De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Aan de rand van het eigen kunnen

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Aan de rand van het eigen kunnen

Ds. Van Vreeswijk: Laten we uitstralen dat we God niet kunnen missen

13 minuten leestijd

Ds. B. J. van Vreeswijk, hervormd predikant te Veenendaal, werd in 1994 namens de classis Doorn lid van de Generale Synode. Drie jaar later volgde zijn benoeming tot lid van het moderamen. Toen hij in februari 1998 tot synodepreses werd gekozen, erkende hij in de pers dat zijn voorzitterschap "meer verantwoordelijkheden betekende en minder mogelijkheden voor mezelf dan als moderamenlid." Als zijn ideaal sprak hij uit iets te kunnen betekenen voor bezwaarde hervormden die Samen op Weg niet zien zitten. Hoe ervaart ds. Van Vreeswijk twee jaar later de bandbreedte van een synodepreses? Deel 2 van een Veenendaals vraaggesprek.

Een hervormde synodepreses die zich van harte rekent tot de Gereformeerde Bond, kan vermalen worden tussen de besluiten van de synode en de reactie van zijn 'achterban'. Behalve voor de voorbede is ds. Van Vreeswijk dankbaar voor 'de reële kritiek, die mij scherp houdt en bewaren moet voor kerkelijk pragmatisme.' Daarnaast moest hij leren omgaan met een onheuse bejegening die niet alleen christenen onwaardig is, maar ook elke vorm van fatsoen en respect ter zijde schuift. Zelfs het hier doorgeven van citaten uit brieven kan benoemd worden als geestelijke milieuvervuiling.

In mei 1998, enige maanden na zijn aantreden als preses van de hervormde synode, sprak ds. Van Vreeswijk namens het hervormd moderamen de jaarvergadering van de Gereformeerde Bond toe: 'Hebt u wel een helder zicht op uw eigen beeldvorming? Velen zien de Gereformeerde Bond als een kerkelijke groepering die overal tegen is en bij geslaagde beïnvloeding op kerkelijke besluitvorming en beleid toch tegen blijft.' Is dat echter niet altijd de positie van de Bond geweest: zo had prof. Severijn een werkzaam aandeel in het ontwerp van de kerkorde van 1951, terwijl bij de eindstemming in 1950 vrijwel alle bonders tegenstemden.

'Wat ik op die jaarvergadering zei, zeg ik naar buiten. De laatste keer heb ik in de synode om duidelijkheid gevraagd bij de stemming rond de invulling van de motie-De Visser/Van Heijst. Laat weten als het nee is; dat betreuren we, maar dan weten we waar we aan toe zijn. Als het toch een erkenning is van een poging scheuren te voorkomen - of breuken, of een scheiding: die woorden geef ik iedereen cadeau - , zeg op bepaalde principiële punten dat de kerk onze ja-stem niet krijgt, want het mag eerlijk gezegd worden wat in geweten niet gesteund kan worden. We hebben in de hervormde synode immers ook het recht tegen te stemmen. Maar je moet ook een keer aangeven dat je de boel niet laat springen.'

Waardering èn onbegrip
'Ik kan de mentale zwaarte van het voorzitterschap van de synode redelijk verwerken. Toen mijn voorganger (ds. W. B. Beekman, red.) me benaderde, schrok ik. Dan kom je in de klem te zitten. De vraag aan mij was ook: Denk je dat je de druk van je achterban aankunt? Ik weet inmiddels ook uit praktijkervaring dat ik het niet voor de eer hoef te doen, al blijven buitengewoon onbeschaamde brieven en reacties pijnlijk!
In de synode voel ik de acceptatie zeker. Dat is me des te sterker duidelijk geworden bij de hartelijkheid van het meeleven en de geschoktheid rond mijn ziekte. (Bij ds. Van Vreeswijk werd eind december een tumor geconstateerd, red.) Dat was ontroerend. Ik heb me gedragen gevoeld op de vleugels van het gebed en ervaren dat de Heere God Zich heeft laten verbidden in deze eerst uitzichtloze situatie. In de kring van de kerkelijke medewerkers voel ik dat ook, evenals uit andere synodes. Nu kan dat laatste als een minpunt gewaardeerd worden, maar zo beleef ik dat niet!
In de hervormd-gereformeerde achterban is de reactie tweeërlei. Een deel heeft begrip en waardering, bij een ander deel leeft onbegrip en word je veroordeeld. Anderen zijn blij dat je volhoudt. Dat men op bepaalde punten kritiek heeft, vind ik prima. Ik heb dat zelfs nodig om heel erg wakker te blijven. Reële kritiek, daar denk ik over na. De verwoording vanuit het blad "Het Gekrookte Riet" vind ik helaas soms droevig. Ongenuanceerdheid doet je van tijd tot tijd pijn.'

Wat is uw oriëntatiepunt bij besluiten in de synode: de Schrift of voorgaand kerkelijk beleid?
'Meewerken aan besluitvorming heeft maar één uitgangspunt, dat is de Bijbel. Door de jaren heen heb ik meer oog gekregen voor het feit dat mijn uitleg van de Bijbel niet het laatste woord is, maar dat betekent niet dat alles voor mij daarmee legitieme bijbeluitleg is. Als het gaat om een stuk kerkelijke historie, denk ik wel erg ruim. Besluiten die genomen zijn en waarvan je weet dat er geen meerderheid is om veranderingen te bewerkstelligen, ga ik niet ter discussie stellen. Dat betekent dat ik met dingen te maken heb waarbij ik aan de rand kom van mijn eigen kunnen en willen. Daarin moet je scherp gehouden worden! Kerkelijk pragmatisme heeft iets in zich van gewenning. Aan de gevoelens in de achterban til ik minder zwaar dan aan de spanning die je sinds jaar en dag voelt tussen je eigen duidelijke overtuiging en kerkelijke uitspraken.'

Eigen mening
'Als synodelid spreek je in de vergadering en doe je in de discussie mee. Als moderamenlid spreek je vóór de vergadering achter gesloten deuren en voer je daar de discussie. Mijn persoonlijke overtuiging klinkt in de eerste plaats in de besloten vergadering. Die maakt dat voorstellen bijgesteld worden of die maakt dat er voorstellen niet komen. Daar kun je concluderen dat sommige dingen niet agendabel zijn, omdat het moderamen de dingen al niet samen kan dragen. En wat moet het dan in de synode worden? Hierbij heb ik wel de instelling om na discussie in alles, al is het bezwaard, mee te gaan, waar dat voor mij niet écht onmogelijk is. Ik vind dat dat moet, wil je kunnen functioneren in onze verdeelde kerk.'

Uw stembriefje is dus geen signaal naar de achterban?
'Ik zou op 21 maart 1998, toen het ging om het vaststellen van de kerkorde in tweede lezing (de dag waarom de motie-De Visser/Van Heijst aanvaard werd, red.), een standpunt ingenomen hebben als synodelid, waar de achterban geen moeite mee gehad zou hebben. Op het moment dat je als preses je functie aanvaardt en het vertrouwen van de breedte van de vergadering krijgt, is dat een zo aangelegen punt dat je je afvraagt: Wil ik nu vooral synodelid zijn of wil ik als preses stuur geven aan een zo moeilijke vergadering in een op dat moment verdeelde kerk en me zo boven de partijen verheffen? Mijn tegenstem zou een stuk polarisatie in de vergadering indragen. Ik heb toen gekozen voor de optie de vergadering om bijzondere redenen te vragen me van stemming te mogen onthouden. Sinds vorig jaar ben ik boventallig, dus hoef ik niet meer te stemmen.'

U bent als preses bewust terughoudend in het geven van een eigen mening?
'Als de kerk duidelijk beleid heeft en besluiten genomen heeft, moet ik als preses de stem van de kerk zijn. Dan zal ik het én terughoudend én pas in een zeer laat stadium kenbaar maken, als mijn mening afwijkt van het kerkelijk standpunt. Het wordt wat moeizaam als je geregeld zegt: "De kerk vindt dit, maar ik..." Het huwelijk van prins Maurits en Marilène had plaats aan het begin van mijn voorzitterschap. Naarmate je langer preses bent en meer zicht hebt op het geheel van de kerk, kun je je gemakkelijker veroorloven een keer een afwijkende persoonlijke mening toe te voegen. Daarmee moet je niet beginnen. Inmiddels weet men dat ik persoonlijke dingen zeg binnen het kader van trouw aan de kerk.'

Kerkvoogdij
Binnen het moderamen voelt ds. Van Vreeswijk zich bijzonder verantwoordelijk voor die gemeenten die de kerkelijke goederen in een stichting hebben ondergebracht of niet willen overgaan tot het aanpassen van het beheer aan de kerkorde (aanpassing kerkvoogdij). 'De stichtingsgemeenten die door de kerkelijke rechter door een bindend vonnis veroordeeld zijn, heb ik alle bezocht, om in hun thuissituatie met hen te spreken over hun beweegredenen, hun angst voor consequenties in de toekomst. Dat heeft naar mijn inschatting op een aantal plaatsen heel goed gewerkt en tegelijkertijd praktisch nog niet zoveel opgeleverd. In de kwestie-Ouddorp (waar een predikant plaatselijk niet meer kan functioneren, maar door de kerkvoogdijkwestie niet kan worden losgemaakt, red.) hebben we in een laatste notitie tóch weer geprobeerd de regelgeving op te rekken tot op de rand van het kerkelijk kunnen, waarmee we aantonen bijzonder graag tot een vergelijk te komen, al blijft de eigen kerkelijke regelgeving er wel. De instructie voor de gedelegeerden is op het scherpst van de snede geformuleerd. Hoe dat concreet gemaakt is? Dat is ingevuld doordat van gedelegeerden een terughoudende opstelling wordt verwacht en dat er niets gedaan wordt wat onomkeerbaar is. De gedelegeerden moeten de aanpassing van de kerkvoogdij voorbereiden door een aangepast plaatselijk reglement te stimuleren. Wat onomkeerbaar is - zoals de bevestiging van een ouderling-kerkvoogd - hoeft niet. En de gedelegeerden fungeren als toezicht ter plekke: als zij akkoord zijn, dan is de provincie in principe ook akkoord. En, eerlijk gezegd: laat ieder weten dat deze situatie gezien de gevolgen voor het beroepingswerk voor mij een zwaar juk is, maar dat de betreffende gemeenten ook kunnen verlichten!
De weerstanden zitten vast op Samen op Weg. Als kerkvoogden niet deelnemen aan het heilig avondmaal en vanwege pastorale vragen niet in het ambt bevestigd kunnen of willen worden, wijs ik op de concessie in de regelgeving, doordat een minderheid van het college van kerkvoogden geen ouderling behoeft te zijn. We hebben tevens in een verklaring duidelijk gemaakt dat een gemeente binnen de kerk, zowel nu als in Samen op Weg-verband, rechtspersoon is en eigenaar van haar kerkelijke goederen blijft. Mensen zeggen niet te zwichten vanwege Samen op Weg, waarbij sommige gemeenten nog vanuit een liberaal standpunt leven: de kerkvoogdij maakt de dienst uit. Dat is typisch uit de tijd van de reglementenbundel, met een kerkelijk geestesklimaat waar men zo tegen is...'

Bij uw aantreden als synodepreses zei u te hopen iets te kunnen betekenen voor die hervormden die bezwaren hadden tegen Samen op Weg. Is dat gelukt?
'Gelukt is het niet. Of het na de laatste actie van het Comité tot behoud van de Hervormde Kerk voor honderd procent mislukt is, zeg ik ook niet. Ik geef de hoop niet op. Ik heb het gevoelen dat er mede door het intern spreken in het triomoderamen meer begrip gekomen is voor de bezwaarden en dat er langer geduld geoefend is dan men een paar jaar geleden van plan was. Ook bij de vragen die na de decemberzitting van onze synode (waar over de voorstellen rond de invulling van de motie-De Visser/Van Heijst gestemd is, red.) naar de werkgroep kerkorde gegaan zijn, ontdek ik welwillendheid om te zoeken naar mogelijkheden de bezwaarden maximaal tegemoet te komen, alleen niet op het punt van de federatie. Dat is in het grote verband van de kerk onbespreekbaar.'

Brug naar de Afscheiding?
'De grondhouding van het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond is niet pro SoW. Wat de uiterste consequenties daarvan zijn, is nergens opgeschreven. Praktisch is het op een gegeven moment nader uitgelegd, waardoor het voor sommigen líjkt dat de Bond "om" is. Ik wil luisteren naar eerlijke motieven en argumenten van bezwaarden. Feit is dat er stemmen klinken die zeggen: "Dan gaat het Comité maar." Daar verzet ik me tegen. Mijn gedachte is dat een echt hervormde héél bezwaard kan zijn, uiteindelijk zelfs géén verwachting kan hebben, maar toch niet weggaat. Daar is hij te hervormd voor.
Binnen de kring van het Gekrookte Riet zijn er ook predikanten die ten zeerste bezwaard zijn, maar tevens het standpunt huldigen dat zolang Het Woord nog verkondigd kan worden, zij niet weg mogen. Mijn gevoelen is dat degenen die nu zeggen "Wij gaan koste wat het kost weg", in hun hart allang afscheid van de Hervormde Kerk hebben genomen. In classicale vergaderingen en provinciale kerkvergaderingen doen ze niet hun uiterste best om vertegenwoordiging in de synode en in moderamina te hebben en om vertrouwen te wekken. In die zin legt Samen op Weg bloot wat er onderhuids allang was. Ik vrees dat de gemeenten die het hardste hervormd willen blijven, het het minste zijn. Hervormd in de zin van brede volkskerk. Dat is voor mij een schok.
Mijn gevoelen is dat, als we niet oppassen, de belijdenis een papieren tijger wordt. De aanvaarding van de kerkorde 1951 met de uitdrukking "In gemeenschap met de belijdenis der vaderen" betekende toen duidelijk een stukje leervrijheid. Als het Comité er nu op hamert dat ze niet mee kan als de belijdenis niet onverkort in de nieuwe kerkorde staat, dan herinner ik eraan dat de Afscheiding datzelfde standpunt in de vorige eeuw heeft afgewezen, omdat er onvoldoende mogelijkheid was om de belijdenis kerkbreed te handhaven. Het standpunt van het Comité, nu genoemd de laatste brug naar de Afscheiding, is door de Afscheiding altijd grondig veroordeeld. Praktisch zeg ik dat het blijft zoals het is, alleen de getalsverhoudingen worden anders.'

Milder en genuanceerder
'Als synode hebben we eigen culturen. Gereformeerden zijn zeer voortvarend, lutheranen vormen vanuit hun minderheidspositie soms te snel een blok. Ook de afvaardiging naar de synode is anders. De gereformeerden gaan nu naar een systeem van afvaardiging per classis, zodat ik me afvraag in hoeverre het plaatje zich gaat verleggen naar het Confessioneel Gereformeerd Beraad. Dat krijgt wellicht nadrukkeiijker de kans zijn intrede in de synode te doen. Dat moeten we afwachten. In het noorden zit, hoor ik, nog behoorlijk wat bewust confessioneel bloed. Maar verschillen zullen er wel blijven.'

Wie acht u verantwoordelijk voor het doorbreken van de kerkelijke impasse?
'Het moderamen weet zich verantwoordelijk voor het geheel van de kerk: Daarmee zeg ik niets nieuws. Maar wij zijn ook verantwoordelijk voor de samenwerking met de andere kerken. Dat betekent wat de hervormden betreft in ieder geval zeer lang en zeer welwillend en met veel geduld luisteren naar elkaar. Tegelijkertijd vind ik ook dat wij die groeperingen die naar mijn gevoelen alleen maar zeer ongenuanceerd spreken, vragen moeten om zich eens te bezinnen op de uitwerking van hun woorden in de gemeenten.
Er worden krachten opgeroepen die sommigen niet willen en die ze anderzijds zwaar onderschatten. Als deze mensen zo doorgaan, zijn ze verantwoordelijk voor scheuringen die achteraf gezien niet nodig geweest waren, als men milder en genuanceerder gesproken had. De toon van sommigen, ook in regionale kerkbladen, is zodanig dat we ons soms moeten dwingen om heel welwillend een gesprek aan te gaan.'

Blijft er, ondanks de zorg over de toekomst van de kerk en de onderlinge verwarring, hoop er samen uit te komen?
'Ik heb onlangs persoonlijk weer sterk ervaren als reactie op de prediking dat God nog in de kerk is en dat de Geest werkt. Dat geeft me hoop, dwars door de spanningen heen. Kijk ik naar de afval van Israël, het volk van het verbond, in het Oude Testament, zie ik door wat voor dalen de gemeenten in het Nieuwe Testament ook gaan, dan hoop ik dat God ons hier uitleidt. Dan is er één taak: voortgaan. Zeg de kinderen Israëls dat zij voorttrekken.
Er zijn veel voorbeelden dat de kerk uit heel diepe dalen gekomen is. Alleen zal het waarschijnlijk niet in de klassieke vorm voortgaan, zoals alles op dit moment verandert. Ik denk dat we geen andere keuze hebben. De Afscheiding maakt me ook niet jaloers; vroeger nog wel, maar tegenwoordig ook niet meer. Daar wordt vertraagd gedaan, wat wij al gehad hebben. Daarom: zoek in vredesnaam elkaar vast te houden. Laten we uitstralen dat het ons om God en Zijn dienst te doen is en dat we Hem niet kunnen missen.'

Apeldoorn          P. J. Vergunst

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 mei 2000

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Aan de rand van het eigen kunnen

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 mei 2000

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's