Verslag en impressie van een dag Hervormde Synode
Op 17 maart vergaderde de Generale Synode van onze kerk één dag lang in Amersfoort. In tegenstelling met de vergadering aan het eind van januari nu weer onder voorzitterschap van ds. B. J. Van Vreeswijk. Aan niets was te merken dat hij zo kort geleden een ingrijpende operatie had ondergaan. Met veel elan en humor zat hij deze vergadering voor. In persoonlijke gesprekken sprak hij van de bijzondere zorg en goedheid van God die hij had mogen ervaren in zijn ziek zijn en ook van het vele meeleven. We wensen hem voor het tweede traject van de behandeling met bijbehorende operatie de genadige nabijheid van God toe.
Er was geen overvolle agenda. Veel zaken worden in trioverband afgedaan. In alle rust kon aandacht gegeven worden aan de punten die geagendeerd waren. Dat kwam vooral de bespreking van de beleidsnota van de IZB ten goede.
Het menu
Het hoofdgerecht van het vergadermenu werd gevormd door een ontmoeting met een afvaardiging van de Hervormde Bond voor de Inwendige Zending op Gereformeerde Grondslag (IZB) en de bespreking van de beleidsnota 1998-2003.
Het voorgerecht bestond uit een korte bespreking van een tweetal kerkordewijzigingen die beide al eerder ter tafel waren geweest en nu verdere uitwerking kregen. En het nagerecht werd gevormd door vragen over de informatienota en bijbehorende beantwoording en de rondvraag.
Over elk van deze gangen enkele punten, waarbij zoals gewoonlijk het hoofdgerecht de meeste aandacht krijgt.
Leeftijdsgrenzen ambtsdragers
De eerste gang werd, zoals gezegd, gevormd door enkele wijzigingen van de kerkorde. In de vergadering van 3 december 1999 was aan de orde geweest het afschaffen van de leeftijdsgrens voor ambten waaraan geen inkomsten verbonden waren. Besloten is toen dat, na verleende dispensatie door het breed moderamen van de classicale vergadering uitsluitend in het belang van de gemeente, hij die een ambt draagt waaraan geen inkomsten verbonden zijn én die zeventig jaren of ouder is pas na elf maanden na afloop van het tijdvak waarvoor hij verkozen was, opnieuw verkiesbaar is. Bij die bespreking kwam aan de orde of de leeftijdsgrens van visitatoren toch niet zou moeten gehandhaafd blijven op zeventig jaar. In het voorstel dat in de maartsynode werd gepresenteerd, stelde de commissie kerkordelijke aangelegenheden (KOA) voor ordinantie 11-2-7 als volgt te wijzigen: 'Tot visitator kunnen worden benoemd zij die nog niet de leeftijd van zeventig jaren hebben bereikt.' Er werden enkele amendementen op dit voorstel ingediend die een verlenging van deze leeftijdsgrens beoogden, maar de synode nam in meerderheid het KOA-voorstel over en dat betekent dat een visitator tot aan de dag voor zijn zeventigste verjaardag kan worden verkozen en dan nog vijf jaar dienst kan doen.
Drie opleidingsplaatsen
Een tweede wijziging betrof ordinantie 7 voor de opleiding en vorming van de Dienaar des Woords en de theologische arbeid der Kerk. Op 1 en 2 december heeft de triosynode besloten dat de kerkelijke opleiding van de drie kerken zal plaatsvinden aan de universiteiten te Leiden en Utrecht en aan de eigen kerkelijke opleiding van de Theologische Universiteit te Kampen. Daaraan moest ordinantie 7-1-1 worden aangepast in die zin dat alleen de theologische faculteiten van de universiteiten te Leiden en Utrecht worden genoemd. Met betrekking tot de Theologische Universiteit te Kampen behoefde geen voorziening getroffen te worden omdat daarin reeds is voorzien in ordinantie 20-14.
Uiteraard riep de voorgestelde aanpassing van de kerkorde allerlei vragen op. Temeer omdat de VU te Amsterdam middels een brief stelt dat daar een volledige opleiding tot predikant blijft aangeboden worden. Dat riep onder andere bij ds. P. L. de Jong (Rotterdam) de vraag op of de Gereformeerde Kerken wel serieus werk maken van de afbouw van hun contract met de VU en hij vroeg het moderamen of het niet raadzaam was met het verbreken van het contract met Groningen te wachten tot de Gereformeerde Kerken een besluit dienaangaande met betrekking tot de VU genomen hadden. De preses, ds. B. J. van Vreeswijk, antwoordde dat op de eerstvolgende Generale Synode van de Gereformeerde Kerken dit punt wordt geagendeerd en de secretaris-generaal, dr. B. Plaisier, maakte onomwonden duidelijk dat een student die kiest voor de VU of Groningen er mee moet rekenen dat hij op enig moment in zijn studietraject oploopt tegen het feit dat zijn opleiding onvoldoende is om zich aan te melden als dienaar van het Woord bij de kerken en dat minimaal een aanvullende opleiding nodig is. Alleen de drie aangewezen instellingen, waar de opleiding nu is geconcentreerd, voldoen aan de normen van de drie kerken voor de opleiding van hun aanstaande dienaren des Woords.
Beleidsplan IZB
Het hele middagprogramma was ingeruimd voor de bespreking Beleidsnota 1998-2003 van de Hervormde Bond voor de Inwendige Zending op Gereformeerde Grondslag (IZB), de eerste in de 65-jarige geschiedenis van de IZB. De bespreking van deze nota van een vereniging met leden in een vergadering van de synode van de Nederlandse Hervormde Kerk (voor de IZB was het voor de eerste keer) is een gevolg van het samenwerkingsverband dat de IZB met de synode is aangegaan waardoor de IZB meer een kerkelijke organisatie is die zich voluit weet verbonden met en verantwoordelijk voor het geheel van de Nederlandse Hervormde Kerk.
Na een voorstelling van wat de IZB is en doet door de voorzitter, drs. J. Westland, volgde een introductie van het beleidsplan door de (zoals hij door de voorzitter van de IZB werd aangekondigd) 'denktank' van de IZB, drs. W. Dekker. Hij tekende in kort bestek de omslag van denken die zich in de IZB heeft voltrokken. Van oorsprong is de IZB een organisatie die voortkomt uit een piëtistische traditie die van ouds gekenmerkt wordt door bewogenheid met het eeuwig wel of wee van de medemens. Nog steeds zijn we, aldus ds. Dekker, er van onder de indruk dat de Bijbel ons twee wegen voorhoudt, maar we zijn toch niet meer zo bezig met de vragen van dood en eeuwigheid als vroegere generaties. Hij refereerde aan een recente bespreking met evangelisten waarbij de eeuwigheidsvraag aan de orde werd gesteld, de vragen over het sterven en daarna. De reactie van de evangelisten was dat zij in hun contacten met mensen doorgaans veel meer bezig zijn met vragen van het hier en nu. Waar God nu is en óf Hij er is, is voor veel mensen een veel grotere vraag dan de vraag hoe het na dit leven zal zijn.
In deze eerste ontmoeting van de IZB met de synode betuigde ds. Dekker zijn spijt namens de IZB dat deze organisatie in het verleden te weinig betrokken is geweest bij de grote vragen van het apostolaat waarvoor de kerk zich in de vijftiger en zestiger jaren geplaatst zag. Theologen als Noordmans, Miskotte, Van Ruler en Berkhof, die gepoogd hebben in hun tijd antwoord te geven op de vragen waarvoor de kerk zich in die tijd geplaatst zag inzake het apostolaat, werden, zó zei hij, door ons vaak niet begrepen en wij lieten hen links liggen.
Om duidelijk te maken wat hij bedoelde refereerde ds. Dekker aan de briefwisseling tussen wijlen ds. G. Boer en wijlen prof. dr. H. Berkhof in de vijftiger jaren, een correspondentie op niveau. In het standpunt van prof. Berkhof dat de vraag van de moderne mens niet is 'Hoe krijg ik een genadig God? ', maar 'Wie is God? ' herkende ds. Dekker de vraagstelling van de hedendaagse mens en de opgave waarvoor de IZB. zich geplaatst ziet. Maar, zo stelde hij, het standpunt van ds. Boer dat de meest wezenlijke vraag is en blijft hoe de mens een genadig God krijgt, is de vraag waar het om blijft gaan, aldus ds. Dekker.
Op deze inleiding, die iets aangaf van de vragen waarvoor de vertolking van het evangelie aan de moderne mens zich geplaatst ziet, volgde een inhoudelijke bespreking die nogal divers was. De vraag kwam aan de orde of de IZB zijn werknemers vrij zou hebben gegeven voor het offerfeest van de islam dat de moslims een dag tevoren (16 maart) hadden gevierd (ds. H. J. Ekker, Broek in Waterland) tot het advies om te rade te gaan bij het catechisatieboekje van ds. Abraham Hellenbroek (diaken J. Eits, Maartensdijk).
Door verschillende sprekers werd waardering geuit voor het werk van de IZB (zo bijvoorbeeld ds. B. Weegink, Katwijk aan Zee), een compliment dat als keerzijde aan het adres van de nieuwe raad voor MDO de vraag meebracht of die de IZB niet wilde volgen in het spoor dat was uitgezet. Er werden ook kritische vragen gesteld. Diaken Eits raadde de IZB aan het gereformeerd belijden uitdrukkelijker te vertolken in de beleidsvoornemens. Ds. P. L. de Jong (Rotterdam) miste de bevlogenheid van de evangelist en daarmee de bewogenheid met het lot van mensen die op het punt staan verloren te gaan, zaken, die wat hem betreft, in ronde woorden aan de orde gesteld hadden kunnen worden. Hij vond dat de nota, getuige de titel ('Wie weg is, wordt gezien'), in bepaald opzicht toch nog te binnenkerkelijk was en te veel oog had voor kerkverlaters, maar te weinig voor mensen die totaal van het evangelie vervreemd zijn.
Ingaande op de opmerking dat binnen de IZB vragen van dood en eeuwigheid wat verder weg liggen dan voorheen heeft de schrijver van dit verhaal de vraag gesteld waarin de bewogenheid van de IZB wortelt als ze niet meer wortelt in wat Paulus in 2 Korinthe 5: 11 als drijfveer voor zijn evangelisatiearbeid noemt: 'Wij dan, wetende schrik des Heeren, bewegen de mensen tot het geloof...' Verder heb ik de IZB aangeraden om te overwegen (in het spoor van de GZB) met deze beleidsnota het land in te gaan omdat de nota ook aan kerkenraden verzonden is. Zo kan er een inhoudelijk gesprek ontstaan over de beleidsnota, maar ook over de vragen waarmee de IZB worstelt inzake de vertolking van het evangelie in deze postmoderne tijd, vragen die ook leven in de gemeenten, tot op het platteland toe.
Rondvraag
Tijdens de bezinningsdag van het comité tot behoud van de Nederlandse Hervormde Kerk op zaterdag 11 maart is een rekest voorgelezen en uitgedeeld. In dat rekest zijn vragen gesteld met betrekking tot de juridische beleidsmedewerkster van de synode, mevrouw mr. T. M. Willemze, omdat zij tijdens de rechtzaak van de 44 procederende gemeenten in de kwestie van het vrij beheer, die voor de rechtbank diende 9 februari jl., zou gezegd hebben dat in gemeenten die om Gods wil en om des gewetens wil niet in de verenigde kerk kunnen meegaan, te zijner tijd de meerdere vergaderingen zullen ingrijpen en zullen doen wat des kerkenraads is.
Met betrekking tot deze vragen uit het genoemde rekest zijn tijdens de rondvraag vragen gesteld aan het moderamen, in het bijzonder aan mr. Willemze. In haar reactie heeft zij duidelijk gemaakt wat is gebeurd. Nadat de president van de rechtbank aan de procederende gemeenten had gevraagd waarom zij in de Nederlandse Hervormde kerk blijven als een meerderheidsbesluit zoveel moeite oplevert, heeft hij aan de advocaat van de kerk gevraagd wat de kerk doet als gemeenten zich afscheiden. Op verzoek van de advocaat van de kerk heeft de juridisch beleidsmedewerkster van de kerk aangegeven op welke manier de kerkorde van de Nederlandse Hervormde Kerk voorziet in dergelijke gevallen: de meerdere vergaderingen zullen dan doen wat des kerkenraads is.
De preses sloot hierbij aan door te verklaren dat een aantal vragen uit het rekest, o.a. die betrekking hebben op mevrouw Willemze, hem diep hebben geraakt. 'Zo kun je niet met elkaar omgaan' reageerde hij. En wat betreft de vraag van het comité of uit deze opmerking de conclusie moet worden getrokken dat de kerk voor bezwaarden alleen de mogelijkheid van kerkelijke tucht ziet, reageerde hij dat deze suggestie 'volledig uit de lucht is gegrepen'.
Verder deelde hij mee dat het moderamen zich nog beraadt op welke manier het rekest, hoewel het nog niet officieel is ontvangen, zal worden behandeld.
Bleskensgraaf P. van der Kraan
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 maart 2000
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 maart 2000
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's