De pauselijke schuldbelijdenis in Jeruzalem
'Een keerpunt in de geschiedenis'
'Berucht zijn de zgn. Godsdienstgesprekken waartoe de joden gedwongen werden, in 1240 te Parijs, in 1263 te Barcelona, in 1413/1414 te Tortosa, waarop verbod of verbranding van joodse geschriften volgde, soms verbanning van joden. In de middeleeuwen is er een religieus antisemitisme, van kerkelijke zijde bevorderd door hevige ant-joodse prediking vooral in de aan Pasen voorafgaande weken. Hoewel enige pausen als Innocentius IV en Gregorius X het voor de joden opnamen, werd hun geen Evangelie in de geest der liefde van Christus verkondigd. De van Rome uit geleide kerk draagt schuld aan het de joden eeuwenlang toegebrachte leed. Bij hen groeide afkeer en schrik voor het christendom. Wederkerig ontstond wantrouwen en vervreemding. Deze belastende voorgeschiedenis werkt tot op heden aan beide zijden door. Veel moeilijkheden in de benadering van joden met het Evangelie zijn daaruit te verklaren.'
Dit schrijft ds. R. Bakker in een artikel Jodenzending (Chr. Encyclopedie, Kampen 1959). De kerk van Rome heeft grote schuld aan het leed, dat de joden werd aangedaan. Ik schrijf: De kerk van Rome. Want wat hier beschreven wordt gaat vooraf aan de tijd van de Reformatie. In het hierboven aangehaalde worden nog niet eens de kruistochten genoemd, toen onder het vaandel van het kruis ook dood en verderf werden gezaaid onder het joodse volk.
Op de laatste dag van het pausbezoek aan Jeruzalem, toen hij bij de klaagmuur - restant van de door de Romeinen verwoeste tempel in het jaar 70 - een gebedsbrief in een spleet van de muur stopte, waren er nog nauwelijks biddende joden aanwezig, 'omdat zij niets van de vertegenwoordiger van het kruis wilden weten'. En de belangstelling van orthodoxe joden voor het pausbezoek was gering, eerder was er verzet. Een joodse journalist vertelde, dat zijn grootvader en grootmoeder in 1941 door Litouwse boeren werden vermoord, door 'trouwe katholieken, die van de dorpspriester hadden geleerd dat Zelig Feldman hun God had vermoord'.
Keerpunt
Nochtans noemde Sjlomo Ben Ami, minister van openbare veiligheid en van huis uit historicus, de pauselijke schuldbelijdenis 'een keerpunt in de geschiedenis'. Want niet eerder werd vanuit Rome zo publiekelijk schuld beleden voor het leed, dat door christenen de joden werd aangedaan.
Het begon met de rede van de Paus in Jad Vasjem, het oorlogsmuseum in Jeruzalem. Wie ooit dat museum heeft bezocht, weet dat men er niet met droge ogen kan rondwandelen, gezien de de herinnering aan de gruwelen, die in de Tweede Wereldoorlog hebben plaats gevonden. Een mij bevriende joodse gids, die van binnenuit weet wat de holocaust is geweest, gaat nimmer meer met groepen daar naar binnen. Behalve wanneer hij een Duitse groep heeft, dan blijft hij er drie uur.
Ook de paus bleef drie uur in Jad Vasjem. Hij was er niet zonder droge ogen. Daar begon de pauselijke schuldbelijdenis. Men kan zich het decor voorstellen. Bij bepaalde gelegenheden worden de deuren van de gedenkruimte, met de indrukwekkende vloer met zes miljoen steentjes en de altijd durende vlam, gesloten en is men er samen met de chazan.(de joodse voorzanger), die op hartverscheurende wijze een psalm zingt. Zelf maakte ik er zo mee het zingen van psalm 51. Indrukwekkend!
De rede, die de paus hield, is in alle kranten afgedrukt:
'De woorden van de oude psalm komen bij ons op: Ik ben geworden als een gebroken vat; ik hoor velen fluisteren - overal gevaar! Ze spannen tegen mij samen, maken plannen om mij te doden ...Maar ik vertrouw op U, Heer, ik erken: U bent mijn God. (Psalm 31: 13-15) (...)
Hier, net als in Auschwitz en veel andere plaatsen in Europa, worden we overweldigd door de echo van hartverscheurende jammerklachten van zovelen. (...)
De wereld moet aandacht besteden aan de waarschuwingen die tot ons komen van de slachtoffers van de holocaust en van de getuigenissen van de overlevenden. Hier in Jad Vasjem leeft de herinnering voort en brandt zich een weg naar onze ziel. Het laat ons schreeuwen: Ik hoor velen fluisteren - overal gevaar! Maar ik vertrouw op U, Heer, en ik erken: u bent mijn God.'
Hoewel de paus ook uitsprak, dat zijn kerk, 'gemotiveerd door de evangelische wet van waarheid en liefde - en niet uit politieke overwegingen - diep bedroefd is door de haat, vervolgingen en uitingen van antisemitisme tegen de joden door christenen, wanneer of waar ook', werd dit alles door veel joden toch nog niet als een schuldbelijdenis beleefd. De paus ging, tot verdriet van de orthodoxe rabbijn Evers, zegt Trouw, 'geen stap verder dan de omvangrijke schuldbelijdenis voor de fouten van christenen in het verleden die hij eerder deze maand uitsprak'. 'Het had hem gesierd als hij duidelijk had gemaakt dat de r.-k. kerk tijdens de oorlog teveel heeft gezwegen en teveel gedoogd heeft.' Andere reageerden positiever: men moest een schuldbelijdenis niet op eigen voorwaarden afdwingen.
Maar toen de paus een gebedsbriefje in een spleet van de klaagmuur had gestopt, zagen vele Israëli's daarin de 'excuses', waarop met name Israëls opperrabbijn Jisrael Lau, zelf een Auschwitz-overlevende, had aangedrongen. Het briefje, waarin hij het joodse volk 'het volk van het verbond' noemt, werd direct, als historisch document naar Jad Vasjem overgebracht. De tekst ervan luidt:
'We zijn diepbedroefd over het gedrag van diegenen die in de loop van de geschiedenis deze kinderen van u hebben doen lijden, en vragen u om vergeving. We willen ons verplichten tot oprechte broederschap met het volk van het verbond.'
De bekende joodse theoloog David Plusser zei dan ook in de Israëlische krant Maariv : 'Deze paus is de beste uit de geschiedenis wat de relatie tussen joden en christenen aangaat'.
Dat uitgerekend deze paus tot zulke vergaande uitspraken is gekomen, is te opmerkelijker maar ook te meer geloofwaardig, omdat hijzelf afkomstig is uit Polen. In zijn land keerden er van de drie miljoen joden slechts 30.000 terug. Daar bevinden zich de ten hemel schreiende tekenen van de moord op zes miljoen joden, in Auschwitz-Birkenau. Daar echter is het blazoen van Karol Wojtyla, zoals Johannes Paulus II toen nog heette, met betrekking tot de joden onbesmet gebleven. Hij had er goed contact met de joden in zijn omgeving.
Rooms?
Ook rechtgeaarde protestanten, die het pauselijk instituut principieel afwijzen, mogen hun respect hebben voor het 'historische keerpunt', dat Johannes Paulus II in Jeruzalem aanbracht. Als gezegd hebben vele wandaden van christenen aan joden zich voltrokken toen de kerk nog ongedeeld onder Rome was, in ieder geval vóór de Reformatie. Daar komt bij dat, gezien het wereldwijde, ongedeelde karakter van de kerk van Rome, door de meeste joden in de wereld 'de kerk van het kruis' met die van Rome wordt vereenzelvigd. Andere christenen dan rooms katholieke kent of weet men niet. Nederland vormt daarop een uitzondering.
Maar bovendien moeten we zeggen dat geen enkele laag of denominatie der christenheid schone handen heeft als het gaat om de bejegeningen aan joden in de geschiedenis. In het bovengenoemde artikel van ds. R. Bakker wordt gezegd, dat er na de middeleeuwen met de Reformatie 'enige kentering' is begonnen. Luther riep op tot 'verkondiging van het Evangelie in de geest der liefde van Christus'. Maar later, toen hij zich in de joden teleurgesteld voelde, omdat ze zich niet bekeerden, keerde hij zich tegen hen; reden waarom het nazi-antisemitisme der 20e eeuw, 'kans vond zich op Luther te beroepen'. Verder is jodenzending niet altijd in de geest der liefde van Christus bedreven. Vanwege die historische belasting is daarom vandaag in de arbeid van christenen jegens Israël het woord zending vervangen door andere woorden. Er is ook een diepgaande bezinning op gang gekomen in de verhouding van kerk en Israël, op grond waarvan het begrip jodenzending eveneens werd vervangen.
In ieder geval is er geen enkele reden om andere kerken dan de rooms-katholieke buiten de schuldbelijdenis te houden. In de Tweede Wereldoorlog kwam collaboratie met de vijand of zwijgen inzake de grote dood van het joodse volk in alle kerken voor. Daarom achten we als protestantse christenen de schuldbelijdenis aangaande joden mede 'onze' zaak. In Jeruzalem werd dezer dagen geschiedenis geschreven vanwege een lang verleden.
Onderscheiden
Bij dit alles moeten we wel blijven onderscheiden. Hoewel het joodse volk onze 'oudste broeder' is, ligt het geding aangaande het kruis, aangaande Jezus Christus, Zoon van God en Zoon des mensen als Messias, ook voor Israël, tussen de kerk en Israël. De kerk mag zich het getuigenis aangaande Jezus Christus niet schamen. Maar zo geschiedt 'het getuigende gesprek met Israël' (S. Gersen) wel vanuit de liefde van Christus. Dat kan en mag nimmer tot haatgevoelens, tot antisemitisme leiden.
Het is onze ervaring, dat dit gesprek, wanneer er sprake is van wederzijds vertrouwen, ook in liefde en solidariteit kan worden gevoerd. De waarheid wordt in liefde betracht. Als zodanig kan met dankbaarheid worden geconstateerd, dat er in dit land ook goede relaties zijn gegroeid tussen orthodoxe joden en orthodoxe christenen, terwijl daarbij onomwonden over Christus kan worden gesproken. Maar ook vandaag smeult het kwade vuur van antisemitisme allerwegen in de wereld onder de as van de geschiedenis.
Politiek
Daar is nog een laatste punt, dat aandacht vraagt. De paus wilde de politieke kwestie in het Midden-Oosten erbuiten houden. Hij zei dat vooraf. Hij zei dat ook met zoveel woorden in zijn Jad Vasjem-toespraak. Dat nu is onmogelijk. In het Midden-Oosten zijn religie en politiek zo met elkaar verweven, dat elke uitspraak (jegens Israël) ook politieke consequenties heeft. Dat is door ons al eerder hier aangegeven. Dat is dezer dagen ook gebleken bij commentaren in het Midden-Oosten. We zeggen dit, los van het feit, dat aan de paus (het Vaticaan) naar onze protestantse overtuiging geen politieke aspiraties toekomen. In het politieke geding in het Midden-Oosten moet nieuw, politiek geladen antisemitisme niet uitgesloten worden geacht, ook niet in Nederland. Men leze het boek van Martin van Amerongen e.a. Israël een blanco cheque, waarin wordt gesproken over 'links antisemitisme'.
Wanneer vandaag 'de kerk' ter sprake is vanwege haar schuld aan het joodse volk, zijn niet-christenen niet vrij te pleiten. Antisemitisme komt in allerlei vormen voor, ook in hedendaagse politieke gedaante. Niet uitgesloten moet worden, dat zulks in de toekomst om andere 'excuses' vraagt. Als er dan van schuldbelijdenis sprake is, is het de vraag voor Wiens Aangezicht dat wordt gedaan. Wanneer de kerk schuld belijdt heeft ze een tweeledig adres: naar God toe en naar elkaar toe. Echte schuldbelijdenis brengt ook echte vergeving mee. De wereld mist zo'n tweeledig adres. Daar blijft het bij excuses.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 maart 2000
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 maart 2000
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's