De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Pastoraat (2)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Pastoraat (2)

9 minuten leestijd

De volgende prikkelende stelling is van Martin Bucer: 'De kerk is in verval gekomen, maar dat verval is begonnen bij het verval van het pastoraat'. Dat stemt ons tot nadenken. Het betekent, zo legt hij uit, dat de crisis in het pastoraat de oorzaak is van de crisis in de kerk. Ontbreken van goede, bijbelse pastorale zorg is niet gevolg, maar oorzaak van de ellende in de kerk. Dat is een gedachte die mij ook vandaag bezighoudt. We doordenken de vragen van de prediking en de overdracht van de prediking. In de gereformeerde visie op de gemeente spreken we echter met twee woorden: prediking en pastoraat. Juist in het pastoraat is aandacht en zorg voor persoonlijke vragen en noden. Daar is een oor, een hart, een oog dat betrokken is op de ander. Daar is een woord uit de Schrift in de stilte van de huiskamer. Het weiden van de kudde van Christus is een onmisbare schakel in het leven van de gemeente. Verwaarlozing van het pastoraat levert een blijvende schade aan de gemeente. De noden en zorgen van de kudde krijgen geen aandacht. Binnen de gemeente gaat het om de zorg voor het geheel maar ook voor ieder persoonlijk. De grote Herder der schapen kent Zijn schapen één voor één bij name. Bucer's overtuiging heeft hem ertoe gebracht zich optimaal in te zetten voor de reformatie van het pastoraat. In zijn pastorale hoofdwerk 'Von der waren Seelsorge' legt hij daar een overtuigend bewijs van op tafel. In de reformatie van het pastoraat ging het Bucer om de reformatie van de kerk, en omgekeerd: 'Het allernoodzakelijkste van de christelijke reformatie is de juiste verzorging van het pastoraat en de inrichting van de dienst der zielzorg op zo'n wijze dat het heilzaam is voor het volk van Christus'.

Verfijnder kansen
Hier stuiten we op een aantal aanwijzingen voor de bezinning op ons werk vandaag. Het pastoraat in het groot vindt zijn verfijning, zijn precisering in het pastoraat aan de huizen. En waar je aanloopt tegen de vragen naar de boodschap en de kloof, en je af en toe echt het gevoel hebt; 'Hoe kom ik aan de overkant, hoe kom ik met dit Woord binnen in het leven van mijn gemeente?' daar krijgen we in het pastoraat verfijnder kansen en mogelijkheden om de boodschap van het Woord, in de weg van het open gesprek, dichter te brengen bij de leefwereld van mijn gemeenteleden. Dat is niet eenvoudig. Hoe leg je de kernbegripen 'zonde' en 'genade' uit aan iemand die zegt: 'Beide zeggen me niets'. Juist in het pastoraat, in de persoonlijke ontmoeting, krijg je dan mogelijkheden om wat verder te gaan.

Reformatie
De kern van Bucers visie op het pastoraat zou je kunnen samenvatten in de volgende zinnen:
'De herders en leraars der kerk, die hun taak goed willen verrichten en zich niet schuldig willen maken aan het bloed van hen, die uit hun kudde verloren gaan, behoren de leer van Christus niet alleen in het openbaar te bedienen, maar zij moeten het berouw jegens God en het geloof in onze Heere Jezus Christus en alles wat de vroomheid bevordert, ook thuis en bij ieder afzonderlijk bekendmaken, onderwijzen en daarop aandringen, dat zij deze leer van het heil niet verwerpen'.
Ik wilde deze gedachten uit de Reformatie niet ongenoemd laten omdat ze aangeven dat de Reformatie vanaf het begin oog en hart heeft gehad voor het pastoraat. Vanaf het begin is dat persoonlijk element een wezenlijk element geweest. Dat kom je bij Calvijn ook tegen. Denk alleen maar aan de bezoeken die hij samen met de ouderlingen bracht in de week van voorbereiding aan zijn gemeenteleven om alle belemmeringen om Avondmaal te vieren op te heffen.

Schrift
De Herder
De diepste achtergrond van deze aandacht voor het pastoraat in de Reformatie was gelegen in het nieuw verstaan van de Schrift. Behalve de kern werden ook de cirkels om de kern heen onder het stof vandaan gehaald. En de concentratie op het pastoraat wordt gevonden en gezocht in de Schriftgegevens. Uit allerlei Schriftgegevens blijkt dat Christus mensen persoonlijk opzocht. Hij gaat de huizen binnen en niet alleen bij vrienden en familie, maar ook bij Farizeeërs en beruchte zondaren. Achter Hem staat de Vader. De Vader zendt de Zoon, Hij wacht niet totdat wij komen. Hij komt Zelf. Hij komt met woorden maar ook in de pastorale zorg via: oogcontact, gebaar, aanraking. Hij verzamelt de kudde, Hij hoedt en beschermt de kudde. Wat Hij deed mag ook van de onderherders worden verwacht. Zoals de Vader Mij gezonden heeft, zend Ik ook u. Pastorale zorg is een opdracht door de Heere aan ons toevertrouwd. We zoeken mensen op in de naam van de Heere. We komen ongevraagd. Dat heeft een diepe betekenis. Hier liggen mogelijkheden voor de gereformeerde theologie om een wezenlijke bijdrage te leveren aan de doordenking van het pastoraat. Onze vragen zijn eerst. God is de Eerste. Hij is op zoek naar verloren en verwonde mensen. Het initiatief ligt aan Zijn kant en niet aan de onze. Hij stelt ons ook vragen die wij van onszelf nooit zouden stellen. We zijn er te verdorven en te egocentrisch voor. Hij breekt met het Woord van Zijn recht en genade onze gesloten wereld open. Hij heelt en geneest. Hij komt waar ik niet komen kan en niet komen wil. De Herder is eerder dan de schapen. Dat wordt in het pastoraat zichtbaar.

Elkaar
Toch zijn we er met deze concentratie op het pastoraat alleen niet. Uit de Schrift leren we ook de aandacht voor het woord 'elkaar'. In gemeenteopbouw een voornaam kenmerk. In het woord 'elkaar' uit de brieven wordt behalve de gemeenschap der heiligen ook de onderlinge pastorale zorg gelezen. Met als doel niet alleen bij de kudde te brengen maar ook bij de kudde te houden en de groei in de genade. Of in het beeld van Hoofd en lichaam, ervoor te zorgen, dat het lidmaat zich steeds meer door het Hoofd laat regeren en aan het lichaam van Christus, de gemeente, dienstbaar zal zijn. Het is voor de onderherder onmogelijk alle zorg alleen te dragen. De gemeente is een lichaam. De leden dragen onderlinge zorg voor elkaar. De verbindende schakel is daarbij de liefde. De drijvende factor: de genade van de Heere.
In de kracht van Christus die in de Zijnen woont worden we geroepen onze gaven ten nutte en ter zaligheid van anderen gewillig en met vreugde aan te wenden. Dat is onder ons bij tijden een vergeten thema. De zorg voor elkaar die zich uit in onderling gebed, in vertroosting en vermaan. Nog één citaat van Bucer om deze gedachten uit de Reformatie mee af te sluiten:
'Predikanten en ouderlingen moeten alle ijver aanwenden en niets nalaten om door vriendelijk en getrouw vermaan, door bidden en smeken in de volkomen gemeenschap van Christus, in leer, sacramenten en christelijke tucht te brengen allen die nog helemaal of voor een deel buiten deze gemeenschap staan, maar wel op de naam van Christus gedoopt zijn en dus Zijn heilige Naam dragen'.

Pastoraat in trinitarisch perspectief
Vorig voorjaar is in Apeldoorn Van Pelt gepromoveerd. De titel van zijn proefschrift luidt:
'Pastoraat in trinitarisch perspectief'. In de doordenking van het pastoraat pleit hij voor een voluit trinitarische benadering van het pastoraat. Hij levert naar mijn waarneming, op deze manier, een waardevolle bijdrage aan de doordenking van het pastoraat. Pastoraat heeft alles te maken met de dienst van de Vader, in de Zoon, door de Heilige Geest, aan mensen.
Ik ga dat proefschrift nu niet bespreken maar ik wil u eigenlijk wel een beetje uitnodigen om het te lezen. In de doordenking van het pastoraat, in de bezieling om pastoraal actief te zijn, zitten er goede aanknopingspunten in. Voor Van Pelt is pastoraat verbondsbediening. Het pastoraat legt dus geen verbondsrelatie tussen God en mens, maar mag van die relatie uitgaan. Pastoraat als verbondsbediening erkent de ambivalente situatie van de mens voor God. Te midden van een gebroken werkelijkheid worden mensen 'geroepen' beeld van God te zijn. Het verbond heeft God gelegd maar het komt ook dan niet vanzelf tot een leven voor Gods Aangezicht. Integendeel. We weten hoe weerbarstig wij zijn. Pastoraat zet zich in deze verbondsrelatie tussen God en mens helder te maken en zet zich ervoor in dat deze verbondsrelatie tot zijn doel komt, door van Gods kant de mens te roepen en te leiden tot bekering. En van de kant van de mens, met hem, met haar, God te zoeken, pleitend op de beloften en de trouw van Zijn verbond. Er is dus aandacht voor God en Zijn Woord. Dat is het uitgangspunt. Maar er is ook aandacht voor de mens en zijn concrete omstandigheden.

Verbond
Helaas is het ons duidelijk dat de verbondsrelatie door mensen niet altijd, van zichzelf nooit, positief wordt beantwoordt. De verbondsrelatie is er dan wel maar heeft niet geleid tot delen in het volle heil van het kennen van God in Jezus Christus door de Heilige Geest. In het pastoraat ligt dan de roeping om meer van God bekend te maken aan de hand van het Woord van de verzoening om te komen tot een persoonlijke, doorleefde en in de levenspraktijk geïntegreerde verhouding met God. Is die verhouding gegroeid dan wil het pastoraat er dienstbaar aan zijn dat deze relatie dieper, voller, breder functioneren gaat: een interactie waarbij alle trinitarische en antropologische aspecten in de verhouding van God en mens tot hun recht komen. Het behoort tot de taken van het pastoraat om belemmeringen te signaleren, bespreekbaar te maken en in verbondenheid aan het Woord van God te zoeken naar mogelijke oplossingen.
Het werk van de pastor is niet het verbond leggen, werken, maar bediening van het verbond.
Daarom mag pastoraat geen vrijblijvend gebeuren zijn, er ligt roeping, toerusting, zending van de pastor door God aan ten grondslag. Daarom mag in de pastorale ontmoeting God niet verzwegen worden, evenmin als de beloften en de eisen van het verbond, aan de trouw van Gods verbond, maar ook aan het breken van Gods verbond met alle consequenties daarvan. Dat betekent dat in het pastorale contact er volop ruimte is voor de mens, voor zijn situatie, voor zijn positie, maar tevens dat de pastor zich bewust is van de veelkleurige aspecten van de verhouding van de drie-enige God en de mens. In zo'n pastoraat hoeft soms niet veel gesproken te worden: er zijn momenten dat mensen stil worden en stil zijn voor God (Pred. 3: 7).

Ten slotte
1. Het leidt tot een alarmerende verarming van het pastoraat wanneer de pastor zelf niet meer verder komt dan een formele en verschraalde omgang met God.

2. De pastor spreekt zoals hij leeft.

G. D. Kamphuis

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 mei 2000

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Pastoraat (2)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 mei 2000

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's