De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Globaal bekeken

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Globaal bekeken

3 minuten leestijd

In een afscheidscollege van een docent aan de faculteit der wijsbegeerte van de Universiteit van Amsterdam (Bruno M. J. Nagel) over 'Het ogenblik' troffen we een citaat van de middeleeuwse Meester Eckhart (1260-1328) over de eeuwigheid in relatie tot de tijd:

'"Volheid" van tijd is er op tweeërlei wijze. Dán is een ding vol, wanneer het ten einde is; zo is avonds de dag vol. Zo dus is de tijd vol, wanneer alle tijd van je afvalt.
De tweede wijze is: wanneer de tijd in z'n einde komt, dat betekent: in eeuwigheid. Want daar heeft alle tijd een einde, daar bestaat noch vóór noch na. Daar is al wat is tegenwoordig en nieuw en je ziet ineens tegenwoordig al wat ooit geschiedde en nog geschieden zal. Er is geen vóór of na, daar is alles tegenwoordig. En in dit tegenwoordige zien bezit ik alle dingen. Dat is "volheid van tijd" en zo staat het goed met me, zo ben ik waarlijk de enige zoon in Christus.'

                * * *

In het recent verschenen boek van Harry van Wijnen over 'De macht van de Kroon' (uitgave Balans, Amsterdam) een citaat over de 'schandaal-bestendigheid' van het hof van Beatrix:

• 'De monarchale incidenten liggen niet voor het oprapen: sinds de troonswisseling in 1980 er een nijpend tekort aan. Met de Lockheed-affaire, de Irenekwestie en het in 1965 nog oms treden huwelijk van Beatrix en Claus wilde het nog wel lukken om de antimonarchisten de straat op te krijgen, maar zulke, voor republikeinse groepsvorming geschikte aanleidingen hebben zich al ruim twintig jaar niet meer aan gediend. En de republikeinse zaak heeft schandalen nodig om het vliegwiel in beweging te brengen.
Het hof van Beatrix is schandaal-bestendig geworden. Het heeft zichzelf gemoderniseerd en geprofessionaliseerd. Dat laatste is ten dele gevolg van de schaalverkleining die de grondwetgever van 1972 noodzakelijk vond voor het te veel uitgedijde Koninklijk Huis en voor het overige van de interne disciplinering die Beatrix in haar Huis heeft ingevoerd.
Die veranderingen hebben de kleur van het nieuws over de monarchie en de bewoners van Huis ten Bosch, Soestdijk en het kleine Loo wezenlijk veranderd. Politiek nieuws uit die contreien is zeldzaam geworden. Als gevolg daarvan is het debat over het einde van de monarchie, dat in de jaren zestig en zeventig in links Nederland nog met animo werd gevoerd, een ietwat verbleekt agendapunt geworden.'

Waarvan akte!

               * * *

Uit ditzelfde boek een kritiek op de troonrede in de Arnhemsche Courant van 20 oktober 1845, op grond waarvan de uitgave van deze krant in 1846 gerechtelijk werd vervolgd vanwege 'aanranding van de waardigheid des Konings' (Willem II). De bewoordingen waren er ook naar:

• 'Ons heeft [de troonrede] zoo zeer geschokt - zoo diep verontwaardigd, dat onze volksrede, zoo zich dat zeggen laat, heeft  plaats gemaakt voor een verslagen stilzwijgen [...]. Dwaas, wie het geloove; ja, geen minister, zelfs de blinde vledermuizen niet, die het gelooven [...]. Niet enkel de vrije pers, evenwel, heeft zich de ongelukkige troonrede aangetrokken; ook de gehuurde pennen hebben menig stuk onschuldig papier bezoedeld met den zwadder des lasters; want we noemen het laster, eene troonrede als de tegenwoordige te willen doen doorgaan voor een staatsstuk, hetwelk achting verdient [...]. Het geheele stuk ademt de onkiesheid, de verwatenheid, de wijsbegeerte, de onbeschoftheid, den transactie-geest van den verdediger der slechte grondwet [...]. Wil men die troonrede lezen zonder stuiptrekkingen of flaauwten, - men houde de azijnflesch in de eene, de troonrede in de andere hand.'

Kort daarna, in 1848, werd 'de onschendbaarheid' van de Koning grondwettelijk geregeld: 'De Koning is onschendbaar, de ministers zijn verantwoordelijk'.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 mei 2000

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

Globaal bekeken

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 mei 2000

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's