De belijdenis een blokkade voor de Schrift ?
Prof. dr. C. Graafland opnieuw een bocht om
Op 28 november l.l. hield de RRQR (reünistenvereniging van de reformatorische studentenvereniging CSFR) een congres onder het thema De vitaliteit van de gereformeerde orthodoxie. Daar sprak ook prof. dr. A. van de Beek. Deze had in het blad Wapenveld in een artikel 'Een eeuw theologie' gesteld, dat de klassiek gereformeerde theologie ofwel 'de gereformeerde orthodoxie' in de twintigste eeuw geen enkele bijdrage heeft geleverd tot vernieuwing van de kerk. Gereformeerde theologen hebben zich beperkt tot het onderzoek naar hun eigen wortels maar hadden geen nieuwe en toch gereformeerde boodschap voor het heden.
* * *
Prof. dr. C. Graafland voelde zich, na veertig jaar met de gereformeerde theologie te zijn bezig geweest, in zijn hemd gezet. In het blad Wapenveld van deze maand moet hij echter van de Beek nu gelijk geven. Ook in zijn eigen boek Gereformeerden op zoek naar God kwam hij, zegt hij, niet verder dan een analyse van de situatie onder de huidige gereformeerden. Maar toen het erop aan kwam om een uitweg te wijzen uit de impasse, stond ook bij hem, bekent hij, de wagen stil. Toen Van de Beek op het RRQR-congres sprak, bleek deze het overigens ook niet te weten, zo vervolgt Graafland. Hij volstond eigenlijk met 'een beetje uitdagend van toon' gewoon de klassieke noties uit de gereformeerde theologie en traditie te herhalen en te zeggen, dat die 'wat ondergesneeuwd zijn onder uitwendigheden' en dat waarheid 'ervaren waarheid' moet zijn, zoals ook de Nadere Reformatie in het verleden dat al heeft gesteld. Zolang Van de Beek wat uitdagend spreekt wordt er wel naar hem geluisterd, zegt Graafland. Wanneer ook hij echter iets nieuws gaat zeggen, wordt hij 'als ongereformeerd in de hoek gezet'. Graafland wijst hier op reacties tijdens de laatstgehouden predikantenconcio van de Gereformeerde Bond en in De Waarheidsvriend op de lezing, die prof. Van de Beek toen hield, vooral inzake wat hij had gezegd over 'de radicale doordenking van de menswording van God', waarbij onder zijn opponenten het woord 'ketters' viel.
Het hoge woord
En dan komt nu bij prof. Graafland het hoge woord eruit. Hij stelt de vraag of gereformeerde orthodoxie nog wel gereformeerd is, wanneer zij zich ontwikkelt en werkelijk nieuwe elementen opneemt. Voor goed verstaan en om de lezers adequaat te informeren citeer ik Graafland nu letterlijk.
'Is gereformeerde orthodoxie nog wel gereformeerde orthodoxie, wanneer zij zich ontwikkelt en werkelijk nieuwe elementen opneemt? Ik ben geneigd te antwoorden: dat is inderdaad niet mogelijk. En de belangrijkste oorzaak daarvan is, dat de gereformeerde orthodoxie een afgerond systeem laat zien, waarin werkelijke ontwikkeling, met ontvankelijkheid voor nieuwe visies en leringen, is uitgesloten. Dat wel toelaten zou in strijd zijn met het wezen van deze orthodoxie. In het kort werk ik dit uit in een aantal punten.
a. Als eerste noem ik de belijdenis. Gereformeerde orthodoxie staat gelijk met: Schrift en belijdenis. Elke poging tot vernieuwing wordt direct de kop ingedrukt met het argument: dit is niet naar Schrift en belijdenis.
b. Inhoudelijk betekent dit, dat de Schrift verstaan wordt in het licht van wat de belijdenisgeschriften aangeven. Dat wil zeggen, dat niet de Schrift zelf maar de belijdenisinterpretatie van de Schrift als norm wordt aangelegd.
c. De belijdenisgeschriften zijn echter neerslag van de in die tijd in de kerk gangbare en door haar gesanctioneerde theologie. Dat geldt zowel van de klassieke als van de gereformeerde belijdenissen. Deze theologieën waren echter weer neerslag van systematisch doordachte, theologische systemen, die primair vrucht van Schriftverstaan waren, maar tegelijkertijd beïnvloed door het denken van de tijd, waarin zij zijn ontstaan.
d. Het Schriftgehalte van deze theologische systemen maken de blijvend actuele en gezaghebbende kern uit. De tijdgebonden verwerking ervan bewees in hun ontstaanstijd haar kracht maar verloor naarmate de tijd en dus ook de ontwikkeling in het denken voortschreed haar vitaliteit.
e. Doordat de belijdenissen neerslag zijn zowel van Schriftinhoud als van tijdgerichte verwerking daarvan, zien wij in de voortgang van de tijd zowel het blijvend gezaghebbende als het beperkte tijdgebonden zijn van de belijdenis steeds duidelijker aan het licht komen. Vooral in tijden van cultuurwenteling zoals wij die nu beleven.
f. Wanneer niettemin ook nu nog de gereformeerde orthodoxie uitgaat van het elke theologische bezinning normerende adagium 'Schrift en belijdenis' betekent dit, dat zij zowel het Schriftgehalte als de tijdgebonden verwerking daarvan een gelijk en blijvend gezag toekent.
g. Het gevolg daarvan is, dat in de orthodoxgereformeerde theologie niet alleen geen principiële vernieuwing kan plaatsvinden, maar dat ook, naarmate de tijdsafstand van toen en nu groter wordt, de vitaliteit gaat afnemen. Want de blijvend gezaghebbende kernen ervan wordt wel gezien en erkend, maar de tijdgebonden, typisch orthodoxgereformeerde verwerking ervan, gaat al maar meer aan actualiteit en relevantie inboeten. Gereformeerde theologie is gedoemd tot onveranderlijkheid en raakt daardoor steeds meer buiten beeld.'
Het antwoord, dat Graafland nu heeft, lijkt, zegt hij, heel simpel. 'Maar dat is het niet'. Hij wil door het hele orthodoxe erfgoed heen ('let wel: er niet óm heen maar er dóór heen) 'terugkruipen naar het eerste (gereformeerde) begin: Sola Scriptura', alleen de Schrift. Hij wil dit doen zonder de belijdenis: 'Maagdelijk zou ik bijna zeggen'. Hij noemt dit - met B. Rootmensen - 'een tweede naïviteit'.
Schok
Graaflands hoge woord dient, naar mijn oordeel, hoog te worden opgenomen. Het is niet niets wat hij nu opvoert. Het zal door velen als schokkend worden ervaren, zeker in hervormd gereformeerde kring, die zich gebonden weet aan de gereformeerde belijdenis en daarom ook een eigen kritische inbreng heeft in het geding om een belijdende verenigde kerk.
Het Nederlands Dagblad bracht het nieuws liefst als openingsartikel op de voorpagina, voorzien van een uitvoerig commentaar van de hoofdredacteur. En vervolgens bracht het ND in hetzelfde nummer een paginagroot interview met Graafland, waarin hij zijn visie nog verder uitwerkte en verduidelijkte. Het Nederlands Dagblad vroeg vervolgens een aantal personen om een commentaar: prof. dr. A. van de Beek, dr. A. A. Spijkerboer, dr. C. G. den Hertog, dr. B. Kamphuis jr. en ondergetekende. Hieronder volgt wat door ondertgetekende, enigszins verkort, is gezegd, onder de titel Graafland opnieuw een bocht om.
Opnieuw een bocht om
Toen prof. Graafland op een predikantenconcio van de Gereformeerde Bond een keer in debat was met wijlen prof. dr. H. Berkhof over diens Christelijke theologie, merkte Graafland op, dat Berkhof (letterlijk) moeilijk te volgen was. Zodra men dacht hem te hebben, was hij al weer een bocht om. Dat geldt in zekere zin ook van Graafland zelf, wiens theologiebeoefening ik zou willen aanduiden als een zoektocht in het gereformeerde oerwoud, dat voor hem min of meer, maar wel steeds meer een doolhof werd. Zoekend en tobbend ging hij zijn weg om vanuit de traditie bij de tijd te blijven. Maar op die zoektocht zette zich ook zijn kritiek op de traditie in. Hij bekent al lange tijd moeite te hebben met de Dordtse Leerregels, dit vanwege de dubbele predestinatie en een 'scholastieke' benadering van de verkiezing. Maar nu neemt hij een nieuwe en naar het mij voorkomt laatste, want beslissende bocht door liet langer te willen spreken van 'Schrift en belijdenis' maar zich uitsluitend te willen richten op het Sola Scriptura, de Schrift alleen.
Begrip
Het was voor mij telkens de vraag, waarop Graafland zich echt richt. Is het de gereformeerde traditie in haar grondprincipe(s) zelf of zijn het de woekeringen en stollingen, die zich in de loop van de tijd hebben voorgedaan? Wat dit laatste betreft: gezien de grote verdeeldheid van de kerkelijke nalatenschap van de gereformeerde reformatie in dit land, zijn er sterke vereenzijdigingen opgetreden. Niemand leest de belijdenissen meer puur, ieder bekijkt deze door de bril van eigen kleine kerkelijke traditie. Het lukt ons als gereformeerden samen niet meer om de belijdenissen, ontdaan van alle korsten, die er omheen zijn gekomen, te lezen. Met name op het punt van de verkiezing, en in relatie daarmee op het punt van het beloftekarakter van het evangelie en de plaats van het verbond, is er sprake van grenzeloze verwarring en onderlinge tegenspraak bij de nazaten van de gereformeerde Reformatie. De leer van de verkiezing is niet ten onrechte wel eens het 'drama' in de gereformeerde traditie genoemd. Overigens hield prof. Van de Beek in zijn rede op het RRQR-congres, waarop Graafland reageert, de gereformeerde orthodoxie als eerste punt voor, dat de verkiezing (weer) moest worden gepreekt.
* * *
De belijdenis is in de praktijk vervormd en vervallen in deelgebieden. Graafland is daar ook veertig jaar lang - sterk analytisch - mee bezig geweest en lijkt daarop nu te zijn vastgelopen. Feit is verder, dat er veel orthodoxie is, die zich vertoont als orthodoxisme, waarin het stellen van 'Schrift en belijdenis' voldoende is om rechtzinnig te heten en waarin de 'religie van de belijdenis' (J. Severijn) ofwel het bevindelijke element (inderdaad: 'ervaren waarheid') niet meer doorklinkt. Ik wil echter niet verhelen, dat de gereformeerde belijdenis, juist ook vanwege dat element, minstens zo sterk als naar de letter, nog helemaal 'mijn' belijdenis voor vandaag kan zijn: 'wij geloven met het hart en belijden met de mond', in die volgorde. Zo is er naar mijn overtuiging ook alle ruimte om eigentijds belijdende kerk te zijn.
Sola Scriptura
Nu wil Graafland dus terug naar de pure Schrift, omdat de belijdenissen toch gedateerd zijn. De belijdenisssen zijn vrucht van hun tijd. Hij wil dwars door de gereformeerde tradititie heen terug naar de Schrift. Dan komt hij, naar het mij voorkomt, echter toch die hele (ballast) van de traditie wel weer tegen. Dus afrekenen kan hij er ook niet mee.
Hierbij lijkt zijn 'simpel lijkende' weg een voor de hand liggende weg. Terug naar de Schrift! Dat was immers hèt reformatorische adagium. Dat belijdt ook de belijdenis zelf door uit te gaan van het gezag van de Schrift en te stellen, dat geen menselijke geschriften, dus ook de belijdenissen zelf niet, gelijk te stellen zijn aan de Heilige Schrift (art. 7 NGB). De Schrift is ontstaan door inspiratie van de Geest, de belijdenissen zijn geboren door illuminatie, verlichting met de Geest vanwege concrete geestelijke of kerkelijke nood in een bepaalde tijd. We mogen hier zeggen: 'Het heeft de Heilige Geest en ons goed gedacht...'(Hand. 15).
* * *
Het kan dan ook lijden, dat de belijdenis telkens weer tegen het licht van de Schrift wordt gehouden. De belijdenis zegt niet alles, zeker niet in actuele (ethische) vraagstukken van vandaag. Ik herinner me echter nog goed en heb daaraan nog al eens gerefereerd, dat Graafland, na zijn overgang als predikant van Veenendaal naar Amsterdam, zei te hebben ontdekt hoe actueel de prediking van de Heidelbergse Catechismus was. Daarbij kan de oriëntatie op de Schrift zelf niet worden gemist. Dat is ook noodzakelijk bij de prediking van de Heidelberger. De Schrift zegt altijd meer dan een belijdenis, dus ook dan de Heidelberger. Maar de belijdenis geeft wel grenzen aan. Ze is een stok om te slaan, om dwalingen, die telkens weer in de geschiedenis in wisselend gewaad opduiken, aan- en af te wijzen. Ze is echter ook vooral een staf om te gaan, neemt ons mee langs de lijnen van de bijbelse leer. Ze is vooral een lied om te zingen: dit geloven wij; dit belijden wij. Gereformeerde prediking is dan ook niet: de belijdenis preken, maar naar de Schrift preken en naar het dogma, dat de kerk der eeuwen, en in dat kader ook de gereformeerde kerk, uit het Woord heeft geput en heeft beleden, uitgezegd en uitgezongen.
Voorgaand belijden
We moeten constateren, dat in brede delen van de kerk, met het terzijde stellen of relativeren van de belijdenis, men het lied van het dogma vaak is kwijt geraakt, inclusief de belijdenis van het Sola Scriptura.
Ik herinner aan een niet mis te verstaan woord van ds. G. Boer, aan het eind van de zestiger jaren voorzitter van de Gereformeerde Bond, in zijn bekende lezing over 'De gereformeerde Gezindte nu en in de toekomst', die hij hield op een COGG-congres in 1964. Daarin stelde hij, dat alles wat in de belijdenis voorhanden is en 'niet of nog niet of niet meer' in de prediking van nu wordt verkondigd 'als de schat van het Evangelie' kerkelijk gezien 'slapend bezit' wordt, wat zich uitbreidt tot vergeten bezit en uiteindelijk bestreden en geëlimineerd bezit. Hij pleit in dat verband voor levend bezit. Daarbij zegt hij, dat Christus en de Geest voortgaan 'het onuitputtelijke Woord aan de gemeente te verklaren.' Hij spreekt daarbij over 'verrijking van het belijden', die niet steeds in 'schriftelijke en ondertekende vorm' behoeft te worden vastgelegd. In de loop der geschiedenis ontdekt de kerk gaandeweg meer, dat de moeite van belijden waard is. Ook bij Boer is er dus alle ruimte voor het opnemen van 'nieuwe elementen', als ze maar naar het Woord zijn. Echter vindt hij ook dat de prediking niet kan zonder de 'ruggesteun en de begeleiding van de door de Kerk aanvaarde belijdenis'. Want Christus en de Geest herroepen niet 'wat eenmaal naar Zijn Woord beleden is'. Dit nu is, naar het mij voorkomt, levende omgang met de belijdenis, waarin deze niet is gelooid tot louter leer maar ruimte laat voor vernieuwing door de Geest.
Graaflands vraag of gereformeerde theologie nog gereformeerd is als ze nieuwe elementen opneemt mag dunkt me bevestigend beantwoord worden. De vraag is echter of ze nog gereformeerd is wanneer de belijdenis terzijde wordt gesteld. Wat de belijdenis is het gebinte van de gereformeerde religie.
Dogma
Graafland worstelt nu echter met 'de boodschap en de kloof' en de 'vitaliteit van de gereformeerde orthodoxie'. Hij komt dan tot de conclusie, dat de belijdenis een blokkade is voor vernieuwing van theologie en prediking, omdat ze een blokkade is voor de Schrift zelf. Hij loopt daarbij aan tegen orthodoxe verstarring, die geen nieuw levend belijden meer toelaat. Ligt dat aan de belijdenis? Of ligt het aan de omgang of de non-omgang ermee? Voor wat vandaag heet de 'vertaalslag' van de Boodschap wil Graafland rechtstreeks terug naar het Woord. Dat lukt, naar zijn mening, niet meer met een door belijdenis en traditie beslagen bril, vanwege de 'tijdgebonden verwerking'. Mij dunkt echter, dat directe oriëntatie op het Woord - nodig, zeker! - ook niet puur kan. Hebben we dan niet een door eigen tijd beslagen bril op?
* * *
De belijdenis vraagt wel om eigentijdse actualisering. Dat echter vraagt het Woord ook. Bij veel vragen, die zich vandaag voor het eerst voordoen, moeten we ook uit de Schrift, tastend, antwoorden afleiden. En dat is warempel ook niet 'simpel'. Maar zo heeft de kerk der eeuwen toch ook het dogma afgeleid uit de Schriften? Naar mijn overtuiging wil Graafland toch niet de laatste bocht ook nemen en concluderen, dat we buiten het dogma van de kerk der eeuwen om, terug moeten naar het Woord? Zouden we dan nog echt belijdende kerk kunnen zijn? We hebben het steuntje in de rug van wat voorgeslachten hebben beleden meer dan nodig om kerk te zijn op de toonhoogte van het Woord. Dat geldt naar mijn overtuiging ook voor de gereformeerde belijdenis. Dan kan men de woekeringen in de traditie van mij gestolen krijgen. En daarbij bid ik, dat de Geest ook in onze tijd nieuwe, gereformeerde wegen wil schrijven, door Zelf die woekeringen weg te nemen, zodat we weer puur en vernieuwd gereformeerd kunnen zijn. Want de Geest schrijft wegen in de tijd (J. P. Versteeg). Dat geldt ook eigentijds verwoorde en gevormde spiritualiteit, die de Geest ons belieft te geven, in de Traditie van de kerk der eeuwen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 mei 2000
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 mei 2000
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's