Zingen van de Opgestane
De groeten
U moet de groeten hebben. Juist op Pasen. De groeten van Hem, die dood geweest is. Hij leeft. De groeten van de Eerstgeborene uit de doden en de Overste van de koningen der aarde.
Op die echte eerste paasdag zijn het allereerst de vrouwen die de groeten van Hem overbrengen aan de discipelen. De Heere is opgestaan!
Ook Simon Petrus brengt de groeten van Hem over. Onze Heere leeft. Ik heb Hem ontmoet.
Hij is de Heere. Niet alleen voor anderen, maar ook voor mij. Ik zie hem zitten te midden van de broeders en de zusters. Hij zingt het uit: Hij leeft!
Later schrijft hij het voluit: Geloofd zij de God en Vader van onze Heere Jezus Christus, die ons heeft wedergeboren tot een levende hoop, door de opstanding van Jezus Christus uit de doden.
Jezus leeft; en wij met Hem! Wij. Ik ook. Dat mag een waar christenmens gelovend belijden.
Zonder die persoonlijke ontmoeting met de Opgestane Heere ging het niet meer en zal het niet meer gaan. Zijn opwekkend Woord, Zijn stem mocht ik horen. Met al het mijne liep ik vast.
Eenmaal. Andermaal. Verkocht onder de zonde ben ik. Een verschrikkelijke ontdekking. Ik had het zelf nooit gedacht. Ik werd er achter gebracht. En nog steeds leer ik mijn zondige aard beter kennen. Des te meer verlang ik om Hem te kennen, die gestorven is voor onze zonden en opgestaan tot ons leven. Daarvan ben ik overtuigd. Door Geest en Woord verzekerd. Geen leed zal het ooit uit mijn geheugen wissen.
Weliswaar heeft Hij tot mij gezegd: breng je de groeten van Mij ook over aan de anderen? !!
Bij deze.
Misschien komt het wel van pas.
Net als op die eerste paasdag. Petrus ging naar de anderen. Hij bracht de groeten over van de Opgestane. Hij hielp zo zijn medebroeders te komen tot de vreugde van Pasen.
De dood werd verdreven uit hun hart. De twijfel werd bezworen. Het mocht komen tot een doorbraak in het geloofsleven. Leven in de volle zekerheid van een levende Christus. Op Pasen gebracht op de hoogte van het heil. Wat zal dan Pinksteren wel niet worden?
Petrus' persoonlijke ervaring werd een eenparig geloofsgetuigenis.
Als 's avonds de Emmaüsgangers zich weer in de samenkomst van de zusters en broeders voegen, klinkt het hen tegen: Waarlijk! Opgestaan is de Heere...! Het hart is er vol van. De mond stroomt over.
Waarlijk! Opgestaan is de Heere!
De paasgroet. Sindsdien klinkt deze groet in de samenkomsten van de Gemeente.
Uit aller mond
Petrus kan de paasvreugde alleen niet op. De Emmaüsgangers zijn er zo vol van, dat ze met z'n tweeën niet tevreden zijn.
De huisgenoten des geloofs gaan ze deelgenoot maken van hun blijdschap.
O, zegt het allen dat Hij leeft, dat Hij verrezen is.
Het vuur van het paas-geloof is aanstekelijk. Het is liefde-vuur.
Gunnend. Een ieder moet gebracht worden op de toon-hoogte van Pasen. Ook dit heilsfeit mag niet ontkend worden. We mogen niet leven alsof de Heere Jezus nog in het graf ligt.
Het ligt mede aan ons, lezer(es), wanneer ook in de 21e eeuw de kerk zo weinig en zo weinig krachtig getuigt van haar geloof en haar hoop.
Paasgeloof is een door de liefde werkzaam geloof. Dan gaan de harten en monden open. Dan krijgt het geloof handen en voeten. Dan gaan ramen en deuren van onze kerken open.
Nee, niet om de wereld, de doodslucht binnen te halen, maar om de wereld de geur van Pasen, de goede reuk van de Opgestane te laten ruiken.
Op ons eentje geloven, op een kluitje geloven, betekent te weinig. Dan verspreiden we onvoldoende zegen. De wereld is daar niet mee geholpen.
Het moet komen tot een eenparig belijden dat Jezus Christus de Heere is. We hebben een levende Heiland. We volgen een allesoverwinnende Koning.
Het geloof is persoonlijk. Jawel. Maar we belijden het geloof samen.
Uit aller mond. Allen die Christus' verschijning hebben lief gekregen.
En... er kan nog meer bij. Laten we het koor volmaken. Het koor dat het lied van de Opgestane zingt.
Zingen naar de Schriften
Van de Opgestane zingen gaat me soms beter af dan (s)preken.
Böse Menschen haben keine Lieder. Zo sprak eens een vroom man. En gelijk heeft hij. Maar waar de vreugdevolle groet van de Paasvorst klinkt wordt gezongen. Daar is de door Christus verworven Geest in de raderen. Daar gaan we zingen naar de Schriften.
We zien uit naar de diensten die gepland zijn op eerste en tweede paasdag. Onder ons zullen in de diensten de psalmen klinken. We schamen ons daar niet voor. Het is een veilige weg.
Christus bezingen we in de psalmen. Niemand minder dan dr. H. F. Kohlbrugge heeft ons ook zo de psalmen leren verstaan. De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat deze leraar der kerk ook vrijuit bijbelgetrouwe gezangen heeft gezongen in de eredienst. Wij zullen in de dienst psalmen aanheffen, die liefelijk zijn en harten begeren te treffen, In onze psalmenbundel staan vele opwekkingsliederen. Op Pasen mag het er uitbundig toegaan. De lof van de Opgestane en van Zijn Vader die Hem opwekte, wil bezongen worden.
Psalm 16 zingt van de Heilige, die in 't graf gelegen heeft, maar geen verderving gezien heeft. Hij maakt ons het levenspad bekend. Dwars door een leven vol nood en dood heen. Hij schenkt ons 't zalig hemelleven. Hier in beginsel. Straks volmaakt. Met Psalm 21 mogen we onze Vorst bezingen. Een lied voor hemelvaartsdag, maar niemand zal bezwaar hebben om het ook te zingen op Pasen. Zingen van Hem die van de Vader het onvergank'lijk leven ontvangen heeft. Hoe groot en schitterend is Zijn eer, door 't heil aan Hem bewezen.
Wie Hem ziet staan met dood hel en graf aan Zijn voeten gaat Hem bejubelen. Ook Psalm 22 biedt prijzensstof. Ik hoor Simon zingen: Wie mij veracht, God wou mij niet verachten...
Ik stem met Simon in... De Opgestane is mijn ontrouw te sterk geworden. De ontrouw, dat is Simon. Dat ben ik. Maar Christus leeft. Wij met Hem. Want ons dorre en doodse hart leeft door 's hemels gunstbewijzen! Psalm 40 biedt stof tot juichen en verblijden op Pasen. En dan heb ik Psalm 30 nog overgeslagen. Zo treffend... 's avonds vernacht het geween, maar 's morgens is er gejuich. 't Past helemaal bij het evangelie van Pasen. Verder memoreer ik aan Psalm 68. Ook op Pasen zullen toch de gangen van Gods kinderen niet centraal staan in de prediking. Ik hoop het niet. Want dan zit u goed fout. Van harte zingen we: Uw gangen zo vol roem en eer zijn aan Uw volk gebleken. De gangen van mijn God en Vorst... Dat is het waar ik nooit genoeg van krijg. En dan Psalm 69. Een medicijn voor allen die op paasdag God zoeken in hun zielsverdriet. Houdt aan, grijpt moed, uw hart zal vrolijk leven. Want: waarlijk, opgestaan is de Heere! Verder noem ik natuurlijk nog Psalm 118. Daar wordt van Pasen gezongen. Daar wordt God groot gemaakt, die ons blijdschap geeft. Daar wordt gewag gemaakt van vrolijk licht na bang gevaar.
U ziet, het liedboek van Israël, het liedboek van de kerk der eeuwen behoeven we op de paasdagen niet gesloten te laten. Zingen van de Opgestane. O zeker, misschien zijn er die de door mij genoemde psalmen hier en daar wat anders interpreteren. Het zij zo. Maar ze brengen mij niet van de wijs.
Lofzangen en geestelijke liederen
Na de psalmen zijn er vele prachtige liederen, die op de toonhoogte van de Schrift gedicht zijn. We danken de Heilige Geest voor de gave van het dichten. Naast de diensten op de paasdagen hebben we voldoende tijd om die andere liederen te zingen. Andere liederen zingen. Als het maar 'zingen naar de Schriften' is. Liederen waarin klacht en jubel, schuld en vrijspraak, oordeel en genade, kennen en roemen elkaar afwisselen.
In IJsselmuiden komen op eerste paasdag, zeer vroeg in de morgen, jongeren van de gemeente in het verzorgingscentrum samen om de paasdagen te beginnen met een gemeenschappelijke maaltijd. Er worden prachtige paasliederen gezongen. Rond de klok van 8.00 uur verzamelen christenen uit verschillende kerken en gemeenten zich bij het verzorgingscentrum om met elkaar, in de open lucht, van de Opgestane te zingen.
Daarna gaan we ter kerke. Daar worden onder verantwoordelijkheid van onze wijkkerkenraad 15 minuten voor de dienst paasliederen gezongen. In sommige gemeenten al een jarenlange traditie. Meestal kiezen we liederen uit de bundel 'Uit Aller Mond'. Een bundel waar de gehele inhoud in overeenstemming is met de Heilige Schrift en het belijden van de kerk der reformatie.
Prachtige lofzangen mogen dan klinken in het midden van de Gemeente. Liederen van Da Costa, Ten Kate, Gerdes, Gerhardt... Liederen die ook door de jongeren weer opnieuw ontdekt moeten worden. Zingen de ouderen ze nog wel? Of werken we door allerlei liederen aan te leren en te zingen mee aan vervlakking, verwatering en zijn we medeschuldig aan de versluiering van de integrale bijbelse leer? Het klassieke lied van de kerk der eeuwen wil na de psalmen ook op Pasen het Paasgeloof vertolken.
Laten we ook niet vergeten in de huiskamers te zingen van de Opgestane. Hem zij de glorie, de Verrezene op wiens Woord wij het doodskleed afwerpen. Door de kracht van Zijn Geest treden we uit ons zondengraf. En we vouwen onze handen en zingen biddend: Leer ons daaglijks, leer ons duizendwerven, in Uw kruisdood meegekruisigd sterven en herboren, opgestaan, achter U ten hemel gaan!
Zingen van de Opgestane, daar krijg ik nooit genoeg van. Geen stem kan gemist worden.
Zangers gevraagd... Er is nog plaats.
Voorgangers in de lofprijzing
Ik wil eindigen met nog één woord ter toepassing. In het bijzonder dan voor mijn medebroeders in het ambt van dienaar des Woords. We zijn geroepen voorgangers te zijn in het geloof en in het gebed. Maar laten we niet vergeten dat we ook voorgangers hebben te zijn in de lofprijzing. Als er nu onder ons zijn, die in de binnenkamer (studeer-kamer) meer zuchten dan zingen...
Als er nu onder ons zijn, die - ziende op de kerkelijke, situatie - moedeloos zijn...
Als er nu onder ons zijn die zich herkennen in Heman (Ps. 88): ellendig, wegstervend, ja dood-brakende...
Als er onder ons broeders zijn, die zich herkennen in een Simon Petrus, in een Thomas, in een Maria Magdalena in die vroege uren van die echte eerste paasdag...
Als er onder ons zijn die eigenlijk zo tegen deze paasdagen opzien...
Ik mag ook u de groeten doen van de Opgestane!
Hij leeft. Zoek Hem bij de doden niet. Zing toch mee het hoogste lied. Wees als voorganger toch ook voorzanger. Het kan. Hij geeft de toon aan. De Opgestane, die zelfs in de nacht van Zijn lijden en dood, de lofzang gezongen heeft.
Hij leeft! Het is de Opgestane, de Heiland, de Heelmeester die uit Zijn apotheek medicijn nr. 42 en 43 aanreikt.
Mijn ziel, hoe treurt ge dus verslagen?
Wat zijt g' onrustig in uw lot?
Berust in 's HEEREN welbehagen;
Hij doet welhaast uw heilzon dagen;
Uw hoop herleev' naar Zijn gebod:
Mijn redder is mijn God.
IJsselmuiden A. Baas
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 april 2000
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 april 2000
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's