Globaal bekeken
In het tweede deel van 'Geschiedenis van Dordrecht' (1572-1813) (uitgave Verloren, Hilversum), schrijft dr. F. A. van Lieburg een hoofdstuk over 'Geloven op vele manieren'. Hieruit twee passages.
• 'Van 1646 tot 1654 bleken er bijvoorbeeld in diverse Dordtse huizen regelmatig bijeenkomsten gehouden te worden van ongeveer twintig gemeenteleden. Ze bespraken de 's zondags gehoorde preek, deden een gebed en zongen een psalm. Ze discussieerden over theologische problemen, bijvoorbeeld de vraag waardoor een begenadigde gelovige toch nog sulcke doodicheit in zijne ziele kan vinden. Men maakte hierbij gebruik van diverse traktaten, zoals Den swaermoedigen consciëntie troost van Ottho Casmannus, Het heylichdom der benaude zielen van John Hayward, Sleutel der devotie en Noordsterre, beide van Willem Teellinck. De gereformeerde kerkenraad stond nogal gereserveerd tegenover deze puriteins georiënteerde activiteiten. Ze was bang voor de "Engelse tragedie": het houden van dit soort aparte samenkomsten zou op den duur kunnen leiden tot afscheiding van idealistische gemeentelieden van de grote volkskerk.
Die angst voor separatisme was niet ongegrond. De beweging van de Nadere Reformatie streed na 1650 steeds sterker tegen het morele verval van de gereformeerde kerk en vond aanhang onder het vrome volksdeel. Toen omstreeks 1670 op sommige plaatsen de meest kritische calvinisten bezweken voor het ideaal van een "zuivere" kerk van wedergeborenen, dreigde dit ook in Dordrecht te gebeuren. Hier woonde bijvoorbeeld een ongehuwde vrouw, Anna de Veer, een godvruchtige ziel die leefde in de nabijheid Gods, maar niet haar kerk slechts zag als een massa van onheilige avondmaalgangers. Ze had de stad al verlaten om zich bij de nieuwe sekte aan te sluiten, maar keerde na vijf maanden op haar schreden terug en bleef trouw aan de kerk die nu eenmaal geestelijk kaf en koren kende. Haar opgeschreven meditaties bleven een, rol spelen in de theologische polemiek die over dit thema werd gevoerd.'
• 'Dordrecht was een moederkerk in 't Neerlands Israël, gelegen op 't eynde van Holland en in 't herte van Nederland, zei dominee Jacobus Oldenburg in 1688. Het was voor Europa wat Jeruzalem voor Israël was, schreef de vrome Jilles van der Koogh onder verwijzing naar de beroemde synode die in 1618 en 1619 in zijn geboorteplaats had plaatsgevonden. Dit soort ideeën hebben de plaats van Dordt in de algemene kerkgeschiedenis vaak bepaald, maar tevens het zicht op de gelovige Dordtenaren zelf ontnomen. Wie zonder bovenlokale projecties naar de religieuze stadshistorie kijkt, ziet dat er meer was dan steil calvinisme en ook meer dan alleen maar gereformeerd protestantisme. Al behoorde gedurende enkele eeuwen minstens 85 procent van de bevolking bij de hervormde kerk, daarbinnen en daarbuiten werd op vele manieren geloofd en geleefd. Zoals de meeste Nederlandse steden kende Dordrecht een godsdienstig pluriforme, zij het wel christelijke, cultuur en samenleving.'
***
'Praten als Brugman' is de titel van een boekje waarin 'De wereld van een Nederlandse volksprediker aan het einde van de Middeleeuwen' wordt beschreven (uitgave Verloren, Hilversum). 'Het leven is een tranendal' is het opschrift boven één van de passages:
'Jan Brugman schilderde in zijn preken het aardse leven voornamelijk als een tranendal. Om daarin enige verlichting te brengen, zouden de mensen toch eerst en vooral boete moeten doen, "dat wil zeggen een steeds weemoedig overdenken van de zonden, zó dat de wateren van berouwvolle tranen ontstaan waarvan de profeet in de Psalm al sprak: nacht aan nacht op mijn bed, doordrenk ik mijn peluw (kussen) met tranen" (De Psalmen 6 : 7). Zolang niet iedereen
tot inkeer gekomen is, is er geen plaats voor vreugde. Die komt pas ná de dood. "Dan, in de hemel, zullen we samen dansen en springen al kinderen en herten." Maar daarvóór is het leven van de mens "een voortdurende strijd en ridderschap in deze wereld".
En Jan Brugman zelf? Wat waren zijn eigen verwachtingen over het leven na dit leven? Regelmatig betrok hij zichzelf als de allergrootste zondaar in zijn preken. Hij vroeg zijn toehoorders ook steeds voor hém te bidden: "Zustertjes, jullie moeten gezegend worden niet door mij, Janneken Brugmans, een arm dor twijgje voor wie de fonteinen van de genade uitgedroogd zijn, maar door de Heer". Verderop in dit sermoen vroeg hij de zusters voor hem, "een arm stinkend lichaam" te willen bidden. En ook vroeg hij vriendelijk of zij nog eens aan hem wilden denken als zij in de hemel waren:
Maar ik, de grootste zondaar en de slechtste van alle christenmensen, ik zou toch zo graag de allernederigste plaats in het eeuwige leven willen innemen. Maar jullie, maagden, als jullie de hemelse slaapkamer van de bruidegom binnengetreden zijn en jullie daar zoetelijk tot rust komen en eeuwig gebruik zullen maken van Zijn zoete liefde, kijk dan eens uit het venster en zeg dan: Brugman, moge God u een goede dag geven.'
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 april 2000
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 april 2000
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's