De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Mij dorst! (2)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Mij dorst! (2)

4 minuten leestijd

'Hierna Jezus wetende, dat nu alles volbracht was, opdat de Schrift zou vervuld worden, zeide: Mij dorst!'. Johannes 19: 28

We beluisteren nog een andere boodschap in dit vijfde kruiswoord van Jezus. De Heiland vroeg niet alleen om verfrissing vanwege zijn ontzettende dorst... Straks moet namelijk luid en duidelijk Zijn overwinningsroep te horen zijn: 'Het is volbracht'! En hoe zal dat kunnen als Zijn tong aan Zijn gehemelte kleeft? Jezus vraagt iets te drinken om nog één keer kracht te verzamelen. Verdoving weigert Hij, verfrissing vráágt Hij. Om Zijn taak te kunnen volbrengen: de wil van Zijn Vader doen, ten einde toe!
Daarin ligt een leerzame les. In de Naam van Christus mogen wij, eten en drinken vragen, maar met het dóel om de krachten die we daaruit opdoen te gebruiken in dienst van God! We mogen van de gaven van de Schepping genieten, maar opdat we het alles in dienst stellen van een leven tot Gods eer. 'Hetzij dan dat gij eet, hetzij dat gij drinkt, hetzij dat gij iets anders doet, doe het al ter ere Gods' (1 Kor. 10: 31). Dat staat haaks op een zelfgericht en materialistisch omgaan met de goede gaven van God. Van wat we van Hem ontvangen zullen we naar vermogen afstaan voor Zijn dienst en voor onze naaste in nood, uit dankbaarheid, uit wederliefde. Het geloof belijdt: Alles is aan u te danken, Heere Jezus, aan Uw bitter lijden, aan Uw bange dood. Elke kruimel brood en elke slok water heeft Uw bloed gekost. 'Nu zal ik voor de weldaân, die 'k genoot aan Hem naar mijn geloften eer bewijzen...'
In dat opzicht klinkt Jezus' roep 'Mij dorst' nog aldoor!
De Heiland dorst naar wederliefde. Naar liefdebetoon aan al die armen en hulpelozen in de wereld, die Hij in Zijn plaats op aarde achterliet. Dit vijfde kruiswoord is het laatste dringende appèl dat Jezus, tijdens zijn aardse leven, op ons doet. Op de oordeelsdag zal blijken hoe we onze roeping in deze wereld in praktijk hebben gebracht. Dan zal de Koning de gezegenden des Vaders verwelkomen in het eeuwig koninkrijk.
Waarom komen zij in aanmerking? Het antwoord luidt: 'Want Ik ben hongerig geweest en gij hebt Mij te eten gegeven; Ik ben dorstig geweest en gij hebt Mij te drinken gegeven...' Maar wanneer dan?, is hun verbaasde vraag. Zij hebben er geen boekhouding van bijgehouden. De liefde werd hun element. De liefde werd zo 'gewoon', dat er niets speciaals meer aan was. Vandaar hun verblufte vraag. En het verrassende antwoord: 'Voorwaar zeg Ik u: Voor zoveel gij dit één van deze Mijn minste broeders hebt gedaan, hebt gij het Mij gedaan.'
Zal Christus eenmaal tevreden zijn over onze liefdedienst aan Zijn minste broeders - en daarin ook aan Hem - bewezen? Of zal Hij ons bestraffen en veroordelen omdat wij geen oor hadden voor de roep van het leed dichtbij en veraf? Als we het moeilijk vinden om iets voor een ander te doen, vinden we het blijkbaar ook moeilijk iets voor de Heere Jezus te doen: 'Voor zoveel gij dit één van deze minsten niet gedaan hebt? zo hebt gij het Mij ook niet gedaan.' Jezus komt incognito, in de gestalte van daklozen, hulpelozen, Godlozen, van verslaafden, zieken, gehandicapten, van mensen die hoe dan ook onze aandacht nodig hebben.
Mij Dorst! Een laatste appèl: Heb oog en hart voor dorstenden naar lichaam en naar ziel! Niet om daarmee de hemel te verdienen - daarvoor ging en hing Jezus aan het kruis - maar uit wederliefde! Zijn liefde kan niet onbeantwoord blijven.
Christus' werk was het om mensen voor eeuwig te dienen. Wij mogen iets voor Hem doen. Uit dankbaarheid. Wat gij aan de minste van mijn broeders en zusters doet, doet Gij aan Mij.
Wat zal het zijn om dan eenmaal te mogen horen: 'Komt in gij gezegenden Mijns Vaders.' Eenmaal bij Hem is alle leed, ook het aardse leed geleden. Dan gaat Zijn belofte volkomen in vervulling: 'Zij zullen niet meer hongeren en niet meer dorsten, en God zal alle tranen van hun ogen afwissen.' .

'O Levensbron, Gij werd door dorst verteerd,
en edikteug vermocht u nauw'lijks te laven.
Mij overstroomt Gij met uw hemelgaven.
Zodat geen dorst in eeuwigheid mij deert!'

Scherpenzeel        J. A. Brussaard

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 april 2000

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Mij dorst! (2)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 april 2000

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's