Christus als Kind in Bethlehem - waarachtig God en waarachtig mens!?
In de National Gallery te Londen vindt men een groot aantal van de beroemdste schilderijen ter wereld. Op zijn minst één schilderij uit de collectie is van de hand van de Nederlandse meesterschilder Rembrandt van Rijn. Het verbeeldt het tafereel van de herders die het Kindeke Jezus in de kerstnacht aanbidden. Op aansporing van de engelen zijn ze op zoek gegaan naar het Kind dat die nacht geboren is en dat het aureool heeft meegekregen van de engelenzang: 'Ere zij God in de hemelen, vrede op aarde, in de mensen van het welbehagen'.
Het is bekend dat de inmiddels overleden priester Henri Nouwen uren, ja dagenlang mediterend gezeten heeft voor één van Rembrandts andere verbeeldingen van een bijbels tafereel: de terugkeer van de verloren zoon. Aan de hand van dit schilderij schreef hij een boek, dat enkele jaren geleden op de markt kwam en dat tamelijk bekend is geworden.
Ik acht het heel goed mogelijk dat een fijnzinnig en begaafd schrijver ook over 'de aanbidding van de herders' een boek zou kunnen schrijven!
Welnu, dit schilderij staat me voor ogen als ik schrijf over het thema 'Christus als Kindeke in Bethlehem, waarachtig God en waarachtig mens!'
Het loflied van de aanbidding
Wat levert nadere aandachtige beschouwing van dit meesterwerk van Rembrandt ons op? In ieder geval de conclusie dat Rembrandt behalve een onovertroffen schilder ook een visionair gelovige geweest moet zijn. Immers, dat Christus zowel waarachtig God als waarachtig mens is valt heel duidelijk van dit schilderij af te lezen.
De klassiek kerkelijke belijdenis over het God en mens zijn van Christus is, zoals bekend, voorgoed en klassiek beleden in de vierde eeuw na Christus, in Chalcedon. Het getuigenis dat daar op schrift is gesteld, zou wat mij betreft 'de hymne van Chalcedon' genoemd mogen worden. Niet voor niets sprak J. H. Gunning ooit over de belijdenis als over 'het loflied van de aanbidding'.
Sommige uitspraken over Christus uit deze belijdenis zouden dan ook als onderschrift bij Rembrandts schilderij zeer goed passen. Te denken valt aan de regels 'En (ik geloof) in Jezus Christus, Gods eniggeboren Zoon, geboren uit de Vader voor alle eeuwen, God uit God, Licht uit Licht, waarachtig God uit waarachtig God, geboren, niet gemaakt, van hetzelfde wezen met de Vader, door wie alle dingen gemaakt zijn. Die om ons mensen en om onze zaligheid is nedergekomen uit de hemel en vlees geworden is uit de maagd Maria, en een mens geworden is...'
Wat in deze woorden uitgezegd wordt is de vleeswording van het Woord: 'Zie het woord is vlees geworden en heeft onder ons gewoond!'
Dat is het wat Rembrandt ons in lijn en kleur wil laten aanschouwen!
De stal van Bethlehem
Wat zien wij als we ons neerzetten bij Rembrandts schilderij? U ziet de hanenbalken van een armelijke maar goed gebouwde stal. De balken zijn ietwat verborgen in het halfduister van de stal. Ze geven reliëf aan het schilderij, dat gedompeld is in het clair-obscur waar Rembrandt zo beroemd om geworden is. Tegelijkertijd leiden ze onze ogen naar de plaats waar een getemperd en toch gloedvol licht zijn glans verspreidt. Het is het Rembrandtiaanse licht, dat in de duisternis schijnt, dat de duisternis doorbreekt en op de achtergrond dringt.
Daar staan vol verbazing enkele herders in het schemerdonker. Het zijn er welgeteld acht of negen. Je vraagt je af of het ene kind dat zijn handje in de verweerde hand van een herder heeft liggen, inderdaad ook al tot de herderskring behoort? Zal de man zijn vader zijn, die hem als herdersknaap zo af en toe meeneemt het veld in? En die ene jongen, die daar op zijn knieën bij een hondje zit en zijn arm om het dier geslagen heeft, alsof hij het wil verhinderen om verder te, lopen, is dat ook een herdersknaap? Het moet wel zo zijn. Ook zij zijn getuige van dat machtige gebeuren van de kerstnacht.
Enkele herders overleggen met elkaar. Ook zij staan enigszins op de achtergrond. Middenin het schilderij rijst een sterke herder op. Hij is een betrekkelijk oud man. Hij houdt een lamp in de hand. Het moet een kaars zijn of een olielampje dat het flauwe schijnsel van licht verspreidt dat te zien valt. Handen zijn belangrijk in Rembrandts schilderijen: de linkerhand waar hij de lamp in houdt, hangt naar beneden. Bewegingloos. De rechterhand daarentegen houdt hij vanaf de elleboog schuin omhoog, de vingers gespreid, als teken van verbazing, terwijl hij staart op het Kind dat daar bij Zijn moeder ligt.
En dan de andere herders die het vergund is om het dichtst bij dit kind te staan, of geknield te zitten! De een rekt zich zo ver mogelijk naar voren - dichterbij kan hij niet komen - en kijkt en kijkt - vol eerbiedige aandacht. Vóór hem zit een andere herder geknield voor dit Kind. We zien hem van opzij. Een hoog hoofd, met grijze krullen langs de slapen. Hij houdt bevend van vreugde en verbazing de handen voor zijn ogen en kijkt langs de ranke vingers van zijn beide handen naar het Kindeke. Vol van opperste verbazing.
Links van hem op de voorgrond zien we een herder op de rug. Samen met de ander die daar geknield zit, drukt zijn houding uit wat door hen allen heengaat: diepe, stille verrukking en aanbidding. Vol eerbied zit hij voor het Kindeke neer, ook blootshoofds, de knieën gebogen, de rug zo goed als recht, het hoofd neigt hij naar voren. De handen raken elkaar, hij houdt ze gevouwen voor zijn gezicht. Een en al aanbidding is hij. Vlak voor hem ligt het pasgeboren Kind, op de schoot van Maria! Welk een eenvoud drukt Maria uit! Haar linkerarm houdt zij achter het Kindeke, haar hand rust licht op Hem, die daar op haar schoot ligt. Haar rechterarm houdt zij, gebogen vanaf het midden, tegen zich aan. Schuin achter haar staat Jozef. Zijn houding lijkt uit te drukken: u mag hier komen en zijn, bij het dierbaarste dat ik mocht ontvangen, maar let wel: God heeft mij aangesproken en bevolen om het Kind en de moeder onder mijn hoede te nemen en te beschermen.
Wat een tafereel! Verstilde aanbidding. Handeling in stilzwijgen! Met een diepbewogen innerlijk vertoeft men daar, in opperste dankbaarheid en ontroering. Vanwege dit kind: God en mens, één van wezen met de Vader, God uit God, Licht uit Licht, die om ons mensen en om onze zaligheid is nedergekomen en mens geworden is...
God en mens
Deze heerlijke belijdenis, dit mysterie bedoelt Rembrandt weer te geven. Men merkt het aan de manier waarop hij de figuur van Maria heeft geschilderd: zij draagt een rode jak en een blauwe rok. Het zijn kleuren die vanouds in de kunst een symbolische waarde hebben: het rood van de hemel en het blauw van de aarde. Het rood geeft de oorsprong van het Kindeke aan: Hij is uit de hemel, bij God vandaan gekomen op deze aarde. Het blauw is de kleur van de aarde: het Kind dat zij tastbaar in haar handen heeft en dat op haar schoot ligt is mens geworden!
Men merkt Rembrandts bedoeling in het bijzonder op aan de tekening van het Kindeke zelf. Het schilderij bewonderend vraagt men zich onwillekeurig af: vanwaar dringt toch het heerlijke licht de duistere stal binnen? Zoals gezegd ziet men de lamp van een van de herders. Het geeft een flauw schijnsel van zich. Dan is er nog een zwakke speling van licht op de achtergrond, rechts in het schilderij, achter de herders die daar staan. Maar daar komt het gloedvolle licht niet vandaan. Nee, het eigenlijke licht schijnt van dit Kind af. Zoals dat later het geval zal zijn op de berg der verheerlijking. Hij verlicht het duister. En het is deze hemelse gloed, die de opperste verbazing wekt.
Dit licht correspondeert ten volle met het heerlijke licht dat de engelen in de donkere nacht verspreidden. Het komt helemaal overeen met de belofte die deze hemelse geesten op verhoogde toon uitzongen. Hier raken we aan de boodschap die Rembrandts schilderij vertolkt en predikt. Wat Chalcedon als in een lied verwoordt en uitzingt, dat ziet Rembrandt in dit Kind. Samen met de herders ziet hij heerlijkheid, licht, hemels licht stralend over deze wereld - in dit Kindeke!
Wij hebben zijn heerlijkheid gezien...
'Wij hebben zijn heerlijkheid gezien', zegt Johannes ons. Het begint hier al te schijnen. Dit licht is het, dat Kleopas en zijn vriend op de dag van Pasen in het dorpje Emmaüs in nog heerlijker mate zagen. Bij het breken van het brood, toen de Opgestane bij hen was. Dat maakte hun harten brandende van diep en intens geluk en van vreugde. Ook daarvan heeft Rembrandt een tekening op het doek gebracht. Men ontwaart er hetzelfde licht, nog verstilder, nog heerlijker. Een nóg roemrijker prediking gaat ervan uit: ik leef. Dit Licht is niet gedoofd, ook niet op de kruisheuvel Golgotha. Het is doorgebroken als nooit tevoren in de Hof van Jozef van Arimathea: Christus is opgestaan! Hij is voluit gebleken de Zoon van God te zijn!
Zijn licht vult de stal van Bethlehem. Het vult het huis in Emmaüs. Het vult de straten van Jeruzalem op Pinksteren. Het schijnt in de duistere werelden in onze harten, waar wij er evenals de herders toe gebracht worden om ons voor dit Kind in Zijn hemelse licht te buigen. Want Jezus Christus is waarachtig mens, èn - en daar ligt het zwaartepunt, datgene wat Rembrandt zozeer predikt in zijn schilderij: Hij is waarachtig God.
Zei Paulus niet: 'Hij is gestorven, wat méér is, Hij is ook opgewekt'. Paasglorie! Voor Rembrandt al zichtbaar vanaf het prille begin in het clair-obscur van de stal in Bethlehem.
Hoornaar H. Klink
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 april 2000
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 april 2000
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's