De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Ambt en sacrament

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ambt en sacrament

9 minuten leestijd

Het.probleem
Waarom mag alleen de dominee de doop bedienen en voorgaan in de viering van het avondmaal? In kleine gemeenten stuit dit gegeven regelmatig op problemen. Vooral bij de viering van het avondmaal. Veel kleine gemeenten, in de stad en in het land, hebben immers geen eigen predikant.
In plaats van een predikant is er vaak een pastoraal werker: een theologisch student met preekconsent - soms hbo, soms universitair of een afgestudeerd theoloog, soms met kerkelijke opleiding en toelating tot het ambt, maar niet bevestigd in het ambt van Dienaar des Woords. Omdat de betreffende gemeente te klein is te beroepen, ook niet parttime. Wekelijks gaan ze voor in de erediensten, het pastoraat en ander gemeentewerk is bij hen in zeer goede handen. Kortom: heel de gemeente is wijs met hen. Alleen: bij doop en avondmaal verschijnt ineens een vreemde dominee. Moet dat nu echt zo? Dat kan 'onze dominee' ook al is hij niet echt dominee, toch zeker ook?
Helemaal pijnlijk wordt het, als die vreemde dominee zaterdags moet afbellen: ziek! En men geen vervanger meer weet te vinden. Met name in gemeenten in de SoW-kerken waar betrekkelijk vaak het avondmaal gevierd wordt, is dat een telkens terugkerende mogelijkheid. Zou dan de voor soortgelijke gevallen al klaarzittende invaller van de gemeente - vaak een ouderling - ook niet het brood mogen breken en de wijn inschenken en uitdelen? Of is de consecratie van brood en wijn zo heilig, dat ze altijd door een bevestigd Dienaar des Woords gedaan moet worden? Eventueel op afstand, zoals bij katholieken wel gebeurt: op een centraal punt wordt het brood geconsacreerd en dan kan het vervolgens alle kanten uit...

Wens
Over dit probleem werd op de triosynode in januari jl. weer eens uitvoerig gesproken. Dit keer naar aanleiding van het rapport 'Ambt en Sacrament', een vervolg op een uitvoerig gelijknamig rapport uit 1995. Daarbij was toen door de triosynode als wens geuit, dat dezelfde commissie nog eens goed zou nagaan welke mogelijkheden er misschien zouden kunnen zijn binnen de grenzen van de kerkorde voor de bevoegdheid van Woord en Sacramentsbediening van niet-predikanten. De wens spreekt voor zich. Zoals al gezegd: de nood van de kleine gemeenten; de in diverse gemeenten vertrouwde pastores: waarom zijn zij 'niet goed genoeg' voor de bediening van de Sacramenten? En ook: de werkdruk - zeg: sacramentsstress - van predikanten die soms geroepen zijn op vele plekken de Sacramenten te bedienen. Onder hen emeriti die soms nauwelijks meer verstaanbaar kunnen zeggen: 'Het brood dat wij breken...' Moet dat nu echt zo?

De zorgpastor
Hier komt nog iets bij. De laatste jaren is het aantal tehuizen, verpleeghuizen, zorgcentra, beschermd-woonprojecten enz. geweldig toegenomen. Als paddestoelen rijzen ze overal uit de grond. Tot de zorgcriteria die de overheid stelt, hoort ook geestelijke zorg. En zo wordt de ene pastor na de ander aan een of meer huizen verbonden. Tot voor enkele jaren terug waren dat vrijwel steeds academisch gevormde en in het ambt bevestigde predikanten, de laatste tijd heel vaak mensen met een hbo-opleiding theologie. Al was het alleen maar omdat die bijna de helft goedkoper zijn dan predikanten en voor bijzonder pastoraat vaak wel zo goed zijn toegerust. Ook zijn zij vaak heel geoefend om in woorden-op-maat het evangelie te vertolken.
Echter: wat voor bevoegdheid of kerkelijke zending - zo heet dat ineens - hebben deze vaak hardwerkende tweedegraads opgeleide pastores? Eigenlijk geen enkele. Alle weken gaan zij voor in de huisdiensten, met verkondiging, gebed en zonder aarzeling vaak ook vrijmoedig zegenend. Vraag: waarom zouden ook zij geen sacramentsbevoegdheid kunnen krijgen?
Over deze problematiek werd - naast de vervolgnota 'Ambt en Sacrament' - alvast een specifiek rapport op de synodetafel gelegd getiteld 'Geestelijke Verzorging in de gezondheidszorg en de kerken'. Deze nota zal in de triosynode van juni a.s. aan de orde komen. Het zal duidelijk zijn, dat voor de behandeling van heel dit nieuwe veld van pastoraat het raadzaam werd geacht eerst de principiële vraag aan de orde te stellen: is er een mogelijkheid van sacramentsbediening voor niet-predikanten? In januari jl. ging het dus om die vraag.

Drie
Zoals bekend zijn hierbij steeds minstens drie zaken in het geding. In de eerste plaats: naar gereformeerd ambtsbesef horen Woordbediening en Sacramentsbediening onlosmakelijk bijeen. Twee: voor de opleiding van de Dienaar des Woords is een academische vorming geen luxe, maar een must, zo zei onlangs nog eens uitvoerig prof. dr. F. G. Immink in de hervormde synode. Hij werd door niemand tegengesproken. Voor het bedienen van het Sacrament lijkt academische vorming minder nodig. Dat 'kan' iedereen, zo wordt wel gezegd, daarbij vooral het accent leggend op de viering van het Sacrament en minder op de bediening. Maar dat is een grote vergissing. Want het gaat niet om 'kunnen'. Noch het Woord noch het Sacrament is van de gemeente, ze zijn van Christus. En van Christuswege daartoe geroepen zijn en gezonden zijn en ook ingeleid en ingewijd zijn in de geheimenissen van het Koninkrijk blijven m.i. onontbeerlijk, ook bij de bediening van het Sacrament. Ook daarbij is er sprake van bediening des Woords. En wat het accent op viering betreft: er moet wel eerst bediend worden, anders valt er niets te vieren. Drie: de drie ambten van predikant, ouderling en diaken zijn dan wel volstrekt gelijkwaardig, maar ze zijn niet gelijk. Je kunt ze niet zomaar uitwisselen en op grond daarvan de ouderling of diaken ook - in noodgevallen - bevoegdheid tot Sacramentsbediening geven. In de Lutherse Kerk zijn dat al nauwelijks ambten in de zin zoals wij ze kennen. Maar ook voor ons besef - of je dat nu goedvindt of niet - zijn de drie ambten niet in alles gelijk, vertegenwoordigt de Dienaar des Woords in de eredienst ontegenzeggelijk direct en voor ieder zichtbaar Jezus Christus. Met name bij de bediening van het avondmaal. Daar zit in de wereldkerk dan ook ergens - denk ik - de diepste moeite met de vrouwelijke predikant of priester. Daarom moet men de drie verschillende gerichtheden van het ene ambt helder houden.

Vicaris nieuwe stijl
Al deze aspecten wegend, tegelijk de wens van de triosynode uit 1995 bedenkend, luidde het voorstel in januari jl. om - naast de predikanten aan wie de Woord en Sacramentsbediening blijft voorbehouden - voor bijzondere situaties voorzieningen te treffen van Woord en Sacramentsbediening door niet-predikanten. Onder stringente voorwaarden. En als vervangers van de predikant en onder hun supervisie. Deze mensen zouden daarom vicaris genoemd moeten worden. Want vicaris betekent, dat je (meestal tijdelijk) de Dienaar des Woords vervangt. Aldus werd besloten. Met slechts 22 van de 147 stemmen tegen. Daarmee is ten principale dus de weg open voor de bevoegdheid van Sacramentsbediening door niet-predikanten. Hoe een en ander praktisch geregeld zal worden voor pastores in de zorgsector zal in de junivergadering besproken worden.

Moeite
Kerkenraden in kleine gemeenten zullen hiervan met dankbaarheid kennis genomen hebben. Eveneens vele pastores, werkzaam in kleine gemeenten en in de diverse instellingen. Hun bevoegdheden worden uitgebreid, althans als kerkenraden meewerken. Of kan het ook zonder kerkenraadstoestemming? In eerste instantie natuurlijk niet. Maar eenmaal 'bevoegd' kunnen ook zij straks mogelijk overal terecht. 'Voor alles bevoegd' staat dan op hun CV, precies zoals bij predikanten 'met de bevoegdheid als van emeritus', tegenwoordig al mogelijk vanaf je 25e. Hier heb ik meteen heel veel moeite. Op het moment is het zo, dat - zeker in instellingen van algemene signatuur - directies en besturen pastores benoemen zonder ook maar met enige kerk of kerkenraad daarover te communiceren. In de komende jaren zal dat vaker gebeuren. De benoemde pastores hebben kerkelijk gezien een hoog freelance-gehalte. Ook de diensten, waaraan elke bewoner van welk geloof of religie dan ook vrijmoedig meedoet. Van mij mag dat - we dienen een royale Koning - wel lijkt het me hoog tijd eens na te denken over de vraag in hoeverre er in deze instellingen sprake is van kerk of gemeente-zijn. Van knelsituaties is hier in elk geval geen sprake, zo stelde ds. R. de Reuver namens de synodale rapportagecommissie. Alleen maar van bijzondere situaties. Laten we daar helder in onderscheiden. Ook om te voorkomen dat de 'vicarissen nieuwe stijl' een soort clerus minor gaan vormen en indien mogelijk doorschuiven naar kleine gemeenten. Daar echter voor de wekelijkse uitleg en verkondiging van het Woord totaal niet toegerust zijn en daardoor eigenlijk evenmin voor de bediening van de Sacramenten.

Hoe groot is de nood?
Hervormden maakten in de jaren tachtig - zo zal men zich herinneren - grondig een eind aan deze clerus minor door de mogelijkheid van hulppreker in een keer af te schaffen. Komen er nu weer zulke kerkelijke werkers? Ds. J. Harteman maakte -  met alle waardering voor de kerkelijk werkers - met een paar zinnen duidelijk, dat je met de introductie van deze vicaris dezelfde problemen krijgt als die waarom de hulpprediker afgeschaft is. Overigens: hoe groot is de nood precies? Op de januarisynode stelde prof. dr. L. Koffeman dat we niet moeten overdrijven, dat het misschien een kwestie is van goed organiseren en ook een kwestie van geld. In elk geval is het probleem óók een kwestie van geld. In elk geval is het probleem in de SoW-kerken niet te vergelijken met dat in de R.K. Kerk, waarbinnen een groot tekort is aan gewijde priesters. Toch gaat men er daar niet toe over, Sacramentsbevoegdheid te geven aan niet-gewijden.

Inflatie van de dominee
Met het oplossen van de 'nood' van de kleinere gemeenten en de pastores zonder Sacramentsbevoegdheid zou het kunnen dat je - ongewild - meewerkt aan verdere inflatie van het ambt van predikant in onze samenleving. Het ambt is al sterk gedevalueerd. Net als de kerk als instituut. Ouderling en diaken zijn vrijwel vergeten ambten. Dominee en priester niet. Zij genieten nog steeds een zeker natuurlijk respect, met name als bevoegd bedienaar van het Sacrament. Ambt, wijding en kerkelijke bevoegdheid voegen blijkbaar nog steeds iets wezenlijks toe aan je functioneren als predikant. Dat zou ik graag nog even zo willen houden. Nog een ander punt: ook in het oecumenisch gesprek over het ambt doe je wereldwijd nauwelijks meer mee met een laagkerkelijke benadering als nu besloten. Op dit punt kunnen we van de katholieken iets leren. Al draaien ze zich voor ons besef in vreemde bochten om alle gelovigen toch te kunnen bedienen, ze staan wel ergens voor als het om het ambt gaat.
De besluiten van de triosynode werden op de hervormde synode in maart jl. overigens (nog) niet geratificeerd. Zou dat niet eerst moeten gebeuren alvorens verder te praten in trioverband over de pastores in de zorgsector?

Delfshaven                 ds. P. L. de Jong

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 april 2000

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Ambt en sacrament

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 april 2000

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's