De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Beleid op grond van financiën

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Beleid op grond van financiën

Impressie van de triosynode

7 minuten leestijd

Wat meldde de agenda van de triosynode, toen deze vorige week vier warme dagdelen in Lunteren vergaderde? De wijze van samenwerken tussen het landelijk dienstencentrum en de regionale centra met betrekking tot de dienstverlening aan de kerken, de integratie van het dagelijks bestuur van SoW in het triomoderamen, de benoeming van een scriba voor de SoW-kerken, de geestelijke verzorging in de gezondheidszorg (waarover synodelid ds. Kuijt bijgaand de belangrijkste punten doorgeeft) en tot slot de financiële barometer van de kerken.

We beginnen deze weergave hier met het laatste. De 'Beleidsnota Financieel Perspectief 2000-2002' die aan de triosynode aangeboden werd, geeft de visie weer op het financieel beleid voor de komende jaren, evenals de kaders waarbinnen de begroting 2000 (wat vanwege een gebrek aan cijfers nog steeds niet gebeurd was) dient te worden vastgesteld. Het DB van de SoW-kerken stelde bij de presentatie duidelijk dat een beleidsombuiging noodzakelijk is (de exploitatiekosten van het LDC blijken dit jaar 350.000 gulden hoger uit te vallen), dat bezuinigen onontkoombaar is én dat naar vormen van vrijwillige geldwerving gezocht moet worden. Evenals het triomoderamen wilde het DB die bezuinigingen niet ten koste van de versterking van de regionale dienstverlening doen gaan.
Wat bleek verder uit de inhoud van beleidsnota en begroting - voor het eerst geen kerk-eigen financiële stukken? Dat de bestaande inkomsten op korte termijn niet voldoende zullen zijn om de autonome stijging van de lasten te compenseren.
Bij ongewijzigd beleid zouden de tekorten in 2001 en 2002 maar liefst 1,6 en 2,7 miljoen gulden bedragen. Daarom werd de synode voorgesteld het quotumbedrag (de verplichte afdracht van de gemeenten) in 2000 en 2001 te verhogen met de verwachte procentuele stijging van de inkomsten op plaatselijk vlak, te weten 1,5 procent. Op termijn moet echter een verlaging van de quotumdruk voor gemeenten en kerken gerealiseerd worden.
Tevens wilde het DB inzicht verkrijgen in de kosten van de dienstverlening, in de beschikbare kwaliteiten en deskundigheden en in de kern van het werk. Daar zal de komende maanden hard aan gewerkt moeten worden. De synode erkende het feit dat beleid en financiën voor het eerst op elkaar afgestemd zijn. 'We zullen in de toekomst anders beleid gaan maken, voortaan altijd gekoppeld aan het financiële plaatje', zei DB-voorzitter ds. W. Barendrecht. Het gevolg van de inzichtelijke beleidsnota was dat slechts zeven synodeleden vragen stelden, waarin de rode draad was zorg over het ontbreken van financiële gegevens, het inhuren van externe deskundigheid om die gegevens tijdig te verkrijgen en de lastendruk voor de gemeenten. Vrijwel unaniem werd de beleidsnota aanvaard. 

Einde DB SoW
In mei 1996 besloot de gezamenlijke vergadering van de drie synoden een dagelijks bestuur uit de drie moderamina te benoemen, Dit DB zou effectiever bestuurlijk leiding moeten geven aan het proces van samenvoeging van de arbeidsorganisaties. Nu de landelijke arbeidsorganisaties in het LDC samenwerken en er een overeenkomst is over de wijze van samenwerken tussen land en regio, is de hoofdopdracht van het DB voltooid. Daarom stelde het triomoderamen de triosynode voor te besluiten tot integratie van het DB in het triomoderamen. Dat nieuwe triomoderamen wordt daarmee verantwoordelijk voor het SoW-proces. Hier zal de bezinning over het verdere verloop plaatsvinden. Dat triomoderamen zal bovendien functioneren als dagelijks bestuur van de arbeidsorganisaties van de kerken. Omdat dit triomoderamen gaat voorsorteren op de toekomstige rol van het moderamen van de verenigde kerk, werd tevens voorgesteld over te gaan tot de benoeming van een scriba SoW. Onder meer omdat zijn takenpakket veel overeenkomst vertoont met dat van de hervormde secretaris-generaal werd voorgesteld dr. B. Plaisier in deze functie te benoemen.
Ds. P. L. de Jong (herv., classis Rotterdam) vroeg of deze voorstellen niet te vroeg kwamen. 'Moet je niet pas voorsorteren als het kerkordetraject ten einde is, want hiermee verzwak je toch de kerkeigen moderamina?' Vooral voor de hervormden leek dit ds. De Jong niet wijselijk. 'Bij de behandeling van de ordinanties komen voor hervormden nog lastige punten aan de orde.' Tevens vroeg ds. De Jong zich af of vastgelegd moest worden dat als de scriba hervormd is, de preses en assessor uit andere kerken moeten komen. 'Dat betekent dat er de eerste acht jaar geen hervormde preses kan zijn.' Toen helder werd dat dit niet vastgelegd werd maar dat slechts uitgesproken is dat het zeer wenselijk is, trok ds. De Jong zijn amendement op dit punt in.

Bezinning op belijdenis
Bij diverse (met name gereformeerde!) synodeleden leefde de zorg of het nieuwe triomoderamen niet te zwaar belast wordt en - negatiever geformuleerd - te veel macht zou krijgen.
Oud. H. Ekkel uit Balk (geref.) vond dat triomoderamen en arbeidsorganisaties uitmaken wat er gebeurt.
Diaken J. van de Mheen uit Apeldoorn (geref.) was eveneens bang voor te veel macht van het triomoderamen. 'Of is zijn taak vooral procesbegeleider, waarbij veel werk aan commissies wordt overgelaten?' Ds. R. de Reuver uit Boskoop (herv., classis Alphen aan den Rijn) vroeg of de kerkelijke spreiding in het triomoderamen ook betekent dat de breedte van de kerk vertegenwoordigd is.
Oud. E. de Boer uit Malden (geref.) merkte op dat veel synodeleden van mening zijn dat in het triomoderamen te veel macht geconcentreerd wordt.
Oud. H. Hoogenhout uit Baambrugge (geref.) zette los van de persoon van dr. Plaisier grote vraagtekens bij de combinatie in één persoon van hervormd secretaris-generaal en scriba SoW. 'Als je nog midden in het verenigingsproces zit, moeten er voor het grondvlak drie herkenbare figuren zijn.'
Na zijn benoeming tot scriba SoW sprak dr. Plaisier de triosynode toe. Hieruit citeer ik twee fragmenten: 'Bij alles wat de afgelopen jaren in een sneltreinvaart gemeenschappelijk is geworden, liep de hervormde secretaris-generaal er vaak kerkeigen verdwaasd tussen. Hoewel ik me vanaf mijn aantreden als een SoW'er gepresenteerd heb, bleek mijn functie in gezamenlijkheid soms meer een last dan een lust.' En: 'Een voortdurende bezinning op onze belijdenis is van groot belang in een tijd waarin we vluchtig leven en geneigd zijn de vragen die in ons hart opkomen of ons gesteld worden, te verabsoluteren.'

Dienstverlening
Het laatste hier te noemen discussiestuk betreft de concept-overeenkomst voor de wijze van samenwerken tussen de bovenplaatselijke organisaties met betrekking tot dienstverlening aan de gemeenten. Deze door de synode aangenomen overeenkomst telt tot aan de datum van kerkvereniging. Ds. Barendrecht lichtte toe dat nu er een landelijk dienstencentrum en negen RDC's zijn, de dienstverlening aan de gemeenten geïntegreerd is, waarbij het beleid door de ambtelijke vergaderingen en van onderop, dat wil zeggen op basis van vragen uit de gemeenten, geformuleerd wordt. Het rapport, dat inging op de vraag hoe de dienstverlening evenwichtig aangestuurd kan worden, meldt dat de regionale vergadering een eigen beleidsplan, ontwerpbegroting en ontwerpjaarrekening mag vaststellen.
Ds. A. V. de Nooij uit Vlissingen (geref.) vond het jammer niets te lezen over de aansturing van een RDC door een classicale vergadering.
Ds. W. Nawijn uit Assen (geref.) stelde een vraag over de vierde bestuurslaag. Naast kerkenraad, classis en synode is er tot de kerkvereniging namelijk nog de provincie. Dan zal de Algemene Classicale Vergadering het RDC aansturen.

Twee dagen besprak de triosynode met name de organisatie en de financiering van het bovenplaatselijke werk. Opvallend vond ik dat relatief weinig hervormde synodeleden het woord voerden of, anders gezegd, dat relatief veel gereformeerde synodeleden het woord voerden. Wat zegt dit over betrokkenheid en vertrouwen van beiden? Zonder meer is duidelijk dat na de zomer het synodale werk een inhoudelijker vervolg krijgt. Niet alleen zullen er in november meer gegevens over de financiën beschikbaar zijn, dan zal op basis van een door dr. J. Muis te schrijven rapport ook de discussie over de verzoening in trioverband plaatshebben. En vooraf spreekt de hervormde synode in september nog over de verhouding tussen kerk en gemeente.

Apeldoorn               P. J. Vergunst

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 mei 2000

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Beleid op grond van financiën

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 mei 2000

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's