De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit de pers

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit de pers

10 minuten leestijd

Geloof niet in de kloof
Zo eindigt prof. H. W. de Knijff de samenvatting van de lezing die hij hield op de Belmontconferentie 'Uitgedaagd door de kloof' in februari dit jaar in Dalfsen. Het staat te lezen in Idea (Gemeenteopbouwblad van de Evangelische Alliantie) van april 2000, een speciale Belmont-editie. Met 'de kloof' bedoelen we de sterk toegenomen afstand tussen het Evangelie en de moderne wereld. Hoe we die 'kloof' verder ook beoordelen, niet te onderschatten valt de realiteit ervan. Prof. De Knijff stelt dat er maar geen sprake is van een kloof tussen kerk en wereld, maar de kloof loopt dwars door ieder van ons heen. Hij biedt in zijn bijdrage een onderzoek naar de aard en de oorzaken van de kloof. Ook probeert hij aan te geven hoe er bruggen te bouwen zijn die over de kloof heen voeren.
Eerst citeren we wat prof. De Knijff bedoelt met de stelling dat de kloof dwars door ons mensen van deze tijd heenloopt.

'Waarom is er zo'n grote afstand ontstaan tussen het Evangelie en de wereld van nu? Deze vraag is niet gemakkelijk te beantwoorden. Want we hebben te maken met een diepgaand cultureel proces van een grote complexiteit. De kloof waarover we spreken loopt bovendien dwars door onszelf heen en bepaalt ons denken en voelen. Wij storen ons bijvoorbeeld aan de wildgroei van het individualisme, maar juichen toe dat de moderne mens zich vrij kan ontplooien. We omhelzen verworvenheden van de Verlichting als mensenrechten en het eerbiedigen van de menselijke waardigheid, maar hebben de mond vol over de gevaren van een doorgeschoten menselijke autonomie. De mogelijkheden van de moderne techniek benutten we met graagte; toch hebben we de nodige kritiek op het vooruitgangsgeloof. Deze kloof in onze eigen psyche zullen we moeten overwinnen, willen we als kerk een antwoord geven op de uitdaging die hier ligt. Want die uitdaging blijft; het Evangelie pretendeert immers dat er geen redding is dan in de naam van Jezus.
Dat betekent dat er voor de samenleving geen houdbare vorm van bestaan denkbaar is, als zij niet van de kracht van het Evangelie wordt doortrokken. Maar juist tegen deze integratie, deze eenheid die de verschillende levensterreinen samenbindt, verzet zich de moderne kloof tussen geloof en leven, geloof en wereld. Of het nu gaat om werk- en tijdbeleving, wonen en reizen, geldbesteding of mobiliteit, steeds zijn er tegenstrijdige claims, die druk uitoefenen op onze psyche en daardoor spanning veroorzaken. Leven wij niet reeds lang in twee werelden die elkaar niet verdragen?
Op welke terreinen wordt de kloof zichtbaar? Ik wil er enkele noemen.'

De terreinen die prof. De Knijff dan noemt zijn die van wetenschap en techniek, die van de sociologie met ook psychologische aspecten. Zijn conclusie is:

'De postmoderne mens is het referentiepunt buiten zichzelf kwijtgeraakt. Daar hij ook veelal de vraag "wat denk je ervan" heeft vervangen door "wat voel je erbij", blijft hij in een kringetje ronddraaien, want zonder referentiepunt - of eenvoudig gezegd zonder zakelijke inhoud - blijft het gevoel een zwerver zonder thuis. De illusie dat men levensvragen door zelfbespiegeling kan oplossen, drijft de moderne mens in een cirkelgang van korte-temijnoplossingen, die hem weinig verder helpen, ook al kan hij zich aanvankelijk (eventjes) bevrijd voelen.
Al het voorgaande overziend kunnen we stellen dat het verlies aan werkelijkheid een probleem is voor de hele westerse cultuur. Voor ons echter springt het probleem des te heftiger in het oog, omdat het referentiepunt van het christelijk geloof de eeuwige God is, die de wereld en het leven heeft geschapen. Van de zekerheid van de "vaste grond" voelen we ons verplaatst in een moeras, waarin geen weg meer te vinden is en waar we alle oriëntatie verliezen.'

In de geschiedenis van de kerk zie je steeds het gevecht om geloof en wereld op elkaar te betrekken, stelt prof. De Knijff:

'De uitdaging waar het christelijk denken en leven vandaag voor staat, zal daarom moeten bestaan in het opsporen van verbanden tussen God en werkelijkheid, die op onze eigen situatie passen. Dit probleem op zich is niet nieuw; het bestaat al zo lang als het christendom zelf. De kerkgeschiedenis is één grote strijd om geloof en wereld op elkaar te betrekken. Het vroege christendom viel in een bodem die aan zijn levensleer volkomen vreemd was. Denken en geloven stonden in de antieke wereld diametraal tegenover elkaar.
Ook de vroege christen leefde in twee werelden. Pas in de late Middeleeuwen lukt het, een systeem te ontwerpen, waarin de groeiende wetenschap van de opkomende universiteiten als een soort beneden-etage in het huis van het geloof wordt ingebouwd. De daarop volgende ontwikkeling kunnen we ons voorstellen als een toenemende uitbreiding van de beneden-etage, totdat de Verlichting ten slotte het plafond eruit sloopt en er één door de rede beheerste ruimte van maakt.
De Europese mens leeft nu verder in een wereld die door het weten wordt geregeerd. Sinds 1800 proberen kerk en theologie zich op een zolderkamertje in dit kennishuis te handhaven en de verhoudingen opnieuw te bepalen! Abraham Kuyper zocht het in een twee-onder-één-kap-woning; aan de ene kant zitten de christenen in een woning met twee verdiepingen; aan de andere kant wonen de niet-gelovigen - zonder tussenplafond. De regerende principes waren de antithese en de soevereiniteit in eigen kring. Later kwamen de hervormden met een ander concept; zij wilden liever wonen in een huis zonder tussenplafond en zich met hun getuigenis vrijelijk onder de niet-christenen begeven. Beide concepten hebben het in de praktijk niet gered. Het isolement van de gereformeerden bleek op den duur niet vol te houden, terwijl het voor de hervormden moeilijk was om iets van de eigen identiteit te handhaven.
Zo staan we weer bij het punt van uitgang: hoe vinden wij in de wereld van na de Verlichting een weg, waarbij het geloof wordt uitgedrukt op alle terreinen van het leven, en zich niet laat wegstoppen in het hoekje van de geprivatiseerde religieuze ervaring? Hoe kunnen we in het persoonlijke en sociale leven, in politiek en maatschappij, in kunst en cultuur zichtbaar maken dat echt mens-zijn niet buiten God om ervaren en beleefd kan worden? Om antwoorden op deze vraag te vinden is veel denkwerk en moed tot experiment nodig.'

De uitdaging voor ons, aldus prof. De Knijff, zou je kunnen formuleren via de klassieke indeling van de menselijke vermogens: denken, handelen en voelen. De kerk heeft behoefte aan denkers. Niet alleen om te analyseren wat er aan de hand is, maar ook om via zoektochten soms zelfs door dwalingen heen de waarheid aan het licht te brengen.
Verder: aan beide zijden van de kloof hebben we de ethiek (handelen) met elkaar gemeen. Ten slotte het gevoelsleven. Zonder referentiepunt buiten onszelf raakt ons gevoel op drift. Maar in het licht van het christelijk geloof wordt zichtbaar dat de vreugde van het bestaan tot onze geschapen staat behoort. Hier ligt een uitdaging voor de kunst, voor het onderwijs, voor ons taalgebruik en ons omgaan met seksualiteit om haar uit de huidige banalisering te redden, aldus kort samengevat wat prof. De Knijff aangeeft als hij probeert de uitdaging voor christenen te formuleren om de kloof te overbruggen.

Taal en geloof
In het paasnummer van Hervormd Nederland (22 april 2000) staat een gesprek tussen Jacobine Geel en prof. Immink te lezen onder de titel Taalachterstand in de kerk. Ze hebben het over de taal van het geloof. Juist taal overbrugt afstand, doet althans een krachtige poging het Onzegbare over te brengen in verstaanbare taal. Kan de kerk dat nog vandaag: zich voor brede groepen verstaanbaar maken, zo luidt een vraag die aan beiden wordt gesteld:

Geel: 'De kerk als geheel kan dat niet meer. Wel individuen en voorgangers in kleine gemeenschappen. Ik ben met dat gegeven niet heel ongelukkig. Wel, dat de kerk doet of het niet anders kan. Het is niet het einde van het verhaal.'
Immink: 'Dat de kerk in de Nederlandse volksziel is verankerd, is voorbij. Ik bespeur zelfs bij mezelf enige vervreemding als ik het nieuwe landelijk dienstencentrum van de Samen op Weg-kerken in Utrecht bezoek. De toekomst van de kerk ligt in het organiseren van kleinere netwerken. De kerk moet mobieler worden.
Anderzijds bereik je weinig zonder bedding van de kerk. Wil het geloof overleven, dan is een vangnet nodig. Met het vertalen van traditionele begrippen moet je voorzichtig zijn. Oude woorden als schuld en zonde zijn, ook voor jongeren, nog steeds duidelijk als je het over verantwoordelijkheid hebt. En in discussies over het vangen van oorlogsboeven in voormalig Joegoslavië zijn de kernbegrippen nog steeds recht en gerechtigheid.
Wat niet meer kan, is autoritair spreken. Dat verwacht niemand meer van de kerk.'
Geel: 'Dat vraag ik me af. Spreken met gezag wordt wel verwacht. Ik zit in de jury van de nieuwe Trouw-preekprijs, die binnenkort wordt uitgereikt. Opvallend vind ik dat juist de buitenkerkelijke juryleden vallen voor ingezonden preken waar gezag vanaf straalt. Inzendingen die bol staan van vragen en twijfels hoeven ze niet: weg met die dominee. Gewaardeerd worden preken met lef, waar intelligentie uit spreekt, een eigen geluid. En preken met doorleefde vroomheid, die mogen ook weer.'

Hoe staat het met het taalvermogen van studenten en jonge generaties predikanten? Van academisch gevormde beroepskrachten mag een nauwe aansluiting bij de cultuur van de 21ste eeuw worden verwacht.
Geel: 'In mijn opleiding aan de VU heb ik één keer een preek moeten maken die vervolgens uitgebreid besproken is. En we kregen twee uur logopedie. Dat is idioot weinig.
Laatst leidde ik op Hydepark, het SoW-seminarie waar aankomende predikanten worden geschoold, een training. Onderwerp: hoe houd ik een goed verhaal. Ik vond de voordrachten van de dames en heren verontrustend. Slappige betogen, zonder enige geestkracht. Zonder besef dat een voordracht een kop, lijf en staart nodig heeft. Een preek moet toch een confrontatie zijn tussen datgene wat je al weet en iets nieuws. Maar niets daarvan. Terwijl deze mensen over één maand met hun studie klaar zijn en de gemeente ingaan. Nou, mij zouden ze niet winnen. Op grond van die ervaring zou ik zeggen: er mag van een theologie-opleiding meer verwacht worden.'
Immink: 'Ik wantrouw dominees die altijd gemakkelijk praten. Ik houd van een zekere zakelijkheid. Niet zomaar wat aanleuten. Een preek maken is een ambacht. Dat leer je pas, vrees ik, in de praktijk. Dat ambachtelijke heeft twee componenten: uitleg en vertolking. Het zou mooi zijn als die allebei goed ontwikkeld worden. Tegen studenten zeg ik: versta niet alleen de tekst, versta ook het leven van de mensen tot wie je spreekt. Dat laatste is ongelooflijk belangrijk. En, niet te vergeten, versta ook jezelf. Sommigen vinden mij daarin veel te kritisch, en dan krijg ik weer op m'n kop.
Ik moet bekennen dat in Utrecht de vaardigheid van het preken maken in de opleiding een minimale plek heeft. Hoewel, we bieden ook lessen dramatische expressie en taalvaardigheid aan. Maar omdat dan de persoonlijkheid van de student centraal wordt gezet, vinden velen dat eng en ontlopen ze zulke vakken. Dat vluchtgedrag betreur ik.'

Juist hier spant het vaak als het erom gaat de boodschap van het Evangelie door te geven. Vooral in combinatie met een toenemend gebrek aan kennis en inzicht bij veel hoorders. Achter eenvoud in de verkondiging schuilt een diep inzicht en grondige kennis van waar het om gaat, terwijl versimpeling een grote oppervlakkigheid verraadt. Een prediker is ook een mens bij wie de kloof dwars door hem heengaat. Dat maakt de verkondiging nog gecompliceerder.

J. Maasland

P.S. Voor geïnteresseerden in het nummer van Idea 'Uitgedaagd door de kloof' volgt hier het adres: Evangelische Alliantie, Hoofdstraat 51a, 3917 KB Driebergen, tel. 0343-513693.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 mei 2000

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Uit de pers

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 mei 2000

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's