Eeltlagen
Goede voornemens met het oog op jeugd en jongeren (5)
Natuurlijke weerstanden
Er zijn bij kinderen en jongeren natuurlijke weerstanden om God te dienen. Dat bemoeilijkt de communicatie vanuit het Evangelie, en het heenleiden van kinderen tot onze Heere Jezus. Het niet gericht zijn op onze God, die Zich verbonden heeft met onze kinderen, hebben ze van ons - ouderen - geërfd. We belijden het: geloven in God is en blijft een gave van Hem. Uiteindelijk worden weerstanden overwonnen door Gods liefde.
Menselijke maat
Maar al is geloof een gave van God, dan geeft God het geloof wel op Zijn wijze. En dan valt op, dat de Heere meestal kiest voor de weg van de geleidelijkheid en van de groei (denk aan het zaaien). Mensen en middelen worden daarbij ingeschakeld. God kiest in dit proces voor de menselijke maat. Hij stemt af op mensen. Daarbij maakt onze God gebruik van dat wat Hijzelf in Zijn schepping en schepselen gelegd heeft. Het is kenmerkend voor de gebrokenheid waarin we leven, dat wat God gegeven heeft in de schepping niet automatisch gericht wordt op het doel dat Hij gesteld heeft.
Wetmatigheden en processen worden bestudeerd door wetenschappers (denk aan natuur- en scheikunde, enz). Bij de pedagogiek, agogiek, psychologie en sociologie kunnen we veel leren met het oog op onze omgang met kinderen, jongeren en volwassenen. Ook met het oog op leren geloven in en dienen van God. God kiest meestal voor de menselijke maat. Daarbij dienen wij dan wel te beseffen dat de overgave van jongeren aan God en het belijden van Zijn Naam niet in ons vermogen ligt. Hij geeft de groei en de vrucht!
Tot het hart
In zijn nadenken over christelijke opvoeding en de neerslag daarvan in zijn boeken maakt dr. W. ter Horst ons duidelijk op welke wijze het ons enigermate lukt om het hart van kinderen en jongeren te bereiken. Wanneer we het hart van kinderen en jongeren willen bereiken - en daar mikken we in de geloofsopvoeding toch op? - dan dienen we allereerst de zinnen (zintuigen) in te schakelen. Bij het opvoeden tot geloven moet het hele mens-zijn van kinderen en jongeren worden ingeschakeld. We zijn er niet als we een beroep doen op het verstand. Ook het zien, het voelen, het ruiken en het proeven zijn hierbij heel belangrijk. Nadat de zintuigen ingeschakeld zijn, moet het 'ik' bevestigd worden. Dat wil zeggen: kinderen en jongeren moeten ervaren dat ze serieus genomen worden, dat ze welkom en gewenst zijn, dat ouderen er voor hen willen zijn, dat ze er mogen zijn zoals ze zijn. Het 'ik' bevestigen is dus niet hetzelfde als het zeggen dat kinderen goed zijn en/of doen. Wie in liefde kinderen accepteert, mag vanuit die liefde ook de vinger leggen op zere plekken.
Wanneer nu deze 'toeleidende wegen' tot het hart bewandeld worden, mogen we hopen en verwachten dat harten opengaan. Deze 'toeleidende wegen' wil de Heilige Geest gebruiken. Ter Horst geeft in een van zijn boekjes het treffende voorbeeld van het aanleren van het lied 'Nu daagt het in het oosten'. Wie dit lied aanleert, maar met zijn kinderen nooit een zonsopgang heeft gezien, bereikt niet het hart van kinderen, maar leert woorden zonder inhoud aan.
Spreken tot het hart... Jesaja heeft het er al over (Jes. 40). In de godsdienstige opvoeding, in het jeugdwerk, in de gemeente worden we geroepen te spreken tot het hart van kinderen en jongeren. Het zal duidelijk zijn dat je ook kunt spreken door middel van daden.
Eeltlagen
Maar als je nu niet de zinnen inschakelt, als je nu niet het 'ik' bevestigt? Als je woorden alleen voldoende vindt?
Als geloven ongeveer gelijkgeschakeld wordt met uitleggen, analyseren en dogmatiseren? Wie in de communicatie rondom het Evangelie alleen de verbale, cognitieve wegen bewandelt, bereikt het hart niet, maar loopt het risico eeltlagen om het hart van kinderen en jongeren te kweken. Eeltlagen om het hart kunnen zich uiten in onverschilligheid. Zoals bijvoorbeeld bij mensen die weten dat ze zonder God leven en verloren zijn, maar rustig doorleven en telkens opnieuw het oordeel aanhoren. Of je komt (jonge) mensen tegen, van wie je weet dat ze veel 'van buiten' geleerd hebben, maar in hun leven, doen en laten merk je daar niet veel van. Het heeft hen niet geraakt.
Nu is het spannend om te kijken naar al die momenten en plaatsen waarop we met kinderen en jongeren communiceren vanuit het Evangelie. Denk aan het gezin, de opvoeding, de school, het jeugdwerk, de kerkdiensten, enz. Zijn we hier bezig met het spreken tot het hart of - onbedoeld en onbewust - met het kweken van eeltlagen? Stel dat we ontdekken, dat we per ongeluk toch eeltlagen kweken, hebben we dan de moed om te veranderen? Of zeggen we dat we eigenlijk zouden moeten veranderen, maar doen we het om allerlei redenen niet? Wie wordt hiervan dan slachtoffer?
N. Belo, directeur HGJB
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 mei 2000
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 mei 2000
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's