Hoe calvinistisch was Rembrandt? (2)
Eenderde van zijn werk heeft de Bijbel als bron
Was Rembrandt gereformeerd?
Misschien deugt de vraagstelling niet. We moeten, ondanks al die prachtige schilderijen, tekeningen en prentkunst van Rembrandt, zoals zijn aangrijpend uitgebeelde terugkeer van de verloren zoon, niet denken aan een soort van reformatorisch kunstenaarschap zoals wij dat, met name sinds de Afscheiding en de Doleantie, verstaan. De meester zou - toegegeven, het blijft speculatief - in onze tijd geen lid of begunstiger zijn geweest van de Geref. Bond, noch van de Confessionele Vereniging of een der afgescheiden kerken die zich ook tooien met de naam gereformeerd.
Ik bedoel: als wij onze huidige normen van wat goed gereformeerd is zouden leggen op de 17e eeuw, wat op zich al een riskante onderneming is, dan zou Rembrandt, en wellicht ook kerkschilder Saenredam, buiten ónze kaders vallen. Maar toch: Rembrandt als schilder der Reformatie? In elk geval als meester van de bijbelse schildering en tekening, al blijft zijn meesterschap niet daartoe beperkt. Is hij in die bijbels geïnspireerde werken dan toch duidelijk calvinistisch bezig? Zeker, zijn diverse heilige families of zijn vlucht naar Egypte of tal van andere bijbelse beelden zijn niet rooms. Maria is geen Madonna met stralenkrans, Jozef is geen typisch heilige timmerman. Kunnen we dan de drie sola's van de Reformatie (alleen genade, alleen geloof, alleen de Schrift en daarnaast ook alleen Christus) terugvinden in zijn kunst? Ik heb daar moeite mee, omdat in de kunsthistorische exegese inlegkunde aan de orde van de dag is: je ziet (niet) wat je (niet) wílt zien. Dat geldt, denk ik, ook voor christenkunstcritici als nu wijlen H. R. Rookmaaker of als Willem L. Meijer. Een christen 'ziet' en beleeft een andere Rembrandt dan een humanist of iemand die de Schriften nauwelijks kent.
Bijbelse wegwijzer?
Daarom moeten we wellicht de vraag anders stellen: hóe schilderde Rembrandt bepaalde bijbelse taferelen, hóe spreken die ons aan, wát doen ze ons in ons geloven, hopen en twijfelen ook? Kunnen die werken ons helpen, de Schriften beter te verstaan? Daar gaat het mij (ons) toch primair om? Kunst is niet waardevrij, is niet neutraal. Als wij - zoals ooit de priester Henri Nouwen - door één of meer werken van Rembrandt, op het góede spoor gezet worden, dan is toch met een al dan niet krómme stok ons een rechte slag toegebracht? Dan heeft niet de esthetiek het laatste woord, maar de ethiek en de bijbelse pedagogiek.
Anders gezegd: als u door het aanschouwen van een (in dit geval vooral bijbelse) Rembrandt, bijvoorbeeld een tafereel op Golgotha of de Opgestane Heiland, dichter bij de bron (beter: de Bron) komt, dan is zo'n kunstwerk van onschatbare waarde; kostbaarder dan zo'n doek, paneel, prent, tekening bij een veiling van Sotheby's of Christie's ooit zou opbrengen. En dan doet het er niet echt toe of de maker ervan naar onze maatstaven goed gereformeerd was. Niet de wegwijzer is het belangrijkst, maar het doel van de reis.
Schrijven over deze kunstenaar is één ding, zelf gaan kijken is een ander verhaal. Daarvoor moet je naar het Rijksmuseum in Amsterdam en ook naar het Rembrandthuis, en eventueel helemaal naar Museum de Hermitage in Sint-Petersburg. Dat bezit een grote collectie Rembrandts en andere schilders van de Gouden Eeuw, omdat tsaar Peter de Grote en zijn indirecte opvolger Catharina de Grote veel Hollandse kunst naar hun nieuwe Russische hoofdstad lieten komen. Misschien doet u dezelfde ervaring op als ik: zo'n enorme lap - oorspronkelijk nog groter - van 'De Nachtwacht' doet mij persoonlijk weinig.
Bijbels én erotisch
Veel meer kan ik genieten bij zo 'n aangrijpende ets als de verloren zoon die door zijn vader binnengehaald wordt (een ets uit 1636) of ook 'De vlucht naar Egypte' (ets uit 1634), of ook Adam en Eva met de vrucht en de (krokodilachtige) slang zoals Rembrandt die in 1638 etste. Kijk ook naar zijn 'Doop van de kamerling' of zijn 'Christus verjaagt de geldwisselaars uit de tempel'.
Of laat zo'n ets van de barmhartige Samaritaan (1633) op je inwerken, met een muildier als een forse knol en een uit het venster toekijkende Spaansgehelmde (? ) soldaat. Of is het de kunstenaar zelf met een zwierige baret op? Zie ook de tekening met hetzelfde onderwerp: de Samaritaan die de mishandelde man aflevert bij de herberg. En kijk naar zo'n ets 'Maria met Kind': niks geen Moeder Gods of Koningin des Hemels of O.L. Vrouwe, geen Madonna als in de Vlaamse kunst der late Middeleeuwen, maar de moeder de vrouw, die hier al beseft dat ze dit Kind eens zal moeten loslaten.
Déze Rembrandt zie ik liever dan de knappe schilder van 'Zelfportret met Saskia' dat oorspronkelijk een bordeelscène voorstelde, zoals röntgenfoto's door de huidige verflaag heen zagen. Of dan diverse andere portretten en grote werken in opdracht. Dat Rembrandts werk tamelijk onverhuld vol zit met erotische verwijzingen en seksuele toespelingen - niet alleen bij 'Jozef en de vrouw van Potifar' - wordt nog eens benadrukt door Simon Schama in zijn volumineuze 'De ogen van Rembrandt'. Daarin is Van Rijn tussen tijdgenoten geen uitzondering.
In de ets 'De zondeval' zien we weerbarstige oermensen; terecht geen glad gepolijste jonge lijven. Schama zegt in het hoofdstuk 'Lichaamstaal', dat Rembrandt niet moralistischer was dan Rubens of z'n leermeester Pieter Lastman. Schama: 'Zijn ongekuiste beelden van vrouwen die plassen in de velden of copuleren met monniken duiden niet echt op de preutse calvinist die overgevoelig is voor lichamelijke schaamte. (...) Rembrandt kon de conventie nooit met rust laten. (...) Hij was een 'onruststoker' en hij had 'een fascinatie voor naakte verwarring en chantage'.
De lijdende Heiland
Tijdgenoten, onder wie de remonstrantse Dirck R. Camphuyzen, kritiseerden zijn onfatsoen, terwijl anderen hem bijna godslasterlijk vonden omdat hij de natuur (ook de naakte mens) niet glad en harmonisch uitbeeldde, maar ongepolijst, 'alsof de Schepper gefaald had'.
Kortom, de maker van indringende bijbelse, voor ons herkenbare, taferelen is ook iemand die het bij de verdedigers van de zuivere leer der vaderlandse kerk had verkorven; hij was niet echt hunner één. Was het welbegrepen eigenbelang dat hij, zoals zovelen en zoals gebruikelijk, tot de kerk der Reformatie behoorde? Of was het toch een innige overtuiging? Beide oordelen lijken soms mogelijk. Dat belet ons niet om ons diep te laten ontroeren door tal van Rembrandts, zoals 'Christus geneest de zieken', z'n 'Ecce Homo', 'Christus voor Pilatus' of 'De Kruisafname'.
Rembrandtbijbel
Wie Rembrandt niet zelf kan gaan bekijken, maar zijn bijbelse kunst toch handzaam in huis wil halen kan natuurlijk terecht bij de zogeheten Rembrandtbijbel, bij het dikke boek 'Rembrandt en de bijbel' en sinds kort bij een cd-rom van uitg. Het Spectrum, 'De bijbel van Rembrandt'. Daar vindt men, al of niet sterk verkleind, heel het bijbels werk van de meester: Kaïn en Abel, Noachs ark, de thuiskerende verloren zoon, de goede Samaritaan, Petrus die zijn Heiland verloochent, Thomas die z'n meester zijn geloof belijdt, maar ook de bijbelse apocriefen.
Er is natuurlijk een bezwaar tegen zo'n cd-rom: de plaatjes zijn toch minder fraai dan op een goede gedrukte reproductie. Maar zelfs een boek haalt het niet bij een werkelijke ontmoeting met de meester zelf, in een museum of het Rijksprentenkabinet.
Terug naar de beginvraag. Als Rubens dé schilder is van de rooms-katholieke Contra-Reformatie (en dat is wel zo), kan Rembrandt dan dé schilder van de Hervorming heten? Nu, met veel slagen om de arm kan dat wel, maar hij is het niet altijd en niet overduidelijk. Wie hem streng selectief bekijkt kan het geloofsgoed der Gereformeerde Kerk wel bij hem terugvinden, maar een prediker met penseel van de leringen van Calvijn zou ik hem zeker niet durven noemen. Desondanks: de prins onzer schilders in een eeuw die Gouden heet, maar waarin niet alles goud was wat er schitterde. Anders was er geen Nadere Reformatie van node geweest!
Apeldoorn H. H. J. van As
Visser ’t Hooft
N.a.v. mijn eerste Rembrandt-artikel (de Waarheidsvriend van 30 maart) werd ik gebeld door een predikant die mij wees op het boek van de bekende Nederlandse theoloog en wereldraad-man dr. W. A. Visser 't Hooft. Die schreef een boek over de schilder waarvan de strekking is, dat Rembrandt als jongere misschien niet zo christelijk of kerkelijk was, maar in zijn latere leven toch veel bewuster koos voor het christelijk geloof. Dat boek, 'Rembrandts weg tot het Evangelie', verscheen in 1956 bij W. ten Have. Visser 't Hooft schreef het oorspronkelijk in het Frans: 'Rembrandt et la Bible'.
Het geeft, aldus mijn zegsman, dus een ander beeld van Rembrandts christenzijn, o.m. tot uiting komend in zijn vriendschappen met zeer gelovige christenen, zoals de dichter Huiman Dullaert. In de kunsthistorische literatuuropgaven komt men dit boek echter nauwelijks tegen. Het past wellicht niet in het beeld van Schama en anderen.
Mogelijk komen wij later nog eens op dít beeld van Rembrandt terug.
Mede n.a.v. 'De bijbel van Rembrandt', cd-rom uitg. Het Spectrum, Utrecht 1999, ISBN 9053442030, f 39,95 en 'De ogen van Rembrandt' door Simon Schama, uitg. Contact Amsterdam 1999, 350 Illustraties, 753 blz, , ƒ 95,-. Museum Het Rembrandthuis, Jodenbreestraat 4, Amsterdam, tel. 020-5200400
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 april 2000
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 april 2000
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's