Hoe en wat (1)
'Maar, zal iemand zeggen: Hoe zullen de doden opgewekt worden en met wat voor een lichaam zullen zij komen? ' 1 Kor. 15: 35
Deze vragen zijn ons niet helemaal vreemd. Ze mógen ook aan de orde komen. Alleen, als we het vragen omdat we alleen die dingen wensen te geloven, waar we met ons verstand bij kunnen, zijn we dwaas bezig. Dat kwam Paulus in de gemeente van Korinthe tegen. Zijn reactie is scherp: Jullie, die zo hoog opgeven van je wijsheid, je houdt geen rekening met God, bij Wie alle dingen mogelijk zijn. Dat is dwaas! En dan grijpt hij naar een beeld uit de natuur om hen de ogen te openen voor het geheim van de opstanding.
Wat gebeurt er met het (tarwe)zaad dat jullie zelf in de grond stoppen? Blijft er van dat zaad iets over? Nee toch?! Het barst open en er groeit een nieuwe plant uit. Het zaad zelf vind je niet meer terug. Afgestorven! Om zo plaats te maken voor het nieuwe leven. Het móet zelf(s) sterven om nieuw leven te kunnen voortbrengen.
Wat een diep geheim: God geeft het zaad een nieuw lichaam door de dood heen! Nu, zegt Paulus, zo is het ook in de opstanding! Het kerkhof is als een akker waarop gezaaid wordt. De gegraven kuil, het open graf, is de plaats waarin het dode lichaam van Gods kind als een graankorrel wordt gezaaid.
Dat zaaien is echter niet het einde, maar een nieuw begin!
Immers, als er gezaaid wordt, wordt er wat verwacht! Al zaaiend zie je uit naar de tijd dat de nieuwe plantjes boven de grond komen. Al zaaiend denk je al aan de oogst!
Welnu, zo is het ook met de lichamen van de gestorven gelovigen. Gezaaid om straks met nieuwe lichamen op te staan. Zó gaat God te werk: de dood is voor Hem het middel, de weg, om tot opstanding te komen. Wat zei de Heere Jezus ook alweer tijdens Zijn rondwandeling op aarde? 'Voorwaar, voorwaar zeg ik u: Indien het tarwegraan in de aarde niet valt en sterft, zo blijft het alleen - blijft het één graankorrel - maar indien het sterft zo brengt het veel vrucht voort.' Ja, want uit één korrel, kunnen wel honderd nieuwe groeien.
De Heere Jezus heeft het hier allereerst over Zichzelf. Hij was dé Graankorrel, die op Goede Vrijdag ter aarde viel om met Pasen weer tot leven te komen. Hij was hét Zaad dat afstierf om veel vrucht voor te brengen. Pas als Jezus prijsgegeven zou zijn aan de dood, zou Hij tot de heerlijkheid van het opstandingsleven kunnen komen en zo Zaligmaker kunnen zijn van vele, vele dode zondaren. Via het kruis naar de kroon!
De natuurwet van het stervend tarwegraan is een wet in het Koninkrijk der hemelen. Geen leven dan door de dood heen! Voor Jezus niet, voor Zijn volgelingen ook niet. In navolging van Hem worden ook zij ten grave gedragen. Echter, omdat Hij hen voorgegaan is, de weg van het tarwegraan wilde gaan, daarom heeft de dood voor allen die in Hem geloven niet meer het laatste woord. Zijn sterven heeft óns sterven van karakter veranderd. Ons graf is nu geen diep, donker gat meer waarin je voor eeuwig wegzakt. Vanuit Christus' open graf valt er licht over onze graven: opstandingslicht, eeuwigheidslicht. Er is hoop! Dank zij Gods genade, dank zij Jezus' opstanding sluimert de kiemkracht van eeuwig leven in de doden die in de Heere sterven.
In de begrafenis van Gods kind schuilt een heerlijke belijdenis. We zeggen het Paulus na: Dit lichaam wordt niet prijsgegeven aan het niets, het wordt gezaaid als een graankorrel om eens te worden opgewekt! Indien wij geloven dat Jezus gestorven is en opgestaan, alzo zal ook God degenen die ontslapen zijn in Jezus, wederbrengen met Hem (1 Thess. 4: 14). Gelooft u dat echt? Dat is toch het fundament van de christelijke hoop!
En als Paulus hier het woord geloven gebruikt, dan heeft hij het niet over een verstandelijk aannemen dat de feiten zo liggen en dat het daarom ook voor ons wel waar is. Hij bedoelt, daar zijn jullie toch door de Heilige Geest in je hart (meer en meer) van overtuigd geraakt, door het horen van het Woord? Zo hebben jullie je toch als een arme van geest gelovig leren overgeven aan Christus, aan Hem die gestorven is en opgestaan? Herkent u dat? Geloven dat Jezus gestorven is en opgestaan, wil zeggen: Zijn plaatsvervangend sterven en opstaan aangrijpen als uw leven! Om het in verwondering en aanbidding te zingen:
'Jezus, leven van Mijn leven, Jezus dood van mijnen dood,
die voor mij.U hebt gegeven in de bangste zielennood,
opdat ik niet hoop'loos sterven, maar Uw heerlijkheid zou erven.
Duizend, duizend maal o Heer, zij U daarvoor dank en eer!'
Scherpenzeel J. A. Brussaard
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 april 2000
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 april 2000
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's