek. De dynamiek moet er zijn in de prediking zelf. Frigida doctrina - een koude leer is het, wanneer ze niet in het geloof gebracht en ontvangen wordt, wanneer het geloof en het gebed ontbreken. Er moet gedrevenheid zijn bij de prediker. Ook moeten de aansporingen en de vermaningen klinken, tot bevestiging, tot stimulans van de leer.
De doctrina, de hemelse leer is voor Calvijn de ziel van alles. Zonder deze is zelfs de meest zuivere kerk niets anders dan een dood lichaam. Daarom moeten ook de voorgangers leerling zijn en blijven op de school van God. Niemand zal ooit een goed leraar Zijn (zegt hij) als hij zelf niet bereid is altijd onderwezen te worden.
De beweging van de Nadere Reformatie
Hoe is dit nu 100, 150 jaar later in ons land? Twee opmerkingen. De mannen van de Nadere Reformatie hebben het belang van de prediking duidelijk gezien. Zij waren zich er goed van bewust dat door dit middel het volk werd bereikt, zodat de onkunde kon worden tegengegaan, en misstanden konden worden bestreden. Juist door de prediking is de Nadere Reformatie van zo grote betekenis geworden. Er is volop aandacht voor de leer, de kennis. Veelal bestond de preek uit 3 onderdelen: een inleiding ('niet te lang', zegt Saldenus, 'wel pakkend, laat de inleiding fungeren als blikvanger, er dient met zorg over te worden nagedacht'), daarna de uitleg en dan de toepassing.
De toepassing bestaat dan bij Saldenus (hij was leerling van Joh. Hoornbeek, en schreef z'n homiletiek in 1677) uit de documenta en de usus. De documenta willen de leer die in de tekst naar voren komt, uiteenzetten. 't Gaat er dan om dat leerstellingen, die in de tekst in nuce verborgen zijn of uit de tekst kunnen worden afgeleid, in de preek aan de orde komen. Het gaat dus om leringen (van meer algemeen of bijzonder karakter) die uit de tekst afgeleid worden. Het positieve hiervan is, de aandacht voor dat wat wij geloven.
Men wil kennis bijbrengen vanuit het geheel van de Schrift. De gemeente grond onder de voeten geven. Tegelijk dreigen de dingen zo uit elkaar te vallen! Wat bij Calvijn een eenheid is, raakt hierdoor (een overigens goed bedoelde analyse!) uiteen. Je zou kunnen zeggen: in de plaats van de doctrina komt het doctrinaire, het leerstellige, dat dan weer om reactie van de ervaring vraagt. Zo vallen leer en leven, geloof en bevinding, kennis en vertrouwen uiteen. De toon van de prediking wordt daardoor (vooral in later tijd) meer beschrijvend dan appellerend!
Voorthuizen G. van den End
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 maart 2000
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 maart 2000
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's