De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Een vroegchristelijk getuigenis

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Een vroegchristelijk getuigenis

De tekenen van de opgestane en verhoogde Heiland

8 minuten leestijd

Augustinus
Kan een wonderlijke genezing een teken zijn van de opstanding van Christus? Volgens de kerkvader Augustinus wel, en daarom hield hij een keer met Pasen maar een kort preekje en gebruikte de resterende tijd om te vertellen hoe God een zekere Paulus uit Cappadocië had genezen. Wat was er gebeurd? Een keer raakte een moeder hevig verbitterd op haar kinderen en vervloekte hen. Vervolgens kregen deze kinderen een tremorziekte: ze schokten en trilden voortdurend met hun ledematen. Twee van deze kinderen, Paulus en Palladia, kwamen op een zwerftocht aan in Hippo, de plaats waar Augustinus bisschop was. Dan gebeurt het wonder, dat Paulus, die met Pasen bij de kapel van Stefanus aan het bidden is, plotseling geneest. De kerk gonst van kreten van vreugde en dankzegging. En als Augustinus het woord krijgt in de kerkdienst, geeft hij er de voorkeur aan dat het door God gewerkte wonder centraal staat. De preek kan deze keer wel wat korter. Na afloop van de dienst vertelt de man nauwkeurig aan Augustinus wat er gebeurd is. De bisschop belooft dat de volgende dag het verslag aan de gemeente zal worden voorgelezen. Zo gebeurt het, terwijl de gemeente kijkt naar de genezen broer en de nog steeds zieke zus op de trappen van het koor. Daarna gaat Palladia naar de kapel en Augustinus wil in zijn preek dieper op de hele zaak ingaan. Dan klinken er opnieuw kreten van opwinding, en de toehoorders van Augustinus lopen weg, naar de kapel. Het blijkt dat het meisje bij het binnengaan van de kapel van Stefanus ineens geheel geneest. Palladia moet nu opnieuw voorin de kerk komen, dit keer als een getuigenis dat God ook haar genezen heeft.

Later inzicht
De bovenstaande geschiedenis is een van de wonderverhalen die Augustinus heeft opgenomen in zijn omvangrijke werk 'De staat Gods'. Lange tijd heeft hij geloofd dat God geen genezingen meer verricht in zijn eigen tijd (rond 400 na Christus) en dat de wonderen voorbehouden waren aan de periode van de apostelen. Maar de laatste jaren van zijn leven maakt hij tientallen genezingswonderen mee. Hij vraagt de mensen om ze op te schrijven, zodat ze bewaard blijven. Vele voorbeelden zijn terechtgekomen in boek 22 van het genoemde werk dat Augustinus aan het eind van zijn leven schreef. En waarom was dit zo belangrijk voor hem? Het blijkt alles te maken te hebben met het geloof in de opstanding van Christus. Daarom schrijft hij: 'Ten gunste waarvan getuigen deze wonderen anders dan ten gunste van het geloof, dat verkondigt dat Christus opgestaan is in het vlees en ten hemel gevaren met het vlees?' Iets eenvoudiger gezegd: deze wonderen zijn alleen maar mogelijk als de verhoogde Christus vanuit de hemel zo werkt. En dus zijn deze wonderen een getuigenis voor de opstanding van Christus.

Een kreupele genezen
Deze gedachtegang komt ook in de Bijbel zelf voor. Handelingen 3 geeft aan dat een kreupele man geregeld bij de ingang van de tempel zit te bedelen. Op een dag passeren Petrus en Johannes. Wanneer Petrus de man bij de hand neemt en in de Naam van Jezus Christus gebiedt op te staan, is deze man in staat op te springen. Dit wonder baart groot opzien, en de apostelen moeten zelfs verantwoording afleggen voor het Sanhedrin. De vraag komt op door welke kracht of door welke naam dit wonder gebeurd is. Dan antwoordt Petrus dat het is 'door de Naam van Jezus Christus, de Nazarener, Die gij gekruisigd hebt, Welke God van de doden heeft opgewekt'. De levende en verhoogde Christus heeft dit wonder gedaan! Daarmee is dit genezingswonder een bewijs van de opstanding van Christus. Daarna gaan de apostelen heen, naar een samenkomst van de gemeente. Eenparig bidden zij tot God, om met hen te zijn in de gevaarlijke omstandigheden. 'En nu dan, Heere, zie op hun dreigingen, en geef Uw dienstknechten met alle vrijmoedigheid Uw woord te spreken; daarin, dat Gij Uw hand uitstrekt tot genezing, en dat tekenen en wonderen geschieden door de Naam van Uw heilig Kind Jezus' (4: 29-30). Als antwoord wordt de plaats van samenkomst bewogen en worden zij allen (opnieuw) vervuld met de Heilige Geest.

Tekenen volgen
De Heere Jezus had het voor Zijn hemelvaart beloofd, dat de apostelen wonderen zouden verrichten. In het Evangelie naar Markus staat zelfs het woord 'gelovigen', en is de belofte niet beperkt tot de groep directe volgelingen. 'En degenen die geloofd zullen hebben, zullen deze tekenen volgen: in Mijn Naam zullen zij duivelen uitwerpen; met nieuwe tongen zullen zij spreken. Slangen zullen zij opnemen, en al is het, dat zij iets dodelijks zullen drinken, dat zal hun niet schaden; op kranken zullen zij de handen leggen, en zij zullen gezond worden' (16: 17-18). In het boek Handelingen lezen we voorbeelden hiervan. Het is goed te bedenken dat de apostelen en andere gelovigen niet naar eigen inzicht over deze wonderen konden beschikken. Ook werd niet elk gebed om genezing direct beantwoord. Ziekte en dood zijn ook in de eerste gemeenten aanwezig. Toch blijven de tekenen de gelovigen volgen. Op Gods tijd komt de macht en majesteit van de opgestane Christus naar voren in tekenen en wonderen. Maar de vraag rijst of dit alleen geldt voor de eerste eeuw, de ontstaanstijd van de kerk, of ook daarna.

Irenaeus' getuigenis
Irenaeus is geboren in Klein-Azië en later naar Frankrijk gegaan en daar bisschop in Lyon geworden. Zijn boeken vormen een belangrijke uiteenzetting van het geloof van de jonge kerk. Hij schreef rond het jaar 180 het boek Tegen de ketterijen. Daarin geeft hij een indruk wat er in zijn tijd gebeurt: 'Daarom hebben ook Zijn (= Christus') ware discipelen genade van Hem ontvangen om wonderen te doen in Zijn naam; zij maken anderen gelukkig met de gave, die eenieder van Hem heeft ontvangen. Sommigen van hen drijven werkelijk demonen uit, zodat degenen die op deze wijze bevrijd zijn van de boze geesten vaak gaan geloven in Christus en zich aansluiten bij de kerk. Sommigen hebben voorkennis van dingen die gaan gebeuren, en visioenen en profetische taal. Anderen genezen de zieken door hun de handen op te leggen, waardoor zij gezond worden. Meer nog, zoals ik reeds eerder gezegd heb: zelfs doden zijn opgewekt geworden en vele jaren bij ons gebleven. En waarom zou ik nog meer zeggen? Het is niet mogelijk alle gaven op te sommen die de door de gehele bewoonde wereld verstrooide kerk ontvangen heeft van God, in de naam van Jezus Christus, Die gekruisigd was onder Pontius Pilatus. Zij wendt die gaven dagelijks aan tot heil van de heidenen.'
Er is wel geprobeerd deze woorden zo uit te leggen dat ze alleen betrekking hebben op de tijd van het Nieuwe Testament, maar Irenaeus spreekt over de gehele bewoonde wereld en over gaven die dagelijks aangewend worden. Hij geeft toe dat de ketters (met name de gnostieken) wel magische handelingen kunnen volvoeren, maar geen genezingen kunnen bewerken, zoals de christenen doen, namelijk aan blinden het gezicht geven en doven horend maken. Het feit dat Irenaeus deze uitspraken doet in discussie met andersdenkenden, geeft aan dat deze zaken in zijn tijd aantoonbaar geweest moeten zijn. Opvallend dat deze wonderen binnen de kerk verricht werden, en niet mogelijk waren bij een sekte. Irenaeus gebruikt dit argument zelfs om aan te geven waar de ware kerk is.

Vermindering
Als wij dit lezen, rijst de vraag waarom bij ons minder opvallende genezingen voorkomen. Het voert te ver om alle argumenten te bespreken, maar de kerkvaders zelf geven aan dat allerlei wonderen vanaf de vierde eeuw verminderen. De tamelijk zuivere kerk krijgt een grote toestroom te verwerken van mensen die onder staatsinvloed tot de kerk toetreden. Daarmee treedt verwatering en verslapping op. Ook gaat het bijgeloof met relikwieën en dergelijke een steeds grotere rol spelen, zelfs bij Augustinus. Volgens de kerkvaders zijn het de zonden van de gelovigen die de krachtige doorwerking van Gods Geest in de weg staan. Zo'n argument zou ons ook in deze tijd te denken moeten geven. Vervolgens blijkt ook dat God op sommige plaatsen en in sommige tijden bijzondere gaven geeft. Die gaven zijn geen automatisch bezit van de kerk. Gewoonlijk dienen zij een speciaal doel, de opbouw van de gemeente in bepaalde, vaak moeilijke omstandigheden en de Verheerlijking van Gods Naam.

Uitzicht
Velen verlangen ernaar dat God ook bij ons krachtiger aanwezig is. Daar mag om gebeden worden, want de genoemde beloften zijn in de Bijbel niet beperkt tot de begintijd van de kerk. Het is wel goed om te gedenken, dat die wonderen nooit iets voor onszelf zijn, maar vooral de voortgang van het Evangelie dienen. Het gaat erom dat mensen in Christus gaan geloven. In dat kader zag Augustinus de genezingen. Wonderen getuigen van de macht van Christus, Hij is wel gestorven en begraven, maar ook opgestaan en opgevaren naar de hemel. Hij leeft! Niet altijd laat Hij Zijn macht blijken. We leven nu nog in een bedeling waarin velen ziek zijn en waarin de macht van het kwaad overduidelijk aanwezig is. Velen keren zich ongelovig van het Evangelie af. Waar is Hij dan en waar is de werking van Zijn Geest? Toch, in onze omstandigheden, is de verhoogde Christus soms bijzonder nabij in vertroosting en versterking in het leed dat wij te dragen krijgen. Maar het wordt nog beter, want de enkele tekenen wijzen naar een toekomst waarin geen verdriet en leed meer zal zijn. Geen inwoner zal dan meer zeggen: ik ben ziek. Door het geloof kunnen en mogen we verlangend uitzien naar die toekomst. Nabij Christus te zijn, is het allerhoogste.

Dirksland             M. J. Paul

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 april 2000

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Een vroegchristelijk getuigenis

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 april 2000

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's