De betekenis van elektronische post voor de gemeenteopbouw (3)
De elektronische rondzendbrief
Behalve dat aan een elektronische brief allerlei documenten aangehangen kunnen worden, is het ook mogelijk zo'n brief gelijktijdig naar meerdere adressen te verzenden. Daartoe behoeft men slechts de adressen achter elkaar in te toetsen op de betreffende ruimte boven de brief, of ze aan te klikken in het adressenbestand. Het is bij sommige e-mail programma's zelfs mogelijk een aantal adressen onder één naam te vatten, en vervolgens alleen die naam aan te klikken. Het betreffende bericht wordt dan in één keer verzonden naar al die adressen tegelijk. In feite hebben we zo dus te maken met een rondzendbrief. Op deze manier zou een scriba van de kerkenraad bijvoorbeeld een adressenbestand kunnen aanleggen van alle kerkenraadsleden die over een e-mail aansluiting beschikken. Momenteel zal dat in de meeste gevallen nog een déél (zij het een groeiend deel) van de kerkenraad betreffen. Eerder hebben we echter betoogd, dat het gebruik van elektronische post in de toekomst wel eens net zo wijd verbreid zou kunnen raken als dat van de telefoon. Wanneer dat zo is, is het bepaald niet ondenkbaar, dat straks in heel wat kerkenraden de meeste of zelfs alle ambtsdragers via elektronische post berichten kunnen verzenden en ontvangen. In zo'n situatie behoeven, scriba's bijv. niet langer de stukken voor de eerstvolgende kerkenraadsvergadering (al of niet tussen de zondagse diensten door) in een grote envelop aan de overige kerkenraadsleden te doen toekomen, maar kunnen zij die met een enkele druk op de knop bij hen thuisbezorgen,
Privacy
Wel is het natuurlijk de vraag of men dit in alle gevallen moet willen. Met name wanneer het om vertrouwelijke stukken gaat, moet men één ding altijd goed bedenken: Zoals we al even aanstipten, is bij elektronische post de privacy niet voor 100% gewaarborgd. Werknemers bij de 'email-centrale' kunnen bijvoorbeeld desgewenst de inhoud natrekken van de berichten die via hun bedrijf verzonden worden. Er is wel eens gezegd, dat men wat dat betreft een e-mailbericht kan vergelijken met een ansichtkaart, die ook door iedereen te lezen valt. Die vergelijking lijkt me echter niet helemaal opgaan. De tekst van een ansichtkaart kan men als postbode immers bijna ongewild, in elk geval: zonder er iets bijzonders voor te doen, onder ogen krijgen. Dat is met e-mailberichten niet het geval. Wanneer men op het punt van privacy een vergelijking met de gewone post zou willen maken, dan ligt die met een niet dichtgeplakte envelop nog het meest voor de hand: wie de envelop in handen krijgt, kan zonder dat een ander het aan de weet komt de inhoud natrekken, maar hij moet daartoe wel enkele speciale handelingen verrichten (de envelop openvouwen, de inhoud eruit lichten etc.). Zo moeten 'e-mail-postbodes' ook speciale handelingen verrichten om de inhoud van een e-mailbericht te achterhalen.
In het algemeen geldt dus: stukken die men niet in een open envelop zou willen verzenden, moet men ook maar niet via e-mail aan een ander doen toekomen.
De preekvoorziener
In allerlei situaties is de privacy-problematiek echter niet aan de orde. Zo hoorde ik onlangs een ander aardig voorbeeld van de wijze waarop e-mail ten goede kan komen aan de organisatie van het gemeentewerk. In een bepaalde gemeente had een predikant de kerkenraad in een tamelijk laat stadium moeten berichten dat hij de a.s. zondag niet volgens afspraak voor kon gaan in de eredienst. Preekvoorzieners worden door zo'n bericht altijd weer met een probleem geconfronteerd, Want hoe vind je zo snel een andere voorganger, en dan liefst nog één die niet al te ver weg woont? Soms is daarvoor een tijdrovende serie telefoontjes nodig. In dit geval had de preekvoorziener echter een e- mailbericht geschreven aan een heel aantal predikanten tegelijk. Hij had hun e-mailadressen vermoedelijk gevonden in de laatste uitgave van het adresboekje van de Gereformeerde Bond. De vraag die hij hen in het betreffende elektronische briefje stelde, was: 'Wie van u is a.s. zondag in de gelegenheid de leiding van de kerkdienst in onze gemeente over te nemen van de uitgevallen voorganger? Wilt u in dat geval s.v.p. zo spoedig mogelijk contact opnemen?'
Ik heb niet gehoord of de betrokken preekvoorziener op deze actie nog een positief resultaat opgeleverd heeft, maar het zou me niet verbazen. Dat contact opnemen kan in ieder geval niet het probleem zijn geweest. Men hoeft immers na het lezen van een elektronische brief slechts het vakje 'antwoord' aan te klikken om een blanco antwoordbrief op het scherm te krijgen die al voorzien is van het juiste adres. De aangeschreven predikanten konden dus desgewenst onmiddellijk via e-mail reageren, en de preekvoorziener heeft ongetwijfeld de daarop volgende uren goed bijgehouden of er nog nieuwe berichten voor hem binnengekomen Waren. Natuurlijk was hij beperkt door het feit dat lang niet alle omwonende predikanten over een e-mail aansluiting beschikken. Hoe groter het aantal predikanten met e-mail, hoe groter uiteraard ook de kans dat het lukt om op deze wijze nog bijtijds iemand te vinden.
Zo zouden er nog wel meer voorbeelden te noemen zijn van situaties waarin e-mail goed van pas kan komen in de organisatie van het gemeentewerk, en niet alleen voor dominees en andere ambtsdragers. Allen die actief betrokken zijn bij het gemeenteleven, via verenigingen, jeugdwerk, of andere organen die regelmatig overleg vereisen kunnen er hun voordeel mee doen.
Virtuele kring
De bovengenoemde mogelijkheden van e-mail leveren intussen alleen nog maar voordelen op van louter praktische aard. Een belangrijke stap verder gaat het wanneer men de mogelijkheden van elektronische post benut om een vaste groep plaatselijke gemeenteleden regelmatig te voorzien van informatie die betrekking heeft op de zaken van kerk en geloof. Op deze manier kan zelfs een soort bijbelgesprekskring ontstaan, niet van mensen die regelmatig bij elkaar komen, maar wel van mensen die om de zoveel tijd contact met elkaar onderhouden via e-mail. Men spreekt in dit verband wel over een 'virtuele kring' - niet een echte kring dus, maar een quasi-kring die uitsluitend via de computer contacten onderhoudt.
Zo vernam ik onlangs, in een e-mailreactie op één van de vorige afleveringen in deze serie, dat er in een wijkgemeente ergens op de Veluwe inderdaad sprake is van zo'n virtuele kring. Om de zoveel tijd wordt onder de 'leden' van deze kring een nieuwe aflevering verspreid van een soort tijdschrift ('De virtuele kring' geheten), waarin de nodige stof tot overdenking is opgenomen, gebedspunten worden aangereikt, oproepen worden gedaan etc. Wie dat wil kan op de inhoud van zo'n elektronische rondzendbrief dan weer reageren, zodat soms hele gesprekken ontstaan. Omdat sommige mensen zich schriftelijk nu eenmaal gemakkelijker uiten dan mondeling, kunnen die gedachtewisselingen van tijd tot tijd een verrassende diepgang krijgen. Het is duidelijk dat zolang met dit soort mogelijkheden zorgvuldig omgegaan wordt, ze ook inhoudelijk een bijdrage kunnen leveren aan de opbouw van de gemeente. Men kan zich zelfs voorstellen, dat via zo'n virtuele kring bepaalde mensen weer meer betrokken raken bij het gemeentelijk leven. Er zijn immers vandaag heel wat mensen die graag via de computer contacten onderhouden met anderen. In veel gevallen doen ze dat bij voorkeur min of meer anoniem, wat via de computer heel goed mogelijk is (bijvoorbeeld via een e-mailadres waaruit niet direct de eigen naam af te leiden valt). Wanneer het nu lukt om zulke mensen voor zo'n virtuele kring te interesseren, dan is het bepaald niet ondenkbaar dat zij gaan reageren, en via elektronische gedachtewisselingen gaandeweg meer betrokken raken bij geloof en kerk. Hoe dat ook zij, we mogen de nieuwe mogelijkheden die hier liggen zeker verkennen, in het geloof dat de Heere ze op allerlei manieren kan en wil zegenen: voor gemeente-opbouw, evangelisatiewerk, en/of onderling pastoraat.
Daarmee zijn we gaandeweg in feite al aangekomen op het grensgebied met een volgend terrein waarop de introductie van elektronische post nieuwe mogelijkheden biedt, namelijk dat van het pastoraat. Daarover een volgende keer meer.
Bilthoven gvdbrink@solcon.nl
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 april 2000
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 april 2000
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's