De betekenis van elektronische post voor de gemeenteopbouw (2)
Nadat we in het eerste, inleidende artikel hebben geprobeerd uit te leggen wat het systeem van elektronische post inhoudt en hoe het ongeveer werkt, willen we nu nader gaan bezien welke mogelijkheden het biedt voor de praktijk van het kerkelijk werk en zo voor de gemeenteopbouw. De term 'gemeenteopbouw' nemen we daarbij in de breedst mogelijke zin van het woord; we onderscheiden achtereenvolgens het terrein van de zending, dat van de organisatie van het werk in de eigen gemeente, en de terreinen van pastoraat en eredienst.
1. Zending
Het veld van kerkelijk werk waarvoor de introductie van elektronische post vermoedelijk de grootste gevolgen heeft, is zonder twijfel dat van de zending. Op de meeste plaatsen waar zendingsarbeiders voor bijvoorbeeld de GZB werkzaam zijn, beschikt men inmiddels over mogelijkheden om e-mail te ontvangen en te verzenden. Weliswaar verloopt de ontvangst niet per definitie even soepel als doorgaans in Nederland. Soms is er bijvoorbeeld op het instituut waaraan een zendingsarbeider verbonden is één computer met e-mailmogelijkheid, waarvan dan meerdere mensen gebruik maken. Daardoor komt een bericht niet altijd onmiddellijk aan bij degene voor wie het bestemd is. Ook is in zulke situaties de privacy niet altijd gewaarborgd (dat is trouwens sowieso een punt waarop we nog terug moeten komen). Toch treedt naar mijn indruk in veel van dit soort situaties de laatste tijd snel verbetering op. Steeds meer zendingswerkers beschikken over een eigen e-mailmogelijkheid, die niet of nauwelijks onderdoet voor wat we in Nederland hebben.
Dat men hier werk van maakt is ook wel te begrijpen, want juist voor zendingsarbeiders houdt de mogelijkheid om elektronisch post te verzenden en ontvangen een enorme verbetering in. Hoezeer hun communicatiemogelijkheden erdoor vergroot worden, kan men gemakkelijk nagaan door de werking van e-mail te vergelijken met die van de twee traditionele communicatiemiddelen: de gewone post en de telefoon. Wat de gewone post betreft, die is vaak lang onderweg, zeker waar het bepaalde landen in de derde wereld betreft. In veel gevallen is het zelfs niet zeker dat vanuit Nederland verzonden post ook daadwerkelijk op de plaats van bestemming aankomt. Of een bepaalde brief al of niet aangekomen is, kan men soms ook pas na vele weken met enige zekerheid vaststellen. Informatie over de situatie in Nederland is bovendien soms al achterhaald wanneer deze de betreffende zendingsarbeider bereikt.
Dat laatste is met de telefoon natuurlijk anders. Maar telefonisch contact met gebieden waar zendingsarbeiders werkzaam zijn is vaak buitengewoon kostbaar, zeker wanneer een gesprek wat langer zou duren. Veelal praat men via de telefoon daarom niet al te uitvoerig met elkaar. Daar komt nog bij dat in sommige gevallen ingewikkelde operaties nodig zijn om elkaar überhaupt telefonisch te bereiken. Soms is daarvoor de bemiddeling nodig van telefooncentrales, bemenst door medewerkers die uitsluitend een voor ons onverstaanbare taal spreken.
Enorme verbetering
In al deze opzichten vormt elektronische post een enorme verbetering. Allereerst kan men elkaar uiterst snel bereiken. Een e-mailbericht dat, laten we zeggen, vanuit Bilthoven verzonden wordt kan vrijwel onmiddellijk daarop gelezen worden in bijvoorbeeld Kigali (Kenia) of San Felipe (Guatemala). De informatie die overgebracht wordt is dus niet minder actueel dan bij telefonisch contact. Maar zij is veel en veel goedkoper. Ze kost in de meeste gevallen niet meer dan zegge en schrijve één telefoontik tegen lokaal tarief. De lengte van de brief die men via e-mail verzendt doet daarbij nauwelijks terzake. Men moet al een enorm lange brief schrijven (of een sterk verouderde computer hebben), wil het verzenden en het 'binnenhalen' ervan meer dan een halve minuut vergen. En in principe heeft men alleen voor deze twee handelingen een telefonische verbinding met een regionale 'e-mailcentrale' nodig. Het schrijven en lezen van e-mailberichten kan immers daaraan voorafgaand, respectievelijk daarop volgend plaatsvinden.
Door middel van elektronische post is het dus mogelijk om zonder veel kosten of moeite vrijwel dagelijks contact te onderhouden met zendingsarbeiders. Niet alleen voor familieleden van zendingsarbeiders, maar ook voor gemeenten en m.n. zendingscommissies in Nederland is het daardoor veel eenvoudiger geworden om mee te leven met zendingsarbeiders. Het is daarom ook begrijpelijk dat zendings- en thuisfrontcommissies die contacten onderhouden met zendingsarbeiders de mogelijkheden die e-mail biedt in toenemende mate ontdekken en leren benutten. Elk van deze commissies zou vandaag de dag in principe minstens één lid moeten tellen dat over de mogelijkheid beschikt om via e-mail contacten te onderhouden. Laten we hopen, dat op deze wijze de leefwereld van zendingsarbeiders een stuk dichterbij die van de thuisgemeenten komt, en dat het over en weer met elkaar meeleven in de dagelijkse zorgen en vreugden inderdaad kan toenemen. Het zou voor menig zendingswerker, ook voor hen die zich in den vreemde op zichzelf toch bepaald niet eenzaam voelen, een extra steun in de rug betekenen. En voor de gemeenteopbouw betekent het een toenemende bewustwording van hoe het leven van zendingswerkers er concreet uitziet, en dus van de wijze waarop Christus' zendingsopdracht vandaag in de praktijk gestalte krijgt.
Overigens kunnen zendingswerkers dankzij e-mail ook veel gemakkelijker contacten onderhouden met elkaar. Mijn indruk is dat dit ook op steeds grotere schaal gebeurt. Wanneer men bijv. honderden kilometers van elkaar verwijderd leeft, maar wel in hetzelfde land of werelddeel, dan kan e-mail (zeker wanneer de telefoonverbindingen niet optimaal zijn) een uitkomst zijn. Snel, goedkoop en betrekkelijk eenvoudig kan men elkaar regionaal op de hoogte houden van ontwikkelingen die van belang zijn, ervaringen uitwisselen etc.
2. De organisatie van gemeentewerk
Intussen zijn de mogelijkheden die e-mail biedt bepaald niet uitgeput met de verbeterde communicatie van en naar zendingsterreinen. Ook voor eigen land valt het niet moeilijk een aantal voorbeelden te noemen van situaties waarin elektronische post duidelijke voordelen biedt boven de gebruikelijke wijzen van communiceren. Ik denk daarbij allereerst aan de organisatorische kant van allerlei takken van kerkenwerk.
Met name is daarbij van belang, dat het e- mailsysteem minstens twee extra mogelijkheden biedt, die we tot dusver nog niet genoemd hebben. Allereerst is het mogelijk om aan een e-mailbrief één of meer documenten toe te voegen, die men in de eigen computer heeft staan. Die documenten worden dan als een soort aanhangsel met de elektronische brief meegezonden. Om een voorbeeld te geven: het artikel dat u momenteel leest, is niet in handgeschreven of getypte vorm in een envelop-met-postzegel naar de redactie van de Waarheidsvriend opgestuurd. Het is in mijn computer geschreven, vervolgens aangehangen aan een kort e-mailberichtje naar Huizen, en van daaruit vermoedelijk op dezelfde wijze doorgezonden naar de drukkerij in Hellevoetsluis. Waarschijnlijk heeft het dus niet eerder op papier gestaan dan in dit tijdschrift zelf. Op vergelijkbare wijze kan men via e-mail ook allerlei andere teksten aan elkaar doen toekomen.
De kerkbode
Als voorbeeld uit de praktijk van het gemeentewerk noemen we hier kerkbodeartikelen. In heel wat gemeentes is het zo, dat de kopij voor de kerkbode 's maandagochtends rond een uur of twaalf ingeleverd moet zijn, omdat men het kerkblad begrijpelijkerwijs nog voor de volgende zondag op de deurmat wil hebben. Dat betekent dat veel predikanten op maandagmorgen druk zijn met het gereedmaken van de kerkbodeberichten. Nu leeft de gemiddelde predikant aan het eind van elke week sterk naar de zondag toe, zich voorbereidend - letterlijk en/of geestelijk - op de dienst(en) waarin hij mag voorgaan. Daardoor komt hij dan vaak nog niet voldoende toe aan de berichten voor het kerkblad, zodat die - in elk geval, biecht ik nu maar op, bij ondergetekende - 's maandagsmorgens nogal eens onder een zekere tijdsdruk geschreven moeten worden. Moet de predikant dan aan het eind van de morgen ook nog eens naar de andere kant van zijn dorp of stad fietsen om de kopij af te leveren, dan blijft er nóg minder tijd over voor het verzorgen van de berichten. En juist het schrijven van die berichten vergt, zoals vele collegae uit eigen ervaring zullen weten en beamen, doorgaans veel meer aandacht en zorgvuldigheid dan de meeste gemeenteleden beseffen. (Ik hoorde ooit van een collega die zonder veel moeite allerlei wetenschappelijke artikelen publiceerde, maar de kerkbodeberichten nooit eerder de deur uit durfde laten gaan dan nadat z'n vrouw ze had doorgelezen).
Wanneer de kerkboderedactie nu over een e-mailadres beschikt, en dat is tegenwoordig veelal inderdaad het geval, dan kan de betreffende predikant bij wijze van spreken 's morgens om twee voor twaalf zijn kopij afsluiten, en deze om één voor twaalf aangeleverd hebben bij de redactie. Hij hangt de kopij daartoe gewoon als bij-lage aan aan een e-mailbericht. Voor de redactie is er daarbij ook een voordeel: deze hoeft de kopij niet over te tikken om ze uniform te maken aan de rest van het kerkblad, maar kan eenvoudig de aangeleverde computertekst verder bewerken. Uiteraard is het niet alleen voor predikanten, maar ook voor gemeenteleden mogelijk op deze wijze hun berichten voor het kerkblad snel en handzaam aan te leveren. Mogelijk zullen redacties in de toekomst zelfs op deze wijze van aanleveren gaan aandringen. De tweede extra mogelijkheid die e-mail biedt (behalve dus het aanhechten van documenten aan een bericht) betreft het verzenden van één en hetzelfde bericht - al of niet voorzien van aanhangsels - aan meerdere personen tegelijk. Over de perspectieven die dat opent voor het gemeentewerk een volgende keer.
Bilthoven G. v. d. Brink
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 maart 2000
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 maart 2000
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's