De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit de pers

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit de pers

7 minuten leestijd

Automobiel 
In de Kroniek van Kerk en Theologie (januari 2000, jrg. 51 no. 1) besteedt prof. dr. H. W. de Knijff aandacht aan ons 'blik op de weg'. De laatste maanden berichtten de media uitvoerig over de sterk verhoogde energieprijzen die het autorijden erg duur hebben gemaakt. De overheid schermt dan al gauw met haar aandacht voor het milieu en de nadelige gevolgen van overmatig autogebruik voor dat milieu. Maar ze komt niet zo geloofwaardig over voor wie ziet hoeveel ze economisch profiteert van het autobezit. Prof. De Knijff beziet het bezit en het gebruik van onze 'heilige koe' vanuit de christelijke ethiek.

'Sinds de dagen van de oliecrisis hadden wij op 19 september voor het eerst weer een autoloze zondag. De opzet was nationaal bedoeld en kreeg een beperkte, maar niet onopgemerkte respons. Het signaal werd gegeven en het heeft een bredere strekking dan alleen de auto: moeten wij alles - rust, stilte, een leefbaar land, enz. - opofferen aan de toenemende welvaartsdrift en de intensivering van het bestaan door middel van de techniek? De auto staat voor dit alles als symbool, maar is ook zelf een enorme aanjager. Hoezeer de auto naast zijn ecologische aspecten (energieverbruik, vervuiling en landschap) onze steden heeft aangevreten en in elementaire zin onleefbaar heeft gemaakt, werd mij kortgeleden in Frankrijk - alsof je dat in eigen land door gewenning minder duidelijk ziet - duidelijk door een bezoek aan een aantal steden met een middeleeuws grondplan (vele kromme, nauwe straatjes), waar de auto's zich bij honderden doorheen wurmen en voor de voetganger eenvoudigweg geen plaats meer is. En die prachtige Franse pleintjes: geen hoek of gat zonder geparkeerde auto!
Men kan aan de auto een heel stuk van onze moderne psychologische huishouding ophangen. Ongetwijfeld gaan wij sinds de alomtegenwoordigheid van de auto anders met onszelf om. Wij hebben een andere voorstelling van afstand gekregen, wij benoemen die in uren rijden per auto. In de zin van bereikbaarheid betekent vervolgens de auto macht. Men kan aan menig autorijder - maar ook aan zichzelf! - dit gevoel in actu aflezen. Voorts: wij zijn onbegrensd mobiel. Wij gaan gedachteloos aan veel voorbij. Wij verkeren urenlang in kunstmatige afzondering en gedragen ons tamelijk onvriendelijk tegenover onze medemensen; zij zijn als onze onmiddellijke en letterlijke concurrenten een bron van ergernis. En dan nog het allerergste: het autoverkeer is oorzaak van een heel groot aantal slachtoffers - de cijfers over de gehele wereld hebben de omvang van die van een grote oorlog. Dit feit alleen al vormt voldoende reden voor een krachtig signaal.'

Acties om de maximumsnelheid landelijk aan banden te leggen, krijgen geen kans van slagen. Niemand lijkt dat eigenlijk echt te willen, terwijl juist zoiets het milieu grote voordelen geeft, afgezien van de daling van het aantal slachtoffers dat het verkeer eist.

'Er is een merkwaardige selectiviteit in ons reactiepatroon op catastrofale gebeurtenissen en gegevens. Als in de huidige-maatschappij een - tamelijk voor de hand liggende - besmetting optreedt, bijv. met legionella - dan staan de media daar wekenlang bol van; iedereen roept: waar zijn de schuldigen? Maar dat het verkeer wekelijks een aantal dodelijke slachtoffers eist, dat ongeveer gelijk is aan die van de Bovenkarspelse legionella-epidemie in zijn geheel - waar is de verontwaardiging daarover? Oppenheimer legde zich er niet bij neer. De overheid valt niet te verwijten, dat zij niets gedaan heeft om het aantal slachtoffers te verminderen, ook al kan men kritiek hebben op de aard van de maatregelen (meer drempels dan agenten). In ieder geval is het haar gelukt, ondanks grote toename van het autoverkeer, in twee decennia het aantal dodelijke ongelukken met bijna de helft terug te dringen. Het zit hem dus in de onwilligheid van de bevolking, iets van haar mobiliteit op te offeren ter wille van een overduidelijk humaan doel.'

K. E. H. Oppenheimer was in de jaren zeventig Leids universiteitspredikant. Om het grote aantal dodelijke slachtoffers van het verkeer te verminderen, stelde hij voor burgerpolitie in te stellen om de overtreders te pakken. Zijn initiatief had geen schijn van kans. Prof. De Knijff vindt dat de kerk elke actie tegen ongebreideld autoverkeer zou moeten steunen.

'Ik houd het ervoor, dat het autoverkeer - met zijn grote psychologische gevolgen - een thema bij uitstek is voor de christelijke ethiek, ja voor ons belijden. Het raakt de mogelijkheden van "het christelijk leven", de verantwoordelijkheid voor God, in een zeer directe zin. Juist als symbool roept de auto om bestrijding; haar alomtegenwoordigheid dreigt een afgodisch karakter te krijgen en de haar inwonende "philosophy" is die van de nietsontziende zelfontplooiing, van vrijheid zonder beperking.'

Of de autoloze zondag een geschikt instrument is tegen het almaar toenemende autoverkeer, is voor prof. De Knijff de vraag. Wel liggen hier ethisch gezien punten te scoren. Autogebruik heeft alles te maken met kernzaken van geloof en belijden. 'In ieder geval: men zondigt "sneller"', aldus De Knijff.

Economie
In het blad Wapenveld (christelijk perspectief op geloof en cultuur) jaargang 50 nr. 1 februari 2000 verzorgt dr. A. Noordegraaf de column. Hij schrijft onder het opschrift Brood en spelen en haakt in op het naderend voetbalspektakel EK-2000. Een weekblad had gemeld dat 'een overwinning van het Nederlands elftal de economie van ons land zou opkrikken'.

'Ik heb het met verbazing en gemengde gevoelens gelezen. Dat sport een grote rol speelt in het leven van de meeste mensen is zonneklaar. Je hoeft alleen maar af te gaan op de kijkcijfers van grote sportevenementen. Ik heb geen behoefte om negatief te staan tegenover sport an sich: De paulinische woorden dat de lichamelijke oefening van weinig nut is, kun je daar niet tegen in stelling brengen, zoals exegeten ons leren. Goede sportbeoefening is gezond voor lichaam en geest. Teamgeest kan de vriendschap bevorderen. Ik kan me ook voorstellen dat mensen genieten van een voetbalwedstrijd. Voetballers zijn soms ware kunstenaars met de bal.
En toch... ik heb mijn aarzelingen bij een dergelijk artikel. Topsport is in vele opzichten business geworden. Je hoeft geen zuurpruim te zijn om de bedenkelijke kanten van die ontwikkeling te signaleren. En uitgerekend dit miljoenenbedrijf zou het moreel van de bevolking moeten versterken ter wille van een gezonde economie! Ik erken de betekenis van de economie voor onze volkshuishouding. Ik weet ook hoe ik zelf als burger van een van de rijkste landen verweven ben met dit bestel.
Maar toch zit dat bondgenootschap tussen koning voetbal en de mammon me niet lekker. Ik gun de ploeg van Rijkaard graag een overwinning. En ik gun ieder zijn kijkplezier. Maar ik geloof er niets van dat een dergelijk evenement in ons volksleven het moreel besef en de onderlinge solidariteit kan garanderen. Als dat de bron is, waar een volk uit put, staat het er met de samenleving niet best voor.
Het doet me denken aan het oude Rome, waar de leus "brood en spelen" opgeld deed. Het is uitgelopen op de ondergang van dit eens zo trotse imperium. Brood en spelen, genot en commercie leiden doorgaans tot een hedonistische cultuur, maar waarborgen geen moreel besef. Wij worden dat in onze samenleving iedere dag gewaar. De verzoeking voor een christen is groot om tegen de mentaliteit van "brood en spelen" te vluchten in een onbijbels spiritualisme, dat het brood en het spel veracht. Dat lijkt me niet de aangewezen weg. Bijbelse spiritualiteit betekent geen verachting van de schepping. Het betekent wel een leven waarin ruimte is voor het gebed "Kom, Schepper, Geest herschep en vernieuw ons". Zou daar voor mens en samenleving niet de bron liggen van de echte solidariteit en de genezing van de morele crisis?'

Auto en sport beheersen elke dag ons leven, of je dat nu wilt of niet. Hoe ga je er op een verantwoorde manier mee om? Het was de dichter Juvenalis die het signaleerde in de keizertijd van het oude Rome: Panem et circenses (brood en spelen), naar iets anders verlangde het Romeinse volk niet. Er is ook op dit punt weinig nieuws onder de zon. Wie de geschiedenis kent, verstaat het heden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 maart 2000

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Uit de pers

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 maart 2000

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's