De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De Goede Herder leeft

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De Goede Herder leeft

10 minuten leestijd

Pasen is evangelie: blijde boodschap. De Heere is waarlijk opgestaan. In de evangeliën komt die boodschap in alle rijkdom naar voren. Rijkdom kent altijd verscheidenheid. In de rijkdom moet je optellen. Rijkdom is veelkleurig. En zo tellen wij de verscheidenheid van getuigenis over de Opstanding van Jezus Christus uit de doden op. Wij hebben één Boodschap, vol van genade en waarheid door Jezus Christus. Eén aspect van het evangelie van de Opstanding is het pastoraat van de Opgestane. Hij spreekt niet uit 'eenzame verten' der eeuwigheid, maar komt als de Levende in de tijd bij mensen, om voor hen de Goede en Grote Herder, de Pastor bonus et Magnus, te zijn. Hij, Die uit de doden is wedergebracht, vanwege het bloed der verzoening, dat vrede sticht (Hebr. 13: 20). '

Johannes
Een van de vier evangeliën, het evangelie naar Johannes, heeft in het bijzonder het getuigenis van de goddelijke opdracht en macht van Christus in heel Zijn gang op deze aarde verweven. Is er in de drie synoptische evangeliën, Mattheüs, Markus, Lukas, in zekere mate sprake van het Messiasgeheim, in Johannes 1: 42 lezen wij van Andreas: Deze vond eerst zijn broeder Simon en zeide tot hem: Wij hebben gevonden de Messias, wat betekent de Christus. Trouwens, Johannes wordt genoemd de adelaar onder de evangelisten, die door de leiding van de Heilige Geest mag schouwen, doorzien de betekenis van Christus. Vanaf: in den beginne was het Woord en het Woord was bij God, en het Woord was God (Joh. 1: 1) tot: opdat gij gelooft, dat Jezus is de Christus, de Zoon van God; en opdat gij gelovende, het leven hebt in Zijn Naam (Joh. 20: 31).

                               ***

Wie het Johannesevangelie openslaat, vindt middenin Johannes 10, de gelijkenis van de Goede Herder. De herderlijke zorg, het pastoraat van Jezus Christus wordt daarin getekend. De Herder, aan Wie de schapen toebehoren, gekocht en betaald. Die Zijn leven stelt voor de schapen. Omdat Hij dit gebod van Zijn Vader heeft ontvangen, en omdat Hij macht heeft het leven af te leggen en het wederom te nemen. Dat pastoraat wordt gekenmerkt door zorg voor de schapen, die daarin uitkomt, dat Hij de schapen bij name kent, en hen leidt.

Nabijheid en zorg
Het is goed om het Johannesevangelie eens te lezen vanuit het midden, vanuit hoofdstuk 10. Wat een nabijheid en zorg toont de Heere Jezus in Zijn omgang met mensen! Ik begin bij hoofdstuk 1 en neem vandaaruit u mee naar hoofdstuk 21. Een aanrader voor u is om nu uw bijbel erbij te nemen en het Johannesevangelie op te zoeken. Inderdaad, Hij is de Goede Herder voor:

- Zijn discipelen, Andreas, Petrus, Filippus en Nathanaël, voor een categorie 'zoekers', die 'vinders' worden. Joh. 1.
- Nicodemus, dé leraar van Israël, die Hij uit de angst voor statusverlies roept, en leidt tot de nieuwe identiteit: wedergeboorte uit de Geest zich uitend in het geloof in de Christus, de Zoon van God. Joh. 3.
- de Samaritaanse vrouw, omdat Hij haar ontdekt in en aan haar verlorenheid, en haar Zijn Messiaanse volheid van verzoening en vernieuwing schenkt in: Ik, die met u spreek, ben het: de Christus, Die uw levensdorst lest. Joh. 4.
- de zoon van de koninklijke hoveling, die Hij genezing en heling schenkt. Joh. 4.
- de verlamde in Bethesda die heling, maar ook vergeving en vernieuwing ontvangt. Joh. 5.
- de schare in de wonderbare spijziging geeft Hij bewustmaking: Ik ben het brood des levens. Zij keerden zich van Hem af. Joh. 6.
- de joden: voor hen is Hij de apologeet, in getuigenis en verantwoording: Ik ben het licht der wereld. Joh. 7 en op vele andere plaatsen in het evangelie.
- de zondares, dat geeft verheldering en bewustmaking voor die beschuldigende omstanders en bijstand en de oproep tot een nieuw leven voor de vrouw. Joh. 8.
- de blindgeborene: genezing, getuigenis en toeleiding tot het heil in Christus is zijn deel. Joh. 9.
- Lazarus, maar in het bijzonder ook Martha en Maria, Hij geeft déze machtige Zelfopenbaring: Ik ben de Opstanding en het Leven, ook troost en bevrijding van de macht van de dood. Joh. 11.
- Maria tijdens de zalving in Bethanië. Bescherming van Maria tegen alle veroordelende 'vroomheid'. Joh. 12, dat vol is van de openbaring van de Messias. - de discipelen in de voetwassing; een heenwijzende, maar ook bestraffende Zelfopenbaring van de Christus aan de discipelen. Joh. 13.

In al deze contacten leren wij de Christus kennen als de pastor, met een hart vol bewogenheid naar de mens, die Hij ontmoet. In de afscheidsredes van hoofdstuk 14-17 vinden wij de pastorale omgang met Zijn discipelen, ook met Thomas en Filippus. Vol van begeleiding en bemoediging, voorbede. Ontroerend is de pastorale zorg van de Zoon van God aan het kruis als zoon van Maria, Zijn moeder: Vrouw, zie uw zoon, zie uw moeder, de hoogste humaniteit in liefde vertolkt. Bijzonder van pastoraal gehalte is het gesprek van de Opgestane met Maria Magdalena, met Thomas, met Petrus. Daar gaan wij nog nader op in.
Wie het pastoraat van Christus gelovig in eigen leven ervaart, kan en mag zich ook afvragen of die beleving zich ook vertaalt naar inleving in de nood en vragen van onze naaste. In het bovenstaande staan diverse pastorale onderscheidingen, die waard zijn om onszelf te toetsen. Pastoraal monisme: het altijd hameren op hetzelfde aambeeld, kan bijzonder krachtig overkomen, maar bereikt weinig harten.

Maria Magdalena
Al met al: de Goede Herder leeft! In het contact met de Zijnen na Zijn opstanding komt dat rijk naar voren. Maria Magdalena, wat heeft zij een verdriet, nu haar Meester is gestorven, maar ook geroofd. Haar Redder is zij kwijt. Niets wat aan Hem herinnert, waar zij haar liefde aan betonen kan, is nog over. Engelen kunnen wel vragen: vrouw, waarom weent u? Maar in die vraag, in haar antwoord ligt geen enkele vertroosting. Dat geeft op zich al de unieke plaats van het pastoraat, te midden van velerlei goede hulpverlening, aan. Wij worden ten diepste niet getroost, doordat wij ons hart kunnen uitstorten, doordat als het ware de druk van de ketel wordt gehaald. Waar wij Christus kwijt zijn, en de verlating van Zijn Persoon ervaren, daar is geen surrogaat van zelfverlossing afdoende om ons weer op weg te helpen. Wij moeten verlost en getroost worden door Christus Zelf. Hoezeer wij in het pastoraat ons willen laten leren door psychologische en agogische kennis, het eigene van het pastoraat is de Goede Herder zelf. Hoe komt Hij in ons leven binnen! Waar Hij ons ontmoet in Zijn Woord, waar wij ons aangesproken weten door Hem, Die ons bij name kent: Maria! Hij kent Zijn schapen bij name, en de schapen kennen Zijn stem. Daarom heeft de pastor, en dat behoeft niet per definitie een predikant of andere ambtsdrager te zijn, - wij zijn elkanders 'herders' - , inzicht in de Schriften nodig, om een woord, dat past in de situatie te spreken, of liever om het Woord te laten spreken, waarin de ontmoeting met Christus wordt gezocht en gevonden.
In Maria Magdalena komen wij ook iemand tegen, die het grootste verdriet heeft. Het is goed om daarop te letten. Dat is niet altijd de meest nabije nabestaande. Verlating is een fase in het geloofsleven, vaak opgeroepen door persoonlijk gemis. Hoe moet ik verder zonder hem of haar, in en door wie de Heere mij vaak heeft aangesproken en gezegend. Mensen vallen weg, het Woord blijft. Daarin is Christus met name de Goede Herder, die leeft. Meer behoeven wij niet van Hem te verwachten. Wij houden niets meer vast dan Zijn Woord, waarin Hij mij 'aanraakt'.

Thomas
Thomas, een discipel, die zich niet als vanzelfsprekend voegt in de kring van de twaalven. Hij loopt niet voorop. Hij heeft wel zijn commentaar. Soms denken wij: moedig. In Johannes 11: 16 zegt hij in reactie op de woorden van Jezus, die de dood van Lazarus en het voornemen om naar Bethanië te gaan, aankondigen: laat ons ook gaan, opdat wij met Hem sterven. Daar loopt het toch op uit, als zij naar dat vijandige Judea gaan. In Johannes 14: 5 onderbreekt Thomas, als een stoorzender, de afscheidsrede van de Heere Jezus. In een intieme setting vertelt de Heere Jezus waar Hij, waar ook zij naar toe gaan. Het Vaderhuis, met zijn vele woningen. Thomas zegt: wij weten niet, waarheen Gij gaat, hoe kunnen wij dan de weg weten. Het onbehagen spat uit deze woorden op. Zo ook in Johannes 20, na de opstanding. Hij doet niet mee met die valse verbeelding. Hij laat zich slechts door harde bewijzen overtuigen. Met eigen ogen, met eigen handen. Thomas, Didymus, de tweeling, de twijfelaar. De Goede Herder zoekt ook zijn dwarse, op zich niet zo sympathieke schapen op. Het pastoraat richt zich niet slechts op die naturen, die ontvankelijk en meegaand zijn. Vaak steekt achter weerstand een diep verlangen, ook een innerlijke tweestrijd, waarin je een vijand van jezelf bent. Opmerkelijk is, dat de Opgestane Christus Thomas niets onthoudt. Hij laat zijn wensen in vervulling gaan. De Goede Herder kent onze barrières geen waarde toe. Hij komt daar overheen. Het gaat om geloof! Geloof belijdt Christus, kortaf en voluit, persoonlijk. Dat buitenbeentje Thomas, de man van de reservebank, hij is de eerste die de meest complete Christusbelijdenis uitspreekt: mijn Heere en mijn God. De laatsten zijn de eersten!
Het is goed om daar altijd alert op te zijn in onze pastorale omgang met mensen. Wij maken vaak onbewust onze inschatting. Daar worden wij regelmatig in beschaamd.

Petrus
En dan Petrus, te midden van de apostelen aan de zee van Tiberias in Johannes 21. Is hij de eerste onder zijns gelijken? Dat pastorale gesprek geeft aan dat de Goede Herder niet voorbijgaat aan onze zonden. Als zouden die, soms in de hitte van de strijd, wel vanzelfsprekend zijn. Je bent tenslotte maar een mens. De verloochening van Petrus heeft hem van zijn habitus, zijn hebben en houden, beroofd. Al zijn beweringen zijn als sneeuw voor de zon vergaan door zijn bezwerend antwoord: ik ken die mens niet. Ook hier is de Goede Herder de eerste om weer contact te leggen. Heel direct, existentieel. Het gaat om de liefde tussen de Meester en Zijn discipel. Hebt gij mij lief? Meer dan deze andere broeders? Van wie jij dacht, dat jij boven hen stond. Pastoraat, ontdekkend, verzoenend, tegelijk vernieuwend en ontplooiend. Weid Mijn lammeren, hoed Mijn schapen. Waar Christus het goed maakt met ons, daar vallen alle belemmeringen weg. Ook ontdekken wij, dat in het hart van de mens de liefde tot God kan ondergesneeuwd raken door angst en twijfel. Christus maakt ruim baan voor een nieuwe aanstelling, een hoge opdracht. De liefde bedekt alle dingen, en hoopt alle dingen!

                               ***

Pastoraat, door de Levende, de Goede Herder ons opgedragen, zal primair uitgaan van de macht en de wil van de Drie-enige God om mensen te behouden, te herstellen. Herderlijke zorg kan zich opladen in een intensief contact met de Christus der Schriften. De pastorale dienst vindt oorsprong en ontplooiing in de dienst van de Goede Herder, Die de losprijs van de verzoening heeft betaald, en niet ophoudt om het verlorene te zoeken en te leiden, te genezen en te verbinden, en bij te staan in alle aspecten van het leven. Daar worden wij bij ingeschakeld. Hoe bestaat het! En toch, in de navolging van Christus zal het gaan!

J. L. W. Koppenhol

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 april 2000

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

De Goede Herder leeft

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 april 2000

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's