Levensheiliging en de bediening der verzoening
Om het hart van de prediking
Het vorig jaar verschenen boek van dr. C. A. van der Sluijs Gereformeerden zonder God moet men enkele keren tegen het licht houden alvorens men er tot een verantwoord oordeel over kan komen. Er zouden op het eerste gezicht twee recensies over kunnen worden geschreven: één, waarin de nadruk valt op de kritische benadering van de evangelische beweging en één, waarin het accent valt op de kritische doorlichting van de gereformeerde orthodoxie in Nederland. De eerste zin van de tekst op de achterflap luidt dan ook: 'De uit Amerika overgewaaide heiligingsbeweging, ook wel het evangelicalisme genoemd, maakt zich momenteel breed in een praktisch bijna geheel uitgeholde gereformeerde gezindte in ons land.' Hier worden direct twee vliegen in één klap gevangen: het 'klatergoud' van de evangelische beweging en de 'dode orthodoxie', waarop deze beweging gemakkelijk vat krijgt.
* * *
Het boek heeft als ondertitel 'over levensheiliging gesproken'. Direct na verschijning kreeg in de pers alle aandacht, dat dr. Van der Sluijs zich hieromtrent keert tegen de (invloed) van de evangelische beweging, waarbij dan (grif) werd opgepakt 'een herleefd arminianisme'. Maar niet minder staat de 'reformatorische' gezindte met regels en aangescherpte regels en met organisatie tot in alle onderdelen van 'het reformatorisch erfgoed' in de schijnwerpers. Zo zelfs, dat de tekst op de achterflap ook de volgende treffende volzin bevat: 'het is ronduit tragisch te ontdekken dat bijna de gehele gereformeerde gezindte van links tot rechts aan het reformatorisch erfgoed lijkt te zijn ontzonken, waardoor ze nauwelijks een bijbels verantwoord weerwoord heeft op bovengenoemde confronterende uitdaging (van de evangelische beweging, v.d.G.)'.
De titel van het boek had dan ook beter kunnen luiden 'Teloorgang van reformatorisch erfgoed'. De Naam van God in een titel is op zich al kwetsbaar. Bovendien is het nog wat anders om 'het reformatorisch erfgoed' kwijt te raken, hoe ernstig ook, of God kwijt te raken. Want in die zin is de titel wel heel absoluut, al zal de schrijver ermee willen prikkelen tot lezen.
Tweeledig
Ik noem een voorbeeld van de tweeledigheid van wat ds. Van der Sluijs beoogt. Letterlijk zegt hij: 'Als de Reformatie voor ons kennelijk geen uitkomst biedt - omdat we dat gewoon niet zien - dan huren we een zachtkens glijdend bootje. Het doperdom, als bijverschijnsel yan de Reformatie destijds, heeft vandaag in allerlei orthodoxistische en evangelische vormen en normen hogere papieren en gooit hogere ogen dan de Reformatie zelf.
Ik geef hier nog een ander citaat, omdat daarin toch de titel van het boek ligt verklaard. Van der Sluijs zegt, dat we de mogelijkheid eens diepgaand zouden moeten onderkennen of ons orthodoxe 'contrasteren met de ons omringende wereld' niet geleid heeft tot een 'pure wereldgelijkvormigheid van schrikbarende omvang'. Hij zegt: 'Onze professionele gereformeerde uitstraling kon ten diepste wel eens een algehele verduistering inhouden van God en Zijn heilig Evangelie. Aldus gehuld in duisternis, klagen we over geestelijke duisternis en donkere tijden. En als we dit nog wat meer professioneel willen doen, spreken we van godsverduistering. En ook: 'De huiveringwekkende ontwikkeling doet zich nu voor dat wij als gereformeerden er al lang en overduidelijk blijk van geven dat we onze rijkdom niet meer zoeken in God. Als reformatorischen worden we al maar rijker en vindingrijker en fantasierijker om de grenzen naar de donkere wereld zo veel mogelijk en zo veilig mogelijk te verleggen. Een en ander vindt plaats onder stilzwijgende sanctionering van de onder ons gangbare refocultuur. Maar dat we bij dit ons breed maken steeds meer diepte verliezen, ontgaat ons over het algemeen gesproken'.
Bediening
Twee recensies zijn dus mogelijk. Totdat men ontdekt waarom het de schrijver eigenlijk is te doen. Natuurlijk gaat het hem om de heiliging als thema. Maar in feite draait het in het boek om de verzoening en dan met name ook om de bediening van de verzoening. 'Want in de prediking als bediening der verzoening is daar God in Jezus Christus, die ons Zijne vriendschap biedt, hoe zwaar, hoe lang wij ook Zijn wetten schonden. Ja, Hij straft ons, maar naar onze zonden niet! Want Hij is God en geen mens, de Heilige, die wandelt temidden yan de zeven gouden kandelaren, volgens het eerste hoofdstuk van Openbaring, Wat een openbaring!'
Bediening van de verzoening is zo dan ook nauw verbonden met de rechtvaardiging van de goddeloze, niet van de vrome, de activistische, de orthodoxe mens of de mens van de 'evangelische en wettische plichtplegingen', in welke rangen of standen of groepen of bewegingen dan ook. Gelovigen zijn en blijven 'onheilige heiligen'.
* * *
Zo komt het woord heilig, ook in de levens-heilig-ing, steeds aan de orde in het kader van.de bediening van de verzoening, dus gerelateerd aan de heiligheid van God. In elk hoofdstuk wordt dat in de titel tot uitdrukking gebracht. In alle titels komt heilig voor en elk hoofdstuk opent dan met een inleidende zin over de bediening van de verzoening. Ik geef enkele voorbeelden.
Het eerste hoofdstuk draagt de titel 'Heiligheid van kerkdienst'. En dan zegt Van der Sluijs: 'Vanwege de bediening der verzoening is de kerkdienst middelpunt en graadmeter van het geestelijk leven. Daar begint dan ook een eventuele opleving of inzinking van het christendom'. Als het daarom gaat noemt hij 'de kerkdienst in de gereformeerde gezindte' vaak 'niet veel meer dan een sleur- en slenterdienst'. Dat is overigens nogal wat!
Over de 'Heilige Doop': 'Vanuit de bediening der verzoening is het sacrament van de Heilige Doop, in het leven van de christelijke gemeente, onafscheidelijk verbonden aan de kerkdienst, als teken en zegel op de bediening van het Woord en het geeft tegelijk de grenzen aan van het verbond der genade'. In dat verband zegt hij: 'Heilig worden in geheel onze wandel... Dat is geen perfectionisme of volmaaktheidsdrijven, maar dat spreekt vanzelf, als God gesproken heeft in ons leven en we hebben Zijn Woord gehoord en daarmee gehoorzaamd'. Er zijn slechts twee wegen: we zijn heilig of onheilig. Over de doop zegt hij verder dat, wanneer deze in de belevingswereld van jongeren toch niets betekent, er 'een geweldige invalspoort' voor de evangelische beweging ligt.
Bij het 'Heilig avondmaal': 'In het kader van de bediening der verzoening behelst het sacrament van het Heilig Avondmaal als teken en zegel van de bediening van het Woord in het midden van de gemeente een unieke gelegenheid voor een toegespitste ontmoeting van God en mens, en mensen onder elkaar'.
Over 'Heiligen overgeleverd': 'De bediening der verzoening voltrekt zich ook als een wezenlijke continuering van het heil door de geslachten heen in de geschiedenis van de kerk der eeuwen en is als zodanig katholiek'.
In het hoofdstuk over 'Heilig volk' zegt Van der Sluijs: 'Onder de bediening der verzoening komt ook het gemeenschappelijke van het gemeente-zijn optimaal tot zijn recht'.
En tenslotte, over 'Heilige wandel': 'Vanuit de bediening der verzoening bevatten de voorbeeldige handel en wandel van kerk en christen het enige conserveringsmiddel temidden van een toenemend geestelijk en maatschappelijk bederf.
* * *
Zo kreeg ik, al lezende de smaak te pakken van dit boek, dat in alle hoofdstukken met een keur van Schriftplaatsen is onderbouwd en telkens ontdekkend en verrassend bloot legt waar vandaag manco's of vergroeiingen aanwezig zijn binnen de gereformeerde orthodoxie.
Actueel
Ik zou willen blijven citeren. Ik noem nog slechts één ontdekkende passage, waarin de auteur spreekt over 'de Kerk als wegstervende weduwe'; en dat terwijl we 'gewoon verder praten' in onze huiskamers, consistories, op studie- en Bijbelkringen, vergaderingen, contio's en ontmoetingsdagen'. 'Want waar zijn de doorboorde handen van onze Heere Jezus Christus in de bediening der verzoening onder ons, zodanig dat wij eens een keer onze mond gaan houden en de Heere gaat spreken? Alleen waar wij gaan sterven, zullen we erven en blijken "de snoeren ons in liefelijke plaatsen te zijn gevallen" (vgl. Ps. 16: 6). Waar is dan toch de eeuwigheid in onze tijdigheid?'
* * *
Het boek van ds. Van der Sluijs mag vandaag wel bijzonder actueel heten. De verzoening is allerwegen aan de orde. Met verontwaardiging wordt alom gereageerd op.de ontkenning door theologen vandaag van de 'verzoening door voldoening' door Christus op het Kruis van Golgotha. Daarin zijn we rechtzinnig genoeg. Is de verontwaardiging ook, om in het taalgebruik van ds. Van der Sluijs te blijven, heilige verontwaardiging. Is ze ontdaan van kerkpolitieke bijbedoelingen, van triomfantelijkheid, omdat het bij 'ons' zover niet is gekomen, is ze gedragen door liefde tot de Gekruisigde, wiens bloed onrein wordt geacht? Dan gaat het ook om meer dan de belijdenis van het dogma van de verzoening alleen. Dan gaat het ook om de vraag hoe en of de 'bediening der verzoening' in de prediking tot zijn recht komt. Staat het Kruis van Christus hoog opgericht in de prediking en in het geloof van de gemeente? Drupt onder de prediking het bloed der verzoening? Overheerst in de prediking de genade of de wet? Is prediking echt ten volle gekenmerkt door de rechtvaardiging van de goddeloze? Gaat het om twee wegen of is er ongemerkt een derde weg, een sluipweggetje binnengeslopen in de prediking, waarin de mens zelf ook nog iets betekent in, nee niet in de (ver)werving, maar wel in de toe-eigening van het heil? Kortom: is Christus onze enige hartstocht: 'Hij, slechts Hij' (Von Zinzendorf)?
* * *
Hier heeft het boek van ds. Van der Sluijs een actuele betekenis. Hij heeft willen schrijven over de heiliging, maar schrijft intussen voluit over de bediening der verzoening, waarbij alle aandacht is gericht op de Gekruiste en Opgestane Christus. Toen in de Hervormde Kerk in de zestiger jaren het geding om de verzoening aan de orde was, vanwege de geruchtmakende uitlatingen in deze van prof. dr, P. Smits, en de hervormde synode tot haar geschrift kwam, met de titel De tussenmuur weggebroken, schreef ds. G. Boer een minderheidsrapport. Het ging hem daarin niet alleen om de verzoening als dogma, als leerstuk, maar ook ten volle om de bediening der verzoening. Hier lag voor deze grote prediker van de verzoening onder ons zijn diepe hartstocht.
Christus bracht verzoening aan en gaf de opdracht tot de bediening der verzoening (2 Kor. 5: 18). 'Zo zijn wij dan gezanten van Christuswege, alsof God door ons bade; wij bidden u van Christuswege, laat u met God verzoenen'. In dat licht las ik het boek van dr. Van der Sluijs. Het Heil moet ook een landingsplaats vinden in de harten van mensen. Dan komt de heiliging 'vanzelf'. Zonder enige verdienste-lijkheid.
Absoluut?
Ik zei in het begin van deze bespreking dat de titel van het boek op het eerste gezicht te absoluut is. Maar een schilderij mag, zeg ik nu ter afsluiting, ook wel eens scheef hangen, om de aandacht te trekken. Vandaar dat ik zeg: neem en lees. Het is heilzaam voor predikanten en leden van de gemeente.
N.a.v. dr. C. A. van der Sluijs, Gereformeerden zonder God, Uitgave Groen, Heerenveen, 128 pag., ƒ 19,95.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 mei 2000
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 mei 2000
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's