Boekbespreking
Tjerk de Reus en Dirk Zwart (red.), Laat ons het wagen met de hoogste worp - Jan Wit (1914-1980). Themanummer Liter (christelijk literair tijdschrift, nummer 9, jaargang 2 - oktober 1999, uitg. Boekencentrum, 144 pag., met cd en tekstboekje, prijs ƒ 35,-.
Jan Wit, jarenlang predikant van de Waalse Gemeente van Nijmegen (van 1948 tot 1967) is vooral bekend geraakt én gebleven als één van de medewerkers aan de Nieuwe Psalmberijming (1967) én als dichter en vertaler/bewerker van vele gezangen die te vinden zijn in het Liedboek voor de kerk (1973).
Ik herinner me nog hoe de intussen overleden musicus Frits Mehrtens hem in het voorjaar van 1967 had uitgenodigd om tijdens onze periode op het Theologisch Seminarium iets te laten horen van wat er aan liturgische vernieuwing aan de orde was. Het gonsde in die dagen in de kerkelijke pers rond de Nieuwe Psalmberijming die er aan zat te komen. Rector dr. J. M. de Jong vond het een goede zaak om twee actief betrokken medewerkers in contact te brengen met een nieuwe generatie voorgangers in de Hervormde Kerk. Zij zouden immers straks een en ander in de gemeenten moeten helpen introduceren. Mehrtens en Wit onderhielden ons een dagdeel aan de hand van een uitermate enthousiast gebrachte bijdrage vergezeld van de nodige humor. Jan Wit beschikte over groot muzikaal talent en hij probeerde zijn gedreven inzet voor vernieuwing van de kerkmuziek op ons over te brengen. Als a.s. 'bondspredikant' werd je uiteraard geacht vol argwaan een en ander gade te slaan. Nu ik de cd beluisterde die bij dit themanummer over Jan Wit is gevoegd, herkende ik direct die warme volle stem weer.
Tjerk de Reus en Dirk Zwart hebben er goed aan gedaan deze in zijn dagen veelbesproken dominee en dichter voor het voetlicht te halen. Het nummer begint met een drietal persoonlijke herinneringen van vrienden en collega's die vele jaren met Wit optrokken: Ad den Besten, C. M. de Vries en Joop Boendermaker. De blinde ds. Wit blonk in sommige opzichten uit: hij was muzikaal, had poëtisch talent. Zijn visuele handicap prikkelde hem om toch voluit mee te doen: als predikant en collega, maar ook als mens onder de mensen. Willem Barnard onderstreept dat juist de blinde Wit zijn leven lang zocht naar het licht en dat juist in zijn liederen liet merken. Hij had iets tegendraads te midden van een in die jaren nog kleinburgerlijk, provinciaal en godsdienstig milieu met een vooroorlogse levensstijl, die in de zestiger jaren razendsnel aan het verdwijnen was.
In die zestiger jaren was het dan ook dat Jan Wit in een heftige botsing kwam met prof. dr. G. P. van Itterzon. De IKOR zond 6 januari 1969 een televisieportret van hem uit. Op de bijgevoegde cd zijn enkele van de gewraakte fragmenten te beluisteren. In een bijdrage komt een schuttingwoord voor. Wit doet in het gesprek met de IKOR-interviewer een aantal zeker voor die dagen prikkelende uitspraken over een blinde die alles wel eens zou willen betasten wat een ziende kan zien. Zijn tweede vrouw Joke Wit-Ribbers geeft in een gesprek met Dirk Zwart toe dat haar man juist door zijn blindheid soms onevenwichtig met seksualiteit omging. De kranten doen daags na de uitzending verslag en kritische stemmen roepen bijna in koor: 'Moeten we van deze man psalmberijmingen zingen?' In het Hervormd Weekblad haalt prof. Van Itterzon, zoals hij dat wel vaker deed, ongelofelijk scherp uit naar Jan Wit. Deze reageert daarop met een fundamenteel weerwoord waarop Van Itterzon niet meer is ingegaan. Terecht opperen Zwart en De Reus of Wit niet beter had moeten inschatten hoe zijn woorden zouden vallen. Het heeft zeker hen die toch al niet van plan waren nieuwberijmde psalmen te gaan zingen alleen maar bevestigd in hun vooroordeel. Uit die tijd stammen de gevleugeld geraakte woorden van de latere voorzitter van de Gereformeerde Bond ds. W. L. Tukker: 'Laat Jan Wit onze opperzangmeester niet zijn'.
Wie vanuit ónze tijd deze affaire beziet, kan nauwelijks een glimlach onderdrukken. Kees van der Zwaard schrijft terecht dat het woord 'erotisch' van kleur verschoten is. In zijn zich afzetten tegen de kerkelijke moraal van die dagen hoort hij intussen zelf ook nog tot die tijd. Ten slotte, wie de moeite neemt Jan Wits bijdrage aan de nieuwe psalmberijming (Psalm 84 bijvoorbeeld) en aan het Liedboek onbevooroordeeld te lezen, kan niet ontkennen dat er indrukmakende voorbeelden te noemen zijn van zijn vakmanschap en dichtkunst.
Voor wie belang stelt in de na-oorlogse geschiedenis van de Hervormde Kerk, vooral hoe het haar vergaan is in het ontstaan van een Liedboek voor de kerken, maar ook voor wie interesse heeft in poëzie is dit themanummer verplichte kost. De gratis bijgevoegde cd verhoogt de historische waarde van dit document. In sommige christelijke boekhandels is deze uitgave verkrijgbaar en anders is het op de gebruikelijke manier te bestellen. Zeer aanbevolen.
J. Maasland
Peter Singer, Tussen dood en leven, De teloorgang van onze traditionele ethiek, uitg. Jan van Arkel, Utrecht 1997, 224 blz., ƒ 39,90.
Dit boek laat op een schokkende wijze zien hoe ver de omwenteling (Singer spreekt zelf van een copernicaanse wending) in de moderne medische ethiek wel gaat. Lang niet iedereen zal deze Australische hoogleraar ethiek volgen in zijn extreme opvattingen, maar dat hij grote invloed heeft tot in regeringskringen toe, staat vast. Singer stelt tegenover vijf geboden van 'de oude ethiek' een vijftal nieuwe grondregels. Tegenover het eerste oude gebod 'Behandel elk menselijk leven gelijkwaardig' poneert hij: 'erken verschillen in de waarde van menselijk leven'. Dat houdt in feite in dat het principe van 'heiligheid van menselijk leven' wordt ingewisseld voor 'kwaliteit van menselijk leven'. Dit gaat zo ver dat de kwaliteit van het leven van een gezonde vis in situaties hoger kan worden ingeschat dan die van het leven van een menselijk kind dat tot geen enkele communicatie in staat is. Zo'n vis heeft meer recht op bescherming van zijn leven dan het betreffende kind op zichzelf genomen (wanneer niet andere factoren in het spel zijn die de waarde van het leven van dat kind verhogen, zoals bijvoorbeeld de wens van ouders dat het nog in leven blijft). Singer staat behalve vrije abortus dus ook infanticide, het doden van kleine kinderen, voor. Verder geeft hij als grondregels aan: 'neem verantwoordelijkheid voor de consequenties van uw beslissingen' (er is geen principieel onderscheid tussen doden en laten sterven), 'respecteer iemands wens om te leven of te sterven' (dus geef bijvoorbeeld suïcidepreventie als algemene grondregel van hulpverlening op); 'breng alleen gewenste kinderen ter wereld' (hij ziet geen enkel probleem in het doden van embryo's in een overbevolkte wereld) en ten slotte: maak geen onderscheid op basis van soort. De menselijke soort mag niet hoger gewaardeerd worden dan andere 'niet menselijke dieren'. Doen we dat wel, dan maken we ons schuldig aan 'speciësisme', dat op één lijn wordt gezet met seksisme en racisme. 'Evenmin valt te rechtvaardigen dat het leven van een mens meer bescherming geniet dan het leven van een nietmenselijk dier, wanneer die mens op elke mogelijke schaal van relevante eigenschappen een duidelijk lagere plaats inneemt dan het dier.' (189). Ik vind dit een boek dat huiveringwekkend is in zijn consequentie. Wanneer het met de medische ethiek verder gaat in deze richting, komen we terecht in een cleane 'brave new world', waarin het recht van de sterkste voorgoed heeft gezegevierd. Totdat Hij komt...
Veenendaal J. Hoek
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 april 2000
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 april 2000
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's