De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Hoe en wat (2)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Hoe en wat (2)

4 minuten leestijd

'Maar, zal iemand zeggen: Hoe zullen de doden opgewekt worden en met wat voor een lichaam zullen zij komen? ' 1 Kor. 15: 35

Op het kerkhof verrichten de christenen zaaiwerk. Paulus houdt het voorbeeld van het zaaien nog even vast, om op nóg een vraag in te gaan. Is het lichaam waarmee de gelovigen straks uit hun graven opstaan, hetzelfde als het lichaam waarmee zij in hun graven zijn gelegd? Ja en nee, zegt Paulus.
Zoals de tarweplant in de verste verte niet lijkt op het tarwezaadje dat in de grond werd gestopt, maar er wel degelijk uit voortgekomen is (het blijft dezelfde graansoort), zo zal ons lichaam bij de wederopstanding wel van heel andere orde zijn, maar toch ons eigen lichaam wezen. Karakteristiek voor mij!
Ik ben het zélf die door de dood heen bewaard wordt! Anders zou de opstanding geen werkelijke verlossing zijn. Maar er komt wel iets te voorschijn dat méér is dan het was: een verhéérlijkt lichaam. Denk je eens in: een lichaam zonder honger en dorst, zonder vermoeidheid en pijn, een lichaam met een wonderlijke beweeglijkheid. Het gaat ons voorstellingsvermogen ver te boven!
Paulus jubelt het uit in vers 42 e.v.: 'Het lichaam wordt gezaaid in verderfelijkheid, het wordt opgewekt in ónverderfelijkheid, het wordt gezaaid in oneer, het wordt opgewekt in heerlijkheid, het wordt gezaaid in zwakheid, het wordt opgewekt in kracht. Een natuurlijk lichaam wordt er gezaaid, een geestelijk lichaam wordt er opgewekt.' Wel vier tegenstellingen zet Paulus voor ons neer die het verschil tussen nu en straks in de schijnwerpers zetten.
Een verderfelijk lichaam wordt er gezaaid. Wie zou dat durven ontkennen? Vanaf het moment dat we geboren worden, totdat we onze laatste adem uitblazen, zijn we onderworpen aan de macht van de dood. Als ons leven begint, begint in feite ook al ons sterven. En zelfs in het graf zet dat proces van bederf zich nog voort. Daar gaat het lichaam tot ontbinding over. Verderfelijk, vergankelijk is ons lichamelijk bestaan. 'Gelijk het gras is ons kortstondig leven (...)'. Hoe kwetsbaar en eindig ons bestaan is, zien we elke dag om ons heen. Soms ervaren we het aangrijpend in ons eigen leven: wanneer de kille hand van de dood je bijna in zijn greep had. Of als een ernstige ziekte je gezondheid ondermijnt. Of als je lichaam alsmaar veroudert en je levenskrachten afnemen.
Het lichaam van een kind van God: hoeveel krachten heeft het ooit ontvangen om in de dienst van God en van de naaste bezig te zijn. Maar ten slotte raakt het toch allemaal een keer aan een eind. Ziekte, uitputting, verval van krachten breken zijn/haar aardse lichaam af. En uitgeteerd, opgebrand als een kaars wordt het in de aarde gelegd. Gezaaid in verderfelijkheid! Ja maar... toch komt het straks uit dat graf ook weer tevoorschijn. Het wordt opgewekt in ónverderfelijkheid. Het zal nooit meer te gronde gaan. Geen ziekte zal het lichaam meer bedreigen. Geen zonde zal het meer verwoesten. Geen ouderdom zal het meer aantasten. Het zal eeuwig durend zijn in gezondheid, kracht en pracht.
Wie leeft zonder God en zonder Christus, leeft ook zonder deze verwachting. Voor wie geen geloofsband aan Christus heeft is de opstanding der doden geen troost, maar verschrikking. De Bijbel spreekt niet alleen van een zalige opstanding, maar ook van een rampzalige opstanding, tot eeuwige ondergang. De beslissing valt echter niet straks, maar nu. Alles staat of valt met de vraag wie Christus voor ons is.
Nee, er is niemand die van zichzelf Hem zoekt, tot niet één toe. Maar wat een heerlijk evangelie dan: de Heilige Geest legt het verlangen naar Hem in het hart, door het Woord. De genadetijd is nog niet voorbij. Wie vandaag voor de Heere door de knieën gaat wordt door Hem, ondanks al zijn of haar zonden, genadig aangenomen. Je vindt Zijn geopende armen in het Evangelie: 'Ik ben de Opstanding en het Leven; die in Mij gelooft zal leven, al ware hij ook gestorven' (Joh. 11: 25).

Scherpenzeel                  J. A. Brussaard

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 mei 2000

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Hoe en wat (2)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 mei 2000

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's