De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Metafoor of menselijk getuigenis

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Metafoor of menselijk getuigenis

13 minuten leestijd

In het nummer van 16 maart l.l. plaatsten we een artikel van dr. J. Hoek, getiteld 'De Heilige Schrift een menselijk getuigenis?' Daarin ging hij in op een artikel van ds. W. Dekker in het blad 'Wapenveld'. Bijgaand staat een reactie van ds. Dekker op het artikel van dr. Hoek, dat is voorzien van een naschrift van laatstgenoemde. Hiermee is de gedachtewisseling over een overigens aangelegen thema in deze kolommen afgesloten. Het gaat hier om theologische vragen, die buiten het directe kader van ons blad vallen.
                                                                 
Red.

In de Waarheidsvriend van 16 maart 200 stelt dr. J. Hoek mij een vraag, die ik op zijn verzoek hier graag wil proberen te beantwoorden. Hij heeft in een recensie van mij in Wapenveld een zinsnede gelezen die hem nieuwsgierig maakte naar wat ik daar feitelijk mee bedoelde. Die recensie verscheen in jaargang 50 nummer 1, februari 2000 en betreft het boek van B. Loonstra, De Bijbel recht doen - bezinning op gereformeerde hermeneutiek (Zoetermeer 1999). Dit is trouwens niet een gewone recensie, maar meer een vrij artikel naar aanleiding van dit boek, omdat de redactie van Wapenveld de formule van gewone recensies heeft vervangen door meer impressionistische artikelen, die vooral weer moeten geven, wat het boek bij degene die het bespreekt heeft opgeroepen. Ik wil de lezers van de Waarheidsvriend dan ook uitnodigen deze beschouwing van mij in Wapenveld in haar geheel te lezen, om dat daarin naar voren komt waar ik me vooral zorgen over maak, wanneer het gaat om het functioneren van de Heilige Schrift vandaag en waarom ik de pogingen van dr. B. Loonstra om tot een eigentijds verstaan van de Schrift te komen zeer waardeer.
In dat verband merk ik dan echter ook op, dat ik het spreken van Loonstra over de bijbel als Gods Woord te massief vind en dat ik hem voorstel over de bijbel te spreken als het menselijk getuigenis aangaande de goddelijke openbaring. Nu ik deze zin zelf teruglees, kan ik me voorstellen, dat deze verontruste vragen oproept. Laat ik het zo zeggen: dr. Loonstra staat al bekend als iemand die sterk het menselijk karakter van de bijbel benadrukt. Velen in zijn eigen christelijke gereformeerde kerk vinden hem daarin al te ver gaan. Moeten we hem dan uitnodigen op de een of andere manier nog verder te gaan? Ik wil graag proberen uit te leggen wat ik wel en niet bedoel. Daartoe moet ik dan eerst kort uitleggen hoe Loonstra de openbaring en de Heilige Schrift ziet.

God openbaart zich metaforisch
In een eerdere publicatie, De geloofwaardigheid van de bijbel (Zoetermeer, 1994) heeft Loonstra zich diepgaand bezig gehouden met de vragen waar het verstaan van de Heilige Schrift ons thans voor stelt. Volgens hem kom je er niet met een letterlijke opvatting van alles wat in de bijbel staat. Sommige dingen zijn in strijd met de historische feiten, andere dingen kloppen niet met het moderne wereldbeeld. Hoe voorkomen we nu, dat de bijbel hierdoor aan gezag inboet, misschien niet bij ons, maar wel bij onze kinderen of anderen, die de geloofwaardigheid van de bijbel afmeten aan de vraag of het ook klopt? We kunnen dan verschillende kanten op. We kunnen zeggen, dat we eenvoudig moeten geloven wat in de bijbel staat, ook al klopt dat niet met onze historische of natuurwetenschappelijke waarnemingen. Die kant wil Loonstra niet op, want dan kom je in twee werelden terecht, die van de zondag en die van de maandag. Bovendien vraagt God ons ook Hem lief te hebben met ons verstand.
Een tweede uitweg is, dat we de reguliere wetenschappelijke uitkomsten betwijfelen, wanneer ze in strijd komen met de bijbel en andere wetenschappelijke uitkomsten daar tegenover zetten, die het gelijk van de bijbel moeten bewijzen. Ook die kant wil Loonstra niet op, omdat dit wetenschappelijk gezien getuigt van willekeur. Bovendien maak je je zo afhankelijk van de wetenschap. Morgen kunnen je bewijzen van vandaag weer zijn ondergraven.
Een derde uitweg is alles waar we geen raad mee weten, toeschrijven aan het menselijk karakter van de bijbel. De bijbel bevat woorden van God, maar ook menselijke feilbare woorden. Deze weg wordt door Loonstra eveneens met beslistheid afgewezen. Zo gaan wij mensen uitmaken wat Gods Woord en mensenwoord is en de bijbel is in ieder geval niet meer in haar geheel openbaring van God.
Maar wat dan? Loonstra wil de zaak niet zo laten als ze is. Hij is gegrepen door de idealen van de 'Utrechtse School', het geloof is niet in strijd met de redelijkheid, maar het geloof is steeds opnieuw juist geroepen tot redelijke verantwoording. Daarom is zijn oplossing deze: 'God openbaart zich metaforisch.' Wat wil dat zeggen?
Heel de bijbel is de schriftelijke neerslag van Gods openbaring, maar God openbaart zich in menselijke beeldende taal, om ons op die manier zijn woorden duidelijk te maken.

Misverstand
Ik heb overigens de laatste tijd in mijn omgeving gemerkt, dat het woord metaforisch meteen het grote misverstand oproept, dat dan alles vergeestelijkt wordt wat in de bijbel staat. 'Loonstra spreekt over metaforen en Dekker is het niet helemaal met hem eens, maar spreekt ook steeds over metaforen, dus vergeestelijken ze allebei de bijbel en laten de letterlijkheid en de geschiedenis los.' Aldus citeer ik vrij een aantal briefschrijvers, die verontrust waren over mijn pennenvruchten. Hier is echter sprake van een zeer ernstig misverstand. 'Metaforisch' betekent "overdrachtelijk" volgens Van Dale's woordenboek en dit woordenboek geeft dan als voorbeeld: een kameel wordt het schip der woestijn genoemd. Wie hier aan een letterlijk schip denkt, begrijpt er niets van. Wie meent dat de kameel nu vergeestelijkt wordt en niet meer op vier benen rondloopt, begrijpt er ook niets van.
Nu hoeven wij een kameel natuurlijk niet het schip der woestijn te noemen. We kunnen het dier ook gewoon een kameel noemen. Maar wanneer we het hebben over de wereld van God schieten onze menselijke woorden tekort. Zo bijvoorbeeld wanneer wij zeggen dat Jezus lichamelijk ten hemel gevaren is. Dan is 'lichamelijk' een metafoor. Jezus is niet met een lichaam ten hemel gevaren zoals wij hebben, want dat is per definitie sterfelijk en aan de wetten van ruimte en tijd gebonden. Maar Jezus is ook niet opgelost in de ruimte als alleen maar een onzichtbare geest. Hoe zit het dan precies? Wij spreken over deze dingen per definitie metaforisch, dat wil zeggen, we gebruiken zo geschikt mogelijke woorden uit onze wereld om de wereld van God te omschrijven. Het woord 'lichamelijk' is in verband met de hemelvaart een metafoor, maar juist door deze metafoor en geen andere te gebruiken, belijden we dat ons hele bestaan, naar lichaam en ziel beide door God belangrijk geacht wordt en bestemd is voor de verheerlijking. Zo zouden er talrijke voorbeelden meer genoemd kunnen worden.
Maar metaforen hebben in ieder geval nooit de bedoeling de zaak waar het om gaat te laten verdampen, ze bedoelen juist het meest kenmerkende van de zaak te duiden, zonder dat we ooit de zaak zelf helemaal zullen kunnen vangen.

Vragen
Ik moet zeggen, dat ik de poging van Loonstra om enerzijds recht te doen aan heel de bijbel als Gods Woord en anderzijds eerlijk om te gaan met de moderne vragen, zeer waardeer. Toch heb ik moeite met de uitdrukking: 'God openbaart zich metaforisch'. Niet omdat ik iets tegen het woord 'metaforisch' heb, maar ik vind het woord metaforisch typisch thuishoren in de menselijke taal. Wij mensen gebruiken metaforen om het onzegbare te zeggen. Dichters zijn daar heel sterk in. Aangezien in de bijbel veel mensen aan het woord zijn die iets proberen te zeggen van de dingen, die ze gehoord en gezien hebben, terwijl deze dingen tegelijk al ons horen en zien te boven gaan, lijkt het mij nogal voor de hand liggend, dat de bijbel véél metaforisch taalgebruik bevat, maar dan juist vanwege het menselijk spreken over God.
Mijn tweede bezwaar is nog meer inhoudelijk. Loonstra brengt alle zaken, waar volgens hem de bijbelse berichtgeving niet klopt met onze wetenschappelijke waarnemingen onder de noemer: hier spreekt God metaforisch. Om twee voorbeelden te noemen. Het verhaal waarin verteld wordt, dat de muren van Jericho gevallen zijn (Jozua 6) heeft geen enkele steun gevonden in de opgravingen. Volgens de huidige resultaten van archeologisch onderzoek bestond er geen ommuurde stad Jericho tijdens de intocht van Israël in Kanaän. Welnu, zegt Loonstra, dat betekent dan niet, dat de bijbel onbetrouwbaar is, maar God openbaart zich metaforisch. God vertelt een verhaal over dikke muren, die vallen door het geloof om zijn volk op het hart te drukken, dat het wonen in het land louter en alleen gave is. Naar mijn idee is dit een oneigenlijk gebruik van het woord 'metaforisch'.
Een tweede voorbeeld is de beschrijving van de hemelvaart van Jezus in Handelingen 2. Deze beschrijving veronderstelt volgens Loonstra een verouderd wereldbeeld. Maar God openbaart zich ook in dit verhaal metaforisch. In beelden van het dagelijkse wereldbeeld, het wereldbeeld van de aanschouwing, wordt verteld dat Jezus na zijn opstanding is thuisgekomen in het huis van de Vader. Het woord metaforisch vind ik hier beter op zijn plaats, omdat het hier gaat over de wereld van God, die wij niet door waarneming kennen, alleen dus in beelden kunnen beschrijven. Na zijn opstanding hoort Jezus immers niet meer bij deze aardse stoffelijke wereld. Maar als we dan hier over metaforen willen spreken, ligt het het meest voor de hand te denken aan woorden en beelden, die mensen hebben gebruikt om het geheim dat hen geopenbaard is weer te geven.

Samengevat, de uitdrukking: 'God openbaart zich metaforisch', doet mij te krampachtig aan.
Wanneer je zo sterk de menselijke kant van de Schrift wilt benadrukken als Loonstra doet, kun je beter zeggen dat God zich in de bijbel doet kennen door middel van het menselijk getuigenis aangaande de openbaring.

Barth en Kuitert
Dr. Hoek haakt hier af, want hij ziet hier de schriftleer van Barth om de hoek komen en daar is al zo vaak van aangetoond, dat die niet goed was. Wanneer ik hem goed begrijp, is zijn diepste angst echter de schriftleer van Kuitert. Kuitert ziet de bijbel als document van een menselijke zoektocht naar God op hoop van zegen. Maar dr. Hoek weet toch wel, dat deze visie mijlenver van die van Barth verwijderd is? Zelf wil ik echter liever noch met Kuitert noch met Barth in verband gebracht worden. Overigens interpreteer ik de schriftleer van Barth wel positiever dan Hoek dat doet in het spoor van C. Trimp. De Heilige Geest was en is de grote getuige van de openbaring, nam en neemt mensen daartoe in dienst. Dat is de kern van de schriftleer van Barth.
Maar mij gaat het om de eenvoudige vraag wat het meest juiste interpretatiekader is, wanneer je ernst maakt met de vragen die Loonstra aan de orde heeft gesteld. Is dat 'de bijbel als Gods metaforische openbaring' of 'de bijbel als menselijk getuigenis aangaande de openbaring'? Ik acht zelf de tweede uitdrukking een beter, eerlijker en soepeler interpretatiekader dan de eerste. Bij Loonstra blijft er naar mijn gevoel iets wringen. En bij mij gaat alles schuiven via Barth naar Kuitert? Zo zie ik dat zelf absoluut niet.
De bijbel is immers niet slechts menselijk getuigenis aangaande de openbaring. De bijbel is neerslag van hoe de Heilige Geest (en die is God zelf!) mensen in het openbaringsgebeuren heeft betrokken. Daarom kim je ook met evenveel recht zeggen, dat de bijbel het heilig Woord van God is als dat het menselijk getuigenis aangaande de openbaring is. Vanuit de leer van de Heilige Geest is het beide waar.

Komen we verder?
Om verder te komen in ons gesprek zouden Hoek en ik meer artikelen in deze kolommen moeten vullen. Maar het is de vraag of dit blad zo geschikt is voor zo'n gesprek. Misschien rijzen er voor niet-theologisch geschoolde lezers dan weer nieuwe misverstanden. Ik vind het wel jammer, dat er niet altijd het vertrouwen is om een open gesprek te voeren.
De angst is groot, dat we ook in onze kringen zomaar bij Nico ter Linden uit kunnen komen. Maar angst snoert nuchter nadenken af. Zelf verschil ik op twee punten in ieder geval fundamenteel van Nico ter Linden.
In de eerste plaats gaat het bij Nico ter Linden in de bijbel louter om verhalen. Wie naar een historische kern zoekt, is totaal verkeerd bezig. Ons geloof rust niet op historie, maar wordt gaande gehouden door verhalen.
Hier ben ik het volstrekt mee oneens. Ik zal niet zeggen, dat alles in de bijbel historisch letterlijk opgevat moet worden. Maar ons geloof rust wel in de daden Gods, die in deze wereld en in onze geschiedenis zichtbaar zijn geworden. Israël is een historisch volk en de opstanding heeft plaatsgevonden in een echte tuin.
In de tweede plaats denkt Nico ter Linden heel anders over het begrip 'openbaring'. Hij start ook niet bij een God die zich openbaart, maar bij mensen, die het niet kunnen laten hun dromen te dromen. De bijbelse verhalen zijn expressie van de menselijke religieuze geest, die zijn dromen, verlangens en vermoedens vorm gegeven heeft in verhalen. Hij gokt erop, dat het ook waar is. En waarom zou het niet waar kunnen zijn?
Dit is mij veel te veel van onderop gedacht. Waar is zo nog ruimte voor echte tegenspraak, voor een woord, dat ons fundamenteel in de kraag grijpt? Daar merk je bij Nico ter Linden dan ook niet veel van. Het gaat er bij hem nogal vriendelijk aan toe. Een reformatorisch verstaan van de Schrift zal deze dingen in ieder geval vasthouden: het Woord is werkelijk geschied in deze wereld en het spreekt ons tegen, juist omdat het tot ons heil is.

Oosterwolde                                W. Dekker

Naschrift
Ik vind het fijn dat ds. Dekker in deze reactie helder uiteengezet heeft welke kritische vraag hij, naast de geuite waardering, wil stellen aan dr. B. Loonstra, alsook hoe hij denkt over de positie van ds. Nico ter Linden. Het zou zeker interessant zijn weer eens een stevige en open discussie over vragen rond de aard van het Schriftgezag op te zetten. Ik kan mij heel goed vinden in de overtuiging dat de Bijbel ons laat zien hoe de Heilige Geest mensen in het openbaringsgebeuren heeft betrokken. De Bijbel is 100% het heilig Woord van God en tegelijkertijd 100% mensenwoord - zo gaat dat toe als de Geest werkt! Ik denk overigens dat, hoewel Barth zeker geen Kuitert is en dan ook veel dichter bij ons staat dan Kuitert, collega Dekker toch te positief denkt over de Schriftleer van Barth. Maar daar moeten we het nog maar eens over hebben.

J. Hoek

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 april 2000

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Metafoor of menselijk getuigenis

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 april 2000

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's