Belijdenis doen in de Hervormde Kerk van nu
Belijdenis-doen
Wanneer we dit onder ogen krijgen, is de beslissing om belijdenis te doen waarschijnlijk voor velen al gevallen. Je ging, soms na enige aarzeling en soms na enige aansporing, de belijdeniscatechisatie volgen. Nu bereid je je voor op de aanneming tot lidmaat en op de bevestiging de zondag daarop. Daarbij mag een hartelijke gelukwens niet achterwege blijven. Een gelukwens voor de aanstaande 'nieuwe' lidmaten en voor de gemeente. De Heere maakt blijkbaar nog werk van Zijn Naam.
Belijdenis-doen is immers de Naam des Heeren belijden. De klemtoon valt op die Naam des Heeren; dat moeten we niet vergeten. En 'belijdenis-doen' is een onderdeel van het belijden, dat heel het leven omvat. Het belijden is dus met belijdenis-doen niet achter de rug, maar ligt veel meer voor de boeg. Zo ervaren wij het ook. Op een gegeven ogenblik springt het belijdenis-doen uit het belijden naar voren, meer niet; maar dat is toch heel wat. Wij houden geen slag om de arm, wij houden het ook niet vóór ons, nee, wij doen belijdenis.
Het vanzelfsprekende gaat er steeds meer van af; het aantal slinkt, vooral in de steden, maar net zo goed in de dorpen. Het vanzelfsprekende gaat overal van af. Dat heeft zijn voor en zijn tegen. Wat niet meer vanzelf spreekt, kan wel eens duidelijker spreken! Gevaarlijk wordt het, wanneer we het belijdenis-doen van een vraagteken voorzien en er verder niets meer in zien. Het vraagteken mag ons nooit stijven in onze vrijblijvendheid. Daarom moeten wij het wel ernstig nemen!
De Naam des Heeren
Belijdenis-doen. Wat is het eigenlijk? En waarom eigenlijk? Moet ík dat doen? Kán ik dat doen? Wij trekken het belijden dan terug in het doen en vallen daarbij op onszelf terug. Dan komt er niet veel van. Zouden we niet bij het begin moeten beginnen? Ons begin is in de Naam des Heeren! Die Naam is uitgeschreven in het Woord, De Heere openbaart Zich als de God van Zijn volk Israël, als de God en Vader van onze Heere Jezus Christus.
Wij leren die Naam spellen, opdat wij die mettertijd zouden uitroepen en aanroepen, zouden belijden. De Naam werd ons bekendgemaakt om die te noemen, om de Heere bij Zijn Naam te noemen. Hij is niet de grote onbekende, o nee. Het Woord roept om een antwoord. Belijden is antwoorden: 'Heere, Gij zijt'. Daar kunnen wij ons niet van de domme houden, wij kunnen er ook niet buiten blijven. 'Ik zal tot de Heere zeggen: Gij zijt de HEERE!' (Ps. 16: 2)
Loven
Belijdenis doen wij, als we met de gemeente samenkomen, in gebed en lied. Belijden is loven. 'Wij loven U, o God, wij loven dat Uw Naam nabij is, men vertelt Uw wonderen' (Ps. 75: 2). Kom eens naar voren, zegt de Heere als het ware, je bent in Mijn Naam gedoopt, tot Mijn dienst geroepen; spreek het nu eens persoonlijk en openlijk uit, hoe Ik heet, en waar je Mij voor houdt. Zo wil het de Heere, vanouds reeds en de Naam is het waard. 'Het is goed, dat men de HEERE love' (Ps. 92: 2). Met mond en hart. Ons hele leven is er in betrokken. 'Uit het hart zijn de uitgangen van het leven' (Spr. 4: 23). Met woord en daad. Met belijden is meer gemoeid dan belijdenis-doen hier en nu. Het zet zich voort, het breidt zich uit. En indien niet, dan dreigt het zijn betekenis te verliezen, Wij moeten de verbanden goed in het oog houden: belijdenis-doen en belijden. Mond en hart en daad. Wij moeten dat zeker vandaag goed in het oog houden.
Getuigen
Vandaag. Belijdenis-doen nu. God is nagenoeg dood verklaard. Niet eens met zoveel woorden, maar zwijgenderwijze. Wij kunnen iemand doodzwijgen. Een naam die niemand meer noemt, is de naam van iemand, die uit onze gezichtskring verdwenen is. De mensen misbruiken Gods Naam nog in een vloek en een zucht. Verder horen we kreten en leuzen die hol klinken, omdat de Naam er niet in genoemd wordt. Zouden wij er het zwijgen ook maar niet toe doen? Verbeelden wij ons soms, dat we in staat zijn om nú te getuigen?
Belijden is immers ook getuigen. En om te getuigen moet je niet op je tenen gaan staan, maar door de knieën gaan. En dan aanbidden: 'Heere, barmhartig, lankmoedig, rechtvaardig'. Om te getuigen hebben wij de Heilige Geest nodig. Die getuigt in ons en door ons en met ons. Doen we belijdenis, dan nemen wij ons vast voor om de Heere niet buiten ons leven te laten, niet buiten ons spreken, niet buiten ons denken, niet buiten ons werken. Dat zullen anderen dan wel merken. En daarin belijden wij Zijn Naam voor de mensen. Maar... ik maak er zelf zo weinig ernst mee. Of ik vind er zelf zo weinig vreugde in. Zou dat niet genezen aan de Naam des Heeren? Wie het waagt met deze Naam, wint gaandeweg aan vertrouwen. Het geloof wordt bevestigd, in de belijdenis.
Gemeenschap
Belijdenis-doen in de kerk. Waarom in de kerk? Wat stelt de kerk nu voor? En wat heeft de kerk met mijn belijdenis-doen te maken? Ik hoor overal roepen om gemeenschap, ik zie ze overal zoeken naar nieuwe vormen van gemeenschap. Nu is de kerk, de christelijke gemeente, een gemeenschap van eigen aard en eigen orde. Waarom zouden wij in deze gegeven gemeenschap verstek laten gaan? Waarom zouden we de gemeenschap schrappen, omdat de vorm van deze gemeenschap alles behalve volmaakt is? De gemeenschap scherpt toch haar vorm, niet omgekeerd. Ja, maar - zegt iemand - ik heb er vaak moeite mee om in de gemeente, zoals die reilt en zeilt, een geloofsgemeenschap te herkennen. Toch staat het niet voor niets zo mooi in de Nederlandse Geloofsbelijdenis (art. 27): de kerk is 'de gemeenschap van allen, die al hun zaligheid in Jezus Christus verwachten'. De kerk zelf kan dat nauwelijks waar maken; dat mag ons verdrieten. Maar God maakt er toch iets van, die gemeenschap krijgt gestalte. Och, wat stel ik eigen voor, als God er niet voor instond.
In de gemeente
Wij kunnen belijdenis-doen en kerk niet ontkoppelen. Het belijden is niet alleen persoonlijk, het is gemeenschappelijk. En de kerk is een gemeenschap, die belijdenis doet van de Naam des Heeren. Tot die gemeente mag ik behoren, krachtens het verbond der genade. Ik werd er gedoopt. Daar denk ik aan terug, nu ik belijdenis doe. Ik hoorde er het Woord, de Naam des Heeren werd er mij verkondigd. De kerk, dat is geen verzameling van mensen, dat is de vergadering der gelovigen. Christus vergadert haar door Woord en Geest, dwars tegen alles in wat verstrooit en waardoor wij zo eenzaam en eenzelvig worden.
Daarom is het zinvol en zegenrijk om in het midden der gemeente bevestigd te worden. De gemeente is om mij heen. Ik word opgevangen, ik vind mijn plaats in de gemeente. Ik mag meezeggen, wat zij zegt, wat zij verstond van het Woord en de Naam; ik mag meezingen. En nooit heb ik dat meer nodig, dan wanneer ik belijdenis doe en mij - tot mijn grote verwondering - bij mijn doopnaam hoor roepen, om Zijn Naam te belijden.
In de Hervormde Kerk
Laat die kerk nu net de Hervormde Kerk zijn! Uitroepteken. Vraagteken, werpt iemand mij tegen. Er zijn meerdere kerken, het is uit de tijd om, zich aan één kerk te verbinden, als men belijdenis doet. De kerk is een vraagstuk, dat is waar. De verdeeldheid der kerken maakt het belijdenis-doen niet eenvoudiger. Wij kunnen het ons echter ook te moeilijk maken. De Hervormde Kerk is een kerk. Een gemeenschap, waarin Woord en sacrament bediend worden en waarin Christus door Zijn Geest werkzaam is. Een gemeenschap door Hem gesticht in deze landen. En, hervormd. De geschiedenis van de kerk is een geschiedenis van de hervormde kracht van Woord en Geest. Dat 'hervormd' is maar geen aanduiding, om de kerken uit elkaar te houden. Hervormd is kenmerkend: de kerk draagt het kenmerk van de daden des Heeren.
Wanneer wij als lidmaten van de Hervormde Kerk ons de moeite eens getroosten om van haar geschiedenis kennis te nemen, zouden de woorden 'kerk' en 'hervormd' meer klank en glans krijgen. De kerk is tóch van Christus, wat zou er anders van terecht gekomen zijn. Zijn trouw schijnt over dat 'hervormd'; als een stil en troostend licht.
Onze plaats
In de Hervormde Kerk belijdenis-doen is niét die Hervormde Kerk de hoogte in steken. Het is eenvoudig de plaats innemen, waar we geroepen worden. Er mocht wel eens meer dankbaarheid zijn, voor alles wat de Heere ons in die Hervormde Kerk gegeven en gelaten heeft. Dankbaarheid, dat wij daar Zijn Naam hoorden noemen, en dat onze naam in verband met die Naam genoemd werd. Mag ik antwoord geven, daar waar het Woord aan mij werd doorgegeven? Waar anders! Niet, omdat het overal wat is, ook in andere kerken. Maar omdat Hij hier is, en mij hier ontmoet.
Bij het geloof voegt zich de liefde. Liefde voor de kerk, voor de Hervormde Kerk, heeft die kerk hard nodig en hebben die lidmaten hard nodig. Geloof, hoop en liefde!
Belijdenis-doen in de Hervormde Kerk van nu. Dat staat voluit boven deze overwegingen. De Hervormde Kerk van nu. Daar breek ik mij het hoofd vaak over, vooral wanneer dat nu zich uitstrekt naar de toekomst. Is die kerk niet in naam hervormd, maar in feite misvormd? Een vergaarbak van meningen en stromingen, meer niet. Ieder denkt er het zijne en zegt er het zijne. Inderdaad, misvormd! En waar het geloof dat de vaderen overgeleverd is, nog bewaard wordt: hoe weinig lijkt de gemeenschap ook daar op een geloofsgemeenschap. De Hervormde Kerk van nu is een groot vraagteken, een struikelblok.
Na alles wat overwogen werd, kunnen wij ons hier wel aan stoten, maar niet over struikelen. Doen wij belijdenis in de Hervormde Kerk van nu, dan worden wij meteen geroepen om aan de slag te gaan, ieder op de plaats die hij inneemt. Er is sprake van roeping. God roept er ons toe. Wie Hij roept, die helpt Hij ook. Hij is getrouw. Men kan op Hem aan. Zo moet de Hervormde Kerk op haar lidmaten aan kunnen. Zullen zij trouw zijn? Aan de Heere der kerk allereerst, vervolgens ook aan Zijn Woord en Zijn dienst? Zullen zij dan én dus trouw zijn aan haar, aan die Hervormde Kerk nu?
Mijn Woord bewaard
Dat wil zeggen dat wij haar houden aan haar naam: Hervormde Kerk. Wij kunnen over haar klagen. Klagen doet vragen: Heere, waarmee is uw gemeente gediend, door mij? In klein verband, in kring en groep. De grote dingen in de kerk hadden meestal een kleine bakermat. Niemand onttrekke zich, juist nú niet. Het komt er op aan. Het komt niet op óns aan, het komt er wel op aan dat wij uit Christus' mond vernemen mogen: 'Gij hebt kleine kracht, en gij hebt Mijn Woord bewaard en Mijn Naam niet verloochend'.
Nieuwerkerk a/d IJssel H. J. Lam
(Bewerking van ds. L. Kievit, Belijdenis doen in de Hervormde Kerk van nu.)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 april 2000
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 april 2000
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's