De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Belijdenis doen betekent navolging

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Belijdenis doen betekent navolging

Belijdenis des geloofs

9 minuten leestijd

Het lijden in deze wereld is door geen mens klein te krijgen. Daar is het grote lijden, dat zich voltrekt in de volkerenwereld. Alleen al in de twintigste eeuw kwamen in Europa honderd miljoen mensen om in oorlogen. Men kan denken aan het grote lijden van het joodse volk: zes miljoen mensen verdwenen door de schoorstenen van de massa-crematoria, die Hitler had opgericht.
Het grote lijden in deze wereld ontspringt aan oorlogen, rampen, hongersnoden, epidemieën. Ook in onze wereld vandaag berichten de kranten er dagelijks van. Maar achter dit grote lijden gaan afzonderlijke mensen schuil. Wanneer zich een grote dood aftekent in oorlogen of bij epidemieën of rampen, voltrekt deze zich bij afzonderlijke mensen. Die voelen de pijn en en het verdriet. Wie op afstand staat kan hoogstens een gevoel van mede-lijden kennen maar heeft er nochtans geen deel aan. Wel kunnen vragen aangaande het Godsbestuur zich opdringen bij het lijden, dat zich op grote of kleine schaal aftekent,

Er is ook lijden, dat zich voltrekt in het leven van een gelovige. Dat kan hetzelfde lijden, van ziekte en dood, zijn als het lijden van ieder ander mens. En toch kan lijden zich ook heel specifiek, op eigen wijze voordoen bij het geloof. Dan gaat het om het lijden mèt en vóór Christus.

Lijden met Christus
Eerst het lijden met Christus. Paulus zegt, dat 'de erfgenamen van God' of ook de 'mede-erfgenamen van Christus' met Christus lijden (Rom. 8: 17).. Een erfenis is bestemd voor kinderen. In dit geval gaat het om de erfenis voor Gods kinderen. Ze bestaat uiteindelijk in eeuwige heerlijkheid, die wacht. Maar mede-erfgenaam van Christus zijn betekent 'Hem volgen op dezelfde weg, waarop Hij is voorgegaan' (Calvijn).

Christus Zelf heeft de erfenis van de heerlijkheid al van Zijn Vader ontvangen, maar Hij is in het bezit ervan gekomen via de weg van het Kruis. Nooit zal een gelovig mens op dezelfde manier kruisdrager zijn als Christus dat is geweest. Zijn lijden was uniek, omdat het plaatsvervangend lijden was voor mensen, die het lijden hadden verdiend vanwege hun schuld bij God. Zo had Hij Zelf het voorzegd en aanvaard: 'De Zoon des mensen moet veel lijden, en verworpen worden door de ouderlingen, en overpriesters en Schriftgeleerden, en gedood en ten derden dage opgewekt worden' (Luk. 9: 22).
Maar geloven is nochtans ook kruisdragen, in navolging van Christus. Het kruis dat een christen opgelegd krijgt, is geen noodlot maar een voorgestelde weg, hoewel nochtans een weg met uitzicht en hoop.
Paulus laat volgen: 'Want ik houd het daarvoor, dat het lijden van deze tegenwoordige tijd niet opweegt tegen de heerlijkheid, die aan ons zal geopenbaard worden' (vs. 18). Dat is geen 'doekje voor het bloeden', geen 'zoethoudertje', niet 'een wissel trekken op de eeuwigheid', zoals Marx de christenen verweet. Het is een belofte, die 'het zware gewicht van het kruis verlicht' (Calvijn).
Er is geen onderscheid in het type lijden van gelovigen en niet-gelovigen. Soms moeten kinderen van God er in het leven soms zelfs veel dieper door heen. Asaf zegt het al: goddelozen hebben voorspoed, mijn bestrijding is er iedere morgen (Psalm 73). Maar het verschil met de wereld is, dat het kruisdragen er dan wel mag zijn in de schaduw van het Kruis,

In Filippenzen 3: 10 zegt Paulus het nog krachtiger. Hij spreekt daar over het verlangen om Christus te kennen 'en de kracht van Zijn Opstanding, en de gemeenschap van Zijn lijden, Zijn dood gelijkvormig wordende'. In Christus' dood en Opstanding schuilt ten diepste de kracht van het geloof. Daarin zijn alle dingen begrepen, zegt Calvijn: 'de verzoening, de afwassing van de zonden, de verlossing van schuld en verdoemenis, de voldoening, de overwinning op de dood, de verkrijging van de rechtvaardigheid en de hoop van de zalige onsterfelijkheid'. Maar dat betekent ook, dat geloven inhoudt gedurende het hele leven aan de dood van Christus gelijkvormig te worden: inwendig, in de kruisiging van de oude mens, en uitwendig door het verdragen van het kruis. Dat betekent, zegt Calvijn, 'een gedurige bekering der gelovigen zolang zij op de aarde vreemdelingen zijn'.

Lijden vóór Christus
Er is echter een ander woord in de Schrift, dat het lijden van een christen in een nog ander licht plaatst. Paulus zegt: 'Want u is uit genade gegeven in de zaak van Christus, niet alleen in Hem te geloven maar ook voor Hem te lijden' (Filipp. 1: 29) Lijden vóór Christus dus en dan nog wel uit genade.
Ongetwijfeld moet hier onder het lijden voor Christus, of terwille van Christus allereerst gedacht worden aan tijden van vervolging. De geschiedenis is er boordevol van, dat christenen om het getuigenis van de Naam van Christus zijn vervolgd. Paulus geeft aan het eind van Hebreeën 11, als hij de hele galerij van geloofshelden uit het Oude Testament de revue heeft laten passeren, een indrukwekkende opsomming van vervolgingen, die christenen te verduren kregen of kunnen krijgen. In de tijd van de Romeinse keizer Nero is de vervolging van de eerste christenen al losgebarsten. Ze gingen voor de leeuwen. De tijd van het communisme ligt nog niet zo ver achter ons, toen miljoenen hebben geweten wat lijden om Christuswil betekende. Maar ook de Tweede Wereldoorlog kende de getuigen van Christus, die hun getuigenis met de dood moesten bekopen. En nog dezer dagen las ik, dat onderzoek van Indonesische christenen heeft uitgewezen, dat in de vijftig jaar dat Indonesië onafhankelijk is, in totaal 675 kerken door moslims zijn vernield. Ook zijn er regelmatig berichten van vervolging van christenen in moslimlanden in het Midden-Oosten.
Zulk een situatie kennen wij in ons land of in landen van West-Europa niet. Daarom slaat zo'n bijbelwoord over het lijden vóór Christus op het eerste gezicht niet op onze situatie.

Toch, als men de tekst in het verband leest, gaat het om meer dan om vervolgingen. Paulus spreekt eerst over de wandel van een christen, 'waardig het Evangelie' en verbindt daarmee de strijd 'door het geloof van het Evangelie'. En dan moet men er maar niet vreemd van opkijken, zegt hij, als er in die strijd (uiteraard, want dat zegt het woord strijd al) sprake is van tegenstand (vs. 28). Die tegenstand tekent de tegenstander als mens van 'verderf' maar is voor wie gelooft een goed teken, een teken van 'zaligheid'.
Zo bezien komt het Schriftwoord aangaande het lijden voor Christus dichter bij. Het is een bekend woord, dat, waar God Zijn Kerk bouwt, de duivel er een kapel naast zet. Christen-zijn kent bestrijding, in grove of besmuikte zin. In die zin is lijden omwille van het geloof een getuigenis van Gods genade.

Twee kanten
Ook dat lijden heeft een binnenkant en een buitenkant. De buitenkant is, dat een gelovige van zijn of haar omgeving smaad, spot, openlijke tegenwerking of discriminatie te verduren kan krijgen. Het kan openbaar komen in onbegrip, op de werkvloer of bij een opleiding, wanneer men een eigen levensstijl wil trouw blijven, die strookt met de afgelegde belijdenis. Het kan ook openbaar komen in de handel, nu elk onderscheid tussen werkdagen, en de dag des Heeren bezig is te vervagen. Het kan tot gevolg hebben, dat kansen bij het solliciteren afnemen.
Druk of tegenkanting van buiten kan dientengevolge ook het gevaar met zich meebrengen niet tegen die druk bestand te zijn en zich aan te gaan passen aan de schema's van de wereld. Een tijd van diep ingrijpende secularisatie en daarmee gepaard gaande ontkerkelijking brengt dan ook eigensoortig lijden met zich mee.

Maar dan is er ook een inwendige kant. Wie oprecht Gods Naam belijdt en daarmee van harte toetreedt tot de militia Christi, kan en zal eraan lijden wanneer Gods Naam en de zaak van Christus worden gelasterd of miskend; zal er aan lijden, dat zovelen geen gehoor geven aan de oproep om Christus te volgen; zal er aan lijden, dat zovelen met Demas de tegenwoordige wereld lief krijgen; zal eraan lijden, dat recht en gerechtigheid ontbreken in de wereld, zoals die naar Gods oordeel is bedoeld. Onze wereld kreunt onder onrecht en ongerechtigheid. Dat gaat niet aan het hart van een kind van God voorbij. Integendeel, hij zucht mee met een zuchtende schepping.
De inwendige kant van het lijden is ook van persoonlijk geestelijke aard, in die zin dat het schrijnt vanbinnen wanneer en omdat men zelf niet beantwoordt aan de hoge roeping, waarmee men als christen geroepen is. Het bederf schuilt van binnen, in eigen leven. Karakterzonden of concrete zonden in het leven brengen schuldbesef en innerlijk lijden met zich mee. Niet te zijn zoals God wil. Niet volmaakt te zijn, zoals God volmaakt is. Wil men volharden in de strijd, wil men staande blijven in het leven, dan is niets minder nodig dan geoefend en gelouterd geloof. Wie belijdenis doet, doet belijdenis van het geloof. Maar hoever is men daar innerlijk soms vandaan!

Samen
De strijd van het geloof moet men intussen met elkaar, samen strijden, zegt Paulus (vs. 27). Gelovigen staan 'in één Geest', zegt de apostel erbij. Christenen strijden samen, onder hetzelfde vaandel van het kruis. Dat vraagt en betekent eendracht. Tweedracht breekt de kracht van het geloof. Dat kan ook lijden betekenen. Wanneer de gemeenschap in de gemeente of in de kerk teloor gaat, boeten gelovigen aan kracht in. Dat is het aangrijpende van onze tijd, nu individualisme en polarisatie hun tol eisen. In tijden van grote nood worden gelovigen soms opeen gedrongen om inderdaad samen en eendrachtig te strijden tegen machten, die het op de gemeente des Heeren hebben voorzien. Misschien hebben we echter nog te weinig door, dat de secularisatie vandaag grote nood betekent, die door tweedracht binnen de gemeente en de kerk niet alleen nog maar erger wordt. Het afleggen van belijdenis des geloofs betekent dan ook het zoeken van de gemeenschap met elkaar, om samen in de geestelijke strijd en het lijden van deze tegenwoordige tijd staande te blijven. 

Lijden mét Christus en lijden vóór Christus, daarom gaat het in het christenleven. Het lijden van Christus en Zijn heerlijke Opstanding zijn er de garantie voor, dat het mogelijk is in zulk een navolging te volharden.Want het gaat uiteindelijk zo diep dat een gelovige zelfs met Christus sterft, om ook met Hem op te staan in een nieuw leven, waarvan de doop een teken is (Rom. 6: 3, 8).

We wensen de nieuwe leden van de gemeente van Christus welkom toe in de strijd om de navolging.

v. d. G.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 april 2000

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

Belijdenis doen betekent navolging

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 april 2000

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's