De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Boekbespreking

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Boekbespreking

4 minuten leestijd

Jurjen Beumer, Reikhalzend: spritualiteit uit het hart van de stad, uitgave Ten Have, Baarn, 128 blz., f 24,90.

Van de hand van Jurjen Beumer verscheen vorig jaar een boek onder de titel: Reikhalzend. De ondertitel luidt: spiritualiteit uit het hart van de stad. Een boeiend onderwerp. De auteur is o.a. predikant van een Oecumenisch Diaconaal Centrum te Haarlem. Hij is dus nauw bij het onderwerp betrokken. En dat merk je ook als je zijn boek leest. Het is geen afstandelijk, technisch boek geworden. De schrijver wil juist in zijn werk en in dit boek dicht bij mensen staan. Dat blijkt direct al bij zijn omschrijving van het begrip 'spiritualiteit'. Spiritualiteit heeft immers, aldus de schrijver, altijd met mensen te maken. Mensen die reikhalzend willen leven (daar heb je de titel!) en verlangend uitzien naar een toekomst vol gerechtigheid.
Spiritualiteit vindt echter niet plaats in het luchtledige. Daarom gaat dit boek ook over de stad. In dit boek komen vormen van diaconaat en geloven aan bod die gegroeid zijn in het hart van de stad. Deel 1 beschrijft een aantal kanten van dit diaconale werk. Deel 2 geeft de spirituele basis van dit diaconaal bezig-zijn weer. En in deel 3 maken wij kennis met enkele spirituele persoonlijkheden. Ik zei al: de schrijver legt geen afstandelijk, technisch boek neer. Hij hoopt zelfs dat zijn boek de persoonlijke meditatie stimuleert en hij belooft de lezer al bij voorbaat dat hij zal merken dat de spiritueel-mystieke dimensie het hart van zijn boodschap is. Het boek begint met een stukje analyse. Er is in deze wereld een enorme leegte. Juist in de stad wordt dat zichtbaar. De kerk die de auteur voor ogen staat is een gemeenschap van mensen die in de leegte van dit moment opnieuw de gemeenschap leert beoefenen. Met een spiritualiteit die geworteld is in de mystieke traditie van alle eeuwen en plaatsen, kan de kerk ook in deze tijd een rol van betekenis spelen. Voortdurend in dit boek de verwijzing naar de spiritualiteit en de christelijke mystiek. Maar op dit punt komen tevens bij mij ook de vragen boven. Mystiek en spiritualiteit beloven 'diepgang'. Maar het maakt het voor mij juist allemaal wat vaag. Terecht is de aandacht voor de mens. Maar de mens binnen of buiten de stad is toch een gevallen mens? Waar is het element van de schuld van de mens en de verzoening tussen God en mens? Het mens-zijn van Jezus wordt in dit boek heel sterk benadrukt. Maar God was toch ook in Christus de wereld met Zichzelf verzoenende? Jezus is toch niet alleen voorbeeld. Hij is toch ook Borg? Een voorbeeld om mijn bezwaren te illustreren. Op blz. 38 wordt de Christushymne uit Fil. 2 als volgt getypeerd: 'Hij (Christus) levert zich totaal uit en blijft verstopt en verborgen in harten van mensen achter. Zo is God bij ons mensen, vooral bij hen die de harde klappen van mens en maatschappij te verstouwen krijgen'. Maar is dit de essentie van Fil. 2? Waar blijft bovendien, de hymne verder lezend, het element van het 'buigen van alle knie' voor de inmiddels verhoogde Christus? Richting ecclesiologie maakt de auteur dan de volgende toespitsing: 'kerk-zijn, met als spits en spil het diaconaat, wil dan zoveel zeggen als opnieuw deze verborgen en ontledigde Christus in onszelf en deze wereld tot leven wekken'. In onszelf?
Het zal duidelijk zijn: ik vind deze mystieke lijn niet te diep, maar veel te vlak. De situatie, zeker in de stad, vraagt om een voortdurende doordenking van ons bezig-zijn in de stad. De schrijver nodigt uit om die doordenking op een betrokken wijze te laten plaatsvinden. De aandacht voor de hele mens (ziel en lichaam) is inderdaad daarbij onontbeerlijk. Maar waar de schrijver er voor pleit om juist in deze tijd ons geloof, onze kerken, onze theologische inhouden te recyclen, voor nieuw gebruik gereed te maken, zou ik juist pleiten voor reformeren. Anders raken wij wezenlijke en onopgeefbare zaken (o.a. de verzoening en de bekering tot God) zeker kwijt. En die zijn onmisbaar, zeker in de stad. Inderdaad, de stad van God daalt neer. Maar je komt die stad binnen als je gewassen bent in het bloed van het Lam. Ziedaar, de (blijvende) taak en roeping van de kerk in de stad.

C. van Duijn

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 april 2000

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

Boekbespreking

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 april 2000

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's