De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Meditatie

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Meditatie

7 minuten leestijd

'En het geschiedde na deze dingen dat God Abraham verzocht; en Hij zeide tot hem: Abraham! En hij zeide: Zie, hier ben ik!' Genesis 22: 1

1. Beproeving
Het offer van Izak is één van de meest aangrijpende geschiedenissen. Je kunt je eigenlijk niet voorstellen wat dit voor Abraham geweest is. Maar juist in wegen van beproeving wil de Heere het geloof versterken en ons nauwer aan Hem verbinden.
We lezen in Genesis 22, dat God Abraham verzocht. Dat klinkt ons in eerste instantie misschien wat vreemd in de oren. Bij 'verzoeken' en 'verzoekingen' denk je doorgaans direct aan iets, dat van de sátan komt.
Maar hoe kan er dan staan, dat Gód Abraham verzocht?
Het woord 'verzocht' betekent hier niet verleiden tot het kwade (dus echt het werk van de duivel), maar tóetsen, bepróeven!
Als de Heere Abraham verzoekt, dan wil Hij - aldus de Kanttekening van de Statenvertaling - zijn sterk geloof en ongeveinsde gehoorzaamheid op een bijzondere wijze ten beste openbaren.
De Heere beproeft op velerlei wijzen en langs velerlei wegen. Door zorg en ziekte, pijn en verdriet, tegenspoed en gemis. Hij werpt het geloof in de smeltkroes van de beproeving. Want Hij wil geen beschimmeld geloof, geen verroest geloof, maar een geoefend geloof, een beproefd geloof, een levend geloof.
Daarom verzoekt of beproeft Hij Abraham. God vraagt van hem niet een lam, zelfs niet z'n hele kudde. Nee, Hij vraagt Izak, het kind van de belofte, van de ouderdom, van de hoop, van de toekomst. Wijlen dominee G. Boer schreef: 'God ondergraaft schijnbaar het enige fundament, dat Abrahams geloof heeft, nl. Zijn eigen belofte'.
Als Izak sterft wordt het gebouw van de belofte gesloopt. Want met Izak staat en valt de heilsverwachting, de zegen, die God beloofd had. Abraham moest Izak offeren. Maar dat is toch onmenselijk, onbarmhartig? God verbiedt toch kinderoffers?
God laat Abraham allereerst voelen het alleenrecht, dat Hij heeft op ons en onze kinderen. Op een zeer aangrijpende wijze maakt Hij hem duidelijk: 'Abraham, heb Ik geen recht om het Mijne op te eisen voor Mij, om met het Mijne te doen, wat Ik wil?'
Er zijn ouders die weten wat het betekent, om een kind te verliezen. Door ziekte of een ongeluk! Dat slaat wonden, die nooit meer écht genezen.
Soms vraagt God terug wat Hij eerst gaf. Waarom? Hij heeft recht op ons en onze kinderen. Ze zijn uiteindelijk niet van ons, maar van Hem. En om dán eenswillend te zijn, en te belijden: 'De Heere heeft gegeven, de Heere heeft genomen'.
Kan dat? Nooit in eigen kracht, maar alleen in Gods kracht. Door Zijn genade. Net als bij Abraham kan het alleen maar vanuit het gelóóf. Vanuit de overgave van het hart. Ziende op Hem, Die Zélf het Liefste wat Hij had, Zijn eniggeboren Zoon, geofferd heeft op de heuvel Golgotha. Want alleen wanneer ons hart van dát offer vervuld is, kunnen we zeggen: 'Zie, HEERE, hier ben ik, het is goed, wat U doet'.

2. Overwinning
En wat doet Abraham? Hij staat 's morgens vroeg op, roept Izak, neemt een paar jongens mee, zadelt de ezel, legt daar het één en ander aan offergerei op, en gaat op pad. Want één ding staat voor hem vast: Gods bevel móet gehoorzaamd worden!
'Maar, Abraham, hoe zit het dan met Gods belofte, de toekomst, de Messias, de zaligheid?'
Volgens de Hebreeënschrijver heeft hij daarop maar één antwoord: 'God is machtig!' Abraham weet, dat God machtig is Zijn beloften te vervullen, zelfs door de onmogelijkheid heen. En dat Hij Izak desnoods uit de dood weer kan teruggeven.
Wat een krachtig en alles overwinnend geloof! Zeker, het wordt in Genesis 22 nergens met name genoemd, maar toch blijkt de overwinning overduidelijk, als hij zegt tot z'n knechten aan de voet van de berg: 'wij (Izak en ik!) zullen tot u wederkeren'. En dan die zieldoordringende vraag van Izak: 'Vader, hier is het mes, het vuur, het hout, maar waar is het lam ten brandoffer?'
Maar dan geeft de vader der gelovigen dat heerlijke antwoord: 'God zal Zichzelf een lam ten brandoffer voorzien, mijn zoon'. Op deze intens moeilijke weg ziet Abraham niet op z'n zoon of zichzelf, maar op de Heere. 'Izak, luister eens, daar zorgt God Zélf voor, want we hebben een God, Die in alle dingen rijk en wonderlijk voorziet.'
En toen heeft Izak verder niet meer gevraagd. Zwijgend zijn ze samen verder gelopen, de heuvel op, naar de offerplaats. Vader en zoon. 'Maar Abraham', zo vraagt u zich af, 'hoe kun je?'
Abraham loopt daar in een levend geloof, dat weet: God is machtig. We belijden toch elke zondag, en ik hoop ook in de week: 'Ik geloof in God, de Vader, de Almachtige'. En dan niet als een uit het hoofd geleerd versje, maar als een levende werkelijkheid, bijvoorbeeld als je kind ziek is, als je geopereerd wordt, als je tentamen of examen doet, als je worstelt met het behoud van je kinderen, als de duivel je verleidt en bestrijdt, als je op sterven ligt, etc., etc.
Soms zijn er vragen, waar we niet uitkomen en zorgen, die ons boven het hoofd groeien. Soms roepen we: 'Heere, ik zie het niet, ik weet het niet, ik begrijp het niet'.
Maar wat een wonder, wanneer we ons dan - net als Abraham - mogen verlaten op de trouw van de Heere en zeggen: 'Heere, U bent machtig, ik weet het niet meer, maar U weet het wel, U kunt mij staande houden in het bangst gevaar, op het steilste pad, in het felst verdriet en in de grootste nood'.

3. Vervanging
Denk u eens in: Abraham legt het hout op het altaar, neemt zijn zoon Izak, bindt hem vast, en legt hem bovenop het hout. Dan pakt Abraham een mes om zijn zoon te slachten. En als het dreigende mes al voor de ogen van Izak zichtbaar wordt, klinkt er opeens een stem uit de hemel: 'Abraham, strek uw hand niet uit naar de jongen ..'. Abraham kijkt om, ziet achter zich een ram, die met z'n hoornen in een paar struiken verstrikt zit, neemt die ram en offert hem in Izaks plaats.
Eeuwen later bouwt koning Salomo op dezelfde plaats de tempel.
Op de plaats waar de ram in Izaks plaats op het altaar geofferd wordt, stroomt later het bloed van vele offerdieren tot verzoening der zonden. En op één van die bergen in het land Moria zal veel later de Heere Jezus Christus lijden en sterven tot een slachtoffer voor de zonde. Plaatsvervangend en plaatsbekledend. Nooit gezondigd, en tóch tot zonde gemaakt. Zo zien we in deze lijdenstijd het hart van het Evangelie: 'Ik voor u, Ik in uw plaats'.
Izak had een plaatsvervanger, maar dit Lam niet. Dit Lam had geen Lam, deze Borg had geen Borg, deze Plaatsvervanger had geen Plaatsvervanger. Dit Lam offerde Zichzelf, geheel, totaal. Gewillig, geduldig.
Zonder een woord van verzet of protest.
Dit Lam is gewillig om de onwilligste voor eeuwig te redden. Al lagen de zonden van heel de wereld op uw rug, bij het geslachte Godslam is genade voor de grootste der zondaren. Voor dit Lam is niemand te slecht of te min. Te zondig en te schuldig.
Abrahams zoon werd uiteindelijk gespaard, maar God heeft Zijn Zoon niet gespaard, maar heeft Hem overgegeven tot in de dood van het kruis.
Ziende op het geslachte Gods Lam kunnen we de grootste beproeving doorstaan. Want dat Lam geeft hoop, doorzicht en uitzicht, zelfs in de donkerste nacht. 
Kent u door het geloof de kracht van Zijn plaatsvervangend, verzoenend lijden en sterven? Schuilt u met heel uw hebben en houden achter het bloed van dit geslachte Lam?
Alleen wanneer we schuilen achter Zijn bloed kunnen we voor God bestaan, is er veiligheid en geborgenheid. In leven en sterven. Maar buiten het geslachte Godslam nooit. Dan zullen we zelf - tot in der eeuwigheid - voor onze schuld moeten boeten.
Dit Lam liet Zich binden om gebondenen te bevrijden. Dit Lam gaf Zich over tot in de dood van het kruis, om de straf te dragen en de schuld te verzoenen.
Daar hangt dit Lam aan het ruwhouten kruis, vastgenageld en vastgespijkerd, met uitgebreide armen. Die uitgebreide armen stoten u niet weg, maar roepen u als het ware toe: 'Komt herwaarts tot Mij, allen, die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven'.

Hoevelaken                    G. Wassinkmaat

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 maart 2000

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Meditatie

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 maart 2000

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's