De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Globaal bekeken

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Globaal bekeken

6 minuten leestijd

Vandaag aandacht in deze rubriek voor twee brieven die we ontvingen.
Mevr. E. den Morees van Swinderen te Den Haag, secretaris van de Stichting Christelijke Drugsbestrijding, schreef ons onderstaande brief n.a.v. het laatste artikel van ds. P. L. de Jong 'De kerk in de stad':

'Daarin kwam de Pauluskerk, Rotterdam aan orde.
Deze Kerk geeft een heel goed voorbeeld daarin dat zij haar deuren wijd open zet voor mensen in nood: zij geeft eten, onderdak, hoe gehavend en vervuild zij ook mogen zijn.
Maar wat wij per se niet moeten overnemen - en dat de Pauluskerk dat moge loslaten - is de toegeeflijkheid om deze mensen ter plaatse drugs te laten gebruiken. Zo werd de Pauluskerk ook een voorbeeld voor gebruikersruimten ("shooting galleries") die er in Rotterdam al zijn en elders in het land opduiken.
Deze trekken dealers aan: de drugs moeten toch ergens vandaan komen. En de gebruikers gaan langzaam maar zeker achteruit, hun verslaving wordt in stand gehouden, steeds weer gif naar binnen.
Om hen te helpen vrij te komen is Liefde met strengheid nodig. Daarin geven ons een voorbeeld o.a. De Hoop, Dordrecht; Ontmoeting, Rotterdam; Victory Outreach in grote steden, als Amsterdam, Den Haag, Rotterdam, een kerk als een wonder ontstaan in de Verenigde Staten met vele ex-verslaafden als voorgangers.
Ex-verslaafden zijn dankbaar voor zo'n opvang: zij weten dat zij niet vrij waren gekomen wanneer drugs hun worden aangeboden en zullen altijd zeggen: geen coffeeshops, geen heroïneverstrekking.'

Verder ontvingen we een brief van de heer W. J. den Otter, koster te Ridderkerk, n.a.v. het zingen (van de psalmen) in de gemeente. Hier volgt een gedeelte:

'Wat ik ook tot nu toe mis, is de hand in eigen boezem. In al de artikelen die ik lees over liederen in de eredienst of taalgebruik in de prediking, bespeur ik maar weinig zelfkritiek bij predikanten. Bij ons ligt op de preekstoel al jaren de Tukker-vertaling, maar deze wordt weinig gebruikt, zelfs door onze eigen predikant niet (ik bedoel maar).
Het is ook treurig dat veel predikanten maar een heel dun psalmbijbeltje hebben. Wij hebben in de kerk een top 20 van de psalmen, verder komen we niet (op een uitzondering na) en als je het per individuele predikant bekijkt, dan hebben we een top 10, als ze dan ook tegen mij zeggen dat wij in onze kring zo hoog op de psalmen staan, zeg ik er altijd bij u bedoelt op 20. Dan kijken ze je een beetje vreemd aan, als je dan uitlegt waarom je dat zegt, kijken ze eerst wat verwonderd en zeggen ten slotte als ze er over nagedacht hebben, ja je hebt eigenlijk gelijk. Wij zijn in onze gemeente wat het zingen betreft zo lauw en dor, dat het veel kerkgangers niet eens opvalt dat we altijd de top 10 of 20 zingen.
Het gevaar bestaat ook nog, dat de psalmen helemaal doodgezongen worden. Ik breng als koster bij ons het briefje van de psalmen naar de organist (omdat de organisten de predikanten daarvoor niet bellen) en dan heb ik al heel vaak de verzuchting gehoord: weer dezelfde psalmen, wat moet ik nu weer voor een voorspel maken. Daar komt nog bij dat er voor organisten bijna nooit gebeden wordt, die hebben toch ook de Heilige Geest nodig om verantwoord te spelen. Van andere kosters en organisten weet ik dat ze nogal eens op zaterdag de predikanten terug moeten bellen omdat de psalmen nog niet bekend waren, daaraan kun je al zien dat het een soort sluitpost is. Op het laatste moment nadat de preek gemaakt is, nog even een paar psalmen erbij zoeken (was het maar zoeken). Ondanks een schrijven in de Waarheidsvriend in het verleden van een koster of organist, dat weet ik niet meer, die jaren bijgehouden had welke de meest gezongen psalmen waren, en die ook was geschrokken van de eenzijdigheid, zo ook een artikel van de hand van ds. Van Gorsel, dat als we zo doorgaan met die top 20 (dit zijn mijn eigen woorden) er over tien jaar niemand in de kerk meer een onbekende psalm kan zingen, zeker niet omdat er op veel christelijke scholen niet meer verplicht psalmen geleerd worden.
Veel predikanten hebben het over Gods eer in de prediking, dat het daar op aankomt en gelukkig, want God moet in de eredienst aan Zijn eer komen, daar is de eredienst voor. Dan verwacht je als het daar nadrukkelijk over gegaan is, aan het eind van de dienst een lofpsalm, maar nee hoor (dus niet goed over nagedacht).
Wij gaan zelf nogal eens naar Nederland Zingt, we zeggen dan wat het zingen betreft, even bijtanken. Het valt ons altijd weer op dat op zo'n avond de psalmen veel spontaner gezongen worden dan in de kerk.
Niet alleen de EO en de Evangelische beweging, maar wat dacht u wat voor invloed de zang-cd's hebben, die bijna in iedere huiskamer aanwezig zijn, al deze zaken van bovengenoemde punten hebben er onwillekeurig toe geleid, al beseffen wij dat vaak niet, dat er op onze jeugdverenigingen en op koren van onze kerk en op de hervormde scholen al jaren naast de psalmen het vrije lied wordt gezongen.
Als het koor een zangavond of de school een kerstfeestviering geeft in de kerk, of de jeugd een avond verzorgt, dan worden de psalmen ook ritmisch gezongen. Dit zijn vanuit de gemeente ook invloeden, maar hier valt niemand over als het maar niet in de eredienst is. Dit is toch krom, hier prikken onze jongeren zo gemakkelijk doorheen.
Als het vrije lied of hoe je het ook noemen wilt, op al deze fronten wel toestaat, dan vraag je vroeg of laat toch om problemen, om die liederen in de eredienst te zingen. Zo ook als het gaat om de manier van zingen.
Nog één voorbeeld: wij hebben vier organisten, bij drie daarvan zijn we wat het zingen betreft Nederland hervormd, bij een zijn we Ger. Gem. (voor de jeugd niet bevorderlijk). Ondanks de klachten hierover wordt er vanuit de kerkenraad niets aan gedaan, al vindt de meerderheid van de kerkenraad het zelf ook te langzaam (kool en de geit sparen). 
Het gevaar is toch met zo'n organist, dat de drang vooral bij jongeren om ritmisch te gaan zingen groter wordt.
Van der Graaf u moet nu niet denken, dat ik me niet thuis voel in onze gemeente, integendeel, ik voel mij echt verbonden aan onze gemeente en het kosterswerk doe ik na 20 jaar nog met veel liefde in dienst van onze Here en Heiland. Maar ik zie bovengenoemde zaken al jaren aan en maak mij daar wel zorgen over. Ik kan niet recht praten wat in onze gemeentes krom is.
Alles wat ik lees over de liederen, over het taalgebruik, over de afstand.die er is tussen de zondag en de andere dagen, die te groot zou zijn en over de bijbelvertaling, alles ten spijt er verandert nog maar zeer weinig. Jammer hè, dat predikanten en kerkenraden zich schijnbaar daar niet druk over maken, maar wel over het feit dat de jongeren ook landelijk gezien neigen naar de Evangelische beweging en ze weten maar slecht waar dat mede aan ligt.'

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 maart 2000

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Globaal bekeken

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 maart 2000

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's