De geleerde dominee (2)
Kennen
Ik kom nu tot het tweede trefwoord in de reeks : horen - kennen - spreken. Het kennen of weten (Hebr. lamad). Het oor van de Knecht heeft gehoord, als een leerling en door het gehoorde in zich op te nemen komt Hij tot het weten en zo tot het spreken.
Let wel: eerst het kennen, dan het spreken. Hoe zul je spreken als je geen kennis van zaken hebt. Daarom is kennen, leren kennen in de theologische studie heel belangrijk. Het heeft niet alleen te maken met verstandelijk weten, maar ook met geestelijke vorming en rijping. Het kennen in de Schrift is altijd een gekwalificeerd kennen. Namelijk een kennen in de relatie met God. Dat kennen, ook het verstandelijke kennen een wezenlijk onderdeel is, ja het gouden middenstuk van de reeks: horen - kennen - spreken is, dat heeft men in de traditie van het Gereformeerd Protestantisme altijd goed begrepen. Een gereformeerde dominee is een dominee die een degelijke scholing heeft gehad. Die wat weet. De kamer waarin de dominee werkt, de binnenkamer, heet niet voor niets de studeerkamer.
Niet 'het kantoortje', zoals eens iemand tegen me zei. Een kantoortje is een geseculariseerde studeerkamer. Tegenover een doperse geestesstroming die zegt: ach, al die boeken, het moet van de Geest komen, heeft de gereformeerde traditie altijd gezegd: inderdaad, het moet van de Geest komen en daarom al die boeken en die studie. We kiezen voor een universitaire opleiding, omdat het van belang is predikant te zijn met een deugdelijke theologische bagage. Simplisme en oppervlakkigheid zijn een groot gevaar voor kerk en theologie. Een predikant moet als het nodig is zijn mannetje staan in de maatschappij van vandaag. Hij laat zich niet met een kluitje in het riet sturen, en denkt ook niet overgeestelijk, in de zin van: Jezus lost alle problemen op.
Kennis is belangrijk. Maar dan gaat het er wel om: wat voor kennis. Kennis, los van de Heere, is eigenwijsheid, en die maakt opgeblazen, zegt Paulus (1 Kor. 8: 1). Kennen is voor alles de Heere kennen en wie Hij is en wat Hij zegt. Speuren naar de zin des Heeren. Die dimensie van de gemeenschap met God is fundamenteel in het kennen. Zo omvat zij hoofd, hart en hand. In de Reformatie is het bijzondere van dit kennen weer ontdekt tegenover allerlei misvattingen die er voordien in de kerk over kennen bestonden. Het gaat om dat kennen dat gepaard gaat met vertrouwen, geloofsvertrouwen, zoals we leren van de Heidelbergse Catechismus, zondag 7: geloven is kennen en vertrouwen. Hiermee volgt de Heidelbergse Catechismus het spoor van Calvijn, die in zijn Institutie, III. 2.7. het geloof omschrijft als een zekere en vaste kennis van Gods gunst jegens ons. Dat is de kennis die ook in onze tekstwoorden bedoeld wordt. Kennis als gekwalificeerde kennis, want geloofskennis. Alle kennis waarin die geloofsdimensie, die vertrouwensvolle relatie met God niet aanwezig is, is geen opbouwende kennis. Het is kennis die niet tot wijsheid leidt. En daar gaat het nu precies om. Wijsheid is in de Schrift weten hoe te handelen in de praktijk van het alledaagse leven. Weten waarom het gaat. Het is de dingen doorzien op hun essentie en intentie. Daardoor word je gevormd om leiding te geven in de gemeente. We leven in een tijd waarin dat leidinggeven in de gemeente verre van eenvoudig is. We moeten dat maar niet idealiseren. Het gemeenteleven is vaak erg gecompliceerd, omdat er zoveel hoofden en zoveel zinnen zijn. De eenheid en de eenvoud van het leven is vaak ver te zoeken. We zien nog al eens dat predikanten - met name jonge predikanten - door een gebrek aan geestelijke vorming daar niet tegenop gewassen zijn. Het ontbreekt hun aan zelfkennis, zelfkritiek en onderscheidingsvermogen. Dan loopt het predikantschap en voor de persoon zelf en voor de gemeente op een teleurstelling uit. Daarom is kennen, dit kennen zo belangrijk. Opdat we met wijsheid de gemeente zouden weiden. Met mensen omgaan in de prediking, pastoraat en catechese. Zulke wijsheid, zulk weten moeten we ontvangen. Het is daarom de tweede stap, voortvloeiend uit het horen. Eerst horen, dan kennen. Het is ook een kennen dat voortdurend moet worden gevoed. We moeten blijven horen om te blijven kennen, steeds dieper verstaan, steeds meer leven in de nauwe relatie met de Heere.
Spreken
Ik kom tot het derde trefwoord in de reeks van geestelijke vorming: hore - kennen en spreken. Nu dus het spreken. Daar lezen we in de tekst het volgende over: 'De Heere HEERE heeft mij een tong der geleerden gegeven, opdat ik weet met de moede een woord ter rechter tijd te spreken'.
We begonnen bij het oor, we kwamen bij hoofd, hart en hand, en we eindigen nu bij de tong. In de gewone weg neemt de tong in het werk van een predikant een grote plaats in. Sta je op de preekstoel, dan is de tong het medium. Evenzo op bezoek bij bejaarden, zieken, rouwenden enz. En evenzo in het catecheselokaal. De bediening van het Woord is vooral tongwerk. Zeker, er is ook het handwerk, het loopwerk, maar steeds tot in de sacramenten toe vergezeld van het tongwerk.
Spreken is ten principale spreken als een leerling, dus iemand die gehoord heeft en die leerde kennen. De vertaling: spreken met de tong van een geleerde moet ook ons niet op het verkeerde been zetten. Het is niet de tong van een mens die volleerd is, zoals wij spreken over een zeergeleerd of een hooggeleerd iemand. Nee, het is het spreken van iemand, die het nog steeds moet leren. De Heere HEERE heeft mij gegeven een tong van een leerling. Luther zei het al: 'Niet het spreken van een meester, maar van een leerling'. Leren spreken is naspreken wat je gehoord hebt. Zoals een kind leert spreken. Eerst zeggen vader en moeder het kind de woorden voor, steeds maar weer, totdat het kind de woorden eindelijk leert nazeggen. Zo zegt de Heere HEERE de woorden voor die een predikant moet spreken en het is de Geest die leert om die woorden na te zeggen. Dat is het spreken als een gezondene, als een gevolmachtigde. Zoals Jezus zelf heeft gezegd: Ik heb het van Mijn vader gehoord en dat zal Ik spreken. Trouwens wat moet je anders zeggen? Alle eigen inzichten, alle eigen wijsheden kunnen niet bestaan op de preekstoel, in pastoraat en catechese. Wat moet onze tong beginnen als die niet wordt geregeerd door de Geest? Dan lijkt onze tong zegt Jacobus op een vuur, dat een grote hoop hout in brand steekt (Jac. 3: 5). Wat kan de tong van een dominee tot zegen zijn. Maar wat is de tong van een dominee ook een gevaarlijk ding. Elk eigenmachtig optreden van de tong, zonder gestuurd te worden door het Woord, is misleidend. Het breekt af in plaats van op te bouwen. Horen - kennen - spreken. In die volgorde wordt het spreken van een dominee een wonder. Het wordt een spreken in dienst van Gods reddingswerk. Het wordt spreken, als gebrekkig mensje, wat de Geest tot de gemeente zegt. Ook vandaag. Zo gaat het Woord van God in in de concrete situatie van alledag. En wij staan verwonderd dat de Heere onze tong daarvoor gebruiken wil.
De Heere HEERE heeft mij een tong van een leerling gegeven, opdat ik weet met de moede een woord ter rechter tijd te spreken.. Mooi, dat het spreken vooral tot de moeden, de vermoeiden mag gebeuren. Die hebben het namelijk het meest nodig. Het begon er al mee in Jesaja 40: 'Troost, troost, mijn volk, zal uw God zeggen. Spreek naar het hart van Jeruzalem en roept haar toe dat haar strijd vervuld is'. Wat heeft Christus dat gedaan toen Hij het vermoeide tot zich riep en zei dat Hij het geknakte riet niet zou verbreken. Ja, Hij heeft niet alleen zijn tong daarvoor gegeven, maar zich helemaal, toen Hij riep: het is volbracht en Hij stierf aan het kruishout op Golgotha.
Deze Christus spreekt ook tot dominees zelf een woord ter rechter tijd. Dominees voelen zich ook wel eens (of vaak) vermoeid. Door de cultuur, die je plaatst in allerlei spanningsvelden, bijvoorbeeld de kloof tussen de boodschap en het alledaagse levensgevoel. Of door de dingen die gebeuren in je leven, je huwelijk, je gezin, of door lichamelijke of psychische zwakte. En soms ook door zonden. Zoals J. v. d. Waals dichtte: ik ben mijn zonden moe en mijn berouw. O, die domineeszonden.
Maar dan komt Christus nu tot ons en spreekt zijn Woord 'ter rechter tijd'. De tijd door God bepaald. Op het 'gegeven' moment, een door Hem 'gegeven' moment. Het gouden moment. Je hebt het soms zo nodig om bemoedigd te worden. Christus doet het hier en nu. Hij belooft je nabij te zijn. Hij geeft de moeden werkelijk kracht en Hij vermenigvuldigt de sterkte die die geen sterkte heeft.
Ik denk dat een van God geleerde dominee, die heeft leren horen en die heeft leren kennen, ook vooral de vermoeiden in zijn gemeente in het oog moet houden als het gaat om zijn spreken. Zoals een herder dat doet met zijn schapen, zo mogen, moeten dominees het doen in navolging van deze woorden. Er zijn zoveel mensen die moe zijn in de gemeente. Opgejaagd, over de kop geslagen, 'burned out'. Laten we ze niet vergeten, want de Heere geeft Zijn leerlingen juist daarvoor een tong. En als ik dan denk aan de prediking, laten predikanten de vermoeiden niet vertellen wat ze allemaal moeten of wat ze te kort schieten, daar worden ze nog veel moeder van, maar ze eenvoudig vertellen wie de Heere Jezus voor hen wil zijn. En laten dominees verder gaan dan de muren van de kerk. Er zijn zoveel mensen buiten de kerk, die doodmoe zijn. Die het leven moe zijn. Die zichzelf moe zijn. Laat het horen en zien met tong, met hart en hand, dat er een Heiland is die vermoeide mensen eindelijk rust geeft.
Het kan zijn dat een dominee zichzelf voelt als een Mozes, die het moeilijk had met zijn tong. De Heere HEERE had hem geroepen om naar de farao te gaan en te zeggen dat hij het volk Israël moest laten gaan. Maar Mozes wilde er onder uit. Hij durfde niet. Zijn argument: die tong van mij, die wil niet. Maar de Heere zei: die tong van jou, Mozes, van wie heb je die eigenlijk gekregen? Ben Ik het niet die de tong en de mond van de mens maakt? (Ex. 4: 11) Zo is het nog. Zit er niet over in, zei Jezus tegen zijn discipelen, wat je spreken moet als je voor je rechters staat (Matth. 10: 19). Ik zal je doen spreken. Ik zeg het je voor. Wees jij slechts leerling en zeg het me maar na. Het kan deze of gene dominee misschien stimuleren om ondanks kritiek van gemeenteleden op spraakproblemen, toch door te gaan en door te zetten.
Ik heb trouwens diep respect voor zulke dominees.
Tenslotte
Een geleerde dominee, daar ging het in dit artikel over. Een leraar die leerling is. Een leraar die leerling blijft. Zoals Luther zei: Ik voor mij blijf een leerling en leer elke dag mijn catechismus.
Zo predikant te zijn, zo te studeren in dat perspectief, is leven van wat je ontvangt. Je beschikt zelf nooit over het Woord, noch het horen, noch het kennen, noch het spreken. Het moet je telkens opnieuw gegeven worden. Let op de namen waarmee Israëls God en onze God hier genoemd wordt: Heere: Adonai en HEERE: JHWH. Adonai betekent: God, die vol macht is. HEERE betekent: Ik ben die Ik ben, God, die vol trouw is. Met deze God kunnen we predikant worden en blijven. Horen - kennen - spreken. Langs die weg ga je veilig. Van het oor naar de tong levenslang: 'De Heere HEERE heeft ook mij een tong der geleerden gegeven, opdat ik weet met de moeden een woord ter rechter tijd te spreken. Hij welkt elke morgen, Hij wekt mij het oor, dat ik hoor, gelijk die geleerd worden'.
Waddinxveen W. Verboom
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 maart 2000
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 maart 2000
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's