Hoe calvinistisch was Rembrandt? (1)
Eenderde van zijn werk heeft de Bijbel als bron
Rembrandt: dat is toch vooral dat immense 'staatsieportret' van een aantal leden van een schutterij, bekend als 'De Nachtwacht', maar eigenlijk 'Het korporaalsschap van Frans Banning Cocq' geheten? Of is Rembrandt vooral 'Christus geneest de zieken', de beroemde 'Honderdguldenprent'? Of is de échte Rembrandt de schilder van tientallen zelfportretten in alle mogelijke uitmonsteringen? Rembrandt is, zal een ander zeggen, voor mij dé kunstenaar van de Hervorming én van de Gouden Eeuw. Wie is nu de ware Rembrandt Harmenszoon van Rijn, of hebben alle genoemde meningen gelijk? We zullen zien, maar ik denk het laatste.
Waarom in dit jaar 2000 in dit blad aandacht voor Rembrandt gevraagd? Het is immers geen speciaal gedenkjaar, want de meester leefde van 1606 tot 1669. Ook wordt hij, voorzover ons bekend, door de paus niet zalig verklaard in dit Jubeljaar. En heel veel schokkende nieuwe feiten zijn over de grootmeester van het licht en duister in olieverf nu niet bekend geworden. Toch is er alle reden om ook hier de vraag te stellen: is Rembrandt door de nazaten van de Reformatie op te eisen als 'hun' kunstenaar, zoals Rubens dat was voor de barok in de Zuidelijke Nederlanden en zoals Jan van Eyck en de zogeheten Vlaamse primitieven dat waren voor het hoogtij van de Bourgondische kunst van het rooms-katholieke avondland?
Veel aandacht
Vooral vorig jaar, 330 jaar na zijn overlijden, is er veel aandacht voor de in Leiden geboren, maar in Amsterdam werkzame schilder, etser en tekenaar geweest. Zo waren er in Den Haag, onder meer in museum Het Mauritshuis, diverse tentoonstellingen aan hem gewijd. Men kon in dat museum zijn vele zelfportretten bewonderen en elders waren tijdgenoten, vaak ook stijlgenoten, van hem te zien. En in Amsterdam is zijn vroegere woonhuis en atelier aan de Jodenbreestraat hernieuwd en met een nieuw pand uitgebreid heropend als Museum het Rembrandthuis.
Hoeveel eigen werk?
Anders dan voorheen krijgen we nu een meer getrouw beeld van het wonen en werken van de meester. Zijn 'Konstcamer' is nauwkeurig gereconstrueerd en een expositie toonde de tientallen voorwerpen die hij bezat en die hij benutte in zijn schilderijen, van exotische dieren en skeletten tot wapens en Romeinse munten en vaatwerk.
Uiteraard verschenen er bij die tentoonstellingen 'Rembrandt zelf' en 'Rembrandts Schatkamer' gelijknamige boeken die meer zijn dan alleen catalogussen met fraaie plaatjes. Tal van essays moeten de kunstenaar dichter bij ons brengen. De studie van zijn werk staat niet stil. Vele jaren is er gewerkt aan al zijn schilderijen: waren al die honderden werken die op zijn naam staan ook werkelijk door hem geschilderd, getekend, geëtst? Dit zogeheten Rembrandt Research Project (RRP), met tal van internationale en Nederlandse Rembrandt-deskundigen, heeft flink wat stenen in de Rembrandt-vijver gesmeten. Men ontdekte, dat tientallen, zo niet honderden, Rembrandt-producten toch niet of niet helemaal van zijn hand waren.
Leerlingen
Ze waren van leerlingen of tijdgenoten of hooguit voor een deel van de meester zelf. Nu is dat laatste in de eeuwen van Rubens en Rembrandt niet ongebruikelijk. Vaak werkten leerlingen in het atelier van de meesters aan onderdelen van grote doeken of panelen en de kunstenaars zelf signeerden die stukken. Ten slotte hadden zij de opzet bedacht en het werd niet als bedrog ervaren wanneer leerlingen of ook gespecialiseerde bentgenoten bepaalde onderdelen voor hun rekening namen.
Voor de verkoop was zo'n meesterlijke handtekening natuurlijk waardevoller en om aan een groeiende vraag te voldoen moesten de kunstenaars soms wel hun toevlucht nemen tot medeschilders. Ook later was die praktijk wel bekend: het beroemde 'Panorama Mesdag' in Den Haag is bepaald niet alleen door H. W. Mesdag gepenseeld.
Hoe dan ook, Rembrandt is weer 'in'. Zo werd vorig jaar zelfs de ex-calvinist Jan Wolkers, naast schrijver zelf ook schilder en vooral beeldhouwer, ingeschakeld om een kinderkunstwerk aan hem te wijden: 'De spiegel van Rembrandt'.
En in 'zijn' museum waren en zijn regelmatig speciale exposities aan aspecten van zijn werk gewijd, zoals 'Rembrandt en J. W. von Goethe' en nu zit 'Rembrandt, Picasso en Goya' eraan te komen, terwijl voor het najaar 'De leerlingen van Rembrandt' op het museumprogramma staan, onder wie Ferdinand Bol, Salomon en Philips Koninck en Daniël van Renesse.
Helmantels bron
Ook in onze dagen heeft de kunstenaar van het 'clair-obscur', die prachtige techniek van licht en donker en van geheime lichtbronnen, nog leerlingen en navolgers, naast alle kunsthistorici die zijn kunst bestuderen. Zo is er in Brabant een schilder die niet alleen getrouw de stijl en onderwerpen van de meester nabootst, maar zich ook als een 17e-eeuwer uitdost en zelf Rembrandt zijn wil.
Ook zijn er heel wat metersgrote kopieën van 'De Nachtwacht' in omloop. En tot Koninginnedag kan men in Het Rembrandthuis genieten van stillevens van Henk Helmantel, de vermaarde Groninger kunstenaar uit Westeremden, die zich voor zijn werken met het licht en donker sterk geïnspireerd weet door Rembrandt.
Helmantel schildert als een 17e-eeuwer minieme stillevens, maar ook heel grote kerkinterieurs. In dat opzicht lijkt hij meer een leerling van Rembrandts tijdgenoot Pieter Saenredam. Maar de gereformeerde schilder Helmantel, ook kunstmedewerker van het RD, is naar mijn mening nu toch ook terecht te zien in het huis van Rembrandt. Trouwens, niet alle werken van Helmantel hangen daar: recent zijn liefst 35 werken van zijn hand uit zijn atelierwoonhuis De Wheem in Westeremden gestolen; kunststukken die de Groninger in eigen collectie wilde houden.
Het is uit het voorgaande wel duidelijk: ieder 'heeft' zijn Rembrandt en kan op zijn manier aan de slag met de man uit de Gouden Eeuw. Dat deed ook de joodse, maar volledig geassimileerde, schilder Jozef Israëls, geboortig uit Groningen, maar vooral werkend in Den Haag en in 1911 in Scheveningen overleden. Hij is wel 'de 19e-eeuwse Rembrandt' genoemd en die typering is juist. Wie nu nog, tot 2 april, naar het Joods Historisch Museum in Amsterdam gaat, op een steenworp afstand van Rembrandts woning in de Jodenbreestraat, kan daar 'Een zoon van het oude volk' bewonderen. Daar ziet men hoezeer Israëls senior schatplichtig was aan Harmenszoon Van Rijn, tot in de keuze van zijn onderwerpen toe. 'De joodse bruiloft' van Israëls gaat terug op 'Het joodse bruidje' van Rembrandt.
Afgekeurd...
En op 'Eva en de slang' van Israëls herken je in Eva en haar houding helemaal Rembrandts 'Batseba' en ook wel 'Suzanna' (in of net uit het bad) uit de Apocriefen. En zo is er meer te noemen. Kort voor de kerstdagen vorig jaar heeft Het Rijksmuseum nog een altijd aan Rembrandt toegeschreven kersttafereel, 'De heilige familie bij avond' uit 1645 verwijderd uit de collectie echte Rembrandts. Volgens de experts is het een werkstuk van een onbekende leerling uit zijn atelier.
Naast die door museumbazen, die meenden een echte Rembrandt in huis te hebben, knarsetandend gadegeslagen onderzoeken van kenners is er ook iets positiefs te melden. Er mogen dan inmiddels honderden Rembrandts toch niet (helemaal) van zijn palet komen, af en toe wordt een Rembrandt (her)ontdekt. Zo is volgens de nieuwste gegevens het eerder afgekeurde 'Man in oosters kostuum' uit 1635 wel degelijk van meester Van Rijn.
Reformatie
Brengen nu al deze opgesomde activiteiten, exposities en boeken ons dichter bij de vraag: Rembrandt dé meesterschilder der Reformatie? Ik vrees van niet. Zelfs de dikste 'pil' die vorig jaar over hem verscheen, 'De ogen van Rembrandt' door de Britse, nogal omstreden, historicus Simon Schama, spreekt daarover niet onomwonden. Je kunt je natuurlijk afvragen: hóe is men dan kunstenaar van de Hervorming? Door bijbelse taferelen uit te beelden? Door de hervormers, van Luther en Calvijn tot Zwingli, Bucer en Melanchthon te portretteren? Door lid te zijn van de Gereformeerde (of Hervormde) Kerk van zijn dagen in de Gouden Eeuw? Door specifiek calvinistische onderwerpen in prent en verf te 'vereeuwigen'?
Bijbel en klassieken
Dat blijken ondeugdelijke criteria te zijn. Weliswaar is praktisch eenderde van heel Rembrandts werk ontleend aan bijbelse thema's, waaronder ca. 74 schilderijen, zo'n 65 etsen en wel 135 tekeningen. Maar daar zitten ook min of meer 'roomse' onderwerpen bij, ontleend aan de oudtestamentische apocriefe boeken, die door de kerk der Hervorming niet voor goddelijk geïnspireerd werden gehouden en die dan ook in de Statenvertaling, uit Rembrandts tijd, in een aparte sectie werden opgenomen.
En dat een kunstenaar in de Gouden Eeuw naast de klassieke oudheid: de Griekse mythologie en de Romeinse geschiedenis, zich ook op de Bijbel als bron van de westerse beschaving richt, ligt gewoon voor de hand. Dat zegt nog niet per se iets over de eigen geloofsovertuiging van de kunstenaar, of hij nu schilder, beeldhouwer of ook dichter is. In de eeuwen van Renaissance, barok en classicisme kon men niet om de Bijbel heen als inspiratiebron.
Bovendien was het Oude Testament voor Rembrandt ook anderszins een vertrouwde wereld: hij woonde in de Amsterdamse jodenbuurt en vlakbij de Portugese en Hoogduitse synagoges en trof als het ware de wereld van het Oude Testament op straat aan, met inbegrip van 'Tobias' en andere joodse apocriefen, waaraan Rembrandt meer dan twintig werken heeft gewijd.
Nu kan men aanvoeren dat die veelsoortigheid van Rembrandts kunstuitingen nog niet tégen zijn calvinistisch christenzijn pleit. Dat klopt, al mogen we ook uit zijn levenswandel en sommige van zijn werken afleiden dat zijn tijdgenoten-predikanten uit de Nadere Reformatie bepaald niet onverdeeld gelukkig zijn geweest met zijn handel en wandel.
Apeldoorn H. H. J. van As
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 maart 2000
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 maart 2000
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's