Het spreken van de kerk
Synodepreses ds. B. J. van Vreeswijk: Het krediet voor elkaar is weg
(Inzet met kader in dit artikel over Ds. Van Vreeswijk, inclusief foto):
Ds. B. J. van Vreeswijk (1947) groeide op in Weesp. Het bestuurslidmaatschap van de evangelisatie aldaar stond bij zijn vader in het kader van het ijveren voor de gereformeerde prediking op de plaatselijke kansel, 'Als jongen zag ik wat lijden aan de kerk concreet betekent.'
Reeds op 23-jarige leeftijd werd Van Vreeswijk tot ouderling geroepen. Zijn werk in de handel combineerde hij al spoedig met de studie theologie. In 1978 werd hij vicaris te Stellendam, in 1980 predikant in Zetten-Andelst. Ridderkerk (1985) en Veenendaal (1992) volgden. Namens de classis Doorn werd ds. Van Vreeswijk in 1994 synodelid. Drie jaar later volgde zijn benoeming tot lid van het moderamen. Sinds februari 1998 is hij, synodepreses, na ds. A. A. Koolhaas en ds. G. Spilt als derde gereformeerde bonder op deze post. In twee afleveringen praten we met hem. Vandaag staat in dit Veenendaals vraaggesprek de identiteit van de Nederlandse Hervormde Kerk en het kerkelijk denken in de gemeenten centraal. Volgende week beantwoordt ds. Van Vreeswijk de vraag of hij de afgelopen twee jaar voor de bezwaarden inzake Samen op Weg kon betekenen wat hij bij zijn aantreden hoopte.
De naoorlogse jaren in de Nederlandse Hervormde Kerk kunnen getypeerd worden met het woord apostolaat. De kerk had immers onder het naziregime ontdekt dat ze met het Evangelie belijdend in de wereld diende te staan. Een paar decennia later bepaalde vooral de ethiek de agenda van de synode: Zuid-Afrika en de apartheid, de kernbewapening, homoseksualiteit. En nu, aan het begin van een nieuwe eeuw? Op welke terreinen dient de Hervormde Kerk belijdend te spreken?
Ds. Van Vreeswijk erkent dat er vanwege de geweldige energie die gestoken wordt in de vereniging van de drie kerken en de kerkelijke discussie weinig andere vragen echt aan de orde komen. 'Dat geeft een verlamming aan de feitelijke presentatie van de kerk. We zijn momenteel wat aan het zoeken naar onze identiteit. Na de terzijdeschuiving van de verzoening door prof. P. Smits is er een soort compromis gevonden hoe we als modaliteiten in ons samen hervormd zijn met elkaar kunnen leven. Echt theologische kwesties zijn er daarna niet meer geweest. Ik heb het gevoel dat ook de rechterflank wat ingeslapen is, door Samen op Weg wakker geworden is en de strijd opnieuw is begonnen. Je kunt theologisch zover uiteengroeien dat er een studie onder de titel "Geloven we in dezelfde God? " verschijnt. Maar toen kon ieder in stippellijnen ook het antwoord voor de ander geven. Nu worden we sterk met onze neus op de feiten gedrukt. En de vraag klinkt: zijn de Gereformeerde Kerken heel anders? Ik vind het onwaarachtig als gesuggereerd wordt dat door Samen op Weg er een wezenlijk ander kerktype ontstaat dan wij nu in de praktijk hebben.'
De synodepreses vraagt zich af of na alles wat na de oorlog uitgediscussieerd is, we kerkbreed nog in staat zijn om aan elkaar vragen te stellen en antwoorden te formuleren. 'We zijn misschien zelfs dankbaar dat we er vanwege Samen op Weg niet aan toekomen. Ook binnen de rechterflank van de kerk leeft een sterk, individualisme, dat de ander onvoldoende ziet.'
Heeft u zelf de afgelopen jaren wel geprobeerd bepaalde thema's te agenderen?
'Toen ik in 1994 synodelid werd, zaten we al volop in de verenigingsperikelen. Het hele proces heeft qua ingewikkeldheid, ook organisatorisch, veel meer om het lijf dan iedereen ooit voorzien had. Er is dus weinig mogelijkheid om andere thema's te behandelen. De verzoening, waarover de triosynode zich komend najaar moet uitspreken, is ons door de gereformeerde synode aangereikt, omdat zij een standpunt moest innemen over de studie van prof. Den Heijer.
In dit verband is ook door mij gezegd dat in sommige zaken duidelijkheid nodig is, en niet alleen duidelijkheid: sommige dingen zijn onopgeefbaar, zowel in de kerk als voor mij persoonlijk. Op die wijze kun je zeker wel sturen, terwijl je tevens met bescheidenheid zegt: De preses maakt de dienst niet uit.'
Waarden en normen
Kan de kerk niet spreken over het huwelijk, dat in een crisis verkeert, of de samenleving dienen met een rapport over waarden en normen?
'Binnenskamers is daarover gesproken, Dan blijkt dat de meningen zo divers zijn dat je er nauwelijks goed over kunt praten, Het huwelijk staat voor velen gelijk met alternatieve relaties. Als je hierover praat, blijkt er zo'n verschillende Schriftvisie te bestaan dat je standpunten niet meer nuancerend naast elkaar zet, maar dat deze soms tegengesteld aan elkaar zijn. Dat is gebeurd in de kwestie rond de toelating van praktiserende homofielen aan het avondmaal in de Schotse kerk. Dan vind je in de synode minimaal begrip dat de orthodoxe Schriftvisie tot een ander standpunt leidt dan andere exegesen en toepassingen.'
Maar als Bolkestein en Wiegel iets kunnen zeggen over waarden en normen, kan de kerk dat toch ook?
'Deze dingen zijn juist weer moeilijk in Samen op Weg-verband te bespreken door de verschillende kerkvisie. Het wordt niet kerkbreed gedragen, om hier in normerende zin over te spreken. In hervormd verband ontmoet je de bekende tegenstellingen bij de concretiseringen van die waarden en nonnen, de Gereformeerde Kerken zijn door de jaren heen een andere ethische invulling aan de dingen gaan geven en de scheiding tussen kerk en staat ligt bij de lutheranen heel scherp.'
Is het gevaar er niet dat de synode vervalt tot een administratief regelend orgaan, zo als na 1816?
'Zover wil ik in ieder geval niet terug, praktisch niet en principieel al helemaal niet. Het is een zoeken, een aftasten, waarbij in november een eventueel belijdend spreken over de verzoening een testcase wordt: wat kunnen we nu samen in de geweldige diversiteit waarin we in de praktijk kerk zijn? Dat lijkt me de uitdaging meer dan waard en zolang het tegendeel niet blijkt, spreek ik de hoop uit dat we eruit komen.
Als het gaat over principes, dan is de verzoening aan de orthodoxe kant zo wezenlijk dat er geen compromis mogelijk is. Ik kan me voorstellen dat er creatief verwoord wordt dat de verzoening meer is dan alleen de vergeving van de zonden door de offerdood van Christus. Ik neig er ook naar te zeggen dat orthodoxen dat misschien wel te weinig hebben gezien, maar dat blijft wel een afgeleide van het eerste. Als we christelijke kerk heten, moet helder zijn wie Christus voor ons is. Daarom verwijs ik naar de ontwerp-kerkorde, die een paar keer over Hem spreekt als Heer van de kerk en de wereld.'
Veroordeling zonder tucht
De gereformeerde synode heeft begin april verwoord dat Den Heijers spreken niet conform het belijden van de kerk is, te kort doet aan wat in de traditie door de kerk is uitgesproken, maar ze acht dit toch binnen de ruimte van het wetenschappelijk theologiseren. Dat is typisch hervormd, om het zo te verwoorden! Ook de verontrusten in de Gereformeerde Kerken wilden geen tuchtprocedure! Ze zijn huiverig voor 1926 (de schorsing van dr. J. G. Geelkerken die het spreken van de slang in het paradijs ontkende, red.) en 1944 (het ontslag van prof. K. Schilder en prof. S. Greijdanus, waarna de Vrijmaking volgde). Dat is hét verschil: waar hervormden, hoe tegengesteld ze ook denken, nog over tucht praten, wordt op de gereformeerde synode gevraagd om een veroordeling zonder tucht. Door wat er nu gebeurd is, zijn we praktisch gelijk geworden.
Tevens moeten we als hervormden ook eens erkennen dat er nog heel wat orthodox denkende gereformeerden zijn. Dat dreigen we over het hoofd te zien, omdat de afvaardiging naar de synode modalitair gezien veel minder kerkbreed plaatsheeft dan bij ons. Het is ondertussen wel een typisch gereformeerd principe dat men, nadat een besluit genomen is, er allemaal achter gaat staan. Ik zie ook daarin voorzichtige verschuivingen, zie dat er minderheden komen die tegenstemmen, die hervormd gedrag gaan vertonen.'
Wat ziet u als het kernprobleem voor de kerk: haar imago, haar verdeeldheid, haar nieuwe kerkorde?
'Als het over het samenkomen van belijdenistradities in Samen op Weg gaat, dan is er verschil. Dan zal elke rechtgeaarde calvinist een voorkeur voor de eigen traditie hebben. Helemaal terecht. Dan kun je ook kritische kanttekeningen bij lutherse onderdelen in de kerkorde zetten, maar het gaat mij veel te ver om te zeggen dat de lutherse belijdenis niet echt schriftuurlijk is. Dat zeg ik als synodepreses, maar dat meen ik ook voor mezelf. In de verwarring waarin we ons bevinden, kun je als minderheid zeggen: "Accepteer je dat of accepteer je dat niet? " Want meer zit er niet in.
Politiek hebben we dat allang aanvaard. Het verrast me soms dat mensen in de kerk zo fel reageren, terwijl ook een partij plaatselijk of provinciaal accepteert dat de theocratie er niet is en men in een democratische context en met minderheidsstandpunten ook bestuurlijke verantwoordelijkheid neemt. Hervormd hebben we dat allang geleerd. Het is de armoede van onze tijd dat we niet verder komen dan onze bezwaren te laten doorklinken, hoe legitiem dat op zich ook is. Mijns inziens betekent de nieuwe kerkorde een verzwakking inzake het gereformeerde belijden, maar het op je plek blijven is wel de enige mogelijkheid om te voorkomen dat je je geloofwaardigheid als kerk in de samenleving niet helemaal verliest, evenals naar je eigen jongeren, die er niets van begrijpen! Die hebben er geen antenne voor, en geen bereidheid zich erin te verdiepen.'
Seminarie
"Kijk ik naar de generatie voor mij, dan zie je hoe die getuigde ondanks alle verschillen toch één te kunnen zijn. De confessionele grondwaarheden waren er. Ik heb het al niet meer meegemaakt dat confessionelen en bonders toegang hadden tot elkaars kansel. In de twintig jaar dat ik in de kerk ambtelijk dien, is het versneld nog smaller geworden: het krediet voor elkaar is weg, de sfeer is minder geestelijk, meer menselijk-verdachtmakend, wat ik dodelijk acht. We hebben onze handen meer dan vol aan onze eigen richting. Dat komt door de individualisering, die ook de ambtsdragers treft. Mensen moeten bij de versmalling meer keuzes maken, als ze mee willen tellen. Dan gaat het radicaliseren. Er is ook een gebrek aan authenticiteit, waarbij je alleen zittend op de rug van anderen die gewilde klanken laten horen, meetelt. Ik heb het gevoel dat alle dominees maar eens op synodecursus en alle ambtsdragers op toerustingscursus moeten, en dat gemeenteleden wat meer moeten gaan lezen. De domheid neemt versneld toe en de geesteloosheid grijpt om zich heen. Dat is een voedingsbodem voor radicaliteit en onverantwoorde uitspraken.'
Heeft het seminarie dan niet gebracht wat beoogd werd?
'In het verleden is aan de orthodoxie daar te veel een minderheidspositie toebedeeld. Heeft men echt open de verschillende theologische standpunten naast elkaar geplaatst? Ook in de synode willen sommige orthodoxe leden te veel verdedigen in plaats van uitdragen en uitstralen. Men koestert de minderheidspositie en proeft bij anderen: zij lopen toch achter. Er is geen kerkelijk besef, laat staan dat men hervormd is. Een van mijn trieste ontdekkingen van de laatste jaren is dat er in de Gereformeerde Bond veel meer afgescheiden denken zit dan ik ooit wist. Daar komt het individualisme bij. En men kan ook personen en zaken niet scheiden. Een voorbeeld? Per jaar zie ik het aantal gemeenten aan de rechterkant afvallen waar men mij vraagt voor een preekbeurt, terwijl ik er na de diensten nooit enige discussie over de prediking heb gehad. Men denkt dat als er iemand van onze richting synodepreses is, hij als preses naar buiten toe, ons standpunt gaat verkondigen en daarin zelfs heel de kerk meeneemt. Dan moet de kerk voor hem buigen of hij moet de martelaar worden. Dat ziet men als verantwoord hervormd kerkelijk opereren. Nu het zo niet gaat, val je tegen!'
Minderheidspositie
'Uit het feit dat ik voorzitter kon worden en er in ds. A. W. van der Plas nu een tweede moderamenlid is, concludeer ik dat er in de kerk vertrouwen is dat er binnen de Gereformeerde Bond mensen zijn die heel de kerk vanuit een gereformeerd principe willen dienen. Wij doen dat in de nuchtere realiteit dat we een minderheidspositie innemen. Dat geeft begrip en waardering. In die zin komt de Bond met grotere erkenning op de kerkelijke kaart terug. Dat vertaalt zich echter wel in de gestelde vraag: wie zijn nu echte gereformeerde bonders? Daarin zit gelijk een afnemend begrip. De grote interne verdeeldheid geeft verwarring en heeft zijn weerslag op hen die als gereformeerde bonder voluit de kerk willen dienen en vanuit de achterban minder speelruimte krijgen. Juist daarom ben ik blij met die synodeleden die op een héél goede, deskundige wijze het orthodoxe, gereformeerde geluid vertolken. Er is betrokkenheid, meedenken en meeleven.'
Volgende week deel 2: Aan de rand van het eigen kunnen.
Apeldoorn P. J. Vergunst
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 april 2000
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 april 2000
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's