Tronen van triomf
'En ik zag tronen, en zij zaten daarop; en het oordeel werd hun gegeven; en ik zag de zielen dergenen die onthoofd waren om de getuigenis van Jezus, en om het Woord Gods... en zij leefden en heersten als koningen met Christus, de duizend jaren.' Openbaring 20: 4
Johannes krijgt meer te zien. Mensen. Daarmee komt het heel dichtbij. Het zouden mensen kunnen zijn die wij gekend hebben, We zouden.... het zelf kunnen zijn! Johannes ziet nl. tronen. Op die tronen de zielen van gestorven martelaren. Onthoofd om de getuigenis van Christus. In Johannes' dagen was dat concreet genoeg. Dat gebeurde gewoon als je de Heere Jezus als Heiland beleed, en niet de keizer. Als je Gode meer gehoorzaamde dan die keizer. Vervolging en martelaarschap waren in die dagen kenmerken van het ware christen-zijn. Met deze zielen worden daarom alle rechte christenen van alle tijden en plaatsen bedoeld. Ook u en jij, die anno 2000 merkt: ik ben een vreemdeling hier beneên. Het wordt steeds moeilijker voor mij om vriendschappen in de wereld te hebben. Omdat je zo weinig met elkaar te delen hebt. Of hebt u daar geen moeite mee? Omdat u misschien een christen bent die wel met de stroom meedrijft? En daarom eigenlijk ook geen kruisdrager hoeft te zijn? Zonder kruis geen kroon!
Deze martelaren zijn gestorven. Maar ze leven met Christus en zitten met Hem op tronen. Wat een groot verschil met de zielen van degenen die niet in Christus ontslapen zijn (vers 5)! Zij blijven in de dood. Bekijk het schilderij van Anneke Kaai over Openbaring 20 eens: een massa mensen, waarvan een deel in duisternis gehuld is (de ongelovigen die in de dood liggen) en een deel in het licht, gekroond met gouden kronen (de zielen der martelaren). Allen zijn de eerste (natuurlijke) dood gestorven, maar hun einde is tweeërlei. Niet te bevatten! Het visioen biedt ons de troost dat wie in Christus sterft, van stonde aan met Hem mag zijn, in volle bewustzijn.
Maar die niet in Hem sterven, blijven in de dood en wachten daar tot zij door de laatste bazuin voor de rechterstoel van de Heere gedagvaard worden voor hun eeuwige oordeel. Het is de ernst van het of-of. Ook voor u. En voor mij. Waar sta ik in dat visioen?
De zielen der martelaren zitten op de tronen. Vanouds de plaats waar geregeerd wordt én recht gesproken (vgl. Salomo). Met Christus mogen de heiligen regeren over de wereld en de Kerk, hun eigen vervolgers mogen zij oordelen. De rollen worden omgedraaid. Op aarde hebben ze verdrukking geleden, maar eeuwig is hun glorie. Dat ze daar met Christus mogen regeren, betekent ook dat zij betrokken zijn op het wel en wee van de Kerk op aarde. Ooit leerden we dat er een triumferende Kerk is (in de hemel) en een strijdende Kerk (op aarde). Samen één kerk. De triumferende Kerk verheugt zich over de zege van het Evangelie in levens van jongeren en ouderen. Als een jongere belijdenis doet, wordt wel eens gezegd: 'wat had opa daar graag bij willen zijn! Maar opa is niet meer. Hij mag bij Christus zijn'. Maar opa is erbij! Omdat de engelen en de heiligen zich verheugen over iedere zondaar op aarde die zich bekeert. Wat een troost, als we onze geliefden zo hebben moeten loslaten. Zoals soms onder een rouwkaart staat: vader mag nu juichen voor Gods troon. Dat zijn gedachten waarin het je wel eens te veel kan worden. Overweldigend!
Tegelijk is die triumferende Kerk betrokken op het lijden van de strijdende Kerk. Eerder zag Johannes al de martelaren in heerlijkheid, die Christus smeken om bekorting van de lijdenstijd. Er is verdriet in de hemel over iedere zondaar die zich afkeert. Over elk verbondskind dat de beloften van de Heere veracht. Over een kerk die dwaalt en scheurt. Over iedere overwinning die het rijk van de duisternis nog boekt. Wat heeft dat ons veel te zeggen!
Al die duizend jaar regeren zij met Christus. Daarna die korte tijd van een losgelaten satan. Maar daarna ook de heerlijkheid, de tweede opstanding, waarin de zielen met hun nieuwe en verheerlijke lichaam verenigd zullen worden. Wat een bemoedigend visioen voor ieder hart dat verlangt eeuwig bij de Heere te zijn. Dat ernaar snakt, boven (de strijd) te zijn. Het is de toekomst van eenieder, die zichzelf aan Christus verloren heeft. En die zich in de strijd tegen de driekoppige vijand zo vaak verliezer voelt.
'Ik zal, nu ik mag ademhalen,
na zoveel bange tegenspoed,
al mijn beloften U betalen,
U, Die in nood mij hebt behoed!'
Hei- en Boeicop A. J. Mensink
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 mei 2000
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 mei 2000
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's